Posts tonen met het label buurmeisje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label buurmeisje. Alle posts tonen

dinsdag 12 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 43

Romance
©petrus nelissen

Ik besluit om een einde te maken aan de ontmoetingen met mijn buurmeisje. Een brief lijkt me de beste manier. Ik kan er niet tegen om haar pijn in de ogen te zien. Ik verwacht ook een heleboel waarom’s waarop ik onmogelijk een antwoord kan geven. In de liefde zijn er geen redelijke antwoorden, zeker niet voor degene die verliest. Wat in haar geval ook zo is. Ik kies immers voor een ander meisje. Dat is pijnlijk voor haar. Ze wordt door haar geliefde pardoes tot tweede keus gebombardeerd en dat schaadt hoe dan ook haar ziel. Daarom wil ik voorzichtig zijn, want als ik iets niet wil is haar kwetsen. Daarvoor is ze mij te lief.

Het voordeel van mijn brief is dat ze die nog eens kan overlezen. Mijn woorden van troost kunnen haar in de loop der tijd sterken. Ze kunnen helpen troost te vinden in onze verliefdheid, zoals een gedicht, een boek of een schilderij of film je kan troosten. Want verliefd waren we, kort en krachtig. Dat besef kan op den duur de pijn helpen verzachten. Dat hoop ik tenminste. Geschreven woorden zijn bestand tegen de tijd, duurzaam hoor je tegenwoordig te zeggen. Gesproken woorden gaan zo gemakkelijk verloren door een verkeerde toonzetting of een ontredderde lichaamstaal. Ze kunnen tot ruzie leiden en dat nu zou alles voor altijd kunnen verpesten.

Gevoelens onder woorden brengen is moeilijk, vooral in zo een delicate kwestie als liefde. Een brief kan de bijwerkingen beperken, maar helemaal pijnloos zal het nooit worden, hooguit draaglijk. Ik mag dan verliefd zijn geworden op een ander meisje, zij is me toch nog altijd even lief juist vanwege mijn teloor gegane verliefdheid. Dit alles heb ik haar geschreven.

Het is mijn eerste afscheidsbrief aan een geliefde. Ik heb er nooit voor geoefend dus moet het in een keer goed zijn. Ik leg mijn keuze uit zonder iets af te dingen van haar. Het gaat niet om meer of minder tussen de een of de ander. Meer en minder bestaat in de liefde gewoonweg niet. Het is een kwestie van anders waarin een keuze gemaakt moet worden, een oprechte keuze zonder gedraai of lichtzinnigheid. Per slot van rekening kan er maar een meester zijn van mijn hart.

Ik geef haar de brief zo snel mogelijk na onze begroeting waarvan ik weet dat het de laatste zal zijn. Dat maakt me treurig. Afscheid nemen, zeker van een geliefde, dwingt je om beider eenzaamheid onder ogen te zien. Hoe lief we elkaar ook gehad mogen hebben, uiteindelijk blijven we beiden eenzaam. Ze neemt de brief aarzelend aan vanuit het besef dat het een afscheidsbrief moet zijn. Waarom anders zou ik haar een brief geven? Na voor de laatste keer haar hand op mijn hand gevoeld te hebben, probeer ik rustig en ongedwongen weg te fietsen. Ik hoop dat ze gelooft wat ik aan het einde van mijn brief schrijf. Ik zal je niet vergeten.

Zo eindigt een kort sprookje op de verkeerde manier. Ze leefden niet nog lang en gelukkig met elkaar. Tegelijkertijd is er hoop op een nieuw sprookje met misschien wel het goede einde.


(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 5 juni 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 42

Dansles, Mexico 2010
©petrus nelissen

Telkens tref ik hetzelfde meisje tegenover me op de dansles. Toeval en toch gekozen? We zien elkaar wel zitten en zorgen er dus voortaan voor dat we tegenover elkaar komen te staan. Ze heeft veel zwart krullend haar, helder donkere ogen (ogen als van een hert zegt de dichter), ze beweegt elegant maar zonder overdrijven en ze is smaakvol gekleed. Onder het dansen zie ik haar slanke vingers. Ze danst soepel en meegaand met gevoel voor ritme. We dansen zo dicht tegen elkaar als de dansmeester ons leert “er moet een krant tussen kunnen”.

Ze vertelt dat ze helemaal alleen naar de dansles komt. Het groepje vriendinnen waarmee ze had afgesproken, is niet komen opdagen. Ze durfden niet maar ze besloot toch te gaan omdat ze zo graag danst. Ik stel voor om bij te komen zitten. Dat is gezelliger en praat gemakkelijker. Zo raken we meer vertrouwd met elkaar. 

