Posts tonen met het label edward hopper. Alle posts tonen
Posts tonen met het label edward hopper. Alle posts tonen

donderdag 25 oktober 2018

AMERIKAANSE EENZAAMHEID IN MUSEUM VOORLINDEN

 
, Wayne Thiebaud, Cold Case 2010-2013, Private Collection, Palo Alto, California
De schilderijen van Wayne Thiebaud (1921) zijn een openbaring. Wat een eenvoud van kleur en compositie en dat alles tegen een egale licht pastelkleurige achtergrond. Hij hoort bij pop-art schilders als Warhol maar voor mij gaat hij voorbij Warhol. Warhol komt uit de reclame wereld, Thiebaud was een “in between” tekenaar bij Disney. Hij vulde de ruimte tussen twee scénes in.  Warhol is de reclame wereld en de vermaakwereld nooit echt helemaal ontstegen, Thiebaud wel. Niet allen in vorm maar vooral ook inhoud. Thiebaud schildert eenzaamheid. Warhol roem en vergetelheid.

Wayne Thiebaud, Three Prone Figures 1961, Collection of Paul LeBaron Thiebaud Trust


Thiebaud is een eigentijdse Hopper. Zijn schilderkunst heeft dezelfde zeggingskracht, die van het licht, de kleur en de menselijke eenzaamheid of misschien wel verlatenheid. Elk schilderij van Hopper en Thiebaud stelt de vraag naar de zin van ons bestaan als individu. Elk schilderij vertelt ons over de onmacht om onszelf te ontstijgen. In het citaat van Thiebaud in de brochure bij de tentoonstelling in Voorlinden “In the shadow all the light happens” herken ik een uitspraak van Hopper over zijn schilderkunst dat hij zijn leven lang geprobeerd heeft het licht te schilderen.


Edward Hopper, People in the Sun, 1960 Smithonian American Art Museum, Gift of S.C. Johnson & Son

Beiden schilderen wat ik noem Amerikaanse eenzaamheid. Ondanks de zichtbare materiële welvaart zijn de dingen, de mensen en de landschappen op hun schilderijen eenzaam en verlaten. Er is geen leven tussen de mensen. Ze blijven misschien wel zonder het te willen alleen, zelfs als ze samen met anderen zijn. Bij het kijken naar hun schilderijen kun je overvallen worden door wanhoop over de eenzaamheid. Ze zijn illustraties van het Sartreaanse existentialisme.We zijn gedoemd tot eenzaamheid. De ander is vriend noch vijand. Hij of zij is eenvoudigweg ook aanwezig maar meer ook niet.

Wayne Thiebaud, Five Seated Figures, 1965

Beide schilders laten zien dat hun gevecht tegen de existentiële eenzaamheid het schilderen zelf is. Dat is wat hun leven zin geeft of misschien zelfs wel levensvreugde. Elk schilderij getuigt van het steeds weer terugkerend gevecht tegen de eenzaamheid.

Wayne Thiebaud, Fall Fields, 2017, private collection

De uitspraak van Thiebaud dat schilderen vereist dat je lang moet kijken en dat hij daarom veel tijd met zijn schilderijen doorbrengt dan met schilderen, verbaast mij daarom niet. Schilderen doe je op de allereerste plaats met je hoofd  en daar moet zeker zijn van wat het heeft gezien. Vanuit die zekerheid herschep je op het schildersdoek de wereld waardoor je van die wereld toch nog een enigszins vertrouwde plek maakt. Schilderend hun eenzaamheid overwinnen en de wereld tot een vertrouwde wereld maken dat is wat Hopper en Thiebaud doen.

Te zien t/m 28 oktober 2018

woensdag 28 maart 2018

DWARS KIJKEN IN MUSEUM MORE TE GORSSEL

Wim Schuhmacher, Dubbelnaakt in Landschap 1937.
Het is een schilderij als een poesieplaatje met op de 
achtergrond zo te zien  
San Gimignano waar Schumacher graag was.
Hij was trots op zijn  gladde schildertechniek, geen penseelstreek te zien.
Ook geen kleurcontrasten. Hij wordt de meester van het grijs genoemd.
Je kijkt naar een onbezorgd plaatje van twee vrouwen
die in het landschap naakt zitten te wezen.

