Posts tonen met het label dienstmeid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dienstmeid. Alle posts tonen

vrijdag 31 juli 2026

99. MEXICAANSE VERTELLINGEN. HOOP OP EEN NIEUW BEGIN

 

De wasplaats van San Miguel Regla, Mexico 1978.

Dat ze in het dorp blijft wonen om de erfenis van Diego tegen oplichters te beschermen, is voor Sara een offer. Geen offer uit liefde. Haar liefde is in de loop der jaren overgegaan naar plichtsgevoel. Vanwege de kinderen blijft ze bij Diego. Een nieuw leven opbouwen met de kinderen maar zonder Diego ziet ze niet zitten. De mogelijkheden zijn te beperkt.


Ze woont in het dorp om hun mogelijke nieuwe bezit te beschermen. Want dat zou hun kunnen bevrijden uit de sleur van hun bestaan, vooral van het altijd maar zuinig moeten zijn. Ze kunnen zich weinig permitteren. Dat is op zich geen ramp, ze is niet met geld opgevoed en kan goed sober leven, maar een kleine beetje meer armslag zou fijn zijn.


Sinds hun huwelijksreis naar Acapulco, lang geleden dus, zijn ze nooit meer samen ergens naar toe geweest behalve dan naar het dorp van haar ouders en schoonouders. Terwijl Diego door half Mexico heeft rond gezworven en allerlei mensen heeft ontmoet en veel heeft meegemaakt, zat zij gevangen in haar geboorte dorp en later in haar dienstmeiden bestaan. 


Na haar huwelijk is ze van dienstmeid in de baan van voltijdse huisvrouw gerold, maar dat was net getrouwd zijnde geen probleem. De liefde gaf aan alles de glans van het nieuwe en spannende. Het gevoel alleen al dat ze kon meebeslissen over hun toekomst werkte bevrijdend. Dat ze eerst nog als dienstmeid moest blijven werken, vond ze dan ook geen enkel probleem. Alles zou straks immers anders worden.


In die tijd van grote verwachtingen brachten ze boeiende avonden of weekeinden door met David, diens vriendin Frida en allerlei andere vrienden uit de wereld van de kunsten en de revolutie. Het was precies zoals ze zich haar nieuwe leven had voorgesteld. Haar droom werd werkelijkheid.


Op zulke momenten had ze het gevoel dat ze van top tot teen leefde en misschien nog veel belangrijker, meetelde in wat zij de Grote Wereld noemde. Als dienstmeid had ze die Grote Wereld leren kennen, op gepaste afstand natuurlijk. Dat wat ze toen zag, maakte ze nu zelf mee samen met Diego.


Maar Diego trok zich langzaam maar zeker terug uit de Grote Wereld van de kunsten. Toen hij zijn tekort aan talent begon te ontdekken, gaf hij die wereld meteen en zonder veel spijt op. Als hij talent had gehad, was hij zeker doorgegaan om een bekend of misschien zelfs groot schilder te worden maar nu hij besefte dat het niet mogelijk was bij gebrek aan talent, maakte hij er ook maar meteen een einde aan.


Van de weeromstuit begon hij terug te verlangen naar het dorpsleven als zijnde het enige echte leven waar hij in past. Hij begon steeds vaker herinneringen aan zijn jeugd in het dorp op te halen. Die gesprekken deden Sara pijn omdat ze besefte wat ze voor hem betekenden en zij daar niet in kon meegaan. Daarom probeerde ze dat soort gesprekken te mijden. 


Dat snapte Diego niet en zag haar afkeer van zijn herinneringen als een vorm van verraad aan hun liefde. Diego zag niet dat haar dorpsherinneringen niet waren zoals die van hem, iets waar je met plezier naar terug kunt kijken.



vrijdag 18 maart 2022

40. HET BELOOFDE LAND. MARIA

 

Dora en Maria aan tafel in het appartement van onze vrienden waar we tijdelijk in wonen.

