Posts tonen met het label ik zocht Gods afwezigheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ik zocht Gods afwezigheid. Alle posts tonen

vrijdag 5 mei 2023

28. TERUG NAAR NIJMEGEN. ROMANTICUS

 

Flaptekst bij de Amerikaanse uitgave van "Looking for Gods' absence" (Sheed and Ward, New York 1960)

Frans zelf noemt zijn zoektocht naar Gods afwezigheid onder de mensen romantisch en dat is het ook.

“Men kan het romantiek noemen, dat ik steeds erg geïmponeerd werd door mensen in hun werk of in hun gewone doen en laten. Dat waren de mensen, die op het veld arbeidden, jongens die met elkaar stoeiden of in liefdesvervoering met hun meisje langs de weg liepen, bussen met mijnwerkers die naar hun werk gingen of daarvan terugkeerden, de wijze waarop men door de straat racet, op een vrachtwagen springt of elkaar toeschreeuwt. Drommen mensen voor een bioscoop, de uitbundigheid van een zwembad of de “kapitalistische” welgedaanheid van een zomerterras voor een restaurant. Het gewirwar van het verkeer in de stad, de sfeer van een volle tram, de drukte van de spitsuren, fabrieken en kantoren die vol-  en leegstromen, arbeiders op steigers en rondslenterende slungels. Dat alles zien wij en gaan wij voorbij, al hebben wij met iedereen op zijn tijd van doen.” ( Zie de inleiding van deNederlandse uitgave van deel I van ‘Ik zocht Gods afwezigheid’)

Je kunt het ook gewoonweg mensen-liefde noemen zoals ook de schrijver van de flaptekst van de Nederlandse uitgave doet.

“ Door als insider van het arbeidersmilieu het leven in de eigen vertrouwvolle sfeer mede te leven en daardoor deel te hebben aan de zorgen en noden aan het denken en leven van hen die hij wilde leren kennen, kwam hij tot het onverwachte resultaat van zijn onderzoek, dat hij deze mensen leerde hoogachten en liefhebben.”

De romantiek was er eerder dan het onderzoek dus zijn mensenliefde ook. Je begint niet aan zo een zoektocht naar God onder de mensen als je de mensen zelf niet liefhebt. 

Ook daarin herken ik Frans. Ik ben sociologie en daarna politicologie gaan studeren omdat ik, zoals ik dat toen nog onbeholpen formuleerde, met mensen bezig wilde zijn. In mijn geval zou het overdreven zijn geweest om van mensenliefde te spreken. Zo romantisch ben ik nu ook weer niet. 

Het was en is betrokkenheid bij de mensen. Dat is ook waarom sociologie en daarna politicologie mij uiteindelijk niet echt konden bekoren. Langzamerhand besefte ik dat het een mooie start is om greep op het thema mensen te krijgen maar uiteindelijk onbevredigend voor de toekomst.

Ik wil geen kamergeleerde worden die vanuit theoretische inzichten voorzichtig met zijn tenen de temperatuur van de samenleving meet. Ik wil niet slechts toeschouwer zijn maar daadwerkelijk bij de feiten betrokken  worden. Ik wil op de plaats zijn waar het gebeurt. Ik ben de detective ter plaatse.

Tijdens onze wandelingen spreekt Frans in dit verband  van "insider" zijn, dat gaat een stap verder dan toeschouwer zijn. Als toeschouwer sta je helemaal buiten het gebeuren, als insider hoor je er bij al is het maar voor een deel. Dat gevoel er bij te willen horen, je leven delen met anderen zelfs onbekenden is in wezen een romantisch gevoel. Een gevoel dat haaks staat op dat van de toerist die even een kijkje komt nemen en aan de oppervlakte blijft.

Hoe wordt je van een outsider een insider? Volgens Frans heb je daar een sociale antenne voor nodig waarmee je jezelf op de golflengte van de ander kunt afstellen. Dat vereist een open geest en een oprechte belangstelling voor de ander ongeacht zijn of haar afkomst, achtergrond en sociale status.

Dat vergt inspanning die verder gaat dan een praatje en een handje. De ander leren kennen is niet slechts een kwestie van een interview of een enquete zoals ik in het kader van politicologisch onderzoek heb gedaan bij werklozen en bij op statistisch verantwoorde wijze  geselecteerde burgers. In beginsel moet je bereid zijn het leven van de ander te delen, op zijn minst voor een tijdje.

 


 

 

vrijdag 28 april 2023

27. TERUG NAAR NIJMEGEN. ZWERVENDE KARMELIET

 

Amerikaanse uitgave van "Ik zocht Gods afwezigheid" met het deel over Frankrijk. Uitgever Sheed and Ward, New York 1960.

Ik heb een vrouw en een kind, wat men noemt een thuis. Zo een thuis of gezin is een soort uitvalsbasis waar vanuit je de wereld en de mensen aankunt. Dat heeft Frans niet. Zijn enige thuis is hijzelf. Hij had natuurlijk als karmeliet van het kloosterleven een soort thuis kunnen maken maar daar heeft hij uiteindelijk niet voor gekozen. Hij is een zwervende karmeliet geworden, een priester zonder bijbehorende witte boord of monnikspij, die zich tussen werkende en arme mensen bewoog, ja zelfs probeerde tijdelijk zijn leven met hen te delen.

Hij vertelt in een interview hoe dat zo gekomen is.

“Die spirituele belangstelling trok mij veel meer dan de gedachte missionaris te worden. Toch wil ik, als ik op mijn leven terugkijk, best toegeven dat ik missionaris geworden ben, zij het niet op de klassieke manier. … Een missionaris was in mijn jeugd iemand die het christendom preekte aan volken die dat niet kenden. Die behoefte heb ik niet gekend. Maar op mijn zwerftochten door de Europese industriegebieden en de zelfkant van Rome kwam ik voor een ander missionarisvraag te staan, die mij mijn hele leven is blijven boeien.” (Irenaeus Rosier en Marinus Huijbregtsuitgave, ‘Onverwoestbare Levensdrift, over de ellende van armen’, Mensen met een missie, Oegstgeest pinksteren 1978, blz. 89)

Op verzoek van mensen om hem heen stelt hij van zijn aantekeningen twee boeken samen: “Ik zocht Gods afwezigheid, psychologische peilingen inzake religieus-sociale toestanden in Europa”. De boeken verschijnen midden jaren vijftig en kondigen een doorbraak aan in het denken over de relatie tussen kerk, geloof, kerkvolk en niet gelovigen.

Dat zwervend bestaan brengt een zekere eenzaamheid met zich mee. In de inleiding van deel I benoemt hijzelf die eenzaamheid en  noemt het zelfs isolement. Vanwege dat isolement omschrijft hij zich als toeschouwer. Dat blijft hij zijn hele leven.

“Reeds als student had ik het isolement van de geestelijke stand en ook van de vorming, welke daaraan vooraf gaat sterk aangevoeld. Dit ondanks het feit, dat de geestelijkheid in Nederland het vertrouwen van het volk heeft en met haar activiteit in alle mogelijke levensgebieden doordringt. Ieder beroep en iedere stand heeft een dergelijk isolement. Wij moeten ons hoofdzakelijk beperken tot invoeling in anderen, maar waar het mijn levenswijze zelf betreft zijn we slechts toeschouwers”. (pag. 9 van voornoemd boek, deel I Frankrijk-Spanje)

Om toch die ander te kunnen bereiken spreekt hij over invoeling maar  - en ook daar spreekt hij veel over - daar heb je wel een antenne voor nodig. Noem het een sociale antenne waarmee je de signalen van de ander in de volle breedte kunt opvangen, verstandelijk en geestelijk.

Maar er is nog meer nodig om het tot vriendschap te laten komen. Beiden hebben niet alleen een sociale antenne nodig maar ze moeten ook op dezelfde golflengte zitten. Het gaat Frans dus om een gedeeld levensgevoel en dat kun je slechts met een beperkte aantal mensen hebben. Je kunt nu eenmaal niet van de hele wereld houden.