Posts tonen met het label renate rubinstein. Alle posts tonen
Posts tonen met het label renate rubinstein. Alle posts tonen

woensdag 15 april 2026

SCHRIJFSTER, FEMINISTE EN POLITICA ANJA MEULENBELT.

Voorpagina Telegraaf Internet Pagina, 5 april 2026.


Mevrouw Anja Meulenbelt krijgt de P.C. Hooft-prijs, de belangrijkste litteratuur prijs van Nederland voor je levenswerk. Het is dus niet zo maar een prijs. Ik heb te weinig kennis van de Nederlandse literatuur om te weten wie zo een prijs zou kunnen verdienen maar dat Anja Meulenbelt de prijs krijgt, verbaast me.  

Ik ken haar zoals veel mensen van mijn generatie vanwege haar boek “De schaamte voorbij” (1976), een net zo spraakmakend boek als het ruim tien jaar eerder verschenen “Ik Jan Cremer”. Beide boeken zijn ik-boeken die in de jaren zestig de ik-generatie aankondigen.


Logisch ook want als je God voor dood verklaart, blijft er niks anders over dan de mens en ja wat is de mens? Niemand die het weet dus zoekt men zijn toevlucht in zichzelf, in de hoop daar ergens in het diepste zelf het antwoord te vinden op wie of wat je bent en waarom je op aarde rondloopt. De antwoorden op existentiële vragen zijn zelfbedieningsantwoorden geworden. 


Dat is minder gemakkelijk dan men denkt. Zelfs het antwoord op de simpele vraag of je man of vrouw bent, blijkt ingewikkelder dan je zou verwachten. Moeder Natuur houdt zich niet altijd aan de natuurwetten en wat is natuur en wat is cultuur? Daarover bestaat voortdurend verwarring. Men zoekt het antwoord in de wetenschap maar die heeft het ook niet. 


Als "Ik Jan Cremer" staat voor de bevrijding van de man, dan staat "De Schaamte voorbij" voor die van de vrouw. Jan zocht de bevrijding in het mannelijke en dat is volgens het boek met veel en mooie vrouwen naar bed gaan, avonturen op de motor beleven in verre landen, reisverhalen schrijven en kunst maken. Jan is in al die dingen niet onverdienstelijk bezig geweest. Alleen heeft hij er geen P. C. Hooft-prijs aan overgehouden.


Anja’s zoektocht naar bevrijding begon moeizamer omdat ze al moeder werd voordat ze goed en wel vrouw was. Om vrij te zijn moest ze zich ontdoen van haar eerste man. Maar dat is pas het begin. Ze ontdekt dat bevrijding van de vrouw niet alleen een persoonlijke strijd is maar ook een sociale en politieke strijd.


Daarna was het lang stil totdat ik in een column van Tamar (Renate Rubinstein) in Vrij Nederland kritisch commentaar las op een reis van  Anja Meulenbelt met een groepje feministen naar Mao’s China (1980). 


Meulenbelt bleek een enthousiast politieke toerist te zijn die Mao bewondert. Ze is een herhaling van de geschiedenis van politieke pelgrims als Bernard Shaw die in de jaren dertig na zijn bezoek aan  Rusland enthousiast was over Stalin of Harry Mulisch die een boek voor bewondering schreef voor de Cubaanse revolutie en zijn 'lider maximo' Fidel Castro. 


Ze was net als haar voorgangers in de val van de verleiding van de linkse dictatuur getrapt door braaf te geloven wat men voorgekauwd krijgt. Een schema dat zich in 1979 herhaalde met de Sandinistische revolutie in Nicaragua. 


Anja Meulenbelt was in Nederland actief in de van oorsprong Maoïstische partij SP. Ze was van 2003 tot 2011 voor die partij senator in de Eerste Kamer.


