Posts tonen met het label jan rutges. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jan rutges. Alle posts tonen

vrijdag 24 november 2023

17. AMERICA LATINA. POLITISERING ONTWIKKELINGSSAMENWERKING

Minister Pronk, tweede van links op het podium, maakt deel uit van een forum over vakbeweging en ontwikkeling tijdens de druk bezochte ledenvergadering van CLAT Nederland teven het 5 jarig jubileum. Helemaal links zit Piet van Hout, algemeen secretaris van het NKV (de voormalige katholieke vakcentrale met bijna een half miljoen leden). Helemaal rechts zit voorzitter Jan Rutges, daarnaast ikzelf als tolk voor CLAT Algemeen secretaris Emilio Maspero. Wie naast Maspero zit, ben ik vergeten.


De steun van Minister Pronk voor CLAT moet niet onderschat worden. Door de deur open te zetten voor steun aan CLAT opent Pronk meteen ook de deur voor Nederlandse hulp langs andere niet overheidsinstellingen. Een nieuwigheid die grote gevolgen kan hebben.

Een van de eerste gevolgen is een debat met Pronk zelf over het soort hulp dat gegeven dient te worden. Pronk wordt daarover aangesproken in een radioprogramma. De interviewer gebruikt tot opening van het gesprek een citaat van CLAT algemeen secretaris Maspero.

Maspero zet zich enerzijds af tegen wat hij noemt “folkloristisch derde-wereld-gedoe”, d.w.z. het bestrijden van de verschijnselen in plaats van de oorzaken van armoede en onderdrukking aan te pakken, en anderzijds tegen wat hij “revolutionairisme” noemt , d.w.z. revolutie in de rijke wereld zal als vanzelf de rest van de wereld bevrijden. 

Pronk is niet bang voor het folkloristische derde-wereld-gedoe. 

“Dat is in Nederland zelf natuurlijk voldoende doorgeprikt in de jaren ’60. Er zijn in Nederland talloze akties van bewegingen en aktie-groepen in de jaren ’60 op gang gekomen die met de derde wereld te maken hebben, maar die duidelijk struktureel van karakter waren; de Derde Wereldwinkel beweging, de X-Y groepen, die veel meer de problematiek van de derde wereld, niet charitatief maar politiek vertalen, en direct van de aanvang af hebben laten zien dat er een relatie bestaat tussen de problemen binnen de derde wereld, de problemen in de internationale verhoudingen tussen landen en de problemen binnen de rijke landen zelf.” (CLAT Nieuws no.4, augustus 1974, 5e jaargang)

Pronk stelt vast dat het loskoppelen van de problemen in de derde wereld van die van de rijke landen heeft geleid tot de radicale opvatting dat het hele systeem wereldwijd omver moet.

“Die wordt door Maspero bekritiseerd, als beweging binnen de rijke landen. En daar ben ik het ook mee eens. Dat is eigenlijk in a nutshell mijn reactie op zijn stelling. Naar mijn mening is het noodzakelijk om door te gaan met politieke acties - maar ze zullen moeten worden overgenomen door regeringen; anders kan het niet; de activiteiten van actiegroepen zijn er ook op gericht om te resulteren in konkrete politieke beslissingen - door te gaan met dat soort activiteiten die te maken hebben met het duidelijk hard maken van de relatie van problemen in ontwikkelingslanden en de problemen van de rijke landen. Ze kunnen alleen maar in onderlinge samenhang opgelost worden” ( zie vorige noot)

Pronk is een voorstander van acties tot politisering van de ontwikkelingssamenwerking, een politisering die er toe leidt dat regeringen in derde wereld landen en rijke landen konkrete politieke beslissingen nemen.

Op de ledenvergadering van CLAT-Nederland verwijt Pronk de vakbeweging onvoldoende meedenkt over de internationale politiek en internationaal ook te weinig macht kan tonen. Het is belangrijk dat de vakbeweging blijft vasthouden aan een nieuwe inkomensverdeling vooral op wereldniveau. De vakbeweging zou best wat radicaler kunnen zijn op dit punt, vindt hij. 

Piet van Hout, als secretaris van de vakcentrale NKV een van de forumleden op de ledenvergadering, verzekert de minster dat de vakbeweging zal vasthouden aan de herverdeling van inkomens, “waarbij aan worden aangetekend dat waar het de herverdeling van inkomens betreft de vakbeweging heel wat meer ijver aan de dag legt dan de regering.”Van Hout wees verder op de activiteiten van de vakbeweging ten opzichte van de Derde Wereld in belangrijke internationale organen als de Verenigde Naties, de Europese Gemeenschap en de Internationale Arbeidsorganisatie. “Maar ik erken dat er meer moet gebeuren.” (zie CLAT Nieuws, no.1, januari 1975, jaargang 6)

