Jan Pronk, zelf geen Nieuw Linkser, voerde als minister van Ontwikkelingssamenwerking in de regering Den Uyl (1973-1977) en later in Lubbers III (1989-1994) en Kok I (1994-1998) het eerste punt van het tien punten plan van Nieuw Links uit. Op die post groeit hij uit tot een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de linkervleugel in de PvdA.
Door de combinatie van internationale solidariteit met socialisme oefende de partij aantrekkingskracht uit op radicale activisten en actiegroepen die geïnspireerd werden door met name Latijns-Amerikaanse bevrijdingsbewegingen. Een van de boegbeelden van Derde Wereld activisme was Piet Reckman.
Piet Reckman was met pater Simon Jelsma in 1954 medeoprichter van de Pleingroep, de basis voor veel politiek activisme rond internationale solidariteit. De groep stond aan de basis van organisaties voor internationale solidariteit als NOVIB, de Wereldwinkels, en de XminY beweging. In 1967 kreeg de PvdA met de Evert Vermeer Stichting zijn eigen baken voor internationale solidariteit met bijbehorende projecten.
Piet Reckman was lid van de PvdA partijraad en voorzitter van de Latijns Amerika commissie. Latijns Amerika was sinds de Cubaanse revolutie in 1958 het continent geworden waar de radicale bevrijding van het kapitalisme en het anti-imperialisme en de komst van het socialisme spoedig werd verwacht.
Linkse intellectuelen, studenten enz. werden door de Cubaanse revolutie en de bevrijdingsstrijd in Latijns Amerika (Che Guevara en Camilo Torres) geïnspireerd. In de Latijns Amerika commissie troffen de Latijns Amerika activisten elkaar. Zij hadden vaak ook banden met een actiegroep.
De naam van Piet Reckman blijft voorgoed verbonden aan een motie van afkeuring die 25 oktober 1977 met 53 tegen 35 stemmen werd aangenomen in de partijraad. Met die motie stuurde de partijraad partijleider Joop den Uyl en zijn Ed van Thijn terug naar de onderhandelingstafel over een regeringscoalitie met CDA en D66.
De partijraad meende dat met het door Joop den Uyl behaalde historische resultaat van 53 zetels, de partij meer macht moest krijgen in de coalitie, dan Den Uyl en van Thijn voor elkaar hadden gekregen. De motie van afkeuring van Reckman maakte een tweede kabinet Den Uyl zo goed als onmogelijk.
In plaats dat de politieke winst van 53 zetels werd omgezet in een tweede kabinet Den Uyl, kwam tot verontwaardiging van links Nederland, de regering van Agt tot stand. Van Agt had met VVD partijleider Wiegel in enkele dagen een coalitie weten te smeden, een coalitie die Van Agt wellicht ook persoonlijk goed uitkwam. Hij en Den Uyl waren in veel opzichten elkaars tegengestelden. Voor Den Uyl moet het een Grieks drama geweest zijn dat hij zijn grootste verkiezingsoverwinning ooit niet kon omzetten in een premierschap.
Toch was den Uyl dapper en/of eigenwijs genoeg om door te gaan als partijleider of was het om de partij te behoeden voor een verder afglijden naar links? Zijn strategie was om de linkervleugel op te nemen in de partij. In sommige kringen heette dat inkapselen om het op die manier politiek onschadelijk te maken.
De rechtervleugel was al in 1970 afgehaakt. Ironisch genoeg werd de daaruit ontstane nieuwe partij DS’70 geleid door Willem Drees jr. de zoon van de grootste en bekendste naoorlogse PvdA leider Willem Drees. Die werd liefkozend vadertje Drees genoemd vanwege de onder zijn regie tot stand gekomen AOW regeling.
De motie van Piet Reckman was de eerste stap in de nederlagenstrategie die de PvdA later zou gaan volgen. Reckman zelf stapte ruim tien jaar later over naar Groen Links, een fusiepartij van radicaal linkse partijen als CPN, PSP, PPR en EVP. De overstap van Reckman kan achteraf gezien worden als een voorbode van wat nu ruim 30 jaar later gebeurt, de fusie van de PvdA met Groen Links tot Progressief Nederland.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten