woensdag 16 maart 2016

JHERONIMUS BOSCH: DE MEESTER VAN HET KWAAD

Jheronimus Bosch, Linker paneel van het
Drieluik "De Tuin der Lusten",
Prado Museum, Madrid

Begeleid door veel tromgeroffel lees ik op de website van het Noord Brabants Museum over Jheronimus Bosch dat hij met zijn karakteristieke werk, dat vol zit met illusies en hallucinaties, wonderlijke gedrochten en nachtmerries, de grote thema’s van zijn tijd verbeeldt: verleiding, zonde en rekenschap. Het thema “rekenschap” ken ik niet, maar verleiding en zonde klopt wel. In de tijd van Bosch waren die thema’s min of meer vanzelfsprekend voor een schilder als Bosch. 

Het Middeleeuwse leven was van hoog tot laag doordrengt met alles wat met geloven te maken heeft. Geen wonder dat de kerk een machtig instituut was. Daar moest je niet mee spotten. Bovendien was je als schilder afhankelijk van kerkelijke opdrachten of op zijn minst kerkelijke goedkeuring. Als ik naar het werk van Bosch kijk, moet je vaststellen dat hij vermoedelijk een gelovig man was, die niet twijfelde aan de waarden van de kerk. Sommige fantasten menen dat Bosch een soort vrijdenker was avant la lettre, maar dat lijkt mij onzin.

Dat hij echter wel degelijk werkte binnen de kaders van de Katholieke Kerk en de officiële geloofsleer blijkt uit het feit dat hij lid was van de Lieve Vrouwe Broederschap in den Bosch en dat zijn schilderijen hun weg vonden naar de zeer streng gelovige Koning Filips II en hoogst waarschijnlijk ook naar leden van zijn hofhouding waaronder ook de Nassau’s, de voorvaderen van onze huidige koning.

Het raadselachtige van het werk van Bosch, zijn vreemde schepsels, monstertjes en lugubere scènes die hem zo spannend maken voor de moderne toeschouwer zit hem in het feit dat wij zijn wereldbeeld niet meer kennen en er intussen als gevolg van onze wetenschappelijke geest zelfs heel ver vanaf staan. We kunnen Bosch niet meer begrijpen, net zo min als we nog snappen dat Middeleeuwse schilders geen enkele moeite hadden om engelen te schilderen of duivels alsof ze werkelijk bestonden. We beginnen er met psychologische theorieën en opvattingen een slag naar te slaan.

Jheronimus Bosch, "De Verzoeking van de Heilige Antonius",
Museum Prado, Madrid

In de lijn van de canon van de Katholieke Kerk en als gelovige was Bosch bezig met inderdaad zonde en verleiding of misschien scherper geformuleerd met goed en kwaad. Als we naar de schilderijen van Bosch kijken dan zien we als terugkerend thema het goede, bijvoorbeeld gesymboliseerd door Sint Antonius of de Heilige Hyronimus, dat bedreigd wordt door het kwade gesymboliseerd door monstertjes, half menselijke figuren, rovers en moordzuchtigen. Bosch zet deze goede personen in een landschap van het kwade.

Een treffend voorbeeld van zo een landschap van het kwaad is het linkerpaneel van het beroemde schilderij ‘De Tuin der Lusten’ dat in het Prado museum in Madrid hangt. Op dat paneel wordt het scheppingsverhaal op gebruikelijke wijze uitgebeeld. We zien God die net man en vrouw heeft geschapen. De nog naakte vrouw heeft hij vaderlijk aan de hand alsof hij haar aan de wereld voorstelt. Zo op het eerste gezicht, zien we een lieflijk paradijs met een overdaad aan prachtige planten, bomen en dieren die vredig uit een meertje drinken. Kortom, een paradijslijk toestand zoals het hoort.