Sinds ik in Colombia verblijf worstel ik met de kwestie van de armoede. Ik heb nooit armoede gekend, wel soberheid. Voor een arbeidersgezin in die tijd, vlak na  de Tweede Wereldoorlog, was dat normaal. Het was de tijd van de wederopbouw en daarbij hoorde de slogan “een beter toekomst", maar dat was niet meteen het geval. Er moest eerst flink gewerkt en gespaard worden.Dat leerden we op school door elke week een zegel te kopen van 25 cent en die in het spaarboekje van de Rijkspostspaarbank te plakken. Zo leerden we al vroeg zegeltjes plakken.

Ik meen dat mijn vader als slager bij varkensslachterij Zwanenberg  veertien gulden per week verdiende. Geen vetpot maar je kon er als gezin met drie kinderen van leven. Veel extra’s zat er niet in maar dat hindert niet als je niet beter weet. In de zomer verdienden we wat extra’s door samen boontjes te rengen voor de conservenfabriek van Zwanenberg.

Het belangrijkste voor ons gezin was de zekerheid van een wekelijks inkomen. Mijn vader had een vaste baan waardoor we een huis konden huren, zo goedkoop mogelijk, zonder luxe maar goed genoeg. Pas toen we verhuisden naar een rijtjeshuis in de Merelstraat in een nieuwe uit de grond gestampte naoorlogse woonwijk, hadden we wat meer comfort. Mijn moeder hoefde niet meer in een aan de keuken aangebouwd portaaltje op een butagasstel te koken en we hoefden ons ook niet meer in de keuken te wassen. Vooruitgang kan heel eenvoudig zijn. 

De Colombiaanse gezinnen in de armoedewijken van Bogotá hebben geen enkel vooruitzicht op een betere toekomst tenzij je het een vooruitgang vindt om van een armoedige hut op het platteland  te verhuizen naar een zelfgebouwde hut in de stad op een illegaal stuk grond in een krottenwijk. Je zou kunnen zeggen dat ze van de regen in de drup terecht zijn gekomen maar ja, de stad biedt meer kansen dan het platteland. De krotten zijn gebouwd van afval hout, blik, plaat geslagen vaten, zelf gemaakte cementblokken en zelfs karton. Een flinke regenbui en het hutje is naar de knoppen. 

Een vaste baan als basis voor het gezinsleven zoals mijn vader had, is er niet bij. Veel vaders en moeders zien zich daarom genoodzaakt wat straathandel te drijven in het centrum van de stad, zich te verhuren als dagloner of als dienstmeid. Wij doen voor het eerst van ons leven ervaring op met zo een inwonend dienstmeisje in het appartement van onze vrienden waarin we tijdelijk kunnen wonen. Dankzij een verkregen beurs zijn ze op reis naar de Verenigde Staten ter voorbereiding van een jaar studie aan een universiteit in New York.  

Hoewel het een piepklein appartement is, is er toch rekening gehouden met een inwonend dienstmeisje. Ze slaapt in een heel klein kamertje, bijna het formaat van een ingebouwde kast. Maria, zo heet ze, heeft net zoveel moeite om aan ons te wennen als wij aan haar. Wij kunnen het niet over ons hart verkrijgen dat zij het eten opdient om daarna  in de keuken in haar eentje te moeten eten. We nodigen haar uit aan onze tafel. 

Het onvoorziene gevolg is dat de verhoudingen zoek raken. Ze beslist om geen koffie op te dienen aan enkele vrienden die bij ons op bezoek zijn. Bij navraag blijkt dat ze twee van de drie vrienden niet mag. We leggen haar uit dat het niet aan haar is om daarover te beslissen. Soms bemoeit ze zich ongevraagd met zaken die niet voor haar bestemd zijn. Onze uitleg stuit op onbegrip en zelfs op tranen. Het valt niet mee om een dienstmeisje in huis te hebben en  dan heb ik het nog niet over ons gevoel dat we geen privéleven meer hebben. Het loopt gelukkig goed af omdat onze vrienden bijtijds terugkeren zodat wij, zoals was afgesproken, kunnen verhuizen naar het appartement van Rosier. 

(wordt vervolgd)