donderdag 8 oktober 2026

THEO VAN DOESBURG: VAN "NATUUR" NAAR "KOMPOSITIE"

Links afbeelding 1 'Meisje in atelier', midden afbeelding 2 'Portret-Kompositie', rechts afbeelding 3 'Eerste Doorbeelding Portret-Kompositie'.

 

Maar als schilderkunst niet expressionistisch mag zijn, wat moet het dan wel zijn volgens Theo van Doesburg? In het artikel “Van natuur tot kompositie”verschenen in De Hollandsche Revue in 1919, zet hij zijn ideeën daarover uiteen. Kort samengevat moet volgens van Doesburg de schilderkunst zich ontwikkelen tot “zelfstandig beeldende uiting van den menselijke geest.” 


Maar werpt Doesburg zichzelf tegen, waarom kunnen deze twee: “de uiterlijke verschijning der dingen en de uitdrukking van den geest niet samengaan?” Het antwoord is verrassend: “omdat de uiterlijke verschijning van de werkelijkheid niet bij machte is de Waarheid tot bepaalde uitdrukking te brengen.”


Hieruit volgen twee conclusies. De kunstschilder moet de Waarheid schilderen en de werkelijkheid is niet de Waarheid. Kunstenaars hebben dan ook door de eeuwen een de werkelijkheid gevormd en misschien wel vervormd tot de Waarheid. Daarmee is gezegd dat de Waarheid volgens de kunstenaar boven de werkelijkheid gaat ofwel geest boven werkelijkheid,


Afbeelding 4: Destruktieve Voorstudie voor Kompositie 16


Tot nu toe sloten kunstenaars een compromis tussen werkelijkheid en waarheid. Het kubisme was volgens Doesburg de eerste zuivere kunstuitdrukking omdat alle intermediaire middelen als anekdote, voorstelling, symbool enz. verwierp en gericht was op “het uitdrukken der waarheid geheel op eigen wijze der kunst dit is door evenwichtige verhouding van stand en maat der vlakken en kleuren.”


Doesburg vindt dus dat kunst niet de werkelijkheid en geen gevoelens moet uitbeelden. Met de middelen van de schilderkunst moet de waarheid worden uitgedeeld en die waarheid is niet natuurlijk naar de werkelijkheid maar geestelijk. De schilderkunstige uitdrukkingsmiddelen van de geestelijke waarheid zijn een evenwichtige of harmonieuze verhouding van stand en maat van vlakken en kleuren.


Links afbeelding 5: 'Voorstudie voor Kompositie 16', Midden afbeelding 6: 'Voorstudie voor Kompositie 16, rechts afbeelding 7: 'Voorstudie voor Kompositie 16"


De vraag is nu  hoe komen we aan die geestelijke waarheid die we vervolgens uitbeelden in een harmonie van vlakken en kleuren? Doesburg is zo aardig om aan de hand van een voorbeeld ons lezers dat uit te leggen. Dan blijkt dat de inspiratie begint met een foto van een meisje in een atelier.


Daarvan maakt hij een eerste beelding in feite een gebruikelijk portretschilderij dat hij portret-compositie noemt.Vervolgens vereenvoudigd hij die afbeelding. Die vereenvoudiging noemt hij “eerste doorbeelding van portret-kompositie”. 


Theo Van Doesburg, 'Kompositie 16'. Helaas heb ik de kleurenversie van dit schilderij niet op internet kunnen vinden.


Dan volgt een “destructieve voorstudie voor kompositie 16”. Pas dan volgen 3 voorstudies voor Kompositie 16 en dan zijn we aangekomen bij de uiteindelijke Kompositie 16.


Aan de hand van dit voorbeeld moeten we vaststellen dat het uitgangspunt voor de ware schilderkunst (beelding) nog altijd de figuratieve werkelijkheid is. Maar in plaats van die figuratieve werkelijkheid uit te beelden in de geest of naar de gevoelens van de schilder wordt die eerst vernietigd en daarna gereconstrueerd tot een definitieve geestelijke waarheid.


Vanwaar die voorafgaande vernietiging van het bestaande beeld? Volgens van Doesburg volgt uit de wet van de gelijktijdigheid van vernietigen en opbouwen of in de kunstterminologie van destructie en reconstructie. Een wet die volgens van Doesburg voor zowel het leven in het algemeen als voor de kunst geldt.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten