Posts tonen met het label pieter bruegel de oude. Alle posts tonen
Posts tonen met het label pieter bruegel de oude. Alle posts tonen

maandag 20 februari 2017

LANDSCHAP EN WERELDBEELD 1: RELIGIE

Jacopo Bellini, (ca.1400-1470), Der heilige Hieronymus
in der Wildernis um 1460.
Op dit schilderij dient het landschap uitsluitend ter ondersteuning van het motief.

Een tijdje geleden ben ik naar de tentoonstelling “Landschaftssicht als Weltsicht” in het ‘Museum unter Tage’ te Bochum, Duitsland geweest. Een typisch Duits compacte titel voor wat in het Nederlands vertaald kan worden als “Kijk op het Landschap als Wereldbeeld”. 

Het museum omschrijft het als volgt: “Wie kaum ein anderes Medium eignet sich die künstlerische Landschaftsdarstellung dazu, die Rolle des Individuums in der Welt bzw. den Blick des Einzelnen auf seine jeweilige Umwelt zu reflektieren: Landschaftssicht ist immer auch Weltsicht.”

Even verderop omschrijft het museum de tentoonstelling als een overzicht van de ontwikkeling van het landschap als “Resonanzraum kür Individuum und Gesellschaft”, wat betekent dat in elke tijd, elk individu zijn eigen wijze van kijken heeft die uiteraard zijn neerslag krijgt in het schilderij.

Hyronimus Bosch (1450-1516),
"De Heilige Hyronimus boetend in de wildernis",
Museum voor Schone Kunsten te Gent.
Bij Bosch krijgt het landschap de rol van het Kwaad toebedeeld.

De tentoonstelling begint met een aan de 15e eeuwse Italiaanse schilder Jacopo Bellini (ca.1400-1470) toegeschreven schilderij. Het fantasie landschap met gouden hemel dient ter ondersteuning van de afgebeelde gekruisigde Christus. De gouden hemel en het gouden aureool om het hoofd van de gekruisigde Christus en de heilige Hyronymus benadrukt het heilige en religieuze karakter van de afbeelding. Dat toen de schilderkunstige onderwerpen religieus waren spreekt vanzelf. Bovendien was de belangrijkste schilderkunstige opdrachtgever de kerk. 

Nog in dezelfde eeuw zien we dat onze eigen Hyronimus Bosch (1450-1516) op een heel andere manier zijn schilderkunstige landschappen invult. Zijn Heilige Hyronimus ligt alles behalve in een vriendelijk landschap te bidden. Integendeel, het is een dreigend of zelfs kwaadaardig landschap. Het is een landschap van het kwaad. Voor de heilige ligt een poel des bederfs. De uil en de hond zijn kwaad gezind. De planten en boom zitten vol rot en bederf. Het landschap verder weg is ook al niet uitnodigend. Het straalt verlatenheid en eenzaamheid uit, geen geborgenheid, veiligheid of menselijke warmte. 

Het landschap van Bosch is net als dat van Bellini een geestelijk religieus landschap. Bellini verwijst met zijn afbeelding naar de kruisiging van Christus als de redder van de menselijke ziel voor de eeuwigheid. Bosch verwijst met zijn landschap naar de zondige en uiteindelijke ondergang 
van de wereld. Net als de heilige Hyronimus moeten we tot God bidden voor de redding van onze ziel. 

Pieter Bruegel de Oudere (ca.1525-1569), Jagers in de sneeuw,
Kunsthistorisches Museum te Wenen.
De dieptewerking met op de voorgrond de jagers en achter de bergen is indrukwekkend. 

De hoogte is ook prachtig door de plaatsing van de vogel hoog in de lucht. 
De afwisseling tussen lach en donker, wit en zwart is gebalanceerd. 
De compositie leidt het oog van hoog naar laag, van grote naar kleine mensen, 
van dichtbij naar ver. 
De mens is in het schilderij groot en tegelijk klein. 
Stad en platteland wisselen elkaar op een prachtige manier af. 
Nog steeds kun je dit beleven in het landschap rond Brussel, de woonplaats van Bruegel. 
Om al deze redenen is dit een van de beste en mooiste landschap schilderijen in de wereld. 
Het is onovertroffen. 


De latere eveneens Brabantse landschapschilder Pieter Bruegel de Oudere (ca. 1525-1569) is nog beïnvloed door Bosch maar is toch wat meer op de wereld van de mensen gericht. Brueghel heeft meer oog voor het getob en de dwaasheden van de mensen dan op het kwaad à la Bosch. Terwijl bij Bosch de mensen verloren zielen zijn, tenzij ze zich tot God en Christus wenden, zijn de mensen bij Brueghel weliswaar dwaas en tobberds maar ze scheppen zich ook een min of meer veilige dorpse wereld in harmonie met de hen omringende natuur. Vooral dat laatste thema werkt Brueghel in veel schilderijen uit, maar nergens zo mooi en goed als op het schilderij “Jagers in de sneeuw”.

