Posts tonen met het label shakespeare. Alle posts tonen
Posts tonen met het label shakespeare. Alle posts tonen

vrijdag 16 juni 2023

34. TERUG NAAR NIJMEGEN. ROMEO EN JULIA

 

Liefde wordt op duizend en een manieren uitgebeeld. Hierboven Matthew Ball and Lauren Cuthbertson in Romeo and Juliet van de Royal Opera op muziek van de Russsische componist Prokofiev.  Photograph: Tristram Kenton/Guardian

Jan van het Kruis lezen is vanwege zijn symboliek niet gemakkelijk, zijn lessen in liefde moeilijk. Liefde is bij Jan van het Kruis alles behalve oppervlakkig. Geen feel-good-lovestory die na wederzijdse misverstanden eindigt met het ik hou van je, de bijbehorende ring, de trouwdag van je leven en ze leefden nog lang en gelukkig.  

Bij Sint Jan is liefde geestelijk opgaan in de ander. In een van zijn toelichtingen werkt hij het idee uit dat je als minnaar zo helder en doorzichtig als glas moet worden zodat de ander, in zijn geval God er in volle glorie dwars doorheen kan schijnen.

Zo een staat van liefde bereiken is geen peulenschilletje. Het zal weinig mensen gegeven zijn om zover te komen. Aardse liefde loopt vast in dagelijkse beslommeringen en routine. Als het feest van de lichamelijke vereniging, de seks voorbij is dan blijft er bij veel mensen weinig meer over. Vandaar ook de verwarring tussen liefde en seks.

Bij Sint Jan zitten we in een heel ander verhaal. Daarin is geen sprake van lichamelijke liefde. Het draait om ziel en geest en dat maakt het nog een stuk moeilijker. Hoe je geest te verenigingen met God? Dat is het mysterie van het geloof waar geen algemeen geordend, overzichtelijk en rationeel antwoord op mogelijk is. Je gelooft of je gelooft niet.

Sint Jan twijfelt niet. Als rechtgeaard Spanjaard beleeft hij zijn geestelijke liefde voor God met passie en hartstocht en dus ook met hetzelfde lijden als de afgewezen minnaar in een liefdesdrama. Wie gepassioneerd -op het ziekelijke af- liefheeft, is bang afgewezen te worden. Hij of zij leeft in de voortdurende angst zijn geliefde te verliezen. Hij of zij heeft het gevoel zonder de geliefde niet volledig meer te zijn.

Liefde verwondt de ziel waardoor je de pijn van de liefde steeds opnieuw voelt, een pijn die groter wordt bij verlies van de geliefde. Het gedicht “Een Herdersknaap” ofwel “Lofzang van goddelijke inspiratie op Christus en de ziel (1582 -1584) begint met een verwoording van deze liefdespijn.

Een herdersknaap, alleen en ongelukkig
- niets was hem wel en niets kon hem bekoren -
was bij zijn herderin met zijn gedachten
en met zijn hart, gepijnigd door de liefde.

Hij treurde niet, omdat de liefde hem kwelde,
het hinderde hem ook niet dat hij pijn had,
al was hij dan ook diep gewond van harte, -
maar treuren deed hij, daar hij werd vergeten.

Niet de pijn van de liefde is het ergst maar het vergeten worden. Het niet meer gezien worden door de geliefde dat is het allerergste wat een geliefde kan overkomen. Op zo een moment hou je geestelijk op te bestaan. Je bent er niet meer. Wie verlaten wordt door zijn geliefde gaat dood. 

Wie vindt dat Jan van het Kruis overdrijft, moet er de wereldlitteratuur erbij pakken. Het stikt in alle culturen en volkeren van de verhalen, gedichten en liederen waarin de geliefde sterft of wenst te sterven zodra de ander hem of haar geestelijk of lichamelijk verlaten heeft.

De beroemdste liefdestragedie in de wereld is het verhaal van de ongelukkige liefde van Romeo en Julia van Shakespeare. Een verhaal over liefde dat de mensen tot op de dag van vandaag in duizend en meer vormen beroert en bezighoudt. De liefde blijkt bestand tegen de tijd. 

Liefde is net als de dood tijdloos. In het verhaal van Shakespeare en alle daarop volgende verhalen en gedichten overwint liefde de dood of ze wordt tijdloos door eeuwig in de dood te stollen. Dat is wat ook gebeurt in de vijfde en laatste laatste strofe van “Een Herdersknaap”.

Na lange, lange tijd is hij gestegen
hoog op een boom, oop’nend zijn schone armen,
an daaraan hangend is hij doodgebleven,
zijn borst ten einde gepijnigd door de liefde.

