maandag 14 maart 2016

COSTA RICA DAGBOEK 1977-79, AFLEVERING 39, PORTRET VAN EEN INDIGENA GEZIN

Portret van een vakbondsleider in de indigena gemeenschap Salitre, februari 1979

Pas nu besef ik dat de foto’s uit Costa Rica die ik intussen in 38 afleveringen heb geplaatst onder de titel “Proyecto Costa Rica 1977-1979” tezamen een dagboek zijn van mijn verblijf in Costa Rica. De titel is ook meteen begrijpelijker. daarom heb ik besloten om de titel te veranderen voordat het te laat is, d.w.z. toe zijn aan het einde van de serie.

De vakbondsleider poseert met drie dochters en een zoon voor zijn hut in satire, februari 1979

In mijn vorige blog heb ik al verteld dat de Joaquin Zuniga, algemeen secretaris van de Christelijke Boerenbond FECC,  mij had uitgenodigd om samen met hem de indigena gemeenschappen te bezoeken die aangesloten zijn bij zijn bond. Vanaf het stadje Buenos Aires, gelegen aan de PanAmerican Highway 200 km. ten zuiden van de hoofdstad San José, trokken we het binnenland in over zand en bospaden naar de Indigena reservaten Ujarras en Salitre.

Portret van de vrouw van de vakbondsleider met een van haar dochters in de hut. Links staat een bed. Op de steen rechts staan de schoenen van haar man. Salitre, februari 1979

Salitre en Ujarras behoren sinds 1977 bij de zogenaamde ‘indigena reservaten’ (territorios indigenas) afgekondigd bij wet in 1977. In totaal zijn er 24 van dergelijke reservaten, waarvan 3 bij het stadje Buenos Aires: Ujarras, Salitre en Cabagra. De meeste van de bewoners spreken hun eigen taal bri-bri. Gesprekken in het Spaans verlopen moeizaam en de meesten hebben een stamgenoot als tolk nodig.

Portret van moeder en dochter, satire, februari 1979

De reservaten zijn geschonken door de staat en behoren volgens de wet op de reservaten toe aan de indigena gemeenschappen. De grond in deze reservaten kan niet worden verkocht, overgedragen of het oppervlak verkleind worden. De gemeenschappen hebben volgens dezelfde wet recht op zelfbestuur en autonomie. In de praktijk komt daar echter niet veel van terecht. Daarvoor waren in die tijd de gemeenschappen te weinig ontwikkeld en gestructureerd. 

Portret van de dochter, Salitre, februari 1979

Een eigen bestuurscultuur, zo ze die ooit als stam gehad hebben, bestond nauwelijks meer. Veel van hun eigen cultuur zijn als gevolg van de kolonisatie van hun gebieden door blanken verdwenen. Ze overleven teruggetrokken in stukken oerwoud in armzalige hutten, spreken voornamelijk hun eigen taal en telen her en der in het woud verspreid wat koffie, bananen en bonen.

Portret van een van de dochters in de keuken, Salitre februari 1979


Wat ze nodig hebben aan gereedschap, kleren of andere zaken kopen ze in het nabij gelegen stadje Buenos Aires, of zoals het zelf zeggen bij de blanken. Om aan geld te komen, verkopen ze een deel van hun schamele koffie, bananen of bonen oogst aan de blanken. Die blanken, waarvan de meesten ook arme donders zijn, weten goed dat de indigenas bij gebrek aan vervoer nergens anders terecht kunnen en betalen dus standaard te weinig voor de aangeboden producten. De indigenas weten dat ondertussen wel maar kunnen er weinig of niks aan doen.

Slapende baby in de hut, Salitre februari 1979

Voor degenen die meer willen weten over de indigena reservaten in Costa Rica en Spaans kunnen lezen, verwijs ik naar een artikel op de website van Ernestop Rivera C, getiteld "Territorio Indigena de Salitre" van juli 2014.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen