Posts tonen met het label hans van den broek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hans van den broek. Alle posts tonen

donderdag 27 augustus 2026

DE TELOORGANG VAN DE PVDA. DEEL 3. IEN VAN DEN HEUVEL EN MAX VAN DEN BERG

Links, ien van den Heuvel in 1975. Helemaal rechts Max van den Berg, naast hem Joop den Uyl en daarnaast Ed van Thijn. Foto genomen in de jaren '80.


 

In 1974 wordt Ien van den Heuvel tot partijvoorzitter gekozen. Zij introduceert met de Rooie Vrouwen het feminisme in de partij en vernieuwt het vredesactivisme. Zij is actief bij de kerkelijke vredesbeweging IKV (Interkerkelijk Vredesberaad) waarvan ze later voorzitter wordt. 


Met haar komst aan de top van de partij worden nieuwe accenten gelegd op de positie van de vrouw binnen en buiten het gezin. Daarmee wordt het traditionele arbeidersgezin, de belangrijkste pijler onder het kiezersbestand van de PvdA, onderwerp van discussie. Centraal staat dat de vrouw economisch financieel zelfstandig moet worden zodat ze minder afhankelijk wordt van haar man Ze moet  in haar eigen inkomen kunnen voorzien. De individualisering treedt aldus het gezin binnen. 


Door de vredesbeweging begint men in de PvdA anders te kijken naar de Koude Oorlog. Het gelijk komt niet langer van een kant. Het Westers kapitalisme en imperialisme dragen mede verantwoordelijkheid voor het onrecht in de derde Wereld. Niet alles is slecht aan het communisme. De dreiging van een kernoorlog maakt het dringend gewenst dat in plaats van nog meer kernwapens  een dialoog komt tussen Oost en West, wat in de praktijk een dialoog tussen de Sovjet Unie en de VS inhoudt, de twee toenmalige kernmachten.


Den Uyl paste zich zoveel mogelijk aan deze nieuwe linkse koers van zijn partij aan, maar bleef trouw aan de klassieke democratische beginselen van de sociaal-democratie. Den Uyl was en bleef een democraat. Hij bekritiseerde daarom scherp en openlijk Ien van den Heuvel toen zij in 1975 na een bezoek aan Oost Duitsland (DDR) begrip toonde voor de Berlijnse muur. 


In 1979 werd Ien van den Heuvel opgevolgd door Max van den Berg. Radicaal als hij was, zette met zijn voorzitterschap de ‘nederlagenstrategie’ van de partij pas goed in de verf. 


“De ‘nederlagenstrategie van oud-PvdA-voorzitter Max van den Berg houdt in dat een politieke partij principieel blijft vechten voor haar idealen en onmogelijke of compromisloze standpunten handhaaft, ook al is op voorhand bekend dat een nederlaag of verlies in de praktijk onvermijdelijk is. Het doel is om zuiver te blijven op de inhoud en de kiezer helder te tonen waar de partij ten  gronde voor staat, in plaats van te vroeg te bezwijken voor slappe compromissen.” ( ‘Nederlagenstrategie’, Prof. Dr. Joop van den Berg, 11 september 2020), Montesquieu Instituut) 


Maar bij gebrek aan absolute meerderheden in de Tweede Kamer vormt het sluiten van compromissen sluiten het hart van de Nederlandse democratie. Wie dat niet wil, blijft buiten de regeringsmacht en kan zelfs in een politiek isolement terecht komen. 

  

Internationale solidariteit stond ook bij Max van den Berg hoog op zijn politieke prioriteitenlijst. Hij verklaarde zich in de geest van de tijd solidair met links radicale gewapende groepen in Midden Amerika. Dat bracht hem samen met andere linkse partijen in de Tweede Kamer in 1984 in botsing met CDA Minister Hans van den Broek en een deel van zijn eigen Tweede Kamer fractie in het parlement.


De minster was van mening dat het sturen van verkiezingswaarnemers naar El Salvador ter ondersteuning van gematigde krachten vertegenwoordigd door de christen-democratische presidentskandidaat José Napoleon Duarte, zou kunnen helpen om op termijn een einde te maken aan de wrede burgeroorlog tussen gewapend extreem links en de rechtse doodseskaders.


De linkse oppositie waaronder ook een deel van de PvdA fractie in de Tweede Kamer, meende echter dat het sturen van verkiezingswaarnemers een dictatoriaal regime zou legitimeren en dat de verkiezingen niet democratisch konden zijn omdat de linkse guerrillabeweging (FMLN) en haar politieke tak (FDR) niet konden deelnemen.


Uiteindelijk stemde de fractie onder leiding van buitenland woordvoerder Relus ter Beek in met het sturen van waarnemers en aldus de deelname van een partijgenoot aan de waarnemingsmissie goed te keuren.


