Posts tonen met het label franstalige minderheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label franstalige minderheid. Alle posts tonen

vrijdag 9 december 2011

DE ONDEMOCRATISCHE DEMOCRATIE LA BELGIQUE

 De regering di Rupo heeft naast de Franstalige minister president 6 Franstalige en 6 Vlaamse ministers. Ter compensatie van het Franstalige premierschap zijn er 4 Vlaamse  en 2 Franstalige staatssecretarissen. Daarnaast is de Kamervoorzitter Franstalig en de Senaatsvoorzitter Vlaams. Voor een berekening van de politieke machtsverdeling tussen Franstaligen en Vlamingen zie DEZE blog. 

Met verbazing en bewondering heb ik de regeringsvorming in het federale België gevolgd. Verbazing over de Vlamingen en bewondering voor de Franstaligen. Hoe doen ze dat toch? Terwijl indertijd de Christen Democratische politicus Leterme (tot voor kort de langst zittende ‘ontslagnemende Eerste Minister’ ooit) die de meeste voorkeursstemmen ooit kreeg van zijn Vlaamse kiezers, tot in den treure geridiculiseerd werd in de Franstalige media omdat hij in der haast voor de camera in plaats van het Belgische volkslied de Franse Marseilleise zingt, aanvaarden de Vlamingen een Franstalige Eerste Minister die het Nederlands spreekt als een eerste jaars student. Hij wordt in de media zelfs afgeschilderd als het bewijs dat ook de Belgische droom bestaat: van Italiaanse migrantenzoon tot eerste minister van het land. Elio di Rupo als een mini Barack Obama, de eerste zwarte presidente van de VS. Maar men vergeet dan wel dat Obama de taal van de meerderheid perfect spreekt.

Wat ik nog meer bewonder is de vasthoudendheid waarmee de Franstalige partijen hebben onderhandeld over hun deelname aan de regering. Dank zij drie klassieke Vlaamse braverikken waaronder twee zonen van vooraanstaande Vlaamse politici (Tobback en de Croo), heeft de Franstalige  minderheid in de regering Di Rupo een groter politiek gewicht dan de Vlaamse meerderheid. Het politieke gewicht van het Vlaamse regeringsdeel verhoudt zich tot het Franstalige als 8,5 tot 9,5 terwijl gerekend naar inwoneraantal het omgekeerde het geval zou moeten zijn, namelijk 10,8 tot  7,2.

Om zoiets tot stand te brengen moet je lef hebben en dat heeft de Franstalige minderheid zo hebben ze de afgelopen jaren bewezen. Hoe haal je het anders in je hoofd om als Franstalige minderheid je internationale beklag te doen over schending van Franstalige mensenrechten in de Vlaamse randgemeenten van Brussel terwijl juist in deze gemeenten de Vlamingen indertijd belangrijke toegevingen hebben gedaan op taalgebied aan de Franstaligen? Met deze aanval op de aan de Franstalige minderheid verleende faciliteiten straften ze schaamteloos de Vlaamse politieke lankmoedigheid tegenover de Franstalige minderheid af. Zij wensen geen faciliteiten maar rechten om het Frans onbelemmerd te mogen hanteren, tot in de Vlaamse gemeenteraad toe. Het omgekeerde, dat een Vlaamse minderheid datzelfde recht voor de Nederlandse taal zou opeisen, is ondenkbaar.

Wat mij ook heeft verbaasd is het gemak waarmee de Christen Democraten de grootste politieke partij van Vlaanderen én hun voormalige politieke bondgenoot NV-A onder leiding van Bart de Wever zonder enige schaamte hebben laten vallen waardoor de meerderheid van de Vlamingen niet vertegenwoordigd is in deze regering. Je moet als politieke braverik maar durven. In een normaal democratisch land is dat onmogelijk. Op deze manier dreigen de democratische spelregels bedoeld ter bescherming van de Franstalige minderheid een pervers karakter te krijgen voor de Vlaamse meerderheid. Dat zou zich in de toekomst wel eens kunnen wreken.

maandag 5 december 2011

VLAAMSE MEERDERHEID IS IN REGERING DI RUPO EEN POLITIEKE MINDERHEID

 
België is politiek een ingewikkeld land vanwege de aanwezigheid van een grote Franstalige minderheid tegenover een Vlaamse meerderheid. Dat op zich al vraagt om een evenwichtsoefening in de macht. Een minderheid voelt zich al gauw bedreigd door de meerderheid omdat een de meerderheid op basis van het getal een minderheid kan verdringen. Dat hoort natuurlijk niet in een democratie.  Die wordt juist gekenmerkt door respect voor de minderheid door de meerderheid.

Echter in België zijn de rollen met de totstandkoming van de regering Elio di Rupo precies omgekeerd. De Franstalige minderheid beschikt vanuit het oogpunt van bestuurlijke macht over de meerderheid terwijl de Vlaamse meerderheid in de minderheid is. Met een eenvoudige rekensom is dit duidelijk te maken waarbij we als volgt te werk gaan.

Een ministerspost krijgt het politieke gewicht van 1 punt. De post van Minister President di Rupo krijgt het politieke gewicht van 1,5 punt. Twee punten zou ook te verdedigen zijn want de eerste minister wordt de komende jaren hét gezicht van België, maar wij houden het hier op 1,5 punt. Een staatssecretaris krijgt het politieke gewicht van 0,5 punt. De voorzitter van de Kamer krijgt het gewicht van 1 punt, de voorzitter van de Senaat 0,5 punt. De Belgische Kamer heeft net als de Nederlandse Tweede Kamer een groter politiek gewicht dan de Senaat, in Nederland min of meer te vergelijken met de Eerste Kamer.

In dit puntensysteem halen de Franstaligen 9,5 punten ( de Franstalige Minister President plus zes ministers plus twee staatssecretarissen plus de voorzitter van de Kamer), tegenover de Vlamingen 8,5 punten (zes ministers plus vier staatssecretarissen plus de voorzitter van de Senaat.)

De verhouding tussen de Franstalige minderheid en de Vlaamse meerderheid is die van 4 miljoen tegenover 6 miljoen (4:6). Volgens die verhouding zouden de Vlamingen aan het machtsgewicht van 10,8 punten moeten komen (6/10 van 18) en de Franstaligen aan 7, 2 (4/10 van 18). De Vlamingen komen volgens deze rekensom dus 2,3 machtspunten te kort (het verschil tussen 10,8 en 8,5)  terwijl de Franstaligen datzelfde getal aan machtspunten teveel hebben (het verschil tussen 7,2 en 9,5).  


Op basis van de bovenstaande cijfers kun je de regering di Rupo zeker geen evenwichtige regering noemen. Eerder het tegendeel. Het is een onevenwichtige regering wat betreft verdeling van de macht tussen de Vlaamse meerderheid en de Franstalige minderheid. Maar wellicht dat de Vlaamse meerderheid deze minderheidspositie beschouwt als de prijs die ze moet betalen aan de Franstalige minderheid voor de komende staatshervormingen en de splitsing van BHV.