De een is bezig met haar haren, de ander staart in de verte terwijl ze haar
laken vastklemt tegen haar borst. Vanwaar dat laken?
Waar gaat het schilderij over?

Erotisch is het niet of in die tijd nog wel?
Ik zie hoe dan ook geen erotische spanning en
als die er al was, is die gladjes weg gepenseeld.

Charley Toorop, Zelfportret, 1940
Ze kijkt met grote haast verschrikte ogen en opgetrokken wenkbrauwen 

 alsof ze schrikt van zichzelf in de spiegel. 
Haar kapsel en bontkraag versterkt dat effect.
En waarom dat harde zonlicht met zijn sterke contrasten? 

Is dat een uitdrukking van vastberadenheid?
Als een van de weinige vrouwelijke schilders had ze moeite om
overeind te blijven in het schilderwereld, zo lees ik op een bijschrift
van het museum.

Wim Schuhmacher, Bloemen in vaas, 1913
Ik zie dit schilderij van Schuhmacher veel liever dan Het Dubbelnaakt 
dat hierboven staat. Het mag dan technisch niet zo goed zijn,
het is wel van een grote tederheid, groter dan waarmee die twee naakte

vrouwen zijn geschilderd. 
In dat dubbelnaakt overheerst de techniek.
Hier minder techniek maar meer gevoel en betrokkenheid.

In dit schilderij uit de beginperiode van Carel Willink, 
de jaren dertig van de vorige eeuw, zie je de aanloop naar
zijn  latere beroemde en bekende magische of surrealistische schilderijen.
Kapotte huizen, dreigende luchten versterkt door lichtval, 

suggereren onheil, ondergang en oorlog.
Er zijn geen mensen. Dood, gevlucht?
In zijn latere schilderijen vergroot hij de contrasten die we hier al aantreffen:
monumentale huizen onder dreigende luchten waartussen 

een vervreemdende leegte hangt, met of zonder mensen.

 

Raoul Hynckes, Zelfportret 1929
Een tragisch schilder zo vertelt ons het museum op een bijschrift.
Hij vluchtte tijdens de eerste 
wereldoorlog uit zijn land België naar ons land.
"Na een persoonlijke crisis vernietigde Hynckes in 1924 veel van zijn impressionistische landschappen. 

Hij richtte zich voortaan op het stilleven en verruilde de heldere kleuren 
uit zijn vroeger werk voor een veel donkerder pallet."
Hij is in ons land blijven wonen.
Ik lees op kunstbus.nl dat hij in Nederland succes heeft gehad als magisch realist.
Opvallend is dat hij na de Tweede Wereldoorlog naast stillevens
(vaak met de dood als onderwerp) hij toch weer helder gekleurde
landschappen en dorpsgezichten is gaan schilderen.


Joop Moesman, Vloed (1935)
Ik hou van dit soort schilderijen.
Er spreekt een gevoel van eenzaamheid uit en tegelijk verzoening daarmee.
Met behulp van de uitgelichte voorgrond en het dreigende wolkendek boven
een uitgestrekte zee, die eindigt in een lage horizon,
schept hij een leegte die het gevoel van eenzaamheid versterkt.
De handdoek over het muurtje doet de rest.
Het licht doet me denken aan de kustplaats Swakopmund in Namibië.
Het schilderij doet ook denken aan werken van de Amerikaanse schilder
Edward Hopper.

donderdag 13 december 2012

HOPPER

Edward Hopper, Zelfportret, 1925-1930, Whitney Museum of American Art, New York.