Maar bij nader inzien, is dat alles slechts paradijselijke schijn. Aan de voeten van God en het pas geschapen mensenpaar ligt een akelige poel des bederfs vol met lugubere, misvormde en uit de hel afkomstige dieren. Links onder bij Adam sluipt een groot uitgevallen kat met zijn prooi weg. Ook al geen paradijslijk gezicht. De opvallend rose gekleurde plant-boom in het midden van het schilderij is al evenmin geruststellend. Ondanks de onschuldige rose kleur, heeft hij ook iets agressiefs en ongemakkelijks. Het zou zo maar een tropische vleesetende plant kunnen zijn. 

Jheronimus Bosch, "De zwerver", Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam

Op de achtergrond links boven zien we een onheilspellende vlucht vogels die blijkbaar voor iets of iemand uit een duistere grot wegvliegen. Je vraagt je af wat die vogels daar deden? Hebben ze zich tegoed gedaan aan dode dieren? Bij nadere beschouwing voorspelt het landschap het nieuwe mensenpaar veel onheil en is dat ook niet wat de kerk toen en vandaag nog leert? Met het goede kwam ook het kwade in de wereld dat het goede bedreigt.

Op het schilderij “De verzoeking van de Heilige Antonius” , niet de drieluik te zien in het Nationaal Museum van Portugal in Lissabon, maar het schilderij in het Prado, zien we de goede mediterende Antonius. Hij zit midden in een landschap van het kwaad. Overal om hem heen zien we kleine akelige monsters, tekenen van geweld en oorlog, mannen die achter een schild ten strijde trekken en stropers die met hun buit sjouwen. Voor Antonius in een poel wijst een afgrijselijke heks naar hem. De kapel naast de boerderij heeft een zwarte toren die meer op een gevechtstoren lijkt dan op een vreedzame klokkentoren. De heilige Antonius blijft echter onaangedaan door dit dreigende landschap, het kwaad krijgt geen vat op hem.

Met zijn schilderij “De Landloper”, te zien in Rotterdam bij Boymans van Beuningen, heeft Bosch de gewone man geschilderd die, ondanks de liederlijkheid om hem heen en het zichtbare leed dat hem is aangedaan door het kwade, blijft vasthouden aan het goede. Zijn gezicht drukt vrede uit en aanvaarding van zijn lot.

Duivel boven op het dak van de Kathedraal van den Bosch.

Zijn kapotte kleren en slordig verbonden verwondingen symboliseren het kwaad dat hem is aangedaan op zijn weg door het leven. Naast hem ligt een hond onvriendelijk te grommen, bereid om hem aan te vallen. Op de achtergrond staat een bordeel met rechts een pissende man en links in de deuropening een minnekozend stel waarvan de man naar de borsten van de vrouw grijpt. In het bovenraam hangt een mannen onderbroek te drogen. Kan het liederlijker? Toch vervolgt de zwerver onverstoord zijn weg. Hij bezwijkt niet voor de verleidingen van de lusten en het kwaad. 

Ziedaar het centrale thema van Bosch dat in alle schilderijen van Bosch terugkeert. Dat wij dat niet of moeilijk zien, komt omdat wij niet meer geloven in de gedaanten die het kwaad in de Middeleeuwen aanneemt. Wij geloven niet meer in duivels en kwade machten en krachten die ons willen meeslepen in de hel. Omdat we dat niet meer geloven, herkennen we de beeldtaal van  Bosch niet meer en vragen we ons af wat de man toch bezield moet hebben om zulke akelige onheilspellende monsters te schilderen, duivelse misvormde wezens die vaak ook nog eens helse straffen ondergaan? 


Maar Bosch schilderde eenvoudig de wereld van de gewone Middeleeuwer. Die zag op de schilderijen dan ook meteen het kwaad dat het goede bedreigt net zoals elke Bosschenaar begreep dat de lelijke monsters op het dak van van de kathedraal het kwaad symboliseren dat de kerk bedreigt, gelukkig zonder resultaat. De kathedraal is te groot en te mooi om door het kwaad ten val te komen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen