Posts tonen met het label vervreemding. Alle posts tonen
Posts tonen met het label vervreemding. Alle posts tonen

vrijdag 15 maart 2024

33. AMERICA LATINA. GEDICHTEN MAKEN NOG GEEN DICHTER

 

petrus nelissen, "Kleuren Dichter", acrylverf op papier, 57x76 cm, 2011

Dit is een intermezzo over gedichten. Hoewel mijn werk bij CLAT me behoorlijk in beslag neemt is er gelukkig nog tijd over voor mijn gezin en nevenactiviteiten zoals lezen en in mijn aantekenboek schrijven over wat ik gelezen heb. Soms neem ik mijn toevlucht tot een gedicht. Hoewel ik geen dichter ben, niet eens een kenner of groot liefhebber, neem ik af en toe mijn toevlucht tot een gedicht om mijn gedachten en gevoelens te uiten.

De enige dichter waarvan ik kan zeggen dat ik alles van hem gelezen heb, is Jan van het Kruis, de Spaanse 16e eeuwse  mysticus en heilige. Zijn gedichten met uitleg boeiden me van meet af aan. Ondanks dat ik niet gelovig ben in de traditionele zin van het woord, helpen zijn gedichten mij om een beetje dichter bij het mysterie van leven en liefde te komen.

Zijn gedichten gaan over liefde en verliefdheid. Zijn geliefde is God maar dat verandert niets aan de gevoelens die hij over zijn liefde voor Hem deelt. Die zijn net zo aards als die van jou en mij en dat maakt het nu juist zo fascinerend. 

Het zijn geen zweverige gedichten over een Hoger Wezen maar regelrechte liefdesgedichten waar een wereld van gevoel en verstand achter zit en dat maakt het boeiend om ze te lezen. Het is daarbij mooi meegenomen dat hij de moeite heeft genomen om zijn gedichten uit te leggen. 

Dat maakt hem als 16e eeuwse dichter nog steeds toegankelijk. Ze geven meteen ook toegang tot zijn complexe wereld aan gedachten en gevoelens. Hij is niet voor niks door de Roomse kerk niet alleen heilig verklaard (1726) maar 200 jaar later ook tot kerkleraar.

Ik lees uiteraard tussen de bedrijven door moderne Nederlandse dichters, maar het lezen van gedichten van Sint Jan van het Kruis en andere moderne Nederlandse dichters maakt me nog niet tot een dichter laat staan tot een mysticus. 

Maar zoals eerder gezegd, ik gebruik af en toe  intuïtief en nogal vrijmoedig de dichtvorm om mijn gevoelens en gedachten uit te drukken. Zo probeer ik in het onderstaande gedicht het verlies van het geloof van mijn voorvaderen te bevatten.

DRIELUIK

Klanken herinneren aan mijn jeugd

waar engelen waakten

over mijn bestaan.


Maar nu weet ik beter.

Wat me rest

is alleen verder te gaan.


Als de tijd daar is

en hoop ontwaakt,

zal ik dan opstaan?


Er zijn van die momenten in je leven dat je het even niet meer ziet zitten. Een kort gedicht kan je als een soort gebed daarvan bevrijden.


MAANDAGMORGEN

Druppels op de ramen,

nergens daglicht,

Maken alles zó gewoon

Dat vandaag te sterven

niks betekent

dan de was doen 

op maandagmorgen.


Met het ouder en wijzer worden vallen de romantische schellen van verliefdheid van je ogen. Het gevolg is verbazing en een glimlach.


VERVREEMDING

Eens schreef ik 

dat ze ogen had

zo bruin

als die van een ree.


En dan te weten

Ik heb nooit 

een ree

in haar ogen gekeken. 


vrijdag 3 februari 2023

15. TERUG NAAR NIJMEGEN. MAAKT ARBEID VRIJ?

De 'Jonge Marx'

 

De Jonge Marx lezen is geen pretje. Het vereist van meet af aan discipline. Elke zin moet ik soms twee of drie keer overlezen en soms ook het Duitse woordenboek raadplegen. Duits is een verraderlijke taal. Het lijkt zoveel op het Nederlands dat je er al gauw de Nederlandse betekenis aangeeft terwijl dat niet altijd het geval is. Om zeker te weten dat ik goed zit, raadpleeg ik regelmatig het woordenboek en dan nog.

Marx schrijft de taal van de filosoof uit de negentiende eeuw. Hij bekommert zich niet over de leesbaarheid. Integendeel, hij veronderstelt ervaren lezers die zijn gedachten kunnen plaatsen in hun context. Ondanks de colleges filosofie die ik heb gehad is dat niet altijd het geval. Daarom ben ik blij met de lange inleiding van Landshut.

Tussen de lange zinnen door lukt het me dan toch om zijn mensbeeld te vinden. Voor de Jonge Marx zo heb ik al eerder vastgesteld, is de mens in het diepste van zijn wezen een sociaal wezen. Zonder gemeenschap geen menswording of misschien beter gezegd mens in wording. Daarmee bedoelt hij niet het kind dat een volwassen mens wordt maar de wording van de mens in zijn aardse geschiedenis.

De geschiedenis van de mensen is de geschiedenis van de menswording in de wereld. Het doet mij denken aan de menswording van God in de persoon van Christus. Misschien een niet geheel verantwoorde associatie maar waarom niet?

Christus als zoon van God kwam op aarde om de mensheid van de erfzonde te bevrijden en zo de weg vrij te maken naar zijn vervolmaking die pas met zijn dood voltooid zou worden. Voor de Jonge Marx daarentegen vindt de menswording plaats aan deze zijde van de dood. De geschiedenis van de mensheid is die van zijn menswording op aarde.

Daarmee haalt de Jonge Marx de menswording uit de religieuze sfeer en plaatst die in de aardse geschiedenis van de mensen. Geen goddelijk ingrijpen meer maar een down-to-earth menswording. Uiteraard is het zo ver nog niet, dat ziet de Jonge Marx ook wel. Het is de mensen ondanks al hun inspanningen, hun arbeid nog niet gelukt volledig mens te worden. 

Dat komt omdat de menselijke inspanningen, zijn arbeid hem (nog) niet bevrijden van zichzelf maar integendeel zich doen vervreemden van zichzelf. Een moeilijk te vatten begrip maar dat mijns inziens er op neer komt dat de mensen nog niet van en voor zichzelf zijn maar beheerst wordt door krachten buiten henzelf. 

Arbeid (sociale activiteit) maakt ons (nog) niet vrij:

“Dieses Sichfestsetzen der sozialen Tätigkeit, diese Konsolidation unseres eigenen Produkts zu einer sachlichen Gewalt über uns, die unsere Kontrolle entwächst, unsere Erwartungen durchkreuzt, unsere Berechnungen zunichte macht, ist eines der Hauptmoments in der bisherigen geschichtlichen Entwicklung.” (Landshut XXXVIII)).

Ziedaar de voorlopige ellende van de mens. Hij verliest zichzelf door zijn eigen arbeid waardoor hij afhankelijk wordt van de ander met als gevolg tegengestelde belangen tussen de mensen.

“Damit beginnt die Abhängigkeit der Individuen von einander und damit begründet sich zugleich “der Widerspruch zwischen dem Interesse des einzelne Individuen oder der einzelnen Familie und dem gemeinschaftlichen aller Individuen.” ( Landshut XXXVII)



 

vrijdag 27 januari 2023

14. TERUG NAAR NIJMEGEN. TERUG NAAR HET PARADIJS

Jan Brueghel de Oude en Peter Paul Rubens, 'Het Aardse Paradijs met de Zondeval van Adam en Eva', c.1615. Mauritshuis, Nederland.


Voor Marx is de mens onherroepelijk een sociaal wezen. Soms zijn het zelfs kuddedieren, dat wat rest van de evolutie. De mens staat evolutionair dichter bij het dier dan hij wel eens beseft maar al met is hij meer dan een dier. Mensen onderscheiden zich van dieren door zijn scheppend vermogen ofwel arbeid die voortkomt uit zijn geest.  

“Was aber von vornherein den Schlechtesten Baumeister for der besten Biene auszeichnet, ist, dass er die Zelle in seinem Kopf gebaut hat, bevor er sie in Wachs baut.” (Das Kapital geciteerd in Landshut XXXVII). 

Voor Marx staat Arbeid centraal in de mens als het vermogen om zich uit het moeras van de noodzaak en de behoeften te trekken, zich te bevrijden uit het rijk van de noodzaak en het rijk van de overvloed binnen te treden. Arbeid maakt de mens vrij, kan hem tot een volledig mens maken.

Menswording door arbeid, wie had dat gedacht van Marx? Daarmee ontkracht Marx de Bijbelse kijk op arbeid. In de Bijbel staat immers dat arbeid het gevolg is van de uitdrijving uit het paradijs, van menselijke volmaaktheid naar het menselijk tekort. “In het zweet van uw gezicht zult u brood eten, totdat u tot de aardbodem terugkeert, omdat u daaruit genomen bent; want stof bent u en u zult tot stof terugkeren.“ (Genesis 3:19)

Arbeid als straf van God tot de dood er op volgt. Voor Marx daarentegen is Arbeid het toppunt van menswording waarlangs hij zich een paradijs kan scheppen voor zichzelf en zijn medemensen, een paradijs waarin ieder naar vermogen bijdraagt en naar behoeften ontvangt. Arbeid is waar het volgens Marx om draait, het is het zwaartepunt van zijn mensopvatting. 

Marx ziet natuurlijk ook wel dat in het echte leven Arbeid alles behalve bevrijdend is. Integendeel, Arbeid werkt vervreemdend, het berooft hem van zijn bestemming mens te worden. Hoe komt dat? Wat is de oorzaak dat de mens zich in de loop van de geschiedenis zich vervreemd heeft van zijn bestemming? Wat zijn de obstakels die de menswording der mensen in de weg staan?