Ze woont een goed kwartier lopen van het hotel. Op een avond durf ik haar te vragen of ik haar naar huis mag brengen. We lopen de straat uit, steken de spoorbaan over, lopen een tijdje over een donker fietspad langs de schutting naast het spoor totdat we de straat inlopen waar ze woont. Ik neem afscheid en fiets meer dan gelukkig naar huis.

Ik ben verliefd aan het worden. Maar zaterdag zie ik mijn buurmeisje weer en wat dan? Er zit niets anders op dan een einde te maken aan onze ontmoetingen maar hoe? Ik wil haar geen pijn doen. Daarvoor is ze me veel te lief. Alweer niemand die mij advies kan geven. Ook in het ‘Handboek voor Verkenners’ komen zulke problemen niet aan de orde. Er staat van alles in van tanden poetsen tot knopen leggen, van tent opzetten tot houtvuur maken maar hoe je het uit moet maken met een lief meisje, daar hebben ze het niet over.

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 1 mei 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 38

Sommige dingen zijn onuitsprekelijk.
Galerie Utrecht 2009.
©petrus nelissen

Zo nemen we een beetje onbeholpen afscheid van elkaar in de donkere achtertuin. Ik heb geen idee hoe het nu verder moet. Zijn we nog vrienden of zal de liefde voor ons buurmeisje voorgoed tussen ons staan? Er me druk over maken kan ik ook weer niet, daarvoor ben ik te blij dat ons buurmeisje voortaan mijn buurmeisje is. Dat is andere koek dan afgewezen te worden door een geliefde die je geen blik of woord waardig keurt. J. mag nog van geluk spreken. Hij heeft tenminste zelf gehoord van haar hoe het zit, ik kreeg nooit wat te horen. 

Voor J. is mijn zwijgen genoeg. Hij begrijpt mij ook wel. Gelukkig is hij ook nog eens nuchter aangelegd. Dankzij het gesprek dat hijzelf met haar heeft gehad weet hij precies hoe de zaken er voor staan. Hij maakt geen schijn van kans bij haar. Hij is er ’s avonds dan ook niet meer bij. Hij trekt zich terug, zonder scènes of pathetiek. Op school en bij de verkenners blijft alles bij het oude. Dat is wat je noemt echte vriendschap.

Mijn buurmeisje en ik zetten onze avondlijke ontmoetingen onder de straatlamp voort. We raken nog meer vertrouwd met elkaar.  Op een avond stel ik voor om samen naar een optreden te gaan van de populaire zanggroep de Fouryo’s in het stadspark, ter gelegenheid van de jaarlijkse bloemententoonstelling van de plaatselijke Dahliavereniging. 

Hand in hand lopen we er heen zoals je ziet op plaatjes. We zijn verliefde tieners. De avond is in alle opzichten van zeldzame schoonheid. We lopen door een wolk van liefde, lentewarmte en frisse geuren onder een heldere sterrenhemel. Een avond om een liefdesgedicht over te schrijven. Wat de Fouryo’s dan ook doen met hun lied ‘Dans nog een keer met mij’. De romantisch sentimentele tekst is voor ons geschreven. 

“Iedere dans 
is een kans, 
dat ik vraag zeg, 
wil je niet graag altijd bij me zijn? 

Want je weet 
ik vergeet nooit de dag 
waarop ik je zag 
in de maneschijn. 

Maar ik denk altijd weer 
aan wat jij die avond zachtjes tot mij zei 

Oh darling, dans nog eenmaal met mij.” 

(verschijnt elke dinsdag)

dinsdag 24 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 37

Art Corner op Brussels Art 2014
©petrus nelissen


Nu ons buurmeisje bij ons komt staan, valt me pas op hoe veranderd ze is. Ze is een openbaring zo maar naast de deur. Haar aanwezigheid verandert onze plek rond de straatlantaarn meteen in een kleine huiskamer. Is dit nu wat meisjes doen, van de straat een huiskamer maken? Mijn vriend en buurjongen J. en ik zijn er blij mee. Onze gesprekken veranderen van toon en onderwerp. Het is weer eens wat anders dan alleen jongenspraat.

Bij het vallen van de lente avond wordt de intussen verlichte lantaarnpaal een schemerlamp. In de schaarse verlichting zien we alleen nog elkaars gezichten en dan vooral de ogen. Ons gevoel voor tijd en plaats maakt plaats voor een intens heden. Er is niets of niemand wat ons geluk daar onder die lantaarnpaal in de weg kan staan. We zijn een volmaakt gezelschap in een wereld zonder bijklanken en vervelende ruis. Zo zou het altijd moeten zijn. Geen wonder dat ik al bij het avondeten verlang naar onze ontmoeting onder de schemerlamp op straat.

Ik zie en hoor vooral ons buurmeisje. J. is er ook altijd bij maar naar hem gaat weinig aandacht van mij uit en dat is wederkerig. Hij is een figurant bij mijn optreden met het buurmeisje. De avond draait wat mij betreft om haar. Totdat J. aan het einde van de zoveelste opvoering van ons toneelstuk van geluk en liefde mij ineens vraagt om met hem mee naar huis te lopen. Ik ben verbaasd maar loop mee.

