Posts tonen met het label satellietmetingen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label satellietmetingen. Alle posts tonen

woensdag 22 december 2021

33. HET KAN VRIEZEN, HET KAN DOOIEN. ENERGIE ARMOEDE (Global Warming Skepticims for Busy People 2)

 

Demonstratie tegen klimaat ontkenners met een oproep om ze buiten de wetenschap te plaatsen en het wetenschappelijk museum. De demonstratie is gesponsord door Greenpeace (bron: Website Greenpeace)

Hieronder deel 2 van een beschrijving van het boek 'Global Warming Skepticism for Busy People' van voormalig NASA medewerker en klimatoloog Roy Spencer op Amazon. com.

"Bij nader onderzoek blijkt dat de meme "97% van de klimaatwetenschappers het eens is" onnauwkeurig, misleidend en nutteloos is voor besluitvorming; menselijke oorzaak van opwarming wordt eenvoudig aangenomen door de overgrote meerderheid van klimaatonderzoekers. In tegenstelling tot wat velen hebben geleerd, zijn er geen duidelijke veranderingen geweest in zwaar weer, waaronder orkanen, tornado's, droogtes of overstromingen. Ondanks een actief seizoen van natuurbranden in 2018, zijn natuurbranden op de lange termijn afgenomen, hoewel dat kan veranderen als er geen goed bosbeheer is.

Proxy-bewijs van veranderingen in temperatuur en Arctisch zee-ijs in het verleden suggereert dat opwarming en afname van het zee-ijs in de afgelopen 50 jaar niet ongebruikelijk is, en gedeeltelijk of zelfs grotendeels natuurlijk. De Antarctische ijskap stort niet in, maar blijft stabiel. De menselijke component van zeespiegelstijging blijkt hoogstens slechts 1 inch per 30 jaar te zijn (25% van de waargenomen stijging); en het laatste bewijs is dat meer CO2 opgelost in oceaanwater goed is voor het leven in zee, niet schadelijk.

Toegegeven, de aanhoudende uitstoot van CO2 door de verbranding van fossiele brandstoffen zal naar verwachting een deel van onze recente opwarming veroorzaken (en waarschijnlijk hebben veroorzaakt). Maar de Overeenkomst van Parijs, zelfs als deze wordt verlengd tot het einde van de 21e eeuw, zal geen meetbaar effect hebben op de temperatuur op aarde, omdat de regeringen van de wereld beseffen dat de mensheid de komende decennia afhankelijk zal zijn van fossiele brandstoffen.

Ondanks nieuwsberichten en verklaringen van politici, zijn internationale afspraken om de CO2-uitstoot te verminderen allemaal economische pijn zonder waarneembare klimaatwinst. Wat door de overheid opgelegde afhankelijkheid van dure en onpraktische energiebronnen zal doen, is de energiearmoede vergroten, en armoede is dodelijk. Dit nadeel van illusoire inspanningen om "de aarde te redden" wordt al ervaren in het VK en elders.

Als mensen zich oprecht zorgen maken over het welzijn van de mensheid, moeten ze alarmisme over de opwarming van de aarde afwijzen. In termen van milieuregelgeving zal het eindresultaat van de Endangerment Finding van de Amerikaanse EPA een verminderde welvaart voor iedereen zijn en klimaatwinst voor niemand. Het goede nieuws is dat er geen wereldwijde opwarmingscrisis is, en dit boek zal burgers informeren en regeringen helpen beslissingen te nemen die de meeste mensen ten goede komen en de minste schade berokkenen."

Het aardige is dat de Nederlandse metingen gelijk lopen met die van Roy Spencer. Volgens het KNMI is Nederland de afgelopen honderd jaar de temperatuur gemiddeld met 0,015°C per jaar gestegen wat overeen komt met 1,5°C per eeuw. of 0,15 per tien jaar. Spencer’s satellietmetingen komen uit op een lineaire opwarmingstrend sinds januari 1979 op een opwarming van 0,14 per tien jaar. Tot nu toe is er geen sprake van versnelling van de opwarming gemeten ondanks dat de hoeveelheid CO2 de afgelopen jaren alleen maar is toegenomen. 