Marx verwijst naar de geschiedenis van de mensen waarin die vervreemding zich heeft voltrokken. Maar in navolging van Hegel meent hij dat de geschiedenis het pad is naar menswording, de geschiedenis van de arbeid. Marx stort zich op de arbeidsverhoudingen en bijgevolg op de sociaal-politieke economie om te achterhalen hoe dat precies zit.

 

vrijdag 7 februari 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG 46: KRITIESE UNIVERSITEIT

Aktie Komitee Kritiese Universiteit, Anthoney Fairley, Katholiek Documentatie Centrum
Ik probeer mijn gevoelens op orde te krijgen. Door een verlaten Nijmegen naar huis rijden zou me alleen nog maar eenzamer maken. De bijeenkomst interesseert me matig maar is mijn enige afleiding onderwijl mijn treurige gemoed zich enigszins kan herstellen. Ik probeer me op de debatten te concentreren maar vind weinig houvast. 

Waar hebben zij het over? Hun ernstige gezichten spreken van academische boekdelen. Sommigen zijn een en al aandacht, anderen kijken verstrooid of verveeld voor zich uit.  Een houding van niks nieuws onder de zon. Ik hoor bekende en onbekende woorden en namen. Demokratisering is het bekendste woord gevolgd door maatschappij kritiek, konsumptiemaatschappij en burgerlijke samenleving. Van de Frankfurter Schule had ik nog nooit gehoord.


“De Frankfurter Schule is een Duitse sociologische en filosofische stroming in de hedendaagse filosofie die ontstond in de eerste helft van de 20ste eeuw en zich bezighoudt met de maatschappijkritische, neomarxistische, kritische theorie. De stroming werd opgericht door Theodor Adorno en Herbert Marcuse van het Institut für Sozialforschung te Frankfurt. Leden van de Frankfurter Schule willen het wetenschapspositivisme ontmaskeren en de democratie verdedigen in het naoorlogse Duitsland" (Wikipedia: Frankfurter Schule)


Het Marxisme is mij bekend dankzij colleges filosofie. Dat er ook een neo-marxisme is dankzij de Frankfurter Schule is dan weer nieuws voor me. Adorno ken ik van college sociaal-psychologie. 

Hij is de uitvinder van de autoritaire persoonlijkheid, naar het schijnt de persoonlijkheid waaruit een fascist kan ontstaan. Maar voor fascisme en ook nazisme komt meer kijken dan autoritaire personen. Waarom kozen Duitsers en Italianen zulke autoritaire figuren zo massaal in hun parlement? Waarom vonden ze het normaal dat Nazi's en Fascisten er een eigen geüniformeerd legertje op na hielden? Waarom lopen mensen zo graag in uniformen en houden ze van massa bijeenkomsten? Waarom heben mensen een zondebok nodig zoals de Joden bij de Nazi's? De wetenschap heeft nog bergen te verzetten, wil ze mensen doorgronden. 

Marcuse is gloednieuw voor mij. Zijn naam begint met een M net als van Marx, maar dat slaat nergens op. Ik hoor dat hij de moderne criticus van de consumptiemaatschappij is met zijn burgers die geen ander levensdoel meer hebben dan consumeren. In zijn boek “De ééndimensionale mens” (1964) schrijft Marcuse  “dat we leven in een gesloten wereld van burgerlijkheid, gebrek aan sensualiteit, milieuverontreiniging, imperialisme, oorlogen en oorlogsdreigingen. … Volgens hem reduceerde het kapitalisme burgers tot louter consumenten. De eendimensionale mens kan zich alleen de werkelijkheid voorstellen, zoals die nu is en hij is niet bereid om naar verandering te streven. Bij tweedimensionaliteit komt de kritische splijting tussen wat bestaat en wat mogelijk is in termen van een betere en menswaardiger wereld pas echt aan de orde. In de woorden van een geestverwant van Marcuse, Ernst Bloch, klinkt dat zo: 'Was ist kann nicht wahr sein.’” (Wikipedia: Marcuse).

De strekking van zijn opvatting komt me bekend voor. Bij Philips had ik het met mijn vriend Zwaan al over onze weerzin tegen de burgerlijke samenleving. Voorlopig heb ik genoeg gehoord en gezien en besluit naar huis te gaan. Nog steeds teneergeslagen dat ik Roodkapje ben kwijt geraakt, rij ik op mijn Vespa door Nijmegen. De mogelijkheid van zo maar een avontuurlijke avond is gevallen in de vergaderput van de Kritiese Universiteit. Hoe anders had de avond kunnen zijn? Zou Marcuse dit bedoeld hebben als hij heeft over wat bestaat en wat mogelijk is? Ik besta en Roodkapje is mogelijk?


(verschijnt elke vrijdag)