Posts tonen met het label cuba before the world. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cuba before the world. Alle posts tonen

vrijdag 13 mei 2016

FALEND CUBAANS LANDBOUW BELEID

Illustratie uit het boek "Cuba before the World" (1915) De oogst van ananassen. 

In het boek “Cuba before the world” uit 1915 worden de vele mogelijkheden voor Cubaanse landbouw aangeprezen. Voor een aantal vruchten wordt de aanplant en teelt in aparte hoofdstukken beschreven: ananas, bananen, koffie, sinaasappels, kokosnoten, cacao, diverse groenten en andere meer zeldzame of onbekende fruitsoorten. In elk stukje wordt uitgelegd wat de kosten zijn per are en hoeveel er ongeveer op verdiend kan worden.

Over ananas lezen we het volgende: “This fruit grows on a plant resembling a large air-plant, each, as a rule, producing one pineapple. (…) The plant cost from $26 to $36 per acre, and the preparation of the land will cost about as much. The yield per acre will run all the way from $120 to $200, a good average being $160. No replanting is required for four or five years….” (blz. 98)

Het is op de kleine marktjes in Havana goed te zien dat het aanbod van groenten en fruit
heel beperkt is (foto gemaakt in 2008)

Koffie is een apart verhaal omdat Cuba ooit een belangrijke koffie exporteur is geweest, aldus de passage over koffie in het boek. “Few persons know that at one time Cuba exported more coffee than Java. That the exportation of this berry for a single year has reached 22,956,575 pounds, and that at one time there were more than 1600 coffee plantations on the island, practically all of which were abandoned because of the extortionate and unwise tax imposed by the Spanish government, and the disadvantages then offered in the cultivation of sugar.”

Een schamele markt vergeleken met de markten in andere Latijns Amerikaanse landen.
(foto 2008)

“There is no crop in Cuba which offers better prospects to the grower because there is probably no other country which consumes more coffee per capita or which grows a better article. At present there is not sufficient coffee raised in Cuba to supply one-fourth of the local demand, and the population is constantly increasing, which offers growing opportunities in the local market, fostered by a protective tariff, irrespective of the market in the States.”(blz. 98-99)

Zelfs winkeltjes op het platteland (dit winkeltje is in het
toeristische stadje Vinales) hebben in hun aanbod geen vers fruit of groenten.
Alles gaat naar de staat die het dan weer verdeeld of exporteert.
(foto 2008)

Het boek laat zien dat vijftien jaar na de onafhankelijkheid van Cuba van Spanje de Cubaanse regering er alles aan deed om Noord Amerikaans investeerders aan te trekken ter vervanging van de Spanjaarden. De socialistische revolutie van 1959 maakte een einde aan dit beleid dat overigens de lokale boeren niet veel vooruit had geholpen. De Noord Amerikaanse eigenaren werden vlak na de revolutie zonder schadeloosstelling onteigend. Het antwoord van de VS was een volledige economische blokkade van het eiland  die voortduurt tot vandaag.

Een "winkeltje" achter de tralies van de woonkamer met wat eigen gekweekt
fruit en groenten. ( Trinidad, 2008)

Hoe verging het na de revolutie met de koffieteelt? Coffee has been grown in Cuba since the mid-18th century. Boosted by French farmers fleeing the revolution in Haiti, coffee farms expanded from the western plains to the nearby mountain ranges. Coffee production in eastern Cuba significantly increased during the 19th and early 20th centuries. At its peak production, Cuba exported more than 20,000 metric tons (22,046 short tons) of coffee beans per year in the mid 1950s. After the Cuban Revolution and the nationalization of the coffee industry, coffee production slowly began to decline until it reached all time lows during the Great Recession. Once a major Cuban export, it now makes up an insignificant portion of Cuban trade. By the 21st century, 92 percent of the country's coffee was grown in area of the Sierra Maestra mountains. All Cuban coffee is exported by Cubaexport, which pays regulated prices to coffee growers and processors.” (Wikipedia: Coffee production in Cuba

Deze vrouw biedt in haar voordeur vers geperst sinaasappelsap aan.
Ze hoopt zo te vermijden dat ze betrapt wordt op vrije handel.

Niet zo best dus. Volgens de VN voedselorganisatie FAO is het totaal aantal hectaren koffieaanplant gedaald van 170.000 hectaren in 1961 naar 28.000 in 2013, wat een terugval is van meer dan 80%. Met de koffieteelt is het dus al net zo vergaan als met suikerriet en de tabak. De productie van andere fruitsoorten en groenten zal niet veel beter zijn. Cuba is na de revolutie niet in staat gebleken om zijn landbouwproductie te verbeteren. Integendeel, het ziet er naar uit dat het een flinke achterstand heeft opgelopen.

Reis je door een land als bijvoorbeeld het Midden Amerikaanse Costa Rica dan kun je allerlei soorten fruit en groenten kopen op wel voorziene lokale markten. Veel fruit wordt bovendien rechtstreeks door kleine boeren langs de weg aangeboden, zoals watermeloenen, sinaasappels, bananen, ananassen en cashew noten.

Om wat extra te verdienen biedt deze man een kar wat zelf gebakken taarten aan.
De kwaliteit van de producten laat te wensen over vanwege het gebrek
aan goede ingrediënten. Vinales 2008

In Cuba niks van dat alles. In Havanna heb ik een paar kleine fruitmarkten bezocht, schamele markten vergeleken met die in andere Midden en Zuid Amerikaanse landen. Op die markten kun je tegen betaalbare prijzen allerlei etenswaren, groenten en fruit kopen. Bij de markt vind je vaak stalletjes waar je tegen een lage prijs kunt eten aan eenvoudige houten tafels. Het eten wordt ter plekke klaar gemaakt met spullen van de markt.In Cuba bestaat dit volkse comfort niet.

Een voorraadkast in een van de distributiewinkels waar je met je rantsoenkaart
terecht kunt. Trinidad 2008

Ondertussen heeft de gewone Cubaan zelfs niet genoeg te eten. Het huishoudboekje van Omar, de gids in Vinales waarover ik al in eerdere blogs heb geschreven, zag er als volgt uit (2008):
  • een rantsoenboekje voor basisproducten als brood, zeep, melk, wasmiddel, tandpasta (heel onsmakelijk), rijst, bonen en suiker. De hoeveelheden zijn echter te weinig voor een gezin met kinderen.
  • een vast loon van 160 nationale pesos per maand ofwel 5 Euro. Om de minimale kosten van levensonderhoud te kunnen dekken, heeft zijn gezin 500 nationale pesos per maand nodig.Vlees blijft dan onbetaalbaar. 
  • ter aanvulling werkt Omar als gids voor toeristen. dat levert hem meer op dan zijn loon en distributieboekje maar helaas lukt het hem niet vaak om voor gids te spelen.
De situatie is sinds 2008 niet verbeterd. Integendeel, eerder verslechterd. Volgens betrouwbare Cubaanse bronnen zou er zelfs honger geleden worden. 

Vlees is voor de gewone Cubaan te duur tenzij hij of zij op de een of andere manier wat zwart 
kan bijverdienen. Havana 2008

Natuurlijk kun je Nederland niet zo maar met Cuba vergelijken maar je kunt je toch op z’n minst afvragen hoe het mogelijk is dat Nederland met zijn geringe oppervlakte van 41.000 vierkante kilometer de tweede landbouwexporteur in de wereld is geworden terwijl Cuba met zijn meer dan 100.000 vierkante kilometer niet eens in staat is zijn eigen bevolking te voeden? 

Dat heeft vooral te maken met de basisstructuur van de landbouw produktie. Terwijl in Nederland en andere Europese landen het beleid er op gericht is geweest om de boeren als zelfstandig ondernemer zo sterk mogelijk te maken door te zorgen voor ondersteuning op wetenschappelijk gebied (zaaigoed en onkruid bestrijding), technische ondersteuning (kruising en verbetering van gewassen), landbouw onderwijs, financiële faciliteiten (krediet verlening) en een goede infrastructuur voor vervoer en vermarkting, was in Cuba het beleid van na de revolutie er op gericht de zelfstandige boer zoveel mogelijk uit te schakelen en in plaats daarvan de voedselproductie te baseren op staatscoöperaties of collectieve boerderijen. Zoals we intussen weten, heeft zulk beleid tot nu toe overal in de wereld gefaald.

vrijdag 15 april 2016

GESCHIEDENIS VAN DE CUBAANSE SIGAAR IN EEN NOTEDOP

Pagina uit het boek "Cuba before the World", verschenen in 1915 ter gelegenheid
van de Internationale Tentoonstelling in San Francisco.
In Cuba werd al in de tijd van de Spaanse kolonisatie tabak geteld en tot sigaren verwerkt.

Cubaanse tabak en sigaren zijn een export product van hoge kwaliteit in Cuba en daarmee tevens leverancier van veel inkomsten voor het land. Dat was al zo in de Spaanse koloniale tijd. “During the nineteenth century, tobacco was one of Cuba's main economic activities. Once the prohibition to grow and sell tobacco was lifted at the beginning of the century, the sector expanded rapidly but difficulties soon arose due to Spanish fiscal policy, both in Cuba and in Spain. In the Spanish mainland, where tobacco cultivation was banned, the state monopized the import and manufacture of the product. Attempts to abolish the monopoly failed because the Spanish Treasury depended heavely on its revenu.” (blz. 65 in 'Cuban Studies 33, University of Pittsburgh Press, 2002)

"The Romeo & Julietta cigar factory has been one of the most famous brands of Havana cigars known the world over....This factory has today the enormous production of 85.000 cigars a day and has been in demand by connoisseurs in every country of the world. Senior Rodriguez, Argüelles and Company, the proprietors, claim that the greatest succes in Havana's cigar history of the Romeo & Juliette cigars has been a succes of quality." (Blz.124 in "Cuba before the World"). Het merk  is na de revolutie van 1959 samen met vele andere merken genationaliseerd. Sinds 2008 wordt het merk gemaakt door Habanos SA, het staatsbedrijf op Cuba, en  het vroegere Spaanse Altadis SA op de Dominicaanse Republiek. Altadis SA en Cabanas SA vormen sinds 2008 een joint venture. (Wikipedia Romeo & Julietta)

Toen al gebruikte de staat de tabaksinvoer en uitvoer om er flink aan te verdienen. Het mes van de belastingen sneed aan twee kanten want terwijl Spanje invoerbelastingen hief, werd op Cuba uitvoerbelasting geheven. Het gevolg was dat de Cubaanse tabak te duur werd op de Spaanse markt. De Cubaanse telers weken daarom uit naar de Noord Amerikaanse markt waar ze weer moesten concurreren met een grote lokale tabakssector in aanplant en productie. De onafhankelijkheidsoorlog aan het einde van de negentiende eeuw maakte de crisis in de tabakssector nog groter.

This world renowned and large "Independent" Havana Cigar Factory dates away back to the year 1844, when it was founded by Mr. Hermann Upmann, uncle of the present owner....The "Upmann" factory employs all the year around fully 1200 working people, about 900 of them men and 300 women. The yearly output of cigars is averaging easily 25.000.000 and distributed over considerably more than 200 sizes ranging from $40 to $1500 per thousand." (Blz. 125 in "Cuba before the World"). De eveneens genationaliseerde "Upmann" wordt net als de Romeo & Julietta sigaar tegenwoordig gemaakt door de joint venture Cabanas SA op Cuba en eigendom van de Cubaanse staat en Altadis SA op de Dominicaanse republiek.

