Posts tonen met het label kunst als ontwikkelingsproject. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunst als ontwikkelingsproject. Alle posts tonen

donderdag 31 juli 2025

KUIFJE IN AFRIKA. KUNST ALS ONTWIKKELINGSPROJECT II

De bouw van de Witte Kubus midden op de plantage van de kunstenaars midden in de rimboe van Lusanga, Congo.


Renzo komt met een eenvoudig voorstel; beelden van klei maken. Ze gaan zowaar aan de slag. Een vrouw maakt een beeld ter herdenking aan haar verkrachting in de bush. Een primitief beeld dat de verkrachting in al zijn rauwheid en gewelddadigheid laat zien. Zover gaan westerse blanke kunstenaars meestal niet. Die laten liever wat aan de verbeelding over van de kijker.


Renzo maakt foto’s van de geproduceerde beelden en weet daarmee in Londen mensen enthousiast te krijgen voor een tentoonstelling. Er komt een heuse opening waar de blanke kunstliefhebbers zich kan vergapen aan hedendaagse primitieve Afrikaanse kunst en tegelijk in chocolade nagemaakt beelden kan kopen. 


Eenmaal terug in Lusanga houdt Renzo een cheque van tweeduizend euro omhoog voor de groep van kunstenaars in spé. Hun enthousiasme is groot. Renzo heeft bewezen dat hun kunst geld opbrengt. Met dit financiële succes slaagt hij erin om de groep te overtuigen een Witte Kubus te bouwen. Wat daarvan de functie is, wordt in de film niet meteen duidelijk. Is het een kunstzinnig clubhuis voor de kunstenaars, een tentoonstellingsruimte, een werkruimte of een museum?


Er volgt ook nog een tentoonstelling in New York. Een van de Afrikaanse kunstenaars reist mee naar New York. Net als in Londen wordt ook hier de opening een succes.


Tijdens zijn verblijf ziet hij in een museum een uitgebreide collectie beelden van zijn voorouders in een museum. Wanneer de conservator hem het beeld toont waar zijn oog opgevallen is, vraagt hij hoe dat in het museum terecht is gekomen. Het komt van een verzamelaar die zijn verzameling aan heeft geschonken. Hoe hij er aangekomen is weet de curator niet. Dat roept vragen bij onze Afrikaanse vriend op. 


Hoe komt een beeld van zijn voorouders terecht in een museum zo ver weg van huis? Als hij het beeld vasthoudt, voelt hij nog de kracht van zijn voorouders, zo zegt hij. Die kracht neemt hij mee naar huis.


Ondertussen is op de oude plantage in Lusanga, honderden kilometers ver van de hoofdstad Kinshasa, de Witte Kubus klaar. Hij wordt ingewijd door de Minister van Toerisme van Congo, een man uit wiens gedrag nu niet direct blijkt dat hij ook maar voor een millimeter geïnteresseerd is in het initiatief. Hij zegt geen woord, althans niet in de film.


De Witte Kubus staat ver verwijderd van elke vorm van toerisme, ver ook van de hoofdstad Kinshasa, een stad die vooral uit armoede en verval bestaat. Ooit gebouwd door kolonisator België, is er weinig meer van over. 


Hoe het nu verder moet met de kunst en de inkomsten maakt de film niet duidelijk. Er is wel een website waarop informatie staat over de Witte Kubus.  De officiële naam luidt nogal dik aangezet “Lusanga International Research Centre on Art and Economic Inequality (LIRCAI). 


Op 21 en 22 april 2017 werd een typische White Cube onthuld op een voormalige Unilever-plantage in Lusanga, 650 km ten zuidoosten van Kinshasa, D.R. Congo. Deze White Cube, ontworpen door OMA, vormt een centraal element van het Lusanga International Research Centre for Art and Economic Inequality (LIRCAEI). Gelegen in het hart van het plantagesysteem en op het kruispunt van wereldwijde ongelijkheid en klimatologische verandering, wil het onderzoekscentrum een vector worden voor een sociale en ecologische verschuiving. LIRCAEI is een gezamenlijk initiatief van de plantagearbeiderscoöperatie Cercle d'art des travailleurs de plantation congolaise (CATPC) en het Institute for Human Activities (IHA).


De feestelijke en plechtige opening van de White Cube markeert de start van het vijfjarige onderzoeksprogramma van LIRCAEI. In Lusanga zal de White Cube zowel het kapitaal als de zichtbaarheid aantrekken die plantagearbeiders nodig hebben om land terug te kopen en ter plaatse een nieuw economisch en ecologisch model te ontwikkelen: de post-plantage.


Met de oprichting van LIRCAEI zal de iconische, modernistische White Cube een nieuwe context krijgen in de context die historisch gezien de ontwikkeling ervan heeft ondersteund. Economisch gezien hebben plantages niet alleen de bouw van de meeste Europese en Amerikaanse infrastructuur en industrieën gefinancierd, maar ook die van musea en universiteiten. Op ideologisch niveau hebben het geweld en de brutaliteit die zich aan de ene kant ontvouwen – de plantagezones – de beleefdheid, smaak en esthetiek die aan de andere kant worden bepleit – de White Cubes – beïnvloed. Door deze twee tegengestelde polen van mondiale waardeketens met elkaar te laten botsen, wil LIRCAEI zowel de monocultuur van het plantagesysteem – die mens en milieu uitput – als de steriliteit van de White Cube – een vrijhaven voor kritiek, liefde en singulariteit, die vaker wel dan niet klassenverschillen bevestigt – overwinnen.



Dat is wat in 2017 is gebeurd, wat er daarna met de Witte Kubus, de kunstenaars en het project is gebeurd, is onduidelijk. Nergens is nog informatie te vinden over het project. Op de site van Dutch Culture staat het project vermeld, meer niet. Blijkbaar heeft het van die instelling. subsidie gehad. 


Of de Witte Kubus er nog staat en geld opbrengt voor de Afrikaanse beeldenmakers, is niet na te gaan. Ik vrees dat dit project, ontsproten aan de fantasie en de nogal verwarde kijk op de Afrikaanse werkelijkheid van vandaag door Martens, een Witte Olifant is geworden d.w.z. een mislukt project. Die projecten zijn goed bedoeld maar houden geen verband met de sociale, economische en politieke werkelijkheid in Afrika. Die is namelijk veel ingewikkelder en moeilijker te begrijpen dan blanken in hun overmoed denken.


Het project een samenwerkingsproject noemen is een gotspe. De Congolezen werden uitgenodigd mee te doen maar voor de rest kwam alles uit de koker van Renzo Martens. Hij heeft er naamsbekendheid mee gekregen bij de VPRO en kunstinstellingen maar wie kent de Congolese kunstenaars? Martens heeft als een ware postkoloniaal de armoede van de Congolezen uitgebuit om zijn eigen opgeblazen ideeën over kunst, maatschappij en Congo uit te leven en aan de man te brengen in het westen. 


donderdag 24 juli 2025

KUIFJE IN AFRIKA. KUNSTENAAR WORDT ONTWIKKELINGSWERKER

 

De Internationale Conferentie op de Unilever plantage. De Afrikaanse toehoorders worden toegesproken door blanke deskundigen die geen idee hebben van de levensomstandigheden van hun publiek en wat hun verwachtingen zijn. 



Laatst de documentaire film “White Cube” gezien. Ik was nieuwsgierig naar de poging van kunstenaar Renzo Martens om, zoals hij dat noemt, een duurzame bron van inkomsten op te zetten voor inwoners van Congo. Van ontwikkelingswerk met kunst had ik tijdens mijn vakbondswerk in Afrika nog nooit gehoord. Dus dat wil ik wel eens zien. 


Renzo Martens kwam op het idee om wat in Afrika te gaan doen toen hij het logo van Unilever in het Londense museum Tate zag. Musea zijn in het Westen gebouwd met geld verdiend door het uitbuiten van Afrikanen in de koloniale tijd, zo zegt hij in de film. Tijd om met kunst de aangedane schade goed te maken, moet hij gedacht hebben.


Met toestemming van Unilever trekt hij als een Kuifje  naar Afrika,  naar een Unilever plantage in Congo om zijn idee uit te proberen. We zien hen tussen een groep armoedige plantagewerkers die met lange dagen werken maar een dollar per dag verdienen. 


Ze klimmen op hun blote voeten in hoge palmbomen om met een kapmes trossen dadels uit te kappen. Een van de arbeiders vertelt dat hij drie keer uit een palmboom is gevallen zonder grote gevolgen. Hij heeft geluk gehad. Sommigen breken lichaamsdelen of vallen dood.


De mannen en vrouwen op de plantage willen wel meedoen. Wie weet, verlost deze blanke hun wel uit de misère. Tot mijn verbazing organiseert Renzo midden in de rimboe voor de verzamelde armoedzaaiers een internationale conferentie over het nut van creativiteit voor ontwikkeling. Ze worden via een groot scherm toegesproken door beroemde mensen van overzee.


Een van hen is een Canadese econoom die vanuit zijn werkkamer thuis het belang van creativiteit voor de economie uitlegt. Op de vraag van ene van de deelnemers wat dat hen oplevert, heeft hij geen ander antwoord dan wat algemeenheden. Ik denk dat de arme man ginds in Canada geen idee heeft tegen wat voor mensen hij praat.


Ze krijgen op de plantage ruzie over het project. Zonder geld geen eten, zo zegt een van de vrouwen. De ruzie komt de bazen in Londen ter ore. Ze trekken de toestemming aan Renzo om op de plantage te werken in.


We zien een scene waarin Renzo door de Afrikaanse leiding van het bedrijf lijflijk de toegang wordt ontzegd. Zijn pogingen om een kritisch gesprek te voeren, maakt de voorlieden van de plantage bozer. Wat heeft hij eigenlijk in Congo te zoeken en de plantage is niet van hem dus wegwezen, aldus de plaatselijke baas. Bedroefd neemt Renzo afscheid. Zoals de VPRO gids al had aankondigd, het project is mislukt.


Maar Renzo blijkt een nazaat van Kuifje en geeft niet op. Hij heeft zijn les geleerd. Je moet zorgen dat je zelf grond hebt, dan ben jij de baas en kan niemand je meer wegjagen. Hij koopt en stuk grond op een oude, verlaten Unilever plantage. 


Daar loopt een groep extreem arme mensen rond die dadels uit de overgebleven palmbomen kappen en daar op primitieve wijze olie uithalen. De opbrengst is te laag om van te leven. Renzo Martens is dan ook hartelijk welkom om verbetering in hun toestand te brengen. Misschien kan hij ze bevrijden uit hun misère.

(wordt vervolgd)