Posts tonen met het label cvp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cvp. Alle posts tonen

vrijdag 17 augustus 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 51



 Op de foto Bert Anciaux (1959). Zijn persoonlijke politieke geschiedenis is net zo ingewikkeld als die van België.  Hij volgde in zekere zin zijn vader op die voorzitter was van de Volksunie van 1979 tot 1985. Hij begon in 1986 zijn politieke loopbaan als gemeenteraadslid van Brussel en was Schepen (Wethouder) in die stad van 1992 tot 1994. Van 1992 tot 1998 was hij voorzitter van de Volksunie. Hij wordt verscheidene keren minister van de Vlaamse regering, Senator, Europarlementslid, Vlaams parlementslid, stapte over naar de socialistische partij SP.A, werd senator en fractievoorzitter van de SP.A fractie. Daar tussendoor heeft hij als en ware duizendpoot nog allerlei bijbanen en functies vervult. Daarmee is de politieke loopbaan van Anciaux de vleesgeworden geschiedenis van België geworden. (Wikipedia: Bert Anciaux)

De strategie van de Vlaamse Volksbeweging is om op Belgisch niveau de Franstalige minderheid gerust te stellen dat de Vlamingen hun meerderheid niet zullen gebruiken tegen de Franstalige minderheid en er tegelijkertijd naar te streven dat de centrale regering wordt uitgehold door bevoegdheden over te hevelen naar de gewesten en gemeenschappen. Het zogeheten Egmontpact (1977) zou de eerste stap zijn op deze weg van centraal georganiseerde unitaire staat naar een gedecentraliseerde staat met gewesten en gemeenschappen.

Het Egmontpact kwam tot stand met steun van De Volksunie, de meest Vlaams nationalistische partij in de regering Tindemans II. Niettemin riep het akkoord veel weerstand onder Vlamingen vanwege een teveel aan toegevingen aan de Franstaligen en de hoofdstad Brussel. Toen ook de Raad van State zich kritisch uitliet over het pact was de maat vol. De Vlamingen eisten  heronderhandeling van het pact wat door de Franstalige partijen werd geweigerd.


Het onvoorziene gevolg was verdeeldheid bij de Vlamingen, tussen en binnen de politieke partijen zelf. Bij de Volksunie scheurde de radicale vleugel zich af en vormde de Vlaamse Volkspartij die onder de naam Vlaams Blok aan de verkiezingen deelnam. Deze extreem rechtse partij werd in binnen en buitenland bekend met de leus “Eigen volk eerst”. 


Het Vlaams Blok zou wel eens de eerste politieke partij in Europa kunnen zijn die de naoorlogse banvloek op nationalisme in de politiek doorbrak. Daar schrokken alle traditionele partijen dermate van dat zij een zogeheten “Cordon Sanitaire” rond die partij legden, de onderlinge afspraak het Vlaams Blok nooit te betrekken bij regeringsvorming. Enerzijds begrijpelijk want uitvoering van het partijprogramma van het Vlaams Blok betekende in feite de opheffing van België. Anderzijds is een dergelijke afspraak een inbreuk op het democratisch politieke proces van coalitie onderhandelingen en compromissen sluiten. 


De onenigheid in het Vlaamse kamp en de felle botsing met de Franstalige partijen had ook voor de Belgische socialistische partij desastreuze gevolgen. Ondanks de oplopende spanningen tussen de twee gemeenschappen had die partij tot nu toe het hoofd weten te bieden aan het groeiende nationalisme aan vooral Vlaamse kant. Nu viel ook deze partij als laatste enige echte Belgische eenheidspartij alsnog uiteen in een Vlaamse en Franstalige partij (SP en PS). Het solidaire socialisme legde het loodje tegen het solidaire nationalisme. Dat is niet de eerste keer dat dit gebeurt en het zal ook niet de laatste keer zijn. 


Ondanks zijn desastreuze uitwerking op de Vlaamse beweging heeft het mislukte Egmontpact zijn sporen nagelaten in de Belgische politiek. Het bleef als een rode draad voor de Vlaamse politiek lopen op weg naar decentralisering van de Belgische staat. “Een groot deel van de doelstellingen van het Egmontpact werd later verwezenlijkt, met name de oprichting van de Gemeenschappen en gewesten.” (Wikipedia:Egmontpact).


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 20 juli 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 47

Het percentage geldige stemmen ten gunste van de terugkeer van Koning Leopold III, per kiesarrondissement.
Donkergroen is grote meerderheid voor, groen is meerderheid voor, oranje is bijna 50% voor
en rood is de meerderheid tegen (Wikipedia: Koningskwestie).

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen de Vlaamse en Franstalige Gemeenschap tegenover elkaar te staan als gevolg van de zogeheten koningskwestie, die al vanaf het begin van de oorlog dateerde. Koning Leopold III besloot tegen de wens van zijn naar Frankrijk gevluchte regering, in België achter te blijven als krijgsgevangene van de Duitse bezetter. Dit meningsverschil zou hem parten blijven spelen tot aan zijn gedwongen aftreden in 1950. Zijn bezoek aan Hitler in Berchtesgaden en zijn tweede huwelijk (de geliefde Koningin Astrid was voor de oorlog bij een auto ongeluk in Zwitserland om het leven gekomen) maakten er de zaak niet beter op. 

Na de bevrijding van België stonden voor en tegenstanders van de koning lijnrecht tegenover elkaar. De tegenstanders konden het niet eens worden en dus zat er voor koning Leopold III niets anders op dan in ballingschap in Zwitserland de politieke ontwikkelingen af te wachten. De Christelijke Volks Partij CVP , zelf voorstander van de terugkeer van de koning, besloot na de verkiezingsoverwinning in 1949, aan te sturen op een volksraadpleging (referendum) om op die buitengewone manier het politieke meningsverschil tussen voor en tegenstanders van koning Leopold III voor eens en altijd te beslechten. Maar de volksraadpleging maakte de zaak er niet beter op.



“De uitslag verdeelde de twee gemeenschappen van het land. Bijna 58% stemde voor Leopolds terugkeer en 42% tegen. In Vlaanderen stemde de meerderheid voor in alle provincies. In Wallonië stemde de meerderheid in de rurale provincies Namen en Luxemburg voor. De dichtbevolkte geïndustrialiseerde provincies Luik en Henegauwen waren tegen. In het arrondissement Brussen was een kleine meerderheid tegen, terwijl in het tweetalige Brabant een nipte meerderheid voor was.” (Zie Wikipedia: Koningskwestie)

 

Ondanks deze meerderheid voor het aanblijven van de koning braken er stakingen uit tegen zijn terugkeer. In Wallonië volgde zelfs een algemene staking. Om uit deze nieuwe impasse te komen, werden in 1950 opnieuw verkiezingen gehouden die weer een absolute meerderheid voor de CVP opleverde waarop de nieuw gevormde regering de koning terugbracht naar België.

Maar opnieuw weigerden de tegenstanders zich neer te leggen bij de tot 3 keer democratisch tot stand gekomen meerderheid. En weer braken stakingen uit bij de tegenstanders in Wallonië én in Vlaanderen. Er zat niets anders op dan een compromis te zoeken om het land van verdergaande bestuurlijke chaos en destabilisering te redden. Koning Leopold zou zo spoedig mogelijk, d.w.z. binnen een jaar, aftreden ten gunste van zijn zoon prins Boudewijn.
 

Het politieke gevaar voor een verdeeld land was bezworen maar voor hoe lang? De koningskwestie had een permanente zwakheid in de Belgische democratie bloot gelegd namelijk dat een democratische meerderheid niet volstaat om een besluit te nemen. Daarmee had voor veel Vlamingen het conflict haarscherp aangetoond dat zij als Vlaamse meerderheid de koers van hun land nooit zouden kunnen bepalen tenzij ze als Gemeenschap over meer autonomie en zelfbeschikkingsrecht zouden beschikken. Daarom wordt de Belgische politiek  sindsdien beheerst door communautaire spanningen tussen de beide Gemeenschappen in plaats van de door de socialisten geheiligde tegenstelling kapitaal-arbeid.

(verschijnt elke vrijdag)