 

vrijdag 8 mei 2020

MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG 59, TE ZIJN OF NIET TE ZIJN

Mijn eerste lessen in avontuur en keuzes maken, waren de jongensboeken van Arendsoog en zijn indiaanse vriend Witte Veder gevolgd door de serie over de held Pim Pandoer en later Karl May en Huckelberry Finn. 
"In de Arendsoogboeken wordt geen blad voor de mond genomen over misstanden als de onderdrukking van de Indianen of de slavenhandel. De katholieke Kerk speelt, geheel naar de geest van de tijd, in de eerste delen in de gedaante van een pater een niet onbelangrijke beschavende rol."(Wikipedia: Arendsoog)

Misschien kwam het door de boeken van Erich Fromm, misschien door mijn heftige jeugdliefdes maar ik ontdekte als bij donderslag het verschil tussen hebben en zijn. Hebben verwijst naar bezitten, zijn naar het bestaan zelve,  naar de kern van je bestaan, naar de zin van je leven. Hebben is de buitenkant, zijn is de binnenkant. Hebben is materieel, zijn is spiritueel. Wie is, staat ergens voor. Wie heeft kan meer hebben maar is daarom niet meer. Om te zijn is hebben niet nodig soms zelfs een sta-in-de-weg. Kluizenaars en monniken beseffen dat (teveel) hebben een bedreiging kan zijn van je spiritualiteit en proberen daarom zoveel mogelijk te zijn met een minimum aan hebben. 

Maar hoe wil je zijn? Die keuze moet je maken, telkens opnieuw. Je kunt gemakkelijk zijn, ergens voor of tegen zijn, opportunistisch zijn, bedrieglijk zijn, hatelijk of lief, gelovig of ongelovig, gierig of vrijgevig. Er zijn ontelbaar veel manieren van zijn. Je kunt zelfs niet zijn door weg te vluchten van zijn en alsmaar werken aan het hebben of het zijn opgeven door niks te doen, de zaken op zijn beloop te laten. Zijn kan je kop kosten door principieel te zijn, in verzet te zijn of strijd te voeren voor gerechtigheid. Je keuze voor zijn, kan zelfs leiden tot nooit meer zijn, d.w.z. de dood.
Shakespeare’s Prins Hamlet wankelt tussen zijn en niet zijn, tussen dood gaan of vluchten voor de dood.


"Te zijn of niet te zijn, dat is de kwestie:
of het nobeler is om te lijden
onder alles wat het wrede Lot je toeslingert
of om de wapens op te nemen tegen een zee van zorgen
en er al vechtend een einde aan te maken?
Te sterven, te slapen, niets meer;
en in die slaap rust vinden voor alle hartzeer
en de duizend pijnen die je lichaam je bezorgen,
dat zou een einde zijn om jezelf toe te wensen.
Te sterven; te slapen: misschien wel dromen: Ach nee,
daar wringt het 'm: want welke dromen komen in die dodenslaap,
als we de aardse zorgen hebben afgeworpen,
Het doet ons weifelen: dit is de overweging die leidt
tot de ellende van zo'n lang leven,
Want wie zou de gesel en de hoon van de tijd verdragen,
het onrecht van de onderdrukker, de arrogantie van de rijke,
de pijnen van een onbeantwoorde liefde, de dwalingen van het recht,
de onbeschoftheid van een ambtenaar, en de verachting
waarmee onbenullen je geduldige werk belonen,
wanneer je rust kan vinden met een simpele dolkstoot?
Wie zou dit alles verdragen, zweten en kreunen onder een ellendig bestaan
als niet de dreiging van wat achter de dood komt er was,
het onontdekte land waar geen reiziger uit weerkeert
verwart ons en maakt ons zwak,
zodat we liever de lasten dragen die we kennen
dan het onbekende tegemoet te gaan.
Zo verlamt het geweten ons tot lafaards,
en zo wordt gezonde daadkracht verziekt door bleek gepieker
en lopen grootse ondernemingen op niets uit.
Stil nu, daar is mooie Ophelia! Nymf,
laat mijn zonden in je gebeden herinnerd worden."


Vertaling door J. Grandgagnage (2009)[17]
Monoloog van Hamlet uit Act III, scene I

Arendsoog, Kuifje en al mijn andere jeugdhelden zijn geen Hamlets. Hun keuzes zijn avontuurlijk, niet dramatisch. Daar pas ik beter bij. Per slot van rekening is mijn vader geen koning en ik geen prins. Er waren wel eens ruzies thuis over het vakbondswerk van mijn vader, teveel van huis naar late vergaderingen en leden met moeilijkheden die meestal op zondag bellen en dan bij voorkeur onder het eten. Mijn moeder vond dat mijn vader dan nee moest zeggen en dat deed hij niet. Het was onze boterham, vond hij. Weg was de huiselijke vrede bij het zondagse middagmaal maar dat was het dan. Tot moord en overspel kwam het niet. 


Gezien mijn afkomst verwacht ik niet ooit voor een zo dramatische keuze te komen staan als Hamlet maar je weet het natuurlijk nooit helemaal zeker. Er kan zo maar iets uit de hand lopen in de liefde of in de wereld en daar doe je dan weinig aan. Het beste verweer daartegen is de houding “wie dan leeft, wie dan zorgt.” Voorlopig gaat alles naar wens en dat moet ik zo zien de houden. Ik speel de held in mijn eigen jongensboek met een dramatiek die niet veel verder reikt dan de keukentafel en dat is genoeg.


verschijnt elke vrijdag
Elke gelijkenis met bestaande personen 


of gebeurtenissen berust op louter toeval.