donderdag 12 maart 2026

2. DRIE BITCHES IN BONNEFANTEN



Drie schilderijen van Alene Thomassen. In het midden het schilderij met de foetus en de navelstrengen.


 

Ook voor Alene Thomassen (1964, Maastricht) is vrouw zijn toch ook veel bloot zijn, in haar geval organisch bloot. “Met waterverf maakt ze meer dan levensgrote schilderijen van vrouwen. Uit hun lichamen komen organen en natuurlijke vormen tevoorschijn,” zo meldt de brochure. Ze zoekt letterlijk naar wat onder haar huid leeft. 


Voor Thomassen is schilderen “een manier om te verwerken en te uiten wat door de maatschappij wordt onderdrukt. Ze schildert geen echte vrouwen maar wel echte ervaringen.” Van haar schilderijen valt af te lezen dat ze het vrouw-zijn ervaart als een opdracht en last.


Het krijgen van een kind, een voorrecht dat de man niet heeft, maakt deel uit van het vrouw zijn als opdracht en last. Op twee grote werken staan kinderen afgebeeld. 


Op een daarvan staat een grote in giftig groene waterverf geschilderde vrouw. Onder haar hangt nogal ongelukkig een foetus, naast haar hangen rode slangen die aan navelstrengen doen denken. Haar borsten kleuren rood. Geen schilderij om vrolijk van te worden.


Op het andere schilderij staat een met zwarte waterverf geschilderde vrouw omringd door 3 foetussen die door navelstrengen met haar zijn verbonden. Haar ogen zijn gesloten alsof ze de foetussen om haar heen niet wil zien of is het dat ze die aanvaardt maar wel met enige tegenzin? Ook hier weer blijkt vrouw zijn en moerschap een last en/of een zware opdracht.


Door de gebruikte aquarel techniek zijn de beelden onaf en vloeiend zonder enig houvast. De schilder zoekt in onzekerheid naar haar identiteit als vrouw. Geen enkel werk is helder en transparant, zo van dit ben ik en dit wil ik zijn. Nergens enige zekerheid over waar de schilder met haar leven heen wil. In de brochure staat dat ze vooral onaangepast wil zijn of met een ander woord compromisloos en dat is altijd een zware taak, voor zowel vrouw als man.


Uit alles blijkt dat het schilderkunstige uitgangspunt van vrouw-zijn bij Tanja Ritterbex en Aline Thomassen leidt tot problematisering van dat vrouw-zijn. In hun als het ware schilderkunstige dagboeken komt tot uiting dat zij het vrouw-zijn als een moeilijke opdracht zo niet als en zware last zien. 


Het tragische is dat geen van beiden een uitweg heeft gevonden. Tanja schildert haar vrouw-zijn van voor de bevalling nog als gezellige vrijheid en blijheid maar met het moederschap houdt dat op. Bij Aline zien we dat kinderen een last zijn maar over het daarna komen we niets te weten.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten