Posts tonen met het label kernafval. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kernafval. Alle posts tonen

woensdag 20 april 2022

50. HET KAN DOOIEN. HET KAN VRIEZEN. KERNAFVAL

 


Het grote gevaar van kernenergie zit hem niet zozeer in de risico’s op een ongeluk of ramp maar de opslag van het afval, een probleem waar de industriële samenleving sowieso mee worstelt.  Kernafval neemt daarin een bijzondere plaats in vanwege de hoeveelheid straling die gevaarlijk is voor mensen. 

Voor Greenpeace is geen enkele twijfel mogelijk dat die straling levensgevaarlijk is. Zij vergroten het probleem door alle afval als gevaarlijk te bestempelen en het risico op een ramp te benadrukken. Greenpeace jaagt zijn lezers angst aan.

“Kerncentrales gebruiken uranium als brandstof. Er is in de bijna 70 jaar kernenergie wereldwijd al zo’n 400.000 ton aan hoogradioactief afval geproduceerd waar we niet van weten wat er mee te doen – dat is zo’n 150 km aan vrachtwagens vol met een onoplosbaar en gevaarlijk probleem.  Veel ervan ligt opgeslagen in waterbassins die continu moeten worden gekoeld. Als die koeling wegvalt, kan dat tot een ramp leiden. Geen enkel land heeft tot nu toe een definitieve oplossing voor dit afval. “ 

Milieudefensie van hetzelfde laken een pak. Ook zij jagen hun lezers zoveel mogelijk angst aan. 

“Kerncentrales leveren maar weinig kernafval op. Maar dat afval moet tot wel 240.000 jaar van de buitenwereld afgesloten bewaard worden. Dus als bijvoorbeeld de Neanderthalers kerncentrales hadden gehad, zaten wij nu nog met hun afval opgescheept. Dat afval moet al die tijd veilig opgeslagen blijven. En bewaakt. Er is wereldwijd nog geen plek gevonden waar dat veilig kan.”

Het Internationaal Atoomenergieagentschap dat samen met de Europese Commissie en het Nucleaire Energieagenschap wereldwijd de cijfers bijhoudt over productie en opslag van radioactief afval, geeft heel wat meer genuanceerde informatie.

“Volgens deze cijfers waren er tot en met 2016 wereldwijd bijna 38 miljoen m³ vaste radioactieve afvalstoffen geproduceerd. Hiervan was meer dan 80% als reeds (definitief) afgevoerd aangemerkt en de rest bevond zich in tijdelijke opslag. Radioactief afval met de hoogste radioactiviteit en/of met de langste halfwaardetijd (HLW) vormt het kleinste deel van de vaste radioactieve afvalstoffen wereldwijd (ca. 0.08% van totaal vrijgekomen en 0.41% van totaal opgeslagen), maar is nog niet voorzien van een definitieve afvoer.” (Wikipedia: radioactieve stoffen)

Wetenschappelijk gesproken valt het afvalprobleem mee. “Wanneer men kernafval een eeuw bewaart (bijvoorbeeld in een bunker zoals van de COVRA in Borssele), is 90 % van de straling verdwenen. De radioactiviteit die resteert, is te vergelijken met wanneer u in het ziekenhuis wordt doorgelicht. Dat is wel riskant - het verhoogt de kans op kanker - maar wel een risico waarmee we kunnen omgaan. Je kunt het afval dan veilig onder de grond opbergen. Het afval heeft na een paar eeuwen immers ongeveer dezelfde straling als het oorspronkelijke uraniumerts en dat heeft per slot van rekening miljoenen jaar onder de grond gezeten zonder dat het bewaakt werd door gewapende beveiligers of dat er waarschuwingsborden in twintig talen bij stonden.” (Simon Rozendaal in EW van 2 april 2022)

Kernafval behoort tot de aanvaardbare risico's die bij een geïndustrialiseerde samenleving horen zoals ook daar zijn vliegen, autorijden, ruimtevaart, operatief ingrijpen, medicijnen met bijwerkingen, vaccinaties enz. enz. 

De alternatieven voor energievoorziening zoals de door Greenpeace en Milieudefensie gepromote windmolens en zonnepanelen hebben ook ene afvalprobleem. Zo weet men zich nog geen raad met versleten wieken. Die zijn niet te recyclen zodat ze voorlopig ook maar begraven worden.  

“Voor drie van de belangrijkste onderdelen van het klimaatbeleid, te weten windmolens, zonnepanelen en elektrische voertuigen, geldt dat er de komende jaren een groot afvalprobleem gaat ontstaan. Voor alle drie geldt dat:
er zeer grote aantallen van nodig zijn;
de levensduur relatief kort is;
de gebruikte materialen voor een groot deel niet herbruikbaar zijn.

De materiaalbehoefte is voor alle drie bijzonder groot en daarmee ook het afvalprobleem. Voor zonne- en windenergie geldt dat de materiaalbehoefte zeker 10 keer zo groot is als bij energiewinning met fossiele brandstoffen. Een groot deel van de grondstoffen is niet te hergebruiken. Het woord hernieuwbaar voor deze energiebronnen is daarom ook minder gelukkig gekozen; ze verbruiken weliswaar geen brandstoffen, maar wel grote hoeveelheden grondstoffen. Onderstaande grafiek geeft een indicatie van het materiaalgebruik van CO₂-arme energiesoorten.”

Voor één windturbine is zo'n 900 ton staal, 2.500 ton beton en 45 ton kunststoffen benodigd. Alleen het staal is relatief goed te hergebruiken. De gewapende betonvoet kan alleen maar met betonbrekers omgezet worden in kleine brokjes betonpuin (betongranulaat). Hiervoor zijn zware machines nodig die veel energie verbruiken. . . Het grootste afvalprobleem van windmolens heeft te maken met de wieken van de molen. Deze zijn grotendeels gemaakt van kunststoffen: een mengsel van glasvezel of carbonvezel met composietmateriaal. Door deze gemengde samenstelling is het materiaal erg moeilijk te recyclen. Het storten van de bladen is in Nederland niet toegestaan, maar in grote delen van de wereld gebeurt dit wel.”
(zie: klimaatfeiten.nl) 

Vergelijk dit eens met het afzinken van het Shell olieplatform De Brentspar in de Noordzee waar Greenpeace indertijd zo een kabaal over gemaakt heeft. Naderhand bleek tot schande van Greenpeace  dat ze het ook nog eens glad mis hadden. Olieplatforms stellen niets voor vergeleken met wat er nu op zee wordt neergezet aan windmolens. Maar daar horen we Greenpeace niet over.

(wordt vervolgd)

woensdag 12 januari 2022

36. HET KAN VRIEZEN, HET KAN DOOIEN. KERNAFVAL

 


Blijft een belangrijk punt over. Hoe gevaarlijk zijn kernenergiecentrales voor mens en milieu? Het zal niet verbazen dat hierover de meningen verdeeld zijn. Wat is veiligheid? Statistisch bezien is vliegen veiliger dan welke vorm van vervoer dan ook. Er vallen minder doden per kilometer maar als er doden vallen dan is het meteen een ramp die veel levens kost.

“Wie een eerlijke vergelijking maakt en kijkt naar het aantal sterfgevallen per opgewekt giga- wattuur, ziet dat kernenergie juist de veiligste energiebron is. Het beeld van onveiligheid ontstond doordat ongelukken – denk aan Tsjernobyl –  zeer zichtbaar zijn en de gevolgen sterk overdreven zijn door tegenstanders. Bij het ongeluk in het Japanse Fukushima in 2011 viel maanden later één dode. De ‘duizenden’ slachtoffers die vaak worden genoemd, kwamen om bij de tsunami, niet door straling. Wrang genoeg veroorzaakte de grootschalige evacuatie meer schade dan het ongeval zelf.” (EW Klimaatgids). 

Er bestaat geen absolute veiligheid. Hoeveel er ook gecontroleerd wordt, hoeveel eisen aan de bouw van een kerncentrale ook worden gesteld en dat zijn er heel veel en wel zoveel dat de kosten van de bouw erg hoog zijn, de kans op een ongeluk, een kernramp is nooit nul. Grote kernrampen waren die van Tsjernobyl in Oekraïne, het gevolg van een verkeerd gelopen experiment, en de hierboven genoemde ramp met de Japanse kerncentrale Fukushima maar dan als gevolg van een vloedgolf. De laatste ramp was voor Duitsland zelfs aanleiding om te stoppen met alle kernenergie.

“Volgens de WHO zijn er sinds de kernramp in Tsjernobyl voorlopig nog maar 50 doden gevallen als gevolg van radioactiviteit. Dit cijfer zal volgens de World Health Organization nog stijgen naar 4000. De schade is allicht niet alleen te meten in doden, omdat er ook andere effecten van de ramp in het spel zijn, bijv. de mentale problemen die bij een heel groot deel van de 530.000 mensen die op deze fatale dag in 1986 in Tsjernobyl aanwezig waren. “ (Wikipedia: Kernramp van Tsjenobyl)

Greenpeace, Milieudefensie en andere groene clubs vinden de schattingen van het aantal slachtoffers veel te laag. Zij gaan er vanuit dat de besmettingscijfers uiteindelijk tot veel meer doden zullen leiden. Zoals gebruikelijk trekken ze de feiten richting alarmisme.

