Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label werk. Alle posts tonen

dinsdag 12 mei 2026

HET SCHRALE MENSBEELD VAN PROGRESSIEF NEDERLAND

 

Werknemers in een staalfabriekje in Mexico-stad 1979.

De Partij van de Arbeid is niet meer. Met het verdwijnen van de Partij van de Arbeid door een fusie met Groen Links tot Progressief Nederland is de enige partij die het woord “Arbeid” in zijn naam had staan uit de Nederlandse politiek verdwenen.


In het partijprogramma van Progressief Nederland komt het woord arbeid niet voor. In plaats daarvan staan de woorden 'werken', 'werkende mens' (de arbeider) en 'werk hebben' en daar gaat het volgens Pro niet goed mee. “Teveel mensen werken hard en doen hun best, zonder dat ze daar een eerlijk inkomen of zeker bestaan voor terug krijgen. De dagelijkse kosten stijgen, terwijl aandeelhouders de winst opstrijken.”


Om te beginnen, dit is geen eerlijke voorstelling van zaken. Werkende Nederlanders nemen deel aan pensioenfondsen. Pensioenfondsen zijn aandeelhouders in Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Ze bouwen met de winsten (dividenden en koerswinsten) van die bedrijven pensioenen op voor de werkende mensen van Nederland. Pensioenen investeren in de toekomst van werkende mensen.


Het is ook niet eerlijk om niet te vermelden dat bedrijven niet alleen inkomen genereren voor hun werknemers (hun dagelijks brood), maar hun winsten meestal investeren in nieuwe activiteiten. Het is ook niet eerlijk om het zo te stellen als je weet dat bedrijven de grootste belastingbetalers zijn. 


Maar dit alles is bijzaak. Belangrijker is dat voor Progressief Nederland arbeid op zijn smalst wordt gedefinieerd, namelijk als een manier om inkomen te verwerven. Meer inkomen betekent op zijn beurt vooruitgang. Vooruitgang is dus meer loon. Dat is wel eens anders geweest in de Partij van de Arbeid.


De PvdA had een veel bredere visie op arbeid en vooruitgang. Door arbeid verwerkelijkt de mens zich in de wereld, in de samenleving en de maatschappij. Met arbeid verhoudt de mens zich tot de wereld (hij werkt aan de wereld) en tot de medemens. Arbeid is wezenlijk sociaal. Arbeid maakt de mens tot wat hij is. Arbeid is een vorm van menswording.


Dit ideaal van menswording wordt door de kapitalistische samenleving ondermijnt door de arbeider te reduceren tot zijn product arbeid, arbeid die geleverd tegen betaling van een loon. Door de arbeider te reduceren tot zijn koopwaar arbeid wordt arbeid een obstakel tot zelfverwerkelijking van de mens. Dat is nu precies waar Karl Marx zich tegen verzet. 


In het programma van Progressief Nederland gaat men met deze kapitalistische visie mee. Arbeid als koopwaar. Van de oorspronkelijke visie op arbeid is niks meer over. Daarmee heeft PRO Nederland de idee van sociale en geestelijke emancipatiebeweging te zijn, de menswording van de arbeider mogelijk te maken verlaten. PRO Nederland is een inkomenspartij geworden. 


Progressief Nederland sluit daarmee naadloos aan bij de consumptiemaatschappij. Menswording is consument zijn. De consumptie moet wel eerlijk verdeeld worden en zeker zijn. Het mensbeeld van Progressief Nederland is een schraal mensbeeld.

vrijdag 5 september 2025

55. MEXICAANSE VERTELLINGEN. WAT TE DOEN?

Een praatje op het land tussen buren. Ter verfrissing wordt pulque gedronken.

 

Diego denkt er het zijne van. Zou het ministerie serieus van plan zijn om van zijn dorp een toeristische trekpleister te maken en zou het werken? Tot nu toe heeft de regering zich nog nooit aan zijn belofte gehouden. Dorpelingen zijn stemvee voor de politieke partijen, eenmaal aan de macht worden ze vergeten.


Het gevolg is dat het dorp al heel lang in een overlevingsfase zit. Als er de komende jaren niks gebeurt zullen de kinderen vertrekken. De ouderen blijven dan achter om er te sterven. Dat is eigenlijk al in zijn jonge jaren begonnen, toen hij zich aansloot bij de revolutionairen.


Dat is op niks uitgelopen, tenminste als je de oorspronkelijke idealen als uitgangspunt neemt. Voor hem persoonlijk is de revolutie daarentegen wel goed afgelopen. Hij heeft een nieuw leven met een nieuw beroep op kunnen bouwen. Hij is van dorpeling een burger, een kunstschilder zelfs, geworden. 


Hij mag van geluk spreken dat hij de revolutie heeft overleefd en dat hij een toekomst kan opbouwen. Voor zijn broer en zussen is dat veel moeilijker. Zijn zussen werken in de provincie hoofdstad waar ze misschien uiteindelijk een vriend of een man opduikelen waarmee ze een gezin en misschien zelfs een toekomst kunnen opbouwen. Maar het kan net zo goed mis gaan. Een zus is al verloren gegaan door een verkeerde liefde.


Zijn jongere broer is in het dorp gebleven. Hij overleeft dankzij een lap grond en zijn paarden die hij verhuurt aan hotelgasten. Hij is niet beter af dan zijn ouders. Hij overleeft met zijn gezin maar daar is het dan ook wel mee gezegd.


Wil het dorp toekomst hebben dan moet er ander werk komen. Zal dat toerisme zijn zoals ze bij het ministerie denken of is er meer nodig? Voorlopig heeft niemand een antwoord op deze vraag.


Diego kijkt zijn vader aan en vraagt hem wat hij denkt van de plannen. Ramon haalt als vanouds berustend zijn schouders op. Wat kan hij anders doen dan erin geloven? Er niet in geloven, zal zijn dorp ook niet verder helpen.


Ook hij beseft maar al te goed dat de gezinnen al lang niet meer van hun lap grond kunnen leven en dat wordt alleen nog maar slechter. Er wordt over gepraat om de wet te veranderen zodat een deel van de gemeenschapsgrond verdeeld kan worden in individuele eigendommen die vervolgens verkocht kunnen worden.


Diego is het met zijn vader eens dat de verkoop van een lap grond enige verlichting kan brengen in een gezin maar voor hoe lang? Als het wordt gebruikt voor levensonderhoud is het zo verdwenen. Het beste zou zijn als het wordt geïnvesteerd in een nieuwe activiteit, maar wat? 


Sommigen zijn bloemen gaan telen, maar dat blijkt veel moeilijker dan gedacht. Uiteindelijk zal de verkoop van de grond hen beroven van hun laatste middel van bestaan. Dan klopt onverbiddelijk de echte armoede op de deur.


Tijdens het gesprek met zijn vader over de toekomst van het dorp, dringt het pas goed tot Diego door hoe moeilijk het leven is voor zijn vader en de dorpelingen. Hij had zo gehoopt met zijn bijdrage aan de revolutie daarin verandering te brengen. Niet dus. Niettemin voelt zich nog steeds verantwoordelijk voor het lot van zijn ouders en het dorp, maar wat kan hij doen? 


woensdag 5 juni 2024

ARMOEDE

Als ik ergens het belang van het gezin heb gezien om ondanks materiële armoede waardig te kunnen leven en het leven in al zijn aspecten het hoofd te kunnen bieden, is het wel in landen van de Derde Wereld. Deze foto is gemaakt in 1977 in Costa Rica bij een kleine landbouwcoöperatie, opgericht om de armoede op het platteland te bestrijden.


Er is ik geen land in de wereld dat zo rijk is en waar zoveel over armoede wordt gepraat, onderzocht en beleid gemaakt als ons land. Het zit onze protestantse moraal danig in de weg dat er ondanks de brede welvaart er nog steeds armoede in Nederland is. Het is een schuldbewustzijn dat diep in onze cultuur ligt verankert. Armoede mag niet.


