Posts tonen met het label oost-duitsland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oost-duitsland. Alle posts tonen

vrijdag 17 april 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG 56, DE GRENS

 


Früher trennte der Grenzübergang Helmstedt-Marienborn Welten, Ost und West
Quelle: Getty Images/Harvey Meston
De stop aan de Oost-Duitse grens maakt een einde aan onze hernieuwde kennismaking. Net terug op mijn zitplaats in de bus, komen twee leden van de Volkspolizei aan boord als geldt het een militaire oefening. We moeten onze paspoorten afgeven. Met stapels paspoorten lopen ze een administratiekantoor binnen. We beseffen meteen dat we geduldig zullen moeten wachten op de afwikkeling van de administratieve rompslomp waaraan ook een socialistische volksrepubliek niet ontsnapt. Ik stel vast dat de bureaucratische controle van het arbeidersparadijs grondiger is dan van de geallieerde toezichthouders van de snelweg tussen kapitalisme en communisme.

Zo af en toe komt een Vopo met paspoort in de hand de bus in voor een een-op-een paspoortcontrole. Het eeuwige probleem van de bureaucraat. Kan hij geloven wat hij ziet? Het langdurige wachten is toch een tegenvaller. In onze naïviteit hebben we even gedacht dat wij als betogers tegen de oorlog in Vietnam op zijn minst een streepje voor zouden hebben. We staan immers aan dezelfde kant? Maar de Vopo’s vertrekken geen spier. Hun wantrouwen staart ons aan vanaf hun strakke gezichten, hun vierkant gedrag en houterige loopje. Dat zal wel komen door hun zwarte laarzen. Fascisme is met zulke laarzen nooit ver weg. 


Bij het vallen van de avond komen we aan op het afgesproken verzamelpunt in West-Berlijn. Daar worden we ter overnachting naar een complex van schoolgebouwen gestuurd. Het is er een drukte van jewelste. We worden naar een gymzaal gedirigeerd waar we in lange rijen komen te liggen. Van slapen komt niks. Veel te druk. Er wordt gegeten, heen en weer gepraat en gerookt. Het gerucht gaat dat de betoging morgen is verboden door burgemeester Klaus Schütz. Hij zou tijdens een persconferentie gezegd hebben dat wij demonstranten “nur eine kleine radicale Minderheit sind”.


Tegen tienen melden zich enkele Duitse studenten met helgele bouwvakhelmen in de hand. Het gerucht klopt. De betoging morgen is verboden en de burgemeester heeft inderdaad op de radio gezegd dat het om een kleine radicale minderheid aan betogers gaat. Maar daar willen de studenten van het organiserend commitee van de Sozialistischen Deutschen Studentenbund SDS niks van horen. Zo gemakkelijk komt Herr Klaus niet van ons af aldus de SDS delegatie. Er is een plan uitgewerkt om morgen de Kurfürstendamm op de politie te veroveren. Vandaar de meegebrachte veiligheidshelmen. 


We worden in groepen met nummers ingedeeld. Die vormen een soort stoottroepen die vanuit de zijstraten oprukken om met duw en trekkracht het politiekordon rond de Kurfürstendamm te doorbreken. De veiligheidshelmen dienen tegelijk als aanvalswapen en als bescherming tegen het politie optreden. Zodra het lukt om een blokkade te doorbreken moet de groep zich op de Kurfürstendamm nestelen en vandaar uit meehelpen de zwakke plekken in het politiekordon te doorbreken. Er gaan studenten van de SDS mee met megafoons die eenmaal op de dam die zwakke plekken kunnen aanwijzen.


verschijnt elke vrijdag
Elke gelijkenis met bestaande personen 


of gebeurtenissen berust op louter toeval.

vrijdag 10 april 2020

DE SPROOKJESJAREN ZESTIG 55: JOZEF

De naoorlogse generatie (geboren in 1946) in de startblokken van het onderwijs dat begon met de kleuterklas van de parochie de Heilige Gerardus Majella of Visserskerk.

Jozef was mijn maatje in de huiswerkklas waartoe ik als zittenblijver verbannen was ter bevordering van huiswerk-discipline zodat ik niet nog een keer zou blijven zitten. In dat geval, zo verzekerde mijn vader me gespeeld grimmig, zou ik van school af moeten en tewerkgesteld worden bij Zwanenberg. De twee uur durende huiswerkklas begon na schooltijd. Jozef en ik zaten bij binnenkomst aan de linkerkant van de aula, ongeveer in het midden.  Jozef zat aan de muurkant, ik zat zes stoelen van hem vandaan aan het gangpad. 

Met zijn uitbundige blonde kuif, helder blauwe ogen en zijn brede lach met een prachtige rij witte tanden was Jozef een uithangbord van spontaniteit en levensvreugde. Plichtsgetrouw maakten we elke namiddag ons huiswerk. De afstand tussen ons was geen belemmering om elkaar te helpen maar ook grappen te maken en briefjes naar elkaar te gooien. We maakten er een vrolijke huiswerkklas van. Dank zij Jozef ging ik dagelijks, bevrijd van het huiswerk, opgewekt naar huis met het tevreden gevoel mijn plicht te hebben gedaan. Zo kwamen levensernst en levenslust op een natuurlijke manier bij ons samen.


Ik ging na dat jaar over naar de derde klas. De dreiging van tewerkstelling bij  Zwanenberg was van tafel net als de verplichte huiswerkklas. Jozef was intussen nergens meer te vinden, als in rook opgegaan. In de bus vertelde hij dat ze tijdens de zomervakantie naar Rotterdam verhuisd waren. Daar had hij alsnog de school afgemaakt waarna hij was gaan werken en lid geworden van de Jong Socialisten.


Ik hoor voor het eerst dat hij uit een rood nest komt. In onze schooltijd hadden we het daar nooit over gehad. Politiek was geen onderwerp van gesprek in onze overwegend Rooms katholieke dorpsstad. Zijn ouders zijn overtuigde PvdA stemmers en dan ligt volgens Jozef een lidmaatschap van de Jong Socialisten voor de hand. Ik vertel hem dat ik afscheid heb genomen van de Roomse kerk en sinds kort mij aan het oriënteren ben in de grote wereld en aldus terecht ben gekomen bij Politeia, vooral vanwege hun verzet tegen de Vietnamoorlog. Dat verzet brengt ons dus nu samen in deze busreis naar West-Berlijn. Het kan gek lopen in een leven.

(verschijnt elke vrijdag) 

Elke gelijkenis met bestaande personen 
of gebeurtenissen berust op louter toeval.