Posts tonen met het label david hockney. Alle posts tonen
Posts tonen met het label david hockney. Alle posts tonen

dinsdag 30 juni 2026

IN MEMORIAM DAVID HOCKNEY..

Een uitgave van Thames and Hudson Ltd.London, 1993


Ik had een blog over David Hockney in voorbereiding als vervolg op mijn bezoek aan de expositie London Calling in het Haags Kunstmuseum waar een paar schilderijen uit zijn beginperiode hangen. Nu hij onlangs op 88 jarige leeftijd is overleden wordt het een in memoriam. Als kettingroker is hij overigens wonderlijk oud geworden. 


Zijn nalatenschap aan schilderijen mag er zijn. Ik maakte kennis met zijn werk in de “Kunst und Ausstellungshalle der Bundesrepublik Deutschland" in Bonn in het jaar 2001, een jaar nadat ik besloten had om te gaan schilderen. Niet door een cursus te volgen of zo maar door gewoon te beginnen.


Dat begin bestond uit verven met acryl en kijken naar meesters net zoals ik indertijd gedaan heb toen ik begon met fotograferen. Een van die meesters was Hockney. Hij had mij als oudgediende in de fotografie verrast met een fotocollage die veel indruk op me maakte en me meteen ook wakker schudde. 


David Hockney, Pearblossom Highway, 11-19 April 1986. "Ik begon aan Pearblossom Highway toen ik een opdracht had van Vanity Fair om en stuk te illustreren van mijn vriend Gregor von Rezori over Humbert Humbert's reis op zoek naar Lolita. Het was mijn laatste fotocollage and de meest geschilderde. Ik fotografeerde negen dagen en deed twee weken over de samenstelling. Ik zie het als een panoramische overval op het Renaissance eenpuntperspectief (verdwijnpunt)." 



Ik zag de vrijheid die hij zich met foto’s veroorloofde en was vrijheid ook niet het motto waarmee ik was gaan schilderen? Ik wilde me bevrijden van de werkelijkheid die de camera vastlegt of liever verder kijken dan de camera. De fotograaf is met zijn camera immers gebonden aan de werkelijkheid en de omstandigheden.


De fotografie is een technisch wondermiddel. Het levert snel haarscherpe beelden op van mens en wereld maar het heeft ook zijn beperkingen. Natuurlijk, je fotografeert niet in de wilde weg. Je fotografeert met een visie of zelfs met een missie, in mijn geval een van mededogen en betrokkenheid, maar ik wilde verdergaan dan de zichtbare wereld. 


Ik wilde een eigen wereld scheppen, een die bij me opkomt of die nu “werkelijk” is of niet. Die eigen wereld zag ik o.a. bij Hockney met zijn fotocollage. Daarin speelt hij met de ordening van de werkelijkheid, perspectief, ruimte  en horizon. 


David Hockney, A Walk around the Hotel Courtyard, Acatlan, 1985. Hockney schrijft bij dit schilderij: "Toen ik in 19845 in Mexico was voor mijn tentoonstelling 'Hockney Paints the Stage', reed ik met Gregory en David Graves naar Oaxaca toen de auto kapot ging en we de nacht moesten doorbrengen in een hotel in Acatlan. De hotelpatio was prachtig en ik maakte er een aantal schetsen voor een schilderij. A Walk gaat niet over een hotel maar over ene houding tegenover ruimte. Terwijl je de buitenwereld waarneemt, blijf je er tegelijkertijd ook omheen bewegen. Hoe langer je kijkt, hoe ruimtelijker het wordt."


Dat was precies wat ik zocht, vrijheid om een beeld te maken volgens eigen inzicht en intuïtie. In zijn schilderijen, hoewel figuratief, speelt hij al net zo met perspectief en horizon. Door Hockney leerde ik de vrijheid van schilderen kennen. 


Wat ik ook leerde van Hockney is kleuren zien. Natuurlijk was ik altijd al weg van het kleurgebruik van Vincent van Gogh. Door Hockney ontwikkelde ik een meer eigentijds kleurgevoel en leerde mijn kleurenintuïtie te volgen. Ik werd me bewust dat kleuren een zelfstandige (autonome?) betekenis hebben. 