Pas na de onafhankelijkheid, in 1899 onder Noord Amerikaanse leiding, kon de tabakssector zich herstellen dank zij Noord Amerikaanse investeerders en de markt aldaar. Het was precies in die periode dat het door ons besproken boek “Cuba before the World” (zie voor meer informatie overt het boek de blog "Cuba before the World") verscheen (1915) ter gelegenheid van een Wereldtentoonstelling in San Fancisco. In het boek wordt tabak aangeprezen als een product waar heel veel geld mee te verdienen is. “The tobacco planters are called “Vegueros” and the plots of land on which they grow the crop are known as “Vegas”. Tobacco grows in may parts of Cuba, wirh varying succes and fluctuating prices; that grown in the western part of Cuba, particularly the extreme west, commanding the highest prices. It is dsitinctively a delicate crop, but one that pays the grower handsomely fort all the trouble he is put to in making it. The returns from the crop will range from a few dollars to $ 1000 per acre annually, and even five times this latter amount is known to have been made. Ordinarily an industrious grower can raise, approximately, ten bales to the leaf to the acre, each bale weighting 100 punds. This tobacco will generally sell for from $20 to $50 per bale, a safe average being $25.(blz. 95)

"Por Larranaga is the oldest of the "Not in the Trust" Havana factories. Its output is 10.000.000 cigars a year, and they are distributed all over the world with the exception of the countries, Italy and Persia (Iran), on account of the State's monopoly. (Biz.126 in "Cuba before the World). Ook dit merk werd genationaliseerd en wordt nu door zowel het staatsbedrijf Habanos SA als Altadis SA geproduceerd in Cuba en op de Dominicaanse Republiek. 

Na de communistische revolutie van 1959 werd een groot deel van de sector onteigend en in zijn geheel onder staatstoezicht geplaatst. De bekende tabaksfamilies en investeerders vertrokken uit Cuba. “The fundamental difference in growing tobacco and making cigars now compared to 50 years ago (d.w.z. voor de revolutie) is that the government controls or owns everything. "It's very simple," says Hiroshi Robaina, the grandson of Alejandro who has been managing the family-owned property on his own for the last three harvests. "We have one client, and we have one place to buy everything. At least prices are up three to 10 times in the last few years for good tobacco." (Zie "Cigars and Cuba: 50 years of history" op de website "Cigar Aficionado")

Het gevolg was een verlies aan kennis en ervaring dat niet gemakkelijk goed te maken is. De daarop volgende Noord Amerikaanse economische blokkade deed de rest. Een jaar voor de revolutie exporteerde Cuba nog 79 miljoen sigaren. In 1970 was de export nog altijd niet meer dan 55 miljoen stuks. Pas in de jaren daarna groeide de export naar 120 miljoen sigaren.

Ook Cubanen zijn fervente sigaren rokers. Hier zien we een straatveger
in Cienfuegos een imposante sigaar roken. Hij heeft er al twee klaar staan 

in zijn borstzak van zijn blouse. Sigaren bestemd voor de
binnenlandse markt zijn van minder kwaliteit dan de exportkwaliteit.
De binnenlandse markt sigarenconsumptie is groter dan de exportmarkt.
In 2005 en 2006 was de consumptie ongeveer 200 miljoen sigaren.
Vanaf 2007 tot en met 2010 is volgens de Cubaanse statistieken
de binnenlandse consumptie bijna 300 miljoen sigaren.
(foto: petrus nelissen, 2008) 

Als gevolg van blauwschimmel zakte in het midden van de jaren 80 de sigaren productie opnieuw in om uit te komen bij nog slechts 50 miljoen per jaar. De verliezen waren enorm waardoor het ook nog eens moeilijk was om de benodigde bestrijdingsmiddelen te financieren. “The worried government decided in 1984 that a young and highly respected economist, Francisco Padron, would take over as head of Cubatabaco. He was given a free hand to do what he wanted. "In 10 years, I put exports at about 110 million cigars," says Padron, who is now retired and writing books in Havana. The outspoken pragmatist lasted a decade with Cubatabaco, which was renamed Habanos S.A. in 1994. He drastically changed the way Cuban cigars were distributed and marketed in the world as well as introducing foreign investment in the cigar industry for the first time since the revolution.” (zie de boven aangehaald website)

Omar was onze gids voor een 4 uur lange wandeling door de
tabaksvelden (mogotes) van V
inales, een van de streken waar het beste dekblad
voor de Cubaanse sigaar wordt geteeld. Hij rookt zelf ook graag een sigaar.
Sigaren van eigen hand. Hij is zelf een van de vele tabaksboeren (guajiros).
Hij mag 10% van zijn jaarlijkse oogst, waar naar zijn zeggen de staat
heel veel aan verdiend, zelf houden. Van de kleinschalige verbouw
van tomaten en ananas mogen ze de helft houden, de andere helft
 is voor de staat die het tegen een vastgestelde prijs opkoopt.
Kokosnoten en bananen groeien in het wild. Van basisvoedsel als rijst,
bonen en maïs moeten ze ook de helft van de oogst aan de staat verkopen.
De prijs die de staat betaalt is volgens Omar altijd veel te laag.
(foto: petrus nelissen, 2008)

Eind jaren 80 begin jaren 90 bereikte de kwaliteit van de Cubaanse sigaar nieuwe hoogten maar de export van 100 miljoen sigaren werd niet meer gehaald. Begin jaren 90 kwam als gevolg van de crisis in de Sovjet Unie, de Cubaanse economie terecht in een neerwaartse spiraal. Het BNP daalde ongeveer met een derde, de export zelfs met 80%. Er was geen geld meer om te investeren in de tabaksproductie. In 1993 besloot Cubatobaco (later dus omgedoopt tot 'Habanos SA') de afnemers elders in de wereld om kredieten te vragen (eisen?) in ruil voor de toekomstige oogst. De productie steeg en tegen 2000 werden er 200 miljoen sigaren, sommigen beweerden zelfs 300 miljoen, geëxporteerd. De uitkomst was echter een ramp voor de kwaliteit van de geproduceerde sigaren. Although exports never reached 200 million, the unbridled expansion was a disaster. From about 1998 to 2001, the country produced close to 160 million cigars annually for export and many were of inferior quality. The main problem was construction—millions of cigars would not draw properly. Moreover, the blends for various brands were less defined. Some critics said the cigars all tasted the same and that factories used too young tobacco to make the cigars in haste.” (citaat uit "Cigars and Cuba:50 years of history")

Deze sigaar rokende vrouw speelt in de straten van Havana de figuur
van een waarzegster uit de vervlogen tijd van het Spaanse kolonialisme
toen de plantages werden bemand door zwarte slaven geïmporteerd uit Afrika.
Dank zij films over piraten en slaven in de Caraïben
(er is ook een James Bond film rond dit thema)
spreken deze vrouwen tot de verbeelding van toeristen.
De sigaar is een belangrijk 
rekwisiet voor de waarzegster,
samen met een spel kaarten en een glas rum.
(foto: petrus nelissen, 2008)

Volgens de Cubaanse statistieken exporteerde in 2007 het land nog altijd 123 miljoen sigaren om daarna te zakken naar 75 miljoen stuks in 2009 en 81 miljoen in 2010. In die periode besluit de Cubaanse regering de helft van Habanas (het voormalige Cubatabaco) te verkopen voor 477 miljoen Dollar aan Altadis S.A., de grootste sigarenmaker in de wereld. In 2008 werd Altadis op zijn beurt gekocht door de Britse tabaksgigant Imperial Tobacco PLC met een omzet van 24 miljard. Sigaren maken daar maar een klein deel vanuit. 

Toeriste die in een van de straten van Havana poseert 
met een man die een slaaf moet uitbeelden. 
Ook hier is de sigaar een belangrijk rekwisiet. 
Dat de man op deze manier wat probeert bij te verdienen,
spreekt voor zich.
(foto: petrus nelissen, 2008)

Het internationale persbureau Reuters meldt in 2011 dat de sigaren productie herstellende was. “The dexterous fingers of Cuba's cigar makers rolled out 81.5 million of the much sought-after smokes last year, compared with 75.4 million in 2009, according to a report released by the National Statistics Office on its Web page.... The partial recovery is due largely to growing demand in Asia -- particularly China -- where the new rich are keen for the largest and most expensive cigars, said Gonzalo Fernandez, deputy director of marketing at Habanos S.A., the worldwide distributor of Cuban cigars. China has climbed into third place, behind Spain and France, among the largest markets for Cuban cigars. Cigars are one of Cuba's top exports."

Op het ogenblik worden wereldwijd ongeveer 150 miljoen Cubaanse sigaren verkocht. Op het moment dat Noord Amerika een einde zou maken aan de economische blokkade van Cuba komt er een markt vrij met een omzet van 300 miljoen stuks per jaar. Natuurlijk, zullen die sigarenrokers niet allemaal overgaan op Cubaanse sigaren maar de verwachting is toch dat het aandeel Cubaanse sigaren op die markt groot zal worden. Voor de productie is er genoeg land beschikbaar in de streken waar de beste tabak geproduceerd wordt (Vuelta Abajo) en er zijn genoeg mensen die de kennis en de toewijding hebben om tabak te planten en de bladen te verwerken.


















vrijdag 8 april 2016

DE CUBAANSE SUIKERINDUSTRIE TOEN EN NU

Pagina uit het boek "Cuba before the World", uitgegeven ter gelegenheid 
van de Panam-Pacific International Exposition in San Francisco, 
published by The Souvenir Guide of Cuba Co., 1915

In het boek “Cuba before the World” uit 1915 wordt uitvoerig ingegaan op de suikerproductie in Cuba, een van de belangrijkste exportproducten naar vooral de Verenigde Staten. Volgens de cijfers in het boek (zie tabel hieronder) was in 1912 de totale suikerproductie bijna 2 miljoen ton, in 1913 bijna 2,4 miljoen ton en in 1914 ruim 2,5 miljoen ton. Zoals je in dezelfde tabel kunt zien, werd het grootste deel van de suiker geëxporteerd. In 1914 werd van de totale oogst van ruim 2,5 miljoen ton nog geen 70.000 ton gebruikt voor binnenlandse consumptie. Volgens het boek is suikerriet “ a sure crop, and it is one that does not require the care and the delicate attention given to tobacco and the other sensitive crops.” Arme boeren kunnen gemakkelijk suikerriet aanplanten omdat de suikerfabrieken hen helpen bij de aanplant en de oogst. “Cane is a product requiring no great amount of skill. It is an easy, safe and profitable crop.” (blz. 94 en 95)

Tabel  met de productie van suiker in tonnen en balen in de jaren 1912, 1913 en 1914.
Onderaan een tabel met de uitvoer van suiker.
De export naar de VS is verreweg het grootste, bijna 2 miljoen ton.
Naar Europa gaat nog geen 300.000 ton.
Bron: "Cuba before the World", 1915

Honderd jaar later staat in een persbericht van Reuter van juni 2013 dat de suikerproductie 1,5 miljoen ton bedroeg, bijna 1 miljoen ton minder dan in 1913! Volgens de Cubaanse TV was de productie lager dan verwacht vanwege verouderde fabrieken en machines naast de gevolgen van de orkaan Sandy en slecht management. "Mills opened and closed, opened and closed, opened and closed even though managers said they were ready for the harvest," Cuban Vice President Jose Ramon Machado Ventura told the meeting.” Opvallend in het Reuter bericht is ook dat “Only 8 of 56 mills in the country were built after the 1959 revolution, the last in the 1980s.” In 1915 waren er maar liefst 178 suikerfabrieken waarvan er 176 operationeel waren.

Illustratie uit het boek "Cuba before the World", 1915. Suikerrietoogst met Ossekar.

De vraag dringt zich op wat er gebeurd is met dit belangrijke exportproduct sinds de revolutie? Het is niet gemakkelijk om daar gegevens over te vinden omdat het Cubaanse regiem niet scheutig is met informatie. Een studie van Jorge Salazar Carrillo, Professor of Economics andDirector, Centre of Economic Reasearch van de Florida  geeft enig inzicht in de ontwikkeling van de suikerindustrie op Cuba. Volgens hem was de suikerproductie van Cuba in de jaren 40 en 50 van de vorige eeuw de basis van de economische ontwikkeling van het eiland: “Cuba was able to piggyback on the expansion of sugar production and its higher prices during the late 1940s and early 1950s, to the extent that “it seems safe to say that among all tropical countries Cuba has the highest per capita income. This income is produced by a highly capitalized economy concentrating upon a single export product-sugar. By pushing specialization to an unusual extent, the Cuban economy has been able to turn in an exceptional performance”4. The same conclusion was arrived at by the Cuban Economic Research Group gathered by the University of Miami late in 1961.” 

De os is nog altijd een belangrijke werkkracht op het platteland.
Deze foto is genomen in de omgeving van V
inales, 2008 (petrus nelissen)

Echter aan het begin van de 21ste eeuw “the Cuban sugar agroindustry was but a shadow of its former self. It was no longer the engine of economic activity.” De oorzaak van de ondergang van de suikerindustrie is volgens de onderzoekers de in de jaren 80 van de vorige eeuw overgenomen Sovjet Stijl en Methode van grootschalige productie. Het plan was om de productie op te voeren tot 14 miljoen ton suiker per jaar. Daarmee zou Cuba de suikerleverancier worden van de landen die deel uitmaakten van het door de Sovjet Unie gedomineerde Council of Mutual Economic Assistace.

While this goal was never reached, production in 1989 reached 7.58 million tons. However this level of production was predicated on large subsidies of oil and equipment from the Soviet Union. This, coupled with the Soviet style “gigantism” (i.e. huge areas of land under one administration) and large quantities of fertilizer, pesticides, etc. in use, resulted in the Cuban sugar industry becoming highly inefficient. The goal prior to 1989 was simply increased production via any means, rather than seeking to increase it by greater efficiency.” Met de val van de Sovjet Unie, vielen de goedkope Russische toeleveranties weg en dat leidde op zijn beurt tot het instorten van de Cubaanse suikerindustrie.

Op het platteland vind je nog de eenvoudige boerenhutten zoals 100 jaar geleden.
Deze foto is genomen in het typische landschap rond het toeristische stadje Vinales, 2008
(petrus nelissen)
Cuba could not finance its sugar industry in the early 1990s when it was forced to purchase oil and spare parts on the international market at prevailing prices. The primary cause of collapsing production was not any absolute lack of markets...but shortages of key productive inputs that had hitherto been imported; fertilizers and other agricultural chemicals, fuels and assorted machinery and parts for both field and factory. The magnitude of such shortages did not simply match the fall in sugar earnings but actually exceeded it. This was because the national economic crisis was so acute that a major part of shrinking sugar export earnings was perforce diverted to finance other imports considered to be yet more vital, most notably oil and food.”

Het gevolg was dat de productie van ruim 8,5 miljoen ton in 1990, waarvan 7 miljoen ton werd geëxporteerd, in 2000 terugviel tot net 4 miljoen ton, waarvan 3,5 miljoen werd geëxporteerd. Daar bovenop kwam ook nog eens een dramatische val van de wereldmarktprijs van suiker van ongeveer 14 cent per pound naar 8 cent in 2002. Door het inzakken van de productie en de lagen prijzen op de wereldmarkt kwam de Cubaanse economie in een crisis die zich over het hele eiland liet voelen. Cuba werd opeens een heel stuk armer.

Kruiwagen taxi in Trinidad, 2008.
Ook in de toeristenindustrie blijft het improviseren voor de gewone Cubaan.
(petrus nelissen)

Niet langer is suikerriet de grootste bron van inkomsten op Cuba maar het toerisme. Een bron van inkomsten die met de jaren alleen maar belangrijker is geworden. Toerisme moet als het ware de vroegere inkomsten van de suikerindustrie gaan vervangen. Dat zal de reden zijn waarom Cuba zich nu openstelt voor een verzoening met de VS. Noord Amerika is voor Cuba immers de meest aantrekkelijke want rijke, grote en meest nabij gelegen toeristenmarkt. Het zou mij niet verbazen als Havana straks weer een van de meest aantrekkelijke uitgaanssteden van Noord Amerika wordt, zoals het voor de revolutie onder dictator Batista ook al was. 



vrijdag 25 maart 2016

SCHOONHEID EN VERVAL IN HAVANA

Gebouwen en park in het Havana van 1915 ("Cuba before the World", een uitgave van 1915

In “Cuba before the World” (1915) lees ik hoe trots het pas onafhankelijk geworden land is op zijn hoofdstad Havana. But Havana is more than a commercial center; it is a beautiful city, on a curving shore by blue gulf waters, presenting to the visitor, as he arrives, a scenic like a curtain in a theater; a city which, after his landing, entertains him with changing views of fortresses and narrow straits, smooth seaside drives, and fashionable cafés crowded with pleasure seekers. Havana combines the strangeness of an oriental city and the fashionable life of a European capital.”

Gebouw van de Brandweer, de Wetenschappelijke en Kunst Academie in het Havana van 1915.
(Uit het boek "Cuba before the World, een uitgave van 1915)

Op de foto's uit 1915 hierboven staan indrukwekkende, goed onderhouden koloniale gebouwen. Of de stad met zijn vele wijken er toen ook zo goed onderhouden bijlag is natuurlijk maar de vraag. Er moet in 1915 toch veel armoede geweest zijn, ook in Havana en dus zullen er zeker ook armoedige wijken geweest zijn. 

In 2008 zag je eigenlijk nergens meer goed onderhouden gebouwen of wijken. Overal heerste verval. Weliswaar zijn met hulp van UNESCO in de binnenstad voor de toeristen wat straten opgeknapt, maar dat is dan ook alles. De omvang van het verval is verbijsterend. Vanwege mijn werk ben ik in veel grote steden geweest van Latijns Amerika en ik heb daar veel, heel veel armoede gezien en ook verval, maar verval zoals in Havana heb ik er nooit aangetroffen. 

Ondanks de vervallen staat van monumentale koloniale gebouwen, grote Spaanse herenhuizen, villa's en hele straten, kun je nog altijd zien dat het ooit een prachtige stad moet zijn geweest. Nog steeds hangt in het centrum van de stad een ontspannen sfeer. Nog steeds nodigen de nauwe straten  je uit  tot onbezorgd flaneren. De compleet vervallen huizen langs de Malecon doen geen afbreuk aan de romantische aanblik van die boulevard met zijn zicht op wijde blauwe luchten en de diep blauwe zee. Het verval lijkt de stad een extra romantische sfeer te geven, een sfeer vol van melancholie, ondergang en vergankelijkheid van het leven. 

Tussen het verval door schijnt nog altijd de schoonheid van het gebouw.
Havana 2008 (uit het fotoboek "Salsa Cubana" van petrus nelissen)

Voor de bewoners van Havana en de andere grote steden moet het echter alles behalve romantisch zijn om in zulke vervallen tot woonblok verbouwde koloniale huizen met hun gezin of familie in een kamer te wonen. In zo'n woonblok krioelt het dan ook steeds van de mensen. Er is geen echte privacy mogelijk. Soms is een voormalige grote woonkamer in tweeën gedeeld door een primitief houten schout. In het hele huis is maar een badkamer met een toilet en een keuken. 

Modernere woonblokken, gebouwd volgens de regels van de Sovjet architectuur, liggen er al net zo vervallen bij, zo merken we tijdens ons bezoek aan de dissidente blogster Yoani Sanchez. Alles in de flat is smerig, kapot en niet onderhouden. De man van Yoani vertelt ons dat hij met hulp van buren de lift zelf al vaak heeft gerepareerd. Zij wonen op de 10e verdieping en dan is trappen lopen in het warme klimaat van Cuba geen pretje. Ondertussen is er wel overheidsgeld om permanent een agent te posten bij het gebouw die in de gaten moet houden wat Yoani zoal voor staatsgevaarlijke activiteiten onderneemt. Als het allemaal niet zo triest was, zou het om te lachen zijn.

De bogen in de ruïne doet vermoeden dat dit Spaanse koloniale huis ooit
een klein paleis is geweest voor zijn bewoners, Havana 2008.
(Uit het fotoboek "Salsa 
Cubana" van  petrus nelissen)

Gezien de omvang van het verval, vraag je je af hoe dit toch mogelijk is. Vroeger dacht men er toch echt anders over de koloniale architectonische erfenis,  zo lees ik verbaasd in  “Cuba before the World” : “The men who have made modern Cuba have destroyed none of the great reminders of the romantic past. The whitewash brush of civilization has not defaced the ancient monuments of Spain, erected when Spain was the world, the narrow, mediaeval streets, the shops that close in the noonday, the cobblestones and the houses that bear the battle stains of time and tragic history.” (blz. 174)

In veel wijken in het centrum van Havana zijn hele straten met koloniale huizen totaal vervallen,
Havana 2008, (uit het fotoboek "Salsa Cubana" van petrus nelissen)

Hoe kan het, zo vraag ik me dan af,  dat men in het pas van het Spaanse kolonialisme bevrijde Cuba van 1915 zoveel respect heeft voor de Spaanse architectuur, ondanks de gruwelijkheden die het Spaanse leger heeft begaan tegen de vele opstandelingen, terwijl onder het socialistische regiem van Castro men dit alles zo verregaand heeft verwaarloosd? Natuurlijk, je kunt de Amerikaanse blokkade van dit alles de schuld geven, maar dat lijkt me een smoes. De Sovjet Unie heeft vanaf 1962 tot aan de val van de Berlijnse Muur in 1989 permanent Cuba met miljarden roebels gesubsidieerd. Zelfs opgebouwde schulden werden uit naam van de politieke solidariteit weer even zo gemakkelijk kwijtgescholden. 

Is de verwaarlozing het gevolg van de arrogantie van het communisme dat meent dat met het aan de macht komen van de communisme de geschiedenis van de mensheid pas echt begint en dat al het voorafgaande geen waarde heeft? Is het zogezegd het Communistisch fundamentalisme dat er toe leidt dat men overblijfselen uit het verleden willens en wetens verwaarloosd en prijs geeft aan het verval? Of is het de onmacht van het regiem om het architecturale koloniale verleden een plaats te geven in zijn eigen tijd? Of is het uiteindelijk toch doodgewone bestuurlijke onkunde en onmacht? 

Aan deze slecht onderhouden koloniale woning is zodanig verbouwd 
dat er meerdere gezinnen kunnen wonen, Havana 2008 
(uit het fotoboek "Salsa Cubana" van petrus nelissen)

Ik stel die vragen omdat ik hetzelfde - zij het op kleinere schaal -  ook gezien heb in veel steden in de voormalige communistische landen van Midden en Oost Europa. Zo was het oude hart van Kiev en Minsk volledig verwaarloosd en lagen sommige monumentale gebouwen in puin. Het centrum van de Roemeense hoofdstad Boekarest, dat voor de Eerste Wereldoorlog Klein Parijs werd genoemd, was behoorlijk vervallen al kon je nog wel, net als in Havana,  nog goed de sporen zien van de vroegere schoonheid van de stad. 

Ook in die toenmalige communistische steden was men nauwelijks in staat om de inwoners fatsoenlijke te huisvesten. Ik ben in Polen in appartementen geweest waar je zelfs geen paardenstallen van zou willen maken, zo slecht waren ze er aan toe. Blijkbaar weten Communistische regiems geen raad met financiering en onderhoud van volkswoningen, wat dan ook weer merkwaardig is voor een doctrine die beweert van en voor het volk te zijn.

Volle maan boven de ruïnes van Calle Luz, in het historische centrum van de stad, Havana 2008 
(foto uit "Salsa Cubana" van petrus nelissen) 

Om niet helemaal in mineur te eindigen, hieronder een citaat uit “Cuba before the World” waaruit blijkt dat Havana in 1915 een stad was die in alles behoorde tot de moderne wereld van die tijd. “This capital city of Cuba, with a population of 350,860 is rich in romance, tradition, and history. It is pitoresque in its architecture and physical attributes, delightful in its manners and customs, and fascinatingly interesting from all points of view. The water supply is unsurpassed in its absolute purity. Cable connections with the United States and Europe are close. First-class steamship and railroad lines operate between Tampa, Key West, Miami, New Orleans, New York and Havana.” (blz.175)

Een extreem voorbeeld van romantiek van verval, Havana 2008 
(Fotoboek "Salsa Cubana" van petrus nelissen)

woensdag 23 maart 2016

CUBA'S LEGER, POLITIE, MARINE EN (POLITIEKE) GEVANGENEN

Afbeeldingen uit "Cuba before the World" (1915)

In het boek “Cuba before the World” uit 1915 belanden we bij het nationale leger, de politie, marine en gevangenis. Om te beginnen het leger. Dat was zo vlak na de onafhankelijkheid natuurlijk nog gloednieuw maar desalniettemin compleet: “The regular army of Cuba, known as the “Ejercito Permanente” consists of 5,086 men, of which 4,855 are enlisted men and 231 officers, and are divided as follows: General Headquarters, Infantry Brigade, Coast Artillery, Field Artillery, Machine Gun Corps, sanitation and Music Band.” 

Afbeelding uit "Cuba before the World" (1915) 

Leger en politie zijn uiteraard mee opgericht door de Noord-Amerikaanse bevrijders van Cuba. De politie te paard voor op het platteland is met zijn 5267 manschappen bijna even groot als het reguliere leger.  “Havana’s police force was organized in 1898 by John McCullough, ex-chief of police of New York City, and by order of Major General William Ludlow, U.S.A. Military Governor of Havana. Mr.McCullough was very careful and chose only men who had served in the War of Independence, and who enjoyed a reputation for coolheadedness and bravery. A special traffic squad looks after travel in Havana’s crowded streets.” (blz.58)

Afbeelding uit "Cuba before the World" (1915)

Net als de politie is ook de marine opgebouwd ten tijde van “the American Military administration of the island.” Zo te lezen was het vooral een kustwacht en dat zal intussen ook niet veel anders zijn. “It comprised the following vessels, each of which carried a small gun:Agramonte, Abuja, Abejorro, Marti and Cespedes. The Cespedes had formerly been used as a launch in the Spanish navy with the name of Baracoa. These armed craft were stationed off the various keys on both coasts, with a view to prevent smuggling, particularly along the coast of Oriente province, where it was suspected a considerable quantity of illicit coffee found an entry into Cuba.” (blz.62)

Strand bij Trinidad, 2008.
Op een enkel bootje na is de zee rond het eiland Cuba leeg.
Je ziet ook nergens havens met boten,
ook niet met plezierboten en bootjes. 

In 2008 hebben we onderweg langs de zee nergens boten of havens gezien. Je verwacht op een eiland omringd door een blauwe zee met overal prachtige stranden en baaien veel boten en havens tegen te komen: plezierboten, jachten, zeilboten en vissersboten. Maar de zee is overal vooral leeg. Een heel enkele keer zie je een klein bootje spelevaren en dat is het dan. Je ziet nergens beweging op zee.  Blijkbaar leeft de Cubaan met zijn rug naar de zee wat voor eilandbewoners niet normaal is. 

De enige verklaring die ik gehoord heb voor dit hoogst merkwaardige fenomeen is dat het Cubaanse regiem kost wat kost wil voorkomen dat de inwoners per boot comfortabel zouden kunnen overvaren  naar de Noord Amerikaanse staat Florida, dat immers nog geen 150 km. ver van Cuba ligt. De zee is voor het communistisch regiem wat de Berlijnse Muur of het IJzeren Gordijn was voor de Midden en Oost Europese landen tijdens de Koude Oorlog. 

Afbeelding uit "Cuba before the World" (1915)

Merkwaardig maar wel apart is dat het nieuwe Cuba toen trots was op zijn gevangenissysteem.“The Department of Prisons of Cuba, under the direction of its Commissioner, General Demetrio Castillo Duany, is one of the best organized departments of the Government. The Presidio (Penitentiary), situated on the old Principe Castle (Fort of the Prince), is on the crest of a high hill overlooking the city of Havana on the west. The organization and functions of this establishment have been reformed to such an extent under the Government of the Republic, that is has become the attraction of all foreign prison experts, as well as visitors that her been through the department. The system of instruction, sanitation, workmanship, recreation and discipline used in the prisons, raises them to the level of the best establishments in the world.” (blz.66)

Afbeelding uit "Cuba before the World" (1915)
Ik weet niet hoe de situatie sinds de revolutie in de gevangenissen is maar ik heb er nooit veel goeds over gehoord. Zeker niet als het om politieke gevangenen gaat waarvan huidig president Raul Castro de brutaliteit heeft om te beweren dat er die niet zijn. Naar de normen van het regiem misschien wel niet maar naar internationaal aanvaarde normen toch zeker wel.

Volgens het Human Rights Watch report van 2015 heeft Cuba nog steeds tientallen politieke gevangenen maar niemand weet precies hoeveel omdat de Cubaanse regering nationale en internationale onafhankelijke mensenrechten groepen niet toestaat gevangenen te bezoeken. In hetzelfde rapport staat dat  “Cubans who criticize the government continue to face the threat of criminal prosecution. They do not benefit from due process guarantees, such as the right to fair and public hearings by a competent and impartial tribunal. In practice, courts are “subordinated” to the executive and legislative branches, denying meaningful judicial independence.”

De  voormalige Cubaanse politieke gevangene, Angola strijder, TV medewerker, 
dichter en schrijver Jorge Alvaro Castillo( 1961) 
met zijn vrouw in hun huis te Havana 2008 (foto: petrus nelissen).
We hebben indertijd in Havana  tijdens onze vakantie de gewezen politieke gevangene Jorge Alvaro Castillo en zijn vrouw thuis bezocht. Hij ontving ons met blijdschap in zijn armoedige woning. Uit alles bleek hoe moeilijk het voor hun beiden was om te overleven. Als voormalige politieke gevangenen kreeg hij geen werk en had bijgevolg geen inkomen. Ze moesten overleven met steun van particulieren en de hoop dat zijn gedichten hier of daar in de VS gepubliceerd zouden worden. Dat was soms het geval maar het was dan weer uiterst moeilijk om het geld naar Cuba te krijgen. Eigenlijk was hij nog steeds een gevangene.

Hij behoorde tot de groep gewetensgevangenen die tijdens de Zwarte Lente van 2003  (Primavera Negra de 2003) werd opgepakt., ook wel aangeduid als De Groep van 75. Jorge werd veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf maar werd om gezondheidsredenen eerder vrij gelaten. Ik lees op de website Martinoticias.com dat hij intussen voorzitter is van een mede door hem opgerichte schrijversclub op Cuba en dat hij in 2014 "El Premio Nacional de Literatura Independiente Gaston Baquero" heeft ontvangen. (Zie ook 'Diario de Cuba')

Een heel andere gevangene was Reinol Gonzalez, voormalig vakbondsman, kajotter (lid van de katholieke arbeidersjeugd KAJ) en medestrijder van Fidel Castro. Hij heeft ruim 20 jaar gevangen gezeten. Hij getuigt daarover in zijn boek “Y Fidel creo el Punto X”. (1987) Hieronder een stukje over zijn gevangenneming in 1961.

Na de vrijlating in 1977 van Reinol González (rechts) bezochten Márquez en zijn vrouw Barcha (links) de vrijgelaten Cubaanse politieke gevangene in Miami. Tweede van rechts is Teresita, de vrouw van Reinol die in 1988 overleed. De Cubaanse revolutionaire vakbondsman Reinol González steunde in de jaren vijftig de (gewapende) strijd tegen de dictatuur van Batista. Hij tekende protest aan toen de nieuwe machthebbers onder leiding van Fidel, Raúl en Che Guevara de vrije vakbeweging de nek omdraaide. Tientallen vakbondsmensen werden gearresteerd en gevangen gezet. Reinol werd in 1961 veroordeeld tot 30 jaar gevangenschap en kwam 1977 vrij dankzij bemiddeling van Garcia Márquez en bemoeienis van Europese politieke en vakbondsleiders waaronder de voormalige WVA algemeen secretaris August Vanistendael. 
Overgenomen van de blog "Fidel's beste vriend Gabo overleden"

“Na mijn arrestatie werd ik gebracht naar het gebouw van de Veiligheidsdienst gelegen in een geconfisqueerde exclusieve residentie in de wijk Reparto Mirama, op de hoek van Avenida 5 en straat 14, simpelweg bekend als “Vijfde en Veertiende”. Het was het belangrijkste repressie centrum van Cuba. De vele kamers in de voormalige gezinsvilla waren omgebouwd tot cellen, gemeenschappelijke cellen en ondervragingsruimtes.” Deze beschrijving doe me denken aan een villa in de Chileense hoofdstad die door dictator Pinochet werd gebruikt voor politieke gevangenen. Zie daarvoor mijn blog “Het Gruwelhuis" 

Reinol vervolgt: “Ik werd opgesloten in gemeenschappelijke cel nummer 3 waarin meer dan 20 gevangenen zaten in een ruimte van 10x5 meter, praktisch lag de een op de ander, want er stonden maar 2 tweepersoonsbedden. De meerderheid sliep op de grond op matten die tegen elkaar lagen en de hele vloer bedekten. Een voor iedereen zichtbaar gat in de grond deed dienst als toilet, zonder stromend water en waar een smerige lucht uit kwam. Een stuk buis dat uit de muur stak, diende als douche tenminste als men het geluk had dat er water was. Soms kregen we water als bewakers in een goede bui waren, wat niet vaak voorkwam. De laatst aangekomen gevangene kreeg de slechtste plek, die naast het poepgat waar soms de pis en de poep omheen spatte. Dat was de plek die ik in de eerste nacht van mijn arrestatie kreeg.” (blz.37 en 38) Voor meer informatie over Reinol Gonzalez zie ook mijn blog “Gabriel Garcia Marquez en de Cubaanse gevangene” 

Fan Changlong (L Front), vice chairman of China's Central Military Commission, and Alvaro Lopez Miera (R Front), chief of the General Staff of Cuba's Revolutionary Armed Forces, inspect the guard of honor in Havana, capital of Cuba, June 15, 2015. (Xinhua/Liu Bin)

Het huidige Revolutionaire leger is heel iets anders dan het leger van 1915. In de eerste jaren na de revolutie en met hulp van de Sovjet Unie bouwde Cuba een groot leger op bestaande uit vooral dienstplichtigen (vanaf je zestiende jaar) dat in staat was om in buitenlandse conflicten tussenbeide te komen: Ghana 1961, Algerije 1963, Syrië 1973, Ethiopië 1978, Angola 1975-1989 en Midden Amerika in de jaren 80. Cuba bood een gewapende hand aan revoluties en bevrijdingsoorlogen in Derde Wereld landen.  Net als in veel andere Derde Wereld landen heeft het Cubaanse leger naar schatting 60% van de totale economie in handen.

Na de val van de Sovjet Unie in 1989 werd met de executie van de populaire generaal Ochoa een begin gemaakt met “de zuivering” van het leger. “Today, the Revolutionary Armed Forces number 39,000 regular troops. The DIA reported in 1998 that the country's paramilitary organizations, the Territorial Militia Troops, the Youth Labor Army, and the Naval Militia had suffered considerable morale and training degradation over the previous seven years but still retained the potential to "make an enemy invasion costly." Cuba also adopted a "war of the people" strategy that highlights the defensive nature of its capabilities. On September 14, 2012, a Cuban senior general agreed to further deepen military cooperation with China during a visit to Beijing. He said that Cuba was willing to enhance exchanges with the Chinese military and strengthen bilateral cooperation in personnel training and other areas." (Wikipedia) 


De Policia Nacional Revolucionario PNR valt, zoals bijna overal in de wereld, onder het Ministerie van Binnenlands Zaken. Misdaadcijfers zijn in de hoofdstad Havana lager dan in menig andere grote stad. Fidel Castro zei in 1998 dat “de oorlog tegen de misdaad, tevens de oorlog tegen het imperialisme is.” De Cubaanse regering heeft nooit misdaadcijfers openbaar gemaakt. Men schatte in 1988 het aantal diefstallen op 6.531 ofwel 62 per duizend inwoners. In 1990 waren er naar schatting 19.000 gevangenen ofwel 19 per 100.000 inwoners.