Posts tonen met het label staking bananenplantage. Alle posts tonen
Posts tonen met het label staking bananenplantage. Alle posts tonen

vrijdag 15 juli 2016

COSTA RICA DAGBOEK 1977-1970, DEEL 43: DE STAKING 3

Moeder met 2 dochters in hun woning op de bananenplantage, februari 1979

In de vorige aflevering van mijn Costa Rica Dagboek  heb ik verteld over een staking op een bananenplantage van United Fruit in het zuiden van het land. De staking was bedoeld om druk te zetten op de CAO onderhandelingen met de werkgever, de van huis uit Noord Amerikaanse multinationale onderneming United Fruit. 

Zoon van de moeder hierboven die op de bananenplantage werkt, februari 1979

Op zich is het al heel wat dat er een CAO is en dat er over onderhandeld kan worden. In veel bedrijven in Midden of Zuid Amerika is geen Collectieve Arbeid Overeenkomst om de doodeenvoudige reden dat de werkgever die niet wil. Om een CAO te kunnen afsluiten, heb je een of meer vakbonden in het bedrijf nodig. De kunst van de werkgever is dus om te voorkomen dat er in het bedrijf een vakbond is.

Strijken op de veranda van de gezinswoning op de bananenplantage, februari 1979

Daar bestaan veel kunstjes voor. Je laat werknemers alvorens een contract te geven, een verklaring tekeningen dat ze geen lid zullen worden van een vakbond. Zo een verklaring is niet moeilijk te krijgen in landen met veel werkloosheid en in een bedrijf dat vergeleken met de rest toch redelijk betaald. Werknemers die toch een vakbond willen vormen, kun je dan weer op veel manieren het leven zuur maken en indien nodig ontslaan. 

Kinderen op het grote speelveld midden in het dorp op de bananenplantage, februari 1979

In landen waar de regering niets doet om vakbonden effectief te beschermen tegen dit soort kunstjes, hebben de werkgevers vrij spel. Helaas komt dit in Derde Wereld landen veel voor. Een van de oorzaken is bijvoorbeeld corruptie. Men koopt de verantwoordelijke politici om of als dat niet lukt de arbeidsinspectie. Die knijpen dus een oog toe als ze klachten uit het bedrijf krijgen. 

Fietsen op het speelveld met broertje voorop. Dorp op de bananenplantage van United Fruit, februari 1979

Maar goed, op deze plantage bestond wel een vakbond, nog wel van communistische snit. Bij de gewone werkman stelt dat communisme niet veel voor. Het is een soort folklore waar ze in geloven. Zo dachten veel bananenwerkers dat de arbeiders in Nederland allemaal uitgebuit worden omdat het een kapitalistisch land is. Sommigen vroegen me of in kapitalistische landen als bijvoorbeeld Nederland vrouwen vanwege armoede in de prostitutie werken? Als ik vroeg waar ze dit gehoord hadden, verwezen ze steevast naar Russische films die regelmatig op de plantage vertoond werden.

Potje koffie voor een staker op post, februari 1979

Dank zij die Russische propagandafilms kwam ik kinderen met namen tegen als Marx, Lenin en Joeri en dat in een land waar nog altijd veel kinderen Jezus (Jesus) of Heilige Geest (Espiritu Santo) heten . Joeri is overigens de voornaam van de eerste Russische kosmonaut Joeri Gagarin, die een een Spoetnik rond de aarde heeft gedraaid (1961). Voor de leiding is het lidmaatschap van de communistische partij natuurlijk geen folklore. Doordat de vakbond bij de Communistische partij hoort, kan invloed hebben op de vakbondsacties.

Twee vriendinnen op de bananenplantage, februari 1979

In Costa Rica stelde de Communistische partij Partido Vanguardia Popular (Volks Front) weinig voor. De politiek wordt sinds de opstand en een korte burgeroorlog gedomineerd door 2 politieke stromingen. De sociaal-democratisch georiënteerde Partido de Liberacion Nacional (Partij voor Nationale Vrijheid) en de Sociaal Christelijke Partido Unidad Social Cristiana (Sociaal Christelijke Eenheidspartij). Als gevolg van de politieke stabiliteit, onder meer het resultaat van de afschaffing van het leger na een een korte burgeroorlog in 1948 door president Figueres, is Costa Rica vergeleken met andere Midden Amerikaanse landen, een betrekkelijk welvarend en tolerant land. Het wordt daarom ook wel het Zwitserland van Midden Amerika genoemd. 

Staker op post tijdens de staking op de United Fruit bananenplantage, februari 1979


Dit verklaart ook waarom een multinational als United Fruit een CAO heeft met een communistische vakbond en waarom de staking vreedzaam is. Dat neemt niet weg dat de regering op zijn hoede is. Het is mogelijk dat de partij en de vakbond er belang bij hebben om het spel hard te spelen en tot rellen te laten komen. Dat was deze keer niet het geval. Een bezoek van de president en mobilisatie van de politie bleek genoeg om het conflict tot een vreedzaam einde te brengen.

