Posts tonen met het label kortrijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kortrijk. Alle posts tonen

vrijdag 27 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 36

Travestiet in het Schipperskwartier van Antwerpen, 1993

De val van Antwerpen in 1832 was de bezegeling van de ondergang van het Verenigde Koninkrijk der Nederlanden met dank aan de Fransen, die veertig jaar daarvoor orde op zaken hadden gesteld in Nederland zelf door het te bezetten en daarna onder andere de scheiding tussen De Republiek en de Generaliteitslanden eindelijk op te heffen. Blijkbaar was een Europese mogendheid als Frankrijk nodig om van Nederland een land te maken waar alle burgers - protestanten en katholieken - voortaan gelijk zijn voor de wet. Eerst was de Republiek de modernste aller naties om prompt daarna een land te worden met burgers van de eerste en de tweede categorie.

Deze tweede val van Antwerpen, de eerste was aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog, bevestigde opnieuw het lot van Vlaanderen en de Vlamingen. Ze stonden er weer alleen voor. Nou ja, niet helemaal alleen. Samen met de Franstaligen Walen en de Brusselaars stichtten ze de onafhankelijke staat België. Maar die nieuwe staat, goed tweehonderd jaar na de stichting van de Republiek, gaf hun uiteindelijk minder in plaats van meer zelfbeschikking. De Nederlandse taal en cultuur werden zoveel mogelijk verdrongen ten koste van het Frans en de Franse cultuur. België werd ongewild het vreedzame strijdtoneel tussen het Latijnse en het Germaanse Europa.

Eigenlijk hebben de Vlamingen nooit succes gehad met hun strijd voor onafhankelijkheid en zelfbeschikking. Zelfs de roemruchte overwinning tijdens de Guldensporenslag bij Kortrijk (1302), in Vlaanderen gevierd als het begin van het nationaal Vlaams bewustzijn,  bracht hun nauwelijks een stap verder naar onafhankelijkheid en  zelfbeschikking. Al na een paar jaar was het gedaan met de eigengereide Vlaamse Graaf en zijn burgers en moesten ze hun hoofd opnieuw buigen voor toen nog de Franse koning.


“Vlaanderen herwon zijn zelfstandigheid van vroeger, maar werd bij de Slag bij Pevelenberg in 1304 tijdens de onderhandelingen tot zware toegevingen gedwongen nadat die slag onbeslist was geëindigd. De graaf van Vlaanderen bleef onafhankelijker dan de andere Franse leenmannen, maar de Franse koning verstevigde zijn gezag en de graaf boette een deel van oude verworvenheden in. Het is pas na de Bourgondische eenmaking en de Honderdjarige oorlog dat Vlaanderen uit het Frans leenverband werd gelicht, wat een definitief beslag vond in 1548 met de Vrede van Augsburg.” (Wikipedia: Guldensporenslag)

(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 2 februari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 24

Detail uit foto van Guido Gezelle gemaakt in Kortrijk in 1898.
Zie website: www.gezelle.be

Je kunt de priester-dichter Guido Gezelle (Brugge 1830-1899) gerust een tegenhanger noemen van de in de vorige blog besproken Franstalig-Vlaamse dichter Emile Verhaeren. Terwijl Emile Verhaeren Franse gedichten schreef, ontpopte Guido Gezelle gedichten zich als een nieuwe Vlaamse dichter die het Vlaams en het Nederlands verrijkte. Dat ontging Nederlanders niet. Ik leerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw op de middelbare school enkele gedichten van hem kennen.

“Guido Gezelle was een Belgisch rooms-katholiek priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler. Hij is bekend om zijn fijnzinnige gedichten over de natuur, zijn beeld taalgebruik en als virtuoos taalkunstenaar. ‘O’t ruischen van het ranke riet’ en ‘Het Schrijverke’ uit de dichtbundel ‘Vlaamsche Dichtoefeningen’ (1858) zijn slechts twee van zijn bekendste werken.” (Wikipedia: Guido Gezelle)

Gezelle was een volkspriester. Hij stond dicht bij de mensen, zijn gelovigen tevens kerkgangers. Voor de laatsten maakte hij een tijdschrift. 
“Als onderpastoor en priester zette hij ook zijn litteraire gaven in om de gelovigen christelijke deugden bij te brengen. Hij richtte het gezinsblad Rond den Heerd op, waarin hij schreef over heiligen, lithurgische onderwerpen, flora, fauna en oude volksgezegden.” 

Later richtte hij het tijdschrift ‘Biekorf’ op. “Gezelle is altijd blijven doorstuderen, voornamelijk litteratuur. Vooral de ‘Vlaamse taal’ ging hem aan het hart. In Kortrijk begon hij een nieuw blad, getiteld Loquela en met een kring getrouwen legde hij een enorme verzameling woorden aan. Na zijn dood werden 150.000 ‘papierlingskes’ met woordverklaringen gevonden.” (Wikipedia: Guido Gezelle)


Aan erkenning geen gebrek. In Vlaanderen maar ook in Nederland zijn veel straten en pleinen naar hem vernoemd. Zijn geboortehuis in Brugge is sinds 1926 als museum ingericht. Er zijn meer dan 3400 composities gemaakt op zijn teksten. Zijn gedichten verschijnen in verzamelbundels en zangboeken in zowel Nederland als België. In de verzamelbundel ‘De Nederlandse Poëzie van de Negentiende en Twintigste eeuw in Duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij (1980 Bert Bakker), staan 10 gedichten van Gezelle.

(verschijnt elke vrijdag)