Gedrieën lopen we nu dezelfde kant op. Aan het tuinpoortje van J. nemen we zacht fluisterend afscheid van ons buurmeisje. Samen blijven we staan in de donkere achtertuin. J. overvalt mij direct met zijn bekentenis dat hij verliefd is op ons buurmeisje. Ik ben tegelijk wel en niet verbaasd. Dat hij verliefd is op haar moet haast wel, wie zou niet verliefd worden op zo een mooi en lief buurmeisje? Iedere jongen toch? Dat ik dat niet eerder heb bedacht. Ik stel meteen vast dat we twee vrienden zijn verliefd op hetzelfde buurmeisje. 

Maar helaas voor hem heeft ze meteen verteld dat de liefde niet wederkerig is. Ze bekende hem daarop dat ze verliefd is op mij. Ik zou liegen als ik niet zou schrijven dat ik daar in die donkere tuin paf sta. Verliefd op mij? Je hoopt het, maar durft het niet te denken. Wat nu? Mijn vriend troosten dat het nog wel goed zal komen met zijn liefde kan niet meer. dat zou een leugen zijn en dus verraad aan onze vriendschap. Ik zou ook liegen als ik nu zou doen alsof ik niet verliefd ben op haar net als hij en daarmee zou ik ook verraad plegen aan onze vriendschap. 

(verschijnt elke dinsdag)


dinsdag 10 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN DE ONGELOVIGE 35

De Vossenpatrouille aan de maaltijd.
We kunnen van alles maar van meisjes weten we niks.

Als twee goede vrienden verkennen J. en ik niet alleen bos en hei maar ook de meisjeswereld. We doen dat op de fiets. Niks zo handig om ergens te komen als de fiets. ’s Avonds na gedaan huiswerk fietsen we geregeld naar de twee zusjes H. De fiets is meteen ook onze steunpilaar. Zittend op de fiets met een been op de stoeprand met de handen op het stuur of voorover gebogen met de ellebogen leunend op het stuur voeren we uitbundige gesprekken met de meisjes en andere vrienden. Onze vriend R. is vereerd met al de aandacht voor zijn  twee schone zusjes.

Geen van allen zijn we bekend met de meisjeswereld. Wij jongens hebben zo onze vermoedens over het een en ander maar hoe de vork nu precies in de steel zit bij meisjes is nog een raadsel. Het ontbreekt ons aan veel details en aan een manier van aanpak. We kennen de rolmodellen van vader en moeder van jongs af aan en daar leer je weliswaar een hele hoop van maar toch hoofdzakelijk praktische zaken. Over het hoe en waarom van meisjes leren we niks als je dan ook nog geen zus hebt, ben je helemaal gehandicapt.

Van mijn vader heb ik als kleine jongen van 3 jaar leren fietsen. Daarna heb ik geleerd een fietsband te plakken, het stuur recht te zetten, het licht te maken en zelfs trappers te verwisselen. Ik ben met hem op de fiets wezen vissen in de Maas. Ik heb van hem leren fietsen door bossen en polders en ver weg van huis naar de dierentuin in Rhenen of op bedevaart naar het dorpje Zeeland. Op zondagen neemt hij me mee naar voetbal- of wielwedstrijden. Ik krijg wekelijks zakgeld. Allemaal praktische zaken die je in het leven nodig hebt, maar over meisjes leer ik niks van hem.

Mijn moeder leert mij boodschappen te doen op de fiets met de boodschappentas aan het stuur met daarin een portemonnee met boodschappenbriefje. In de Spar kennen de vrouwen mij en geven me een stukje worst bij de snijwaren. Ze leert me netjes te zijn op mijn spullen,, mezelf goed te wassen, ook mijn oren en onder mijn armen." Ze leert mij aankleden, tanden te poetsen, ontbijten met brood en Brinta en niet te vergeten mijn schoenen uit te doen bij thuiskomst. Allemaal praktische zaken voor dagelijks gebruik tot op de dag van vandaag, maar over meisjes leert ze me niks.

Bij de katholieke verkenners leer ik op kamp en tijdens weekeinden in de bossen van alles over koken en keuken onderhoud. Ik leer aardappels schillen, vlees in boter bakken, melk koken voor de havermout, soep maken en thee zetten. Ik kook op een houtvuur waar ik zelf hout voor heb gesprokkeld. Ik leer vuur aanmaken als het regent of hard waait. Ik leer aluminium borden en pannen af te wassen, niet met Dreft maar met duurzaam zand en water uit de beek of onder de handpomp, maar over meisjes leer ik niks.

(verschijnt elke dinsdag)