Rubinstein was al in1974 op bezoek geweest in Mao’s China. Ze deed daar verslag van in het China kritische boekje “Klein Chinees woordenboek”. Daar heeft ze dan weer veel kritiek van Mao bewonderaars op gekregen. Het is nu moeilijk voor te stellen, maar in de vorige eeuw waren Mao en China bon ton in linkse kringen. Rubinstein heeft ondanks haar indrukwekkende levenswerk de P.C. Hooft-prijs niet gekregen.


donderdag 9 juni 2022

TAMAR

 

Ik heb niet de gewoonte om mensen die mij niet kennen op de hoogte te brengen van mijn bewondering. Tamar alis Renete Rubinstein en Gerard Reve zijn daarop ene uitzondering. Van Renate kreeg ik bovenstaande attente ansicht toegestuurd. Als een echte bewonderaar heb ik die zorgvuldig gearchiveerd.

Laatst een uitgebreide, bedachtzame en toch snel gemonteerde tweedelige documentaire gezien over Tamar ofwel de schrijfster/columniste Renate Rubinstein (Berlijn 1920 - Amsterdam 1990). De medewerking van historicus Hans Goedkoop heeft daar zeker aan bijgedragen. Als haar toekomstig biograaf heeft hij vast goed de weg geweten in het archief van Rubinstein.

Als voormalig Vrij Nederland lezer las ik haar wekelijkse column het eerst van al de rest in het weekblad. Ik bewonderde haar moed en durf om tegen linkse vanzelfsprekendheden in te gaan. Die verrieden een onafhankelijke, eerlijke, tegendraadse en strijdvaardige geest. Dat bleek te kloppen met het in de documentaire geschetste beeld van haar met als titel “ Tamar, de waarheden van Renate Rubinstein”, een documentaire in twee delen van David de Jongh. 

Als opgroeiend meisje verloor ze al vroeg haar moedertaal Duits tezamen met haar geboortestad stad Berlijn toen het gezin vluchtend  voor de Nazi's in Nederland terecht kwam. Nog maar net aangekomen in Amsterdam verloor ze ook nog eens haar geliefde vader aan de Nazi's. Tot aan het einde van de oorlog hoopte ze hem terug te krijgen. Ze is door die ervaringen een overlever geworden, iemand die in moeilijke omstandigheden overeind weet te blijven door op zichzelf te vertrouwen.

Dat verklaart ook haar zoektocht naar liefde, naar een warm en veilig nest, een veilig thuis. Als aantrekkelijke, knappe en intelligente vrouw had ze geen moeite om mannen te krijgen, maar helaas tot haar grote verdriet waren het geen blijvers. Daar zal haar eigenwijze karakter ook tussen hebben gezeten. Haar laatste ongewilde scheiding leidde tot het leesbare boek over die verscheurende scheiding met de veelzeggende titel ‘Niets te verliezen en toch bang’. Zonder melig of pathetisch te worden, schrijft ze vanuit haar kwetsbaarheid als verlaten vrouw over het verlies.

Ik bewonderde haar niet alleen om haar standpunten maar ook om haar schrijfstijl. Ze schreef precies zoals ik dacht dat je moet schrijven, alsof het spreektaal is, authentiek zonder fratsen, uit het hart en direct. Hoewel het een gemakkelijke schrijfstijl lijkt, had ze er veel werk aan. Ze moest veel en vaak aan de tekst schaven, talent of niet, zo schreef ze.

Ze was geen feministe, in die tijd een modieuze opdringerige trend waar je op straffe van uitsluiting geen vraagtekens bij mocht zetten. Toch deed ze dat, net als bij de kruisraketten-kwestie. Bijna heel links Nederland (behalve de PvdA intellectueel Bart Tromp) vond dat die dingen weg moesten uit Nederland en zelfs uit de wereld. Tamar niet, met haar gezonde wantrouwen vertrouwde ze meer op wederzijdse afschrikking.

Ze haalde in haar columns met vlijmscherpe argumenten, feiten en haar scherpe schrijfstijl de wijd verspreide linkse Mao-cultus onderuit (bron van inspiratie voor de SP en de KEN), niet door ingewikkelde studies met voetnoten maar door haar gezond verstand te gebruiken gekoppeld aan een feilloze intuïtie voor autoriteit en menselijk gedrag. Wat dat betreft is ze actueel gebleven.