Posts tonen met het label juan. Alle posts tonen
Posts tonen met het label juan. Alle posts tonen

vrijdag 6 september 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 3. EEN HUIS VOOR DE GODEN

 



Lichtvoetig maar met zekere pas loopt hij niet verder naar zijn akker maar naar het dorp om te vertellen wat hem is overkomen. Natuurlijk, de dorpelingen zijn verbaasd en geloven niks van zijn verhaal. Waarom zou de vrouw van god de vader en de moeder van zijn zoon aan Juan, de minste onder hen, verschijnen? Waarom zou ze samen met man en zoon tussen hen in willen wonen, ongeletterd als ze zijn en arm? Ze hebben niks om een waardig huis voor de nieuwe goden te bouwen.


Juan ziet het ongeloof in hun ogen en snapt dat het moeilijk is voor zijn dorpsgenoten om te geloven dat hij de waarheid spreekt. Hij strooit de rode en witte rozen uit zijn mantel voor hun voeten. Nu zien ze met eigen ogen dat hij de waarheid spreekt. De dorpelingen schrikken en deinzen terug. Zulke rozen hebben ze nog nooit gezien, niet in de velden, niet langs de beken, niet in de bergen en niet aan het meer.


Juan vraagt of zij de woning waarom de vrouw Maria heeft gevraagd, willen bouwen? Maar wat moeten ze dan bouwen? De hoogste goden behoren te huizen in prachtige en machtige tempels en niet in een voeding of zelfs armoedig huis. Bovendien, zo maar als goden tussen de mensen gaan wonen is ongehoord  en ongepast. Mensen zijn er om de goden te dienen, voor hun te knielen en te buigen, zich aan hen te onderwerpen en niet om er tussen te wonen.


Maar ze willen ook niet de toorn van de vrouw over zich heen krijgen en al helemaal niet van de vader en de zoon. Wat te doen? Na lang aarzelen besluiten ze het gevraagde huis te gaan bouwen. Een gewoon huis maar dan een beetje groter. Ze vinden dat het boven hun eigen huis moet uitsteken, met torens. Het is per slot van rekening een huis voor goden.


Zodra het huis klaar is, komt het dorp tezamen voor het huis en vraagt de vrouw, de vader en de zoon om hun belofte te houden en er te komen wonen. Juan bidt de vrouw die tot hem verschenen is, zich te tonen aan de dorpelingen opdat ze zien dat zij met haar gezin in het door hen huis zal wonen. 


Wanneer Juan als eerste de woning binnenloopt, hoopt hij dat ze daar opnieuw aan hem zal verschijnen. In het naar binnenvallende licht ziet hij dat de vloer bezaaid is met witte en rode rozen, dezelfde als die hij in zijn mantel heeft ontvangen. Nu is het wel zeker dat zij daar komen wonen. Juan en met hem alle dorpelingen buigen het hoofd in de nieuwe woning en knielen neer. Ze zijn voortaan veilig want de goden wonen bij hen.

vrijdag 30 augustus 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 2. JUAN ONTMOET MOEDER MARIA

Op pad naar zijn maïsakker ontvangt Juan rozen van de vrouw van god, de vader van hun beider zoon.


Dat alles gaat zo goed als voorbij aan de bewoners in het dorp ver weg in de bergen, verborgen tussen bossen en meren.  Daar wonen zij in hun hutten van hout, klei en stro. Het leven gaat er zijn gang zoals het altijd al zijn gang is gegaan. Ze bewerken het land, zaaien en oogsten maïs en eten tortillas. 


Ze missen hun oude goden niet. Die brachten niets dan onzekerheid over de dag van morgen. Zou de zon nog opkomen of zouden ze voortaan in duisternis gehuld moeten leven? Hun bestaan onder de zon moest bij de oude goden verzekerd worden door het offeren van harten van mannen, vrouwen en zelfs kinderen. Met de nieuwe blanke heersers was daar een einde aan gekomen. De zon zal voortaan elke dag schijnen. De angst voor eeuwige duisternis is verdwenen.


Op zo een dag dat de zon hun huizen en hun land beschijnt, wandelt Juan zoals elke dag met zijn schop van zijn huis naar zijn verderop gelegen maïsveld. De akker ligt in de schaduw van bomen en grenst aan een beekje dat uitmondt in een meer verderop. Als de regen uitblijft, tapt hij het water van het beekje af en laat het vrij over zijn akker tussen de maïsaanplant stromen. Daarom heeft Juan altijd een goede oogst. De gezinnen in het dorp hebben nooit honger dankzij de regen en het beekje uit de bergen.


Op die dag verschijnt op zijn pad naar de akker een vrouw in een wit kleed en een blauwe mantel. Hoogst verbaasd en verontrust kijkt hij haar aan. Hij beseft dat er een machtige godin voor hem staat en weet niet wat te doen. Hij zinkt automatisch op zijn knieën en wacht af. Ze stelt hem gerust. Hij hoeft niet bang te zijn. Ze komt met een boodschap voor het dorp.