De Amerikaanse schilder Hopper blijkt op het weinige opnames die er van hem zijn een bedachtzaam zelfs traag man te zijn. Een man ook van weinig woorden. De man van de schilderijen met de eenzame mannen en vrouwen in een naar het schijnt verloren wereld vertelt dat hij eigenlijk altijd alleen maar zonlicht heeft willen schilderen, puur zonlicht zonder dat we afgeleid worden door vormen en architectuur. Geen woord over existentiële eenzaamheid, de vervreemding van de mensen, het gebrek aan onderling kontakt en andere dezulke hoogstaande geestelijke zaken die men in de kunstkritiek over hem leest.

Zonlicht wilde hij schilderen. Hij geeft nog wel toe dat hij van architectuur houdt. Het schijnt dat hij een blauwe maandag voor architect heeft geleerd. Maar toen, in zijn jeugd, hield hij het meeste van boten. Succes met zijn werk bleef lang uit. Om in de kost te voorzien was hij illustrator waar hij een grondige hekel aan had. Hij vond het niks. Pas op zijn 42ste begon hij zodanig te verkopen dat hij zich eindelijk voltijds kon wijden aan de schilderkunst.

Edward Hopper, A woman in the sun, 1961, Whitney Museum of American Art, New York.
Hopper spiegelde zich aan de klassiekers. Hij ging 3 keer naar Parijs omdat hij 'de Latijnen' benijdde om hun vrijheidsgevoel. Hij bedoelt geestelijke vrijheid. Hij bewonderde Courbet, Manet en andere impressionisten. Ik heb hem niks horen zeggen over de getormenteerde van Gogh of branieschilder Picasso. Toen hem zijn visie op de schilderkunst werd gevraagd, haalde hij een klein papiertje uit zijn zak waarvan hij een citaat van Goethe voorlas. Hij verontschuldigde zich bij voorbaat voor zijn opvatting “waar velen het wel niet mee eens zouden zijn, maar hij kan het niet helpen, het is zijn mening.”

Die komt erop neer dat de kunstenaar zijn omgeving verinnerlijkt, er zijn eigen licht op laat schijnen. Een schilderij moet dus volgens Hopper een overdenking van de werkelijkheid zijn. Hopper vond dan ook dat schilders niet te ver van die werkelijkheid moeten gaan staan want je moet wel verstaanbaar blijven voor de mensen. Met abstracte kunst loop je kans helemaal buiten de werkelijkheid te geraken en dan weten de mensen niet meer waar je het over hebt. Hopper moest dus niet veel hebben van abstracte kunst. Terwijl die kunst met de Amerikaanse druipschilder Jackson Pollock juist furore maakte in Amerika en elders.

Hem werd een 'objectief realisme' toegeschreven. Daar was hij het mee eens. Hij vindt dat hij zich aan de werkelijkheid heeft gehouden. Hij is als een strenge detective die zich aan de feiten wil houden omdat dat het enige houvast is om te weten wat er is gebeurd. Gezien het Goethe citaat heeft Hopper goed geweten dat absolute objectiviteit, los van het oog en de geest van de schilder niet bestaat, maar dat betekent niet dat hij geen realist is die de feiten voor zich laat spreken.

Edward Hopper, Rooms by the sea, 1951, Yale University Art Gallery, New haven, Connecticut. Dit schilderij toont ook de strengheid waarmee Hopper architectuur in beeld bracht. Met de 3hoofdkleuren rood, blauw en geel komt hij dicht bij Mondriaan.
Als realist was Hopper geen optimist wat opmerkelijk was in zijn tijd toen de VS steeds zelf bewuster en machtiger werd. Zeker nadat de VS de Tweede Wereldoorlog de wereld aan zijn voeten had liggen, was alles mogelijk. Hopper bleef echter trouw aan zijn schilderkunstige opvattingen en streefde niet naar beroemdheid, kassuccessen en grootse tentoonstellingen. Misschien kwam dat door zijn streng gelovige opvoeding of was het zijn stroeve huwelijk? Hoe het ook zij, hij heeft ons ontroerend eenvoudige en tegelijk aangrijpende schilderijen nagelaten en daar zijn we hem dankbaar voor.