Posts tonen met het label louvre. Alle posts tonen
Posts tonen met het label louvre. Alle posts tonen

donderdag 19 december 2019

PARIJS 1977






dinsdag 22 oktober 2019

PARIJS 1977

Centre Pompidou


Place du Têtre


Centre Pompidou


Park


Louvre

vrijdag 12 juli 2019

MAKE LOVE, NOT WAR (WERKTITEL) 16. LIEFDE OP ZOLDER

Hotelkamer Parijs 1977


Voordat ik verder ga met mijn verhaal over het studentenleven in de burgermansstad Nijmegen, moet ik vertellen dat mijn vriendenreis naar Parijs niet mijn eerste reis naar Parijs was. Integendeel, alreeds twee jaar daarvoor had ik een veel spannender reis gemaakt naar de stad van de Eiffeltoren, Place Pigalle en het Louvre. Na een verregende vakantieweek met het gezin van Krullenbol aan een van de Kärntner Seen in Oostenrijk, mochten wij tweeën de gemiste tweede week vakantie goedmaken met vijf dagen Parijs. Dat was een onverwachte meevaller bij een tegenvaller. We boekten bij de France Touring Service een treinreis met logies voor de ook voor mij zeer betaalbare prijs van 92 gulden per persoon, inclusief de voucher voor een eenpersoonskamer.

Mijn schoonmoeder stond erop dat we een eenpersoonskamer zouden nemen. We hadden daar begrip voor, per slot van rekening waren we nog jong en in die dagen kon er dan nog van alles gebeuren. Een ongewenste zwangerschap was wat het meest gevreesd werd. We hadden er alle vertrouwen in dat we eenmaal in Parijs er wel wat op zouden vinden om elkander lief te hebben.  Liefde is net als water, ze vindt altijd wel een weg.

Al meteen na aankomst ging de goeie kant op zonder dat we daarvoor ook maar iets hoefden te doen. We kwamen terecht in wat later voor ons een typisch Paris hotel zou worden. Een piepkleine receptie meteen naast de voordeur en daarnaast een smalle trap naar de kleine hotelkamers boven, van onder tot boven beplakt met bloemetjes behang. Nadat de man van dienst de gastenlijst van ons groepje had bestudeerd, liep hij met ons samen van verdieping naar verdieping.  Eenmaal op een verdieping aangekomen, kreeg je een een ouderwets grote sleutel met een al even groot kamernummer als sleutelhanger overhandigd.
 

Op weg van de derde naar de vierde verdieping kreeg ik zomaar ineens een vette knipoog van de hotelbediende. Ik had geen idee wat dat betekende. Op de vijfde etage  hetzelfde ritueel van toebedeling van kamers. Wij bleven als enigen van het groepje over. Met alweer een vette knipoog van de hotelbediende klommen we de smalle trap op naar de zesde verdieping. 

We kwamen uit op wat eens een zolder moet zijn geweest. Er waren twee kamers gemaakt met een smalle gang met toilet en douche.   Nu pas snapte ik de knipoog van de man. Op deze zolder waren wij de enige twee gasten, weliswaar ieder met een eigen kamer maar niemand die op ons zou letten wat we daar boven op zolder zouden uitspoken. De hotelbediende had voor ons een liefdesnest gereserveerd. Vraiment, Paris, c'est la ville de l'amour.
(verschijnt elke vrijdag)

dinsdag 16 april 2019

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 86

Het schilderij 'De Luitspeler' van Frans Hals dat boven het hoofdeinde van mijn bed hing. (het Louvre, Parijs ca. 1623)

Ik moet wennen aan het idee dat mijn toekomst dus toch bij Philips zal liggen. Ik ga bij mijn welwillende baas informeren wat voor soort toekomst dat zou kunnen zijn. Maar hij weet dat net zo min als ik. Misschien dat ze bij personeelszaken meer weten? Daar word ik ook niet wijzer. Ik vraag of ik in de toekomst niet uitgezonden kan worden naar een buitenlandse vestiging? Dat - zo zeggen ze - is een zaak waarover de hoofdindustriegroep beslist, in mijn geval de top van Radio, Grammofoon en Televisie.

Ik ga dat uitzoeken maar ik ben er niet gerust op. Ik kan me nog steeds niet voorstellen dat Philips mijn voorlopig eindstation zal zijn al ken ik natuurlijk nog lang niet alle mogelijkheden in het bedrijf. Maar mijn nieuwsgierigheid gaat vast verder dan Philips ook al heeft de multinational zijn tentakels over de hele wereld en weet het zowat alles op het gebied van elektronica. Daarmee zou een mensenleven en meer nog vervuld kunnen worden. Toch wil ik verder reiken dan Philips al zou ik niet kunnen zeggen waarheen precies.

Daarom blijf ik zoeken. Zoals Paulus al schreef in zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen “onderzoek alles, behoud het goede”? ( vers 21). Maar wat is dan het goede in dit geval? Van jongs af aan ben ik nieuwsgierig naar de kunsten en dan vooral de schilderkunst. Indertijd nog bij de verkenners knipte ik plaatjes van kunstwerken uit de Katholieke Illustratie om ze in een boek te plakken. Wie weet zit er toch een kunstenaar in me?

Dat zou vreemd wijn want in mijn familie en omgeving komen geen kunstenaars voor tenzij levenskunstenaars of liever overlevingskunstenaars. Er wordt gewerkt op het land of in de fabriek. Dat mijn vader vakbondsbestuurder is geworden, is al heel wat. Als ik dus al zoiets zou willen als kunstenaar worden, lid van het schildersgilde dan moet ik het helemaal zelf uitzoeken. Ook dat is gebruikelijk in mijn familie.

Het idee dat ik naar een kunstacademie zou verhuizen, zou bij mij thuis op rotsgrond vallen. Hoe ik in ’s hemelsnaam denk met schilderen of iets dergelijks de kost te kunnen verdienen? Ik heb ook weinig rugdekking. Tot nu toe is nergens uit gebleken dat ik enig teken of schilder talent zou hebben, ook niet op de middelbare school. Maar zelf toch maar proberen kan natuurlijk geen kwaad. Met behulp van een cadeau gekregen kistje met schildergerei voor beginners ga ik een schilderij van Frans Hals dat boven mijn bed hangt naschilderen. Dan gebeurt waar ik al bang voor was. Het wordt niks. De verfkunsten lijken een doodlopende weg voor me. Wat nu?


(verschijnt elke dinsdag)

zondag 15 april 2012

JONGENS GODEN IN HET LOUVRE


In het Louvre leggen we met onze Mexicaanse vrienden het verplichte parcours van de Venus van Milo naar de Mona Lisa af. In de Mona Lisa zaal is het een drukte van komen, foto maken voor de Mona Lisa (hallo, ik was hier) en gaan. Plotseling komen vier jongens van hoog nichterig gehalte de zaal in. Nog bewuster van hun blonde schoonheid dan Marlene Dietrich lopen ze doelgericht naar het schilderij van Leonardo Da Vinci. Het blonde stel poseert voor de glimlachende Mona Lisa die, ook al valt ze in het niet bij zoveel blond jongensgeweld, minzaam blijft lachen.


Ik fotografeer mee. Na gedane zaken loop ik achter de jongste van de twee aan en vraag of ik nog een foto van hem mag maken. Hij wijfelt, neemt me van top tot teen op om dan zonder een woord te zeggen te poseren. Hij draait zich om en volgt snel zijn drie vrienden. De zaal keert terug naar zijn dagelijkse routine alsof er niks gebeurd is.