 

Zij vertelt hem dat zij de vrouw is van de hoogste god, de vader van haar goddelijke zoon Jezus. Juan heeft vernomen dat haar zoon op last van zijn vader aan een kruis is gestorven als het allerlaatste offer om de mensen met de vader te verzoenen. Een daad zo onbegrijpelijk dat het wel goddelijk moet zijn. Wie anders offert zijn zoon op om zich te verzoenen? 


Ze zegt hem op haar te vertrouwen. Hij durft nauwelijks ter instemming te knikken. Het is voor Juan ondenkbaar haar niet te vertrouwen. Ze vertelt hem dat zij samen, de vader, de zoon en zij zelf temidden van de dorpelingen willen wonen. Daarom stelt ze voor dat in het dorp een huis gebouwd wordt waarin zij kunnen wonen: waar god de vader geëerd kan worden, waar het offer van de zoon kan worden herdacht en waar zij de noden van de mensen kan horen.


Hij belooft voor haar aangezicht dat hij een huis zal bouwen voor de vader, de zoon, en haar, zijn moeder. Dan vraagt hij haar hoe de dorpelingen hem op zijn woord kunnen geloven? “Ik ben immers de minste onder hen, met de kleinste akker en het kleinste huis”, zo zegt hij haar.


Moeder Maria, want zij is het die voor hem op het pad staat, pakt zijn mantel en strooit daarin witte en rode rozen. “De rozen zullen getuigen van de waarheid van je woorden”, zegt Maria. Dan verdwijnt ze zoals ze is gekomen. Juan kijkt om zich heen en ziet dat alles is zoals het was. De bomen en de struiken staan er zoals altijd bij. Het pad is nog hetzelfde pad.



vrijdag 23 augustus 2024

MEXICAANSE VERTELLINGEN 1. MOCTEZUMA

 

Moctezuma, de laatste koning van de Mexicanen.

Het verleden van de Mexicanen is in nevelen gehuld zoals alle begin van de wereld en het universum. Waar komen de Mexicanen vandaan? Er wordt verteld dat ze afstammen van veroveraars, de Azteken in het midden van het land en de Maya’s helemaal in het zuiden.


Er zijn in de uitgestrekte jungle indrukwekkende ruïnes van Mayasteden gevonden die vertellen van een hoog ontwikkeld stadsleven met alles erop en eraan: tempels, paleizen, markten, pleinen, grote en kleine woningen. De bouwsels zijn versierd met geheimzinnige, soms herkenbare beelden van dieren en mensen. De ruïnes bewijzen het bestaan van een architectonisch en kunstzinnig hoog ontwikkeld volk met hun eigen verhaal over de schepping van het universum, de wereld, de mensen, de dieren en de planten.


Nadat de steden om mysterieuze redenen zijn verlaten, hebben ze eeuwenlang gesluimerd, bedekt door dikke lagen groen van het immer voortwoekerende oerwoud. Ze worden bij toeval ontdekt. Hoe kunnen hele steden met piramides en al zo maar ineens opgeslokt worden door het oerwoud zonder dat iemand nog weet dat ze daar zijn? Kan onze steden dat ook overkomen?


Van wie hebben de Maya's geleerd steden te bouwen? Is dat een  evolutie geweest; van hut naar woning, van woning naar paleis, van paleis naar tempel, van straat naar straat totdat een het een stad wordt? Is het wel zo vanzelfsprekend dat je eerst in een hut van hout en leem woont en daarna op het idee komt een woning van steen te bouwen?


Niet altijd, want er wonen in de oerwouden in het zuiden van Mexico nog altijd mensen in hutten die nooit steden hebben gebouwd. Waarom hebben zij het voorbeeld niet gevolgd van de Maya’s?


De komst van de Azteken met hun steden in het midden van Mexico is al net zo mysterieus. Hun verhaal vertelt dat ze eeuwen geleden op hun trektocht naar jacht en landbouwgrond moesten uitkijken naar een arend met een slang in zijn bek. Dat zou de plaats zijn waar ze zich moeten vestigen. Aldus komen ze te wonen bij verlaten piramiden die ver voor hun tijd zijn gebouwd door een mysterieus volk. Niemand weet waarom zij hun enorme piramides hebben verlaten.


In het moeras, gelegen in het aangezicht van de reusachtige vulkanen Popocatepetl en Ixtaccihuatl, bouwen de Azteken op kunstmatige eilanden de stad Tenochtitlan. Hun huizen, tempels en paleizen zijn architectonisch en kunstzinnig. Kunstenaars maken de mooiste keramische beelden. 


Hun koning heet Moctezuma en heerst over een groot gebied met vele stammen totdat een groep Spaanse veroveraars aan land komt. Zij veroveren de stad. Het rijk van Moctezuma stort ineen. Hij verdwijnt samen met zijn beschaving voorgoed in het verleden. Samen met hem en zijn volk gaan ook de goden ten onder. De taal van de mensen, het Nahuatl maakt plaats voor die van de veroveraars. Die bouwen voor hun goden tempels met de stenen van de huizen en de piramiden van hen die veroverd zijn.