dinsdag 10 januari 2012

DE TOREN VAN BABEL

De Toren van Babel, acryl en potlood op paneel (80 x 113 cm)
Het afgebeelde schilderij lijkt vanwege zijn kleuren een vrolijk schilderij maar dat is bedrieglijk. De Toren van Babel is immers een bijbels metafoor voor de hoogmoed van de mensen naar de hemel te willen reiken en dus god  waarvoor zij door diezelfde god worden gestraft met spraakverwarring. De bouwers verstaan elkaar niet langer en raken alsnog hulpeloos verstrikt in hun eigen bouwsel. Het project loopt vast. De toren komt niet af.*

Er zullen er vast wel meer zijn maar ik ken twee schilderijen van de  Toren van Babel. Het oudste is dat van Pieter Brueghel die de bouw van de toren als een Middeleeuws tafereel heeft geschilderd. Ik neem aan dat de bouw van kerken en kathedralen een voorbeeld voor hem zijn geweest. De toren reikt al in de wolken maar zo te zien is er nogal wat tegenslag. Vooraan zien we een gedeeltelijke instorting van het gebouw. Links op de voorgrond komt een koning of andere hooggeplaatste poolshoogte nemen bij de steenhouwers.  Er wordt zo te zien niet meer hard gewerkt aan de toren. In die tijd werd overigens wel vaker aan de bouw van een kathedraal begonnen waarvan dan na verloop van tientallen jaren bleek dat hij vanwege de kosten niet afgebouwd kon worden. 

Pieter Bruegel de Oude (1525-1569), De grote toren van Babel (1563), Kunsthistorischer Museum Wenen
Het tweede schilderij heb ik begin vorig jaar gezien op een tentoonstelling in Antwerpen van de Duitse schilder Anselm Kiefer. Daar werd voor het eerst aan het publiek het reusachtige schilderij Der fruchtbare Halbmond’ getoond. “Het is een reusachtig werk met de voorstelling van een bakstenen toren. Kiefer maakte het werk voor Hans Grothe, zelf een bouwondernemer. Het schilderij is een grote theatrale ruimte, waarin hij het oeroude verhaal van de toren van Babel uitbeeldt. Met de monumentale schaal wil Kiefer aantonen dat al die bakstenen voor rijke verscheidenheid staan. De bakstenen zijn de bouwstenen van een nieuwe cultuur. De ruïne is een nieuw begin, alles wordt gerecycleerd. De titel van het werk verwijst naar de bakermat van de westerse cultuur: het oude Tweestromenland of Mesopotamië, reikend tot aan het huidige Syrië, Libanon en Israël. Kiefer herschrijft als een ‘ruïnemaker’. Het oeroude epos is door alchemist en mythemaker Kiefer letterlijk in lood en verf gegoten.” (tekts museum van Schone Kunsten van Antwerpen).

Anselm Kiefer, Der Fruchtbare Halbmond (460 x760cm)
Als metafoor voor hoogmoed en menselijk onvermogen kun je de figuur van een toren abstraheren tot een verzameling opgestapelde kleuren die in kwetsbare potloodlijnen  zijn gezet. Het zal ons nooit lukken om alles te weten en te kennen. In de wetenschap blijkt na verloop van tijd toch weer dat de toren niet hoog genoeg is: nog grotere sterrenkijkers, nog sterkere microscopen, nog grotere experimenten zijn nodig om het goddelijke overzicht over onszelf en de wereld te krijgen. We dachten dat we met de computer het geheim van de informatie en kennis verzameling te hebben gevonden. Alles staat straks in de taal van de enen en nullen maar we beseffen nu al dat we er nooit greep op krijgen. Teveel en te onoverzichtelijk. En zoals alles wat we maken, komen de schaduwkanten ook steeds meer naar voren.

Oude Testament, Genesis hoofdstuk 11
En de ganse aarde was van enerlei spraak en enerlei woorden. Maar het geschiedde, als zij tegen het oosten togen, dat zij een laagte vonden in het land Sinear; en zij woonden aldaar. En zij zeiden een ieder tot zijn naaste: Kom aan, laat ons tichelen strijken, en wel doorbranden! En de tichel was hun voor steen, en het lijm was hun voor leem. En zij zeiden: Kom aan, laat ons voor ons een stad bouwen, en een toren, welks opperste in den hemel zij, en laat ons een naam voor ons maken, opdat wij niet misschien over de ganse aarde verstrooid worden! Toen kwam de HEERE neder, om te bezien de stad en den toren, die de kinderen der mensen bouwden. En de HEERE zeide: Ziet, zij zijn enerlei volk, en hebben allen enerlei spraak; en dit is het, dat zij beginnen te maken; maar nu, zoude hun niet afgesneden worden al wat zij bedacht hebben te maken? Kom aan, laat Ons nedervaren, en laat Ons hun spraak aldaar verwarren, opdat iegelijk de spraak zijns naasten niet hore. Alzo verstrooide hen de HEERE van daar over de ganse aarde; en zij hielden op de stad te bouwen. Daarom noemde men haar naam Babel; want aldaar verwarde de HEERE de spraak der ganse aarde, en van daar verstrooide hen de HEERE over de ganse aarde.