Zijn globale satellietmetingen die hij maandelijkse publiceert op zijn website wijzen in dezelfde richting van een gestage opwarming die niet alarmerend is: The linear warming trend since January, 1979 remains at +0.14 C/decade (+0.12 C/decade over the global-averaged oceans, and +0.18 C/decade over global-averaged land). Zie de tot en met november dit jaar bijgewerkte grafiek naast de blog.

(wordt vervolgd) 

woensdag 26 mei 2021

3. HET KAN VRIEZEN, HET KAN DOOIEN. BROEIKASGAS.

Sinds 2016 lijkt sprake van een voorzichtig dalende lijn in de gemiddelde aardtemperatuur. De metingen zijn nog te kort van duur om met zekerheid van een daling te kunnen spreken.

 

De opwarming van de aarde staat tot nu toe zo goed als zeker vast, maar  hoeveel precies daarover verschilt men behoorlijk van mening, zo hebben we in de vorige blog van deze serie kunnen lezen. De vraag is hoe groot de bijdrage van het zogeheten broeikasgas CO2 aan de opwarming is. Is het de enige factor of zijn er meer en zo ja hoe verhouden die zich tot elkaar?
 

Wat zegt de Koninklijke Academie daarover?

1. De concentratie CO2 in de atmosfeer is toegenomen. De natuurkundige eigenschap van CO2 is dat het warmte vasthoudt en  werkt vanwege die eigenschap als een broeikasgas.

2. De toename van het broeikasgas CO2 in de atmosfeer is het gevolg van het toenemend gebruik van de fossiele brandstoffen aardolie, kolen en gas.“De aarde warmt op door de zon, terwijl broeikasgassen de afkoeling van de aarde belemmeren.” (blz.18 KNAW brochure). Populair gezegd ons afkoelingssysteem wordt door het broeikasgas ontregeld.

3. Tot hoeveel opwarming kan het broeikasgas leiden? De schattingen lopen daarbij flink uiteen van 1°C tot meer dan 4°C. Er zijn zelfs wetenschappers die vinden dat meer CO2 niet leidt tot opwarming, maar “er is eigenlijk niemand die meent dat de toename leidt tot afkoeling.” (blz.19 KNAW brochure)

4. Een oorzakelijk verband tussen stijging van CO2 in de atmosfeer en de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde is in strikte zin niet te bewijzen. Meer nog “Beide verschijnselen zouden bijvoorbeeld wel eens het gevolg kunnen zijn van een onbekende, achterliggende oorzaak.” (blz. 19 KNAW brochure)

5. De klimaatgeschiedenis van de aarde leert dat stijging van temperaturen op aarde gepaard gaat met stijging van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer. Maar er is een maar: “Naast broeikasgassen, zoals kooldioxide, methaan en waterdamp, hebben ook oceanen, ijskappen, de biosfeer -alles wat leeft op onze planeet- een belangrijke invloed op het klimaat.” 

Aangezien experimenteel onderzoek naar het oorzakelijk verband tussen hoeveelheid CO2 in de atmosfeer en de stijging van de aardtemperatuur niet mogelijk is, moet men wel gebruik maken van computermodellen en reconstructie van het klimaatverleden. “Het wetenschappelijk klimaatdebat gaat niet alleen over de interpretatie van meetgegevens, maar ook over de bruikbaarheid van de modellen.” (blz.20 KNAW brochure) 

Het zal derhalve niemand verbazen dat de meningen over het betekenis en gebruik van beide methoden nogal verdeeld zijn. Dat heeft er al toe geleid dat er tientallen computermodellen van klimaatverandering in omloop zijn elk met hun eigen invalshoek en berekeningen.


Een van de weinige klimaatsceptische wetenschapsjournalisten, Elsevier columnist Simon Rozendaal, vermoed dat er waarschijnlijk sprake is van opwarming van de aarde veroorzaakt door het broeikasgas. Hij geeft daarvoor 3 argumenten.