De felle Kamerdiscussie doofde pas enigszins nadat de twee waarnemers (CDA'er Kerstiëns en PvdA'er Nelissen ) na terugkomst een genuanceerd rapport uitbrachten. Hoewel zij de enorme chaos en de repressieve omstandigheden beschreven, concludeerden zij dat de massale opkomst van de Salvadoraanse bevolking liet zien dat de verkiezingen onder de burgers wel degelijk leefden en dus niet als een "totale schijnvertoning" vanuit Washington konden worden afgedaan. 


Dit leidde later dat jaar (eind 1984) tot een vergelijkbare discussie in de Kamer toen dezelfde waarnemers naar de verkiezingen in het Sandinistische Nicaragua moesten worden gestuurd.

donderdag 6 maart 2025

HANS VAN DEN BROEK

 


Onlangs is voormalig minister en Eurocommissaris Hans van den Broek op 88 jarige leeftijd gestorven. Er is de laatste dagen veel gezegd in de media over zijn leven en werk. 


Wat geen aandacht heeft gekregen en naar mijn idee wel zo belangrijk is geweest, is dat Minister van den Broek de man is geweest die voor het eerst in de geschiedenis van Nederland verkiezingswaarnemers heeft uitgezonden en wel naar de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in El Salvador, in maart 1984.


Daarmee luidde van den Broek een tijdperk in waarin verkiezingswaarnemingen een politiek methode zouden worden om democratische ontwikkelingen in een land te toetsten. 


Met zijn keuze voor het sturen van verkiezingswaarnemers naar controversiële verkiezingen zoals in El Salvador, Nicaragua en Suriname heeft Hans van den Broek een belangrijke bijdrage geleverd aan de processen voor democratisering in landen waar nog  geen democratische politieke cultuur bestond of nog gebrekkig ontwikkeld was.


Van den Broek is zorgvuldig te werk gegaan bij het stellen van voorwaarden waaronder waarnemers hun werk moeten doen.   


Op de eerste plaats garandeerde hij de onafhankelijkheid van de waarnemers. Waarnemers bepalen zelf hun agenda, wat ze willen zien, wie ze willen spreken en waarover ze rapporteren aan de regering.


“De waarnemers zullen geheel vrij zijn om zonder enige restricties. Van welke aard dan ook, te rapporteren. Zij hebben tot taak om zich een oordeel te vormen over het verloop van de verkiezingen. De regering neemt op zich het rapport van de waarnemers onmiddellijk na ontvangst aan de Staten-Generaal te doen toekomen en tezelfdertijd openbaar te maken.” (Referentiekader Nederlandse Waarnemers Presidentsverkiezingen El Salvador en antwoorden van de Minister van Buitenlandse Zaken, op vragen van de Tweede Kamerleden mevrouw Herfkens en de heer Ter Beek van de PvdA.)


Deze basisvoorwaarde werd gevolgd door een aantal aanvullende voorwaarden:


De waarnemers toetsen of de verkiezingen een belangrijke stap zijn in de richting van democratisering, in het bijzonder in die landen waar eerlijke en vrije verkiezingen via de geheime stem nooit of bijna nooit hebben plaatsgevonden.


De waarnemers toetsen of de verkiezingen een nuttige stap zijn op weg naar een dialoog tussen strijdende partijen in landen waar gewapend geweld deel uitmaakt van de politieke cultuur.


Het sturen van waarnemers door de regering betekent geen voorafgaande legitimering van het heersende regime.


Gezien de bovenstaande voorwaarden kan de waarneming niet beperkt blijven tot een soort boekhoudkundige controle van de verkiezingsprocedure en de verkiezingen als zodanig. 


Integendeel, de waarneming dient zich uit te strekken tot het gehele politiek veld waarbij de verkiezingen een momentopname zijn van de volkswil. Daarom behoren de waarnemers de politieke campagnes te volgen, de vrijheid van meningsuiting te toetsen, de rol van de media in aanmerking te nemen, de vrijheid van partijvorming en vereniging te bezien, enz. Al deze zaken vormen de basis voor een democratisch politiek proces.


Van de waarnemers wordt verwacht dat zij daarom ongeveer twee weken voor de verkiezingen in het land zijn. De waarnemers dienen over voldoende kennis van land en volk beschikken en de taal spreken.


De ervaringen met verkiezingswaarnemers als een instrument tot controle van het verkiezingsproces en als steun voor democratische ontwikkelingen in El Salvador 1984 waren dusdanig dat Minister van den Broek min datzelfde jaar opnieuw twee waarnemers stuurde naar de presidentsverkiezingen in Nicaragua.


In 1987 stuurde van den Broek een team van zeven waarnemers naar de verkiezingen in Suriname. In 1990 stelde hij de VN verkiezingsmissie ONUVEN 5 waarnemers ter beschikking tijdens de algemene verkiezingen in Nicaragua.