De dingen zijn gekleurd naar hun aard en voorkomen maar dat hoeft voor een schilder geen belemmering te zijn om andere kleuren te gebruiken dan gebruikelijk. Had Picasso mij al geleerd dat je vrij kunt zijn in vormen, Hockney leerde me vrijheid van kleur.


Hockney durfde technisch te vernieuwen door op iPad te schilderen en zelfs met de fax te experimenteren. Hockney maakte zelf uit met wat en hoe hij zijn kunstwerken wilde maken. Dat is op zich al een belangrijke les. Kunst kent geen dogma’s, taboes of vaste regels. Kunst is kunst. Het belangrijkste is dat je het met liefde en plezier doet. Dan krijg je er ook nooit genoeg van. Hij heeft dat zijn leven land gedaan. Dat is misschien het belangrijkste wat ik uiteindelijk van hem heb geleerd, kunst maken met plezier.


Moge hij rusten in vrede. 

dinsdag 3 december 2013

DE RODE STOEL (EN DIE VAN VINCENT VAN GOGH)

Petrus, 'De Rode Stoel', acryl op multiplex, 82 x 120 cm
De gedachte aan een stoel als onderwerp voor mijn gebruikelijke thema's was zo maar bij me opgekomen. Of toch niet? Ik dacht aan een eenvoudige, nadrukkelijk aanwezige stoel die staat tussen chaos en orde. Een stoel die aanzet tot nadenken of misschien nog beter mediteren over ons mensen tussen die chaos en die orde, tussen heden en verleden. Iets tussen van Gogh en Mondriaan in. Ik hou van de meditatieve eenvoud van Mondriaan en de al even medidatieve kleurenrijkdom van van Gogh. Van Gogh mediteert over de werkelijkheid met realistische vormen en kleuren, Mondriaan met abstracte vormen en primaire kleuren. Een prachtige schilderkunstige erfenis die het waard is om op verder te werken. Maar ik vond dat ik deze stoel in zwart-wit moest schilderen. Een eenzame zwarte, enigszins vormloze stoel moest het worden.

Maar dat werd niks. De stoel ging verloren tussen de zwarte-witte plavuizen en de donkergrijze muur. Na enkele dagen geaarzeld te hebben, besloot ik de stoel donkerrood te verven. Toen bleek ook de muur alsnog een kleur nodig te hebben. Geel was prima. Maar de vorm van de stoel kwam nog niet voldoende uit. Na weer enkele dagen aarzeling besloot ik de stoel blauw te omlijnen. Het schilderij was af.

Links: 'Vincent's stoel met zijn pijp', Arles december 1888, Londen National Gallery. Rechts: 'De stoel van Gauguin, Arles december 1888, Van Gogh Museum Amsterdam.

Natuurlijk kende ik de stoelen van Vincent van Gogh en die van Hockney al. Vincent's stoel is ook eenvoudig maar wel realistisch. Hij was misschien wel de eerste die een stoel schilderde. Bij zijn tijdgenoten en schilder vrienden (Lautrec, Gauguin, Seurat, Signac, Manet, Monet en Renoir) heb ik op internet geen stoel op de hun afbeeldingen pagina gevonden. De stoel was toen blijkbaar nog geen schilderkunstig onderwerp.

Van Gogh heeft 2 stoelen geschilderd. Die van hemzelf, die ook voorkomt op het schilderij van zijn slaapkamer in het Gele Huis in Arles en de stoel van zijn schildersvriend Guaguin. Op de website van het Van Gogh museum is te lezen dat “De stoelen wel gezien worden als een personificatie van hun bezitters en Van Gogh moet hier ongetwijfeld aan gedacht hebben bij het maken van dit doek (de stoel van Gauguin). In een stilleven met attributen wordt zo een persoon - zijn vriend Gauguin - ‘geportretteerd’.
In die zelfde tijd maakte hij ook een schilderij van zijn eigen stoel, nu in de National Gallery in Londen. Dit werk toont een eenvoudige, onbewerkte houten stoel met rieten zitting, zoals ook weergegeven in De slaapkamer. De simpele stoel, het sobere vertrek en de weergave bij daglicht wijzen op Van Goghs directe, realistische benadering.”