“Het verschil in resultaten met de officiële VN-resultaten, komt doorgaans door de interpretatie van de gevolgen van kleine stralingsdoses. Het meest gangbare risicomodel voor stralingsdoses gaat uit van een lineaire (evenredige) relatie tussen dosis en effect. X keer zoveel straling betekent dan eenzelfde X keer zo grote kans op kanker. Het gaat bovendien alleen uit van externe straling, waarbij het effect van radioactieve stoffen die men op andere wijzen heeft binnen gekregen, zoals inhalatie, niet is betrokken. Bij grote doses functioneert dit model goed en voorspelt het accuraat het extra aantal kankergevallen. Maar bij heel lage stralingsdoses gaat dit model niet op. Negeert men dit feit, en past men het model toe op een grote groep van mensen die een zeer lage dosis heeft ontvangen, dan kan dit leiden tot grove overschattingen van de gevolgen." 

Het gevaar van kernafval zit hem in de radioactieve straling die effect kan hebben op het lichaam. Over het algemeen kan een menselijk lichaam met een hoeveelheid straling goed overweg maar een overdosis aan straling kan dodelijk zijn. Kernafval blijft heel lang stralingsgevaarlijk en moet dus voor lange tijd veilig opgeborgen worden.

“Het Internationaal Atoomenergieagentschap, de Europese Commissie en het Nucleaire Energieagentschap houden gezamenlijk cijfers bij over de wereldwijde productie en opslag van radioactief afval vanaf 1954. Volgens deze cijfers waren er tot en met 2016 wereldwijd bijna 38 miljoen m³ vaste radioactieve afvalstoffen geproduceerd. Hiervan was meer dan 80% als reeds (definitief) afgevoerd aangemerkt en de rest bevond zich in tijdelijke opslag. Radioactief afval met de hoogste radioactiviteit en/of met de langste halfwaardetijd (HLW) vormt het kleinste deel van de vaste radioactieve afvalstoffen wereldwijd (ca. 0.08% van totaal vrijgekomen en 0.41% van totaal opgeslagen), maar is nog niet voorzien van een definitieve afvoer.” (wikipedia: radio actief afval)

Het afval probleem is (nog) niet opgelost. Of er ooit een definitieve oplossing komt, ongevaarlijke straling voor mens en dier, weet niemand. Er zijn allerlei ideeën over maar elk idee heeft ook zijn nadelen.

Voor- en tegenstanders van kernenergie zijn het hier in ieder geval over eens: het leven aan de oppervlakte is te veranderlijk en onbetrouwbaar om kernafval duizenden of zelfs honderdduizenden jaren lang aan toe te vertrouwen. Ga maar na: in de afgelopen 100 jaar zijn er twee wereldoorlogen geweest. De bovenwereld is instabiel. De mens moet dus op zoek naar een systeem dat ‘passieve veiligheid’ biedt.

"Wat te doen? Er is gesproken over het verbannen van het afval naar de bodem van de diepste zee, maar de vraag rees al snel: moet je de kraamkamers van de wereld wel in gevaar willen brengen? Een ander idee was om het afval met raketten de ruimte in te sturen, maar wat als er bij het afvuren van de raket een ontploffing ontstaat? Als er iets misgaat zijn de gevolgen zó groot, dat het kleinste risico al bijna onoverkomelijk is.

De meeste landen pleiten uiteindelijk voor een zogenoemde ‘geologische eindberging’. Dat is een tunnelstelsel in de ondergrond dat miljoenen, zo niet miljarden jaren geleden gevormd is in zout, klei of graniet. Verhoef: “Je kunt met monsters van die lagen terugkijken in de geschiedenis en zien dat de tijd daar als het ware heeft stilgestaan.” Naar eindberging in de Boomse kleilaag in Nederland, die zo’n 40 miljoen jaar oud is, deden wetenschappers van onder andere de TU Delft, TNO, NRG, Deltares, het Belgische SCK-CEN en de Britse geologische dienst onderzoek in een programma dat in 2017 werd afgerond. De uitkomst gaf volgens Verhoef “voldoende zekerheid” dat het tunnelcomplex van kilometerslange gangen met dwarstunnels technisch een werkbare oplossing oplevert." (Down to Earth, platform voor Groene Journalistiek)

 

(wordt vervolgd)