Een staker op post, februari 1979costa rica dagboek 43 staking 3

vrijdag 3 juni 2016

COSTA RICA DAGBOEK 1977-1979, DEEL 42: DE BANANEN PLANTAGE STAKING 2

Groepsportret van de jongens op de plantage,
die allemaal op de een of andere manier hun vader bij het werk helpen,
Costa Rica, februari 1979

Toen ik hoorde van een staking op een bananenplantage waar ik eerder een fotoreportage had gemaakt voor het toenmalige NOVIB tijdschrift “Onze Wereld”, besloot ik er heen te gaan. Net als de vorige keer kwamen mijn contacten met de Christelijke Federatie Landarbeiders goed van pas. Door hun bemiddeling bij de Communistische Partij en de vakbond, kreeg ik toegang tot de plantage. De stakende arbeiders bewaakten immers alle toegangen tot de plantage.

Portret van een van de jongeren op de plantage, Costa Rica, februari 1979

De stemming op de plantage was rustig en vast besloten. De arbeiders wilden een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomt. Zo’n CAO komt zelden zonder slag of stoot tot stand; Als Noord Amerikaanse multinational is United Fruit niet gebrand op het sluiten van CAO’s en zeker niet met een communistische vakbond. Vakbonden worden beschouwd als obstakels voor goed ondernemen wat je daar ook onder verstaat. 

Bijeenkomst van vakbondsleden ter bespreking van de voorstellen
van de directie van de plantage, Costa Rica, februari 1979

Ik had over dat onderwerp graag een gesprek over gehad met de directie maar dat was van mijn kant onmogelijk. Als ILO expert en medewerker van een overheidsproject voor de ontwikkeling van boeren coöperaties kon ik mij moeilijk bezig houden met zoiets als een staking. Zogezegd moest ik mij als ambtenaar van een VN organisatie ver houden van elke verdenking van politiek. Dat deed ik dan ook maar zelfs het maken van foto’s tijdens zo’n precair sociaal conflict kon door deze of gene verkeerd worden uitgelegd. Dus hield ik mij op de plantage gedeisd. Wat niet weet, wat niet deert.

Portret van een staker met zijn zoontje thuis,
Costa Rica februari 1979

Buiten de plantage merkte ik pas goed de politieke betekenis van de staking. Ik zag in de omliggende dorpen dat oproer politie werd gemobiliseerd. Ze werden op strategische plekken in de buurt van de plantage gestationeerd. Ik veronderstel met de gedacht dat ze onmiddellijk zouden kunnen ingrijpen als dat nodig mocht zijn. Ik had echter geen idee wanneer dat zo zijn. Op de plantage was alles rustig. Er werd af en toe vergaderd over de voorstellen van de directie. Voor zover ik dat kon meemaken verliepen die vergaderingen rustig en zelfs gemoedelijk.

Portret van een staker op post, Costa Rica, februari 1979

Toch was er wat aan de hand want even later kwam president Carazo zelf zich op de hoogte stellen van de situatie. Ik zag dat de politie nerveus werd. Er werd druk met vrachtwagens gereden met daarop goed uitgeruste oproerpolitie.  De president zelf maakte een ontspannen indruk. Hij genoot van de aandacht van het toegestroomde publiek rond het kleine vliegveldje. Hij begaf zich meteen onder de mensen en begonnen zelfs een gesprek met een vrouw die blijkbaar dringend iets van hem nodig had.

President Carazo van Costa Rica (midden) spreekt met een vrouw uit het publiek
bij het vliegveldje , Costa Rica, februari 1979

Latijns Amerikaanse politici maken gebruik van lichaamstaal en slaan al gauw een hand over de schouder van een omstander, man of vrouw en praten vertrouwelijk met ze. Politici in Latijns Amerika zijn per definitie populistisch want dat is zowat de enige taal die de kiezer verstaat. Partij programma’s, brede visies op de toekomst en debatten over verschillen van (ideologisch) inzicht zijn aan de gemiddelde latino niet besteed. Daarvoor is de politieke cultuur onder de gewone mensen nog te weinig ontwikkeld, als het al ooit zo ver zou kunnen komen. Politiek gaat over macht en de rest is bijzaak. Dat kun je betreuren maar zeker in Latijns Amerika is dat de realiteit, wat er ook voor ideologisch sausje aan wordt toegevoegd.

Met de aankomst van de president, wordt met de oproerpolitie
nerveus rond gereden, Costa Rica, februari 1979


De staking liep met een sisser af. Kwam dat door de inmenging van de president zelf? Het zou kunnen. Een staking op zo’n grote plantage is immers van nationaal belang. Costa Rica leeft van de export van bananen en koffie. Een kink in de kabel van de export beteken t al gauw grote verliezen voor de staat. Dat de staking zonder verdere gevolgen bleef voor politiek en openbare orde toont aan dat het land capabel is om sociale conflicten op fatsoenlijke wijze op te lossen. In Latijns Amerika is dat een hele prestatie.