Op de website van de 'De Vincent van Gogh Galerij' staat dan weer het volgende: “Van Gogh’s eigen stoel, eenvoudig en pretentieloos, is een simpele rieten stoel op een vloer met rode plavuizen. Gauguin’s stoel is daarentegen veel sierlijker. Het is daarom niet onredelijk de stoelen te interpreteren als het beeld dat Van Gogh van zichzelf had tegenover zijn visie op Gauguin. Van Gogh verkoos zijn hele leven het gezelschap van arme arbeiders boven dat van mensen met een aristocratische achtergrond. Vincent’s relatie met Paul Gauguin was bijzonder stormachtig en eindigde met het oor-incident (hoewel Van Gogh en Gauguin elkaar tot aan de dood van Vincent sporadisch bleven schrijven). Gauguin’s stoel is veel overdadiger en sierlijker. Het is duidelijk dat Van Gogh zich eerder identificeerde met de hard werkende boeren, die hij zo vaak schilderde, dan met een veel minder wereldse (en mogelijk egoïstische) bon vivant als Gauguin.”


Van Gogh zelf geeft in brieven alleen maar beschrijvingen, geen uitleg. In een brief aan kunstcriticus G.-Albert Aurier schrijft hij die van Gauguin "...zijn stoel van donker roodbruin hout, de zitting van groenig stro en op de plaats van de afwezige een kandelaar met brandende kaars en moderne romans." De beide stoelen beschrijft hij in een brief aan Theo: "…dat de laatste twee studies tamelijk grappig zijn. Doeken van 30, een stoel van hout en helemaal geel met rieten zitting op rode plavuizen tegen een muur (bij daglicht). Verder de armstoel van Gauguin, rood en groen, nachteffect, muur en vloer ook rood en groen, op de stoel twee romans en een kandelaar. Op dun doek, met hoge impasto’s” (Brief 571/740: ca. 23 november 1888).

David Hockney

David Hockney schrijft in zijn boek 'That's the way I see it' (Thames and Hudson 1987) dat hij de stoel van Vincent van Gogh gemaakt heeft op verzoek van de mensen van het fotofestival te Arles als een eerbetoon aan van Gogh ter gelegenheid van het feit dat het 100 jaar geleden was dat van Gogh naar Arles was gekomen. Tegelijkertijd schilderde hij ook de stoel van Gauguin “...but I altered it and put them both in reverse perspective. In these paintings I was still exploring the spatial ideas of perspective....” (blz. 174)

De 2 stoelen worden ook wel als een twee-eenheid gezien. “Behalve door de symbolische achtergronden (hieronder toegelicht) zijn deze schilderijen ook uniek door de manier waarop ze samen worden gepresenteerd, of dat nu gebeurt op een van de zeldzame tentoonstellingen waarop ze samen te zien zijn (in Londen 1968 bijvoorbeeld), of gewoon naast elkaar in een boek. Meestal worden de werken in omgekeerde volgorde getoond en niet op de hierboven afgebeelde manier. Met andere woorden, als de stoel van Gauguin links staat, is het alsof de stoelen zich van elkaar afkeren en duidelijk de vaak botsende karakters van Van Gogh en Gauguin symboliseren. Meestal worden de werken op deze manier gepresenteerd vanwege de vluchtige relatie tussen beide schilders. Als de schilderijen echter zoals hierboven worden gepresenteerd, suggereert dit een andere interpretatie: die van een wederzijds respect tussen de kunstenaars, niet van harte maar toch een oprechte bewondering, ondanks het ongelukkige verloop van hun relatie in ‘Het Gele Huis’ in Arles.”

Op een andere website las ik tot slot het volgende over de 2 stoelen: ”Zoals wel vaker met artistieke grootheden die op elkaars lip zitten: er ontstonden spanningen tussen Vincent en Gauguin. Gauguin gaf aan te willen vertrekken. Beiden hadden zoveel energie in de artistieke relatie gestorken, dat zij zichzelf aan het verliezen waren. Ze voelden zich eenzaam en leeg. Vincent schilderde toen hun beider stoelen, leeg, in de kleuren die hun stijl zo kenmerkten. Het einde van een droom..... “






40) ‘Vincents stoel met pijp’ en Gauguins leunstoel, Arles, december 1888, Vincent van Gogh