Het begint bij de vakbeweging door te dringen dat ze een bijzondere verantwoordelijkheid hebben bij ontwikkelingssamenwerking. Hoever de vakbeweging internationaal voor ontwikkelingssamenwerking wil gaan, hoop ik te horen op het aanstaande wereldcongres van het Wereld Verbond van de Arbeid WVA waarvan zowel CLAT vakbonden als het NKV lid zijn.


vrijdag 24 maart 2023

22. TERUG NAAR NIJMEGEN. DE MISSIEPATER VAN HET HEILIG HART

Tweemaandelijks nieuwsblad van de solidariteitsvereniging met de Christelijke arbeidersbeweging CLAT (voorheen CLASC)

 


Er waait een wind van revolutie door Nijmegen, buitenlandse revoluties wel te verstaan. Che Guevara  posters zijn nog altijd geliefd op studentenkamers. De laatste tijd is een poster met Black Panther vrouw Angela Davies populair. Er is zelfs een werkgroep Black Panthers opgericht. Maar Latijns Amerika met zijn gewelddadig verzet tegen rechtse militaire dictaturen trekt de meeste belangstelling. Che Guevara mag dan mislukt en dood zijn, het geloof in de revolutie is niet met hem gestorven. 

Een werkgroep antropologen heeft een priester, een missiepater van de orde van het Heilig Hart te Tilburg, uitgenodigd om te komen vertellen over zijn jarenlange ervaring in Brazilië. Jan Rutges is nog maar pas geleden door de Braziliaanse militaire dictators het land uitgezet. Ik ben benieuwd hoe zijn verhaal past bij dat van Camilo Torres,  de Colombiaanse priester die net als Che Guevara de dood vond tijdens gewelddadige guerrilla acties en wiens erfenis nog steeds Colombiaanse studenten inspireert.

Rutges praat gemakkelijk en zonder moeilijke woorden over zijn missie in Brazilië. Als jongen uit een goed maar niet overdreven streng katholiek gezin in Montfoort koos hij niet zozeer vanwege het geloof voor de missie maar meer vanwege het avontuur. Dat was in zijn jeugd ook de enige manier om iets van de wereld te zien. 

Met zijn hart op de goeie plaats gaan zijn ogen open voor de armoede van de gelovigen in zijn parochie. Niet langer was het preken van het geloof het belangrijkste of het toedienen van de sacramenten maar het bestrijden van sociaal onrecht. Hij wilde daar wat aan gaan doen. Maar dat is niet zo gemakkelijk.

Dat begint al bij de armen zelf. Die hebben volgens Jan nog vaak de slavenmentaliteit van vroeger. Ze denken er niet aan om zich te verzetten tegen de grootgrondbezitters, de politici of zelfs de kerk. Ze doen wat hun gezegd wordt zoals ze dat al eeuwen hebben gedaan.

Hij ontdekt dat de kerk bij de plaatselijke elite hoort. Wat de priester vertelt is waar en moet volgens de door hem gestelde regels gebeuren. De kerk bevrijdt de mensen niet maar houdt ze gevangen in het systeem van onderwerping verwant aan de vroegere slavernij.

Om dat te doorbreken begint Jan gespreksgroepen de organiseren waarin ze over zichzelf, hun gezin, hun werk en hun problemen kunnen praten. Hij leert hen lezen en schrijven want ook dat konden velen nog niet. Tot ontzetting van de conservatieve clerus wordt Jan een leraar tussen de mensen in plaats van een priester boven de mensen. 

Door deze activiteiten komt hij in aanraking met jongeren die de militaire dictatuur als de macht die het sociaal onrecht in Brazilië in stand houdt. Hij verleent hen hand en spandiensten door bijvoorbeeld plekken te zoeken waar ze kunnen slapen, zich verbergen of wat dan ook. 

Bij de conservatieve clerus inclusief de bisschop krijgt hij nu ook politie en geheime dienst op zijn nek. Hij wordt eerst in de gaten gehouden en dan opgepakt. Na ongeveer een maand in de gevangenis te hebben gezeten, krijgt hij tijdens een verhoor de keuze voorgelegd tussen vertrekken uit Brazilië en nooit meer terugkeren of een proces waarbij hij grote kans heeft veroordeeld te worden tot jarenlange gevangenisstraf. Jan kiest voor vertrek uit Brazilië ook al gaat hem dat zeer aan het hart.

Nu doet hij wat hij kan om in Nederland de Braziliaanse militaire dictatuur te bestrijden. Dat is de manier waarop hij nog solidair kan zijn met zijn arme parochianen. Maar er is meer. Hij roept ons op om lid te worden van CLASC Nederland een vereniging die zich inzet voor solidariteit met de Christelijke Latijns Amerikaanse Vakbeweging. 

Het gaat hem daarbij niet zozeer om het Christelijke, hij zelf is inmiddels geen priester meer, maar om steun aan de vakbeweging die van onderop strijdt tegen het sociale onrecht. Ik geef gehoor aan zijn oproep en word lid van de vereniging CLASC Nederland (kort daarna CLAT Nederland). Zo kom ik via Latijns Amerika alsnog terecht bij de vakbeweging.