- Volgens hem zijn er in het verleden tal van oorzaken voor opwarming en afkoeling geweest: een andere stand van de aardas, een andere baan om de zon, onbegrepen wisselingen in zonneactiviteit, oceaanstromingen, vulkaanuitbarstingen enz. Maar de huidige opwarming gaat sinds 1900 snel en niet over duizenden jaren zoals in het verleden en dat past volgens wetenschapsjournalist Simon Roozendaal bij de stijging van CO2 in de atmosfeer. (Simon Rozendaal, “De opwarming komt door ons (denk ik…)”, blz.70 en 71 in EW van 8 mei 2021.

- De tweede reden waarom hij denkt dat er een verband is tussen broeikasgas en opwarming, is zijn vertrouwen in de wetenschap die per slot van rekening ook het Coronavaccin heeft voortgebracht. 

- Ten derde zijn de klimaatmodellen de laatste jaren sterk verbetert en dus geloofwaardiger.

Terwijl Rozendaal zijn scepsis over het oorzakelijk verband tussen opwarming van de aarde en de uitstoot van broeikasgas laat varen, blijft de website climategate.nl wetenschappelijke vraagtekens zetten bij de hypothese dat de aarde opwarmt als gevolg van toenemende uitstoot van CO2. 

De vraag is zelfs of de aarde wel opwarmt? De grafiek boven aan deze blog van de UAH Satellite-Based Temperature of the Global Lower Atmosphere (een meetsysteem dat ik in aflevering 2 van deze serie heb uitgelegd) laat zien dat sinds 2016 niet van een echte temperatuurstijging sprake is, in ieder geval niet in die alarmerende mate als wel eens in de media gesuggereerd wordt. 

Dat roept de vraag op of er een plafond is aan de stijging van de temperatuur in de atmosfeer ondanks de nog altijd stijgende uitstoot van CO2 al is de stijging minder hard dan voorheen. (Zie grafiek hieronder). Of deugt de meting uiteindelijk niet of is er om een of andere reden een pauze in de temperatuurstijging van de aardse atmosfeer zoals bijvoorbeeld een verminderde zonneactiviteit? Op die vraag komen we verderop nog terug. (zie: H. Labohm,  “Wanneer komt nu toch die verschrikkelijke klimaatcrisis?”, www.cliamtegate.nl, 8 maart 2021)

Ondanks de Coronacrisis neemt de uistoot van CO2 nog altijd toe.

(wordt vervolgd)

 

woensdag 19 mei 2021

2. HET KAN VRIEZEN, HET KAN DOOIEN. METEN VAN DE OPWARMING

 

Grafisch in beeld gebrachte factoren die van invloed zijn op het klimaat (Wikipedia, Opwarming van de Aarde)

Warmt de aarde inderdaad op of niet? Als de aarde niet opwarmt dan is de zogeheten klimaatcrisis meteen en definitief van de baan. De op zich simpele vraag naar opwarming blijkt moeilijker te beantwoorden dan je zou denken. Er zijn veel antwoorden mogelijk op basis van net zoveel veronderstellingen of speculaties, het is maar hoe je ze noemt.

De KNAW brochure bevestigt in ieder geval dat de aarde opwarmt.
“De afgelopen eeuw is de temperatuur van het aardoppervlak tussen de 0,6 en 0,9 gestegen. dat is een gemiddelde : terwijl de gematigde streken en de poolstreken vrij sterk opwarmden, warmden de tropen veel minder op. … de gemiddelde temperatuur van alle meetstations op aarde tezamen is sinds 1980 elke tien jaar met ongeveer 0,2°C gestegen.” (KNAW brochure, blz. 18)

Het is op zijn minst merkwaardig dat de opwarming ongelijk verdeeld over de aarde plaatsvindt: meer in de poolstreken en de gematigde gebieden, minder in de tropen. De waarneming klopt met metingen. De aarde warmt met name op in de streek van de Noordpool en het noordelijk halfrond. Sterker nog Nederland zelf is  meer dan gemiddeld opgewarmd in de laatste decennia. Ik heb daar al melding van gemaakt in een vorige blog. (Klimaatraadsel Nederland, blog van 13 april j.l.)

Het KNMI heft twee verklaringen voor deze Nederlandse anomalie: schonere lucht en een verminderd wolkendek, beide sinds ongeveer 1980. Een verklaring voor het verminderde wolkendek heeft het KNMI (nog) niet. Dat de verdeling van de opwarming van de aarde ongelijk verloopt wijst erop dat er nog andere invloeden zijn op het klimaat. Als alleen broeikasgas de oorzaak zou zijn van de opwarming, zou de opwarming gelijk over de aardbol verdeeld moeten zijn want een gas verdeeld zich gelijkmatig over de beschikbare ruimte zoals bijvoorbeeld met zuurstof het geval is. De ongelijke verdeling van de opwarming roept vragen op die nog niet beantwoord zijn. 

Valt de stijging mee of is 0, 2°C per tien jaar rampzalig voor mens en natuur en? En hoe zit het met de toekomst? Misschien is de afgelopen honderd jaar de temperatuur gestegen maar stopt die ergens om een of andere reden? OM daarover iets te kunnen zeggen, heeft men modellen ontwikkelt en die voorspellen een toenemende stijging van de temperaturen in de aardse atmosfeer.
“Verschillende klimaatmodellen voorspellen op korte termijn een temperatuurstijging van minder dan een graad. Aan het eind van de 21e eeuw zou dit kunnen zijn opgelopen tot meerdere graden.” (Wikipedia, Opwarming van de Aarde)

De grens ligt volgens wetenschappers bij 2°C, daarboven komen we terecht in de een rampenzone. Waarom precies 2°C opwarming tot rampen leidt wordt niet duidelijk net zomin als duidelijk wordt of die 2°C opwarming over de hele aardbol hetzelfde rampzalige effect hebben. Niettemin is het mede dankzij het klimaatpanel van de VN, de klimaatakkoorden van Parijs en de media gemeengoed geworden dat we moeten voorkomen dat de aarde meer dan 2°C opwarmt. Anderhalve graad gaat nog net maar dat is wel zo een beetje de grens.

“Met name temperatuurstijgingen van meer dan 2 °C brengen grote veranderingen met zich mee voor mens en milieu, onder andere door zeespiegelstijging, toename van droogte- en hitteperioden, extreme neerslag en afname van biodiversiteit.”
(Wikipedia: Opwarming van de Aarde)

De opwarming van de aarde meten is meer dan een thermometer in de aardse atmosfeer steken. Ondanks afspraken op wereldschaal zijn er grote onderlinge verschillen in de manieren waarop en waar de temperatuur gemeten wordt. Meten in de stad of op het platteland geeft over langere perioden al grote verschillen. Aan de grond meten of anderhalve meter boven de grond, beschut of in de wind meten kan ook verschil maken. Door het ontbreken van uniformiteit is het moeilijk om de gemeten temperaturen onderling te vergelijken laat staan te middelen.


Maar er zijn nieuwe meetmethoden die misschien preciezer zijn dan de oude maar vermoedelijk nog te kort om langere termijn voorspellingen te doen. Sinds 1979 meet de University of Alabama in Huntsville met behulp van satellieten de temperatuur van de lagere atmosfeer van de aarde, de zogenaamde UAH Satellite-based Temperature of the Global Lower Atmosphere. Maar ook hier treden verschillen op als gevolg van verschillen in methoden van satellietmeting. Zo toont de UAH meting 1979-2019 een opwarming van 0,13°C per tien jaar terwijl de RSS (Remote Sensing System)  een opwarming van 0,208 °C per tien jaar toont.

De eerste meting betekent puur rekenkundig gezien dat de aarde in honderd jaar tijd met 1,3°C zou opwarmen, de tweede met ruim 2°C, d.w.z. boven de grens van het toelaatbare. De eerste is volgens klimaatdeskundigen hanteerbaar voor mens en Moeder Aarde, de tweede rampzalig. Voor welk scenario moeten we kiezen, het rampzalige of het minder rampzalige of moeten we het gezien de vele onzekerheden in meetmethodes het nog maar eens een tijdje aanzien en ondertussen de wetenschappers vragen ons wat meer precies gegevens te verschaffen?

(wordt vervolgd)