Volgens ons nationaal planbureau, een gecombineerde erfenis van socialisme en protestantisme, is een op de zeventien mensen arm, dat is net geen 5% van de bevolking. Zonder verder overheidsingrijpen zal dat in 2024 stijgen tot net geen 6%.


Armoede wordt in Nederland voornamelijk gedefinieerd in termen van geld. “Mensen zijn arm als hun huishouden langere tijd onvoldoende geld heeft voor de normale, noodzakelijke uitgaven”. Het Sociaal Cultureel Planbureau spreekt van een ‘niet-veel-maar-toereikende’ armoedegrens en is gebaseerd op budgetten voor zaken als energie, water en voeding.


In geld uitgedrukt is de grens voor een alleenstaande van 21 jaar en ouder 1473 euro per maand, voor een stel is dat 2069 euro, voor een alleenstaande-woningdeler is het 934 euro en voor een alleenstaande 1137 euro. Met twee minderjarige kinderen is de grens voor een stel 2110 uur en een eenoudergezin 1680 euro.


Armoede is in ons land een beleidsmatig en administratief overzichtelijke, meetbare en geordende aangelegenheid. Ik denk dat er weinig landen zijn die een dergelijk geordend inzicht en overzicht hebben van armoede.


Maar er is nog meer. Armoede wordt opgesplitst in een gebrek aan financiële, materiële, culturele en sociale middelen. De politieke aandacht gaat vooral uit naar de financiële middelen. Logisch natuurlijk want geld is te regelen. Gebrek aan sociale en culturele middelen is bestuurlijk politiek moeilijker aan te pakken.


Om het nog ingewikkelder te maken wordt er ook nog onderscheid gemaakt tussen armoede en kansarmoede, tussen relatieve en absolute armoede, tussen je arm voelen (relatief) en arm zijn gemeten in geld (absoluut). Kansarmoede is een veel complexer verschijnsel met meerdere dimensies. 


Het treedt op bij mensen, al dan niet in gezinsverband,  die geen plek in de maatschappij weten te veroveren, niet financieel-economisch, niet sociaal en niet cultureel. De betrokken personen zijn niet weerbaar, niet in staat om zich maatschappelijk te manifesteren. 


Zoiets aanpakken is veel ingewikkelder dan financiële armoede. De tragiek is dat geld in zulke situaties meestal niets verandert aan hun maatschappelijk onvermogen. Ze kunnen overleven maar hun leven niet zelf inrichten, hun eigen verantwoordelijkheid nemen.


Werken kan helpen. Wie werk heeft, kan zich eerder in de maatschappij integreren dan iemand die werkeloos is. Werk kan dus een gangmaker zijn om een persoon of gezin uit de armoede te halen. Wat ook belangrijk is, is goed onderwijs dat aansluit bij de talenten en mogelijkheden van de betreffende personen. 


Maar er is meer. Wat te denken van een meer op het gezin gericht beleid? Een beleid dat ervoor zorgt dat gezinnen hun kinderen leren hoe zich te handhaven in de maatschappij en de samenleving, financieel economisch en sociaal-cultureel.


Veel mensen uit arme gezinnen zeggen het gered te hebben in de maatschappij omdat ze in hun kindertijd een veilig nest hadden waarin ze geholpen werden om hun talenten op sociale en cultureel gebied te ontwikkelen. Hoewel ze thuis geldelijk arm waren, hebben ze ze zich nooit arm gevoeld. Hun rijkdom was en is de warme herinnering aan hun kindertijd thuis.


Overheden zouden een beleid moeten voeren om juist die gezinstaken te versterken maar vaak gebeurt het omgekeerde. Overheden nemen uit naam van zorg gezinstaken af en hevelen ze over naar staatsinstellingen. 


Zo worden kinderen meer en meer verzorgd op school met bijvoorbeeld gratis ontbijt en/of lunch waardoor het gezamenlijke eten in gezinsverband nog verder naar de achtergrond verdwijnt. De overheid zou dit juist moeten aanmoedigen in plaats van het gezinsleven te ontmantelen. Als een kind ergens vroeg leert wat solidariteit is, wat samen delen is, wat het delen van gevoelens kan betekenen is het wel in het gezin.