woensdag 28 oktober 2026

VINCENT VAN GOGH: SCHILDEREN ALS BEVRIJDING

 

Vincent Van Gogh, "Stilleven met aardappels", Arles, half januari 1889.
In de strikte zin van het woord zijn dit geen aardappels. Ze zijn moeilijk te herkennen. Je kunt het vermoeden. Van Gogh maakt zich steeds meer los van de gebruikelijke werkelijkheid. De werkelijkheid dient om met kleuren te componeren in overeenstemming met zijn gevoelens.
In het tentoonstellingsboek van het museum staat het volgende: "Ik weet dat ze moeilijk te verkoopen zijn, maar het is verduiveld nuttig," schrijft Van Gogh aan Theo over een serie stillevens van manden met aardappels, pompoenen en vruchten... In Arles maakt hij zich los van het realisme. In het stilleven met de aardappels uit die tijd past hij zijn 'mandenvlechtersstijl' toe op de achtergrond door een combinatie van verticale en horizontale strepen. Zijn nieuwe ideeën oefent hij op een motief waarmee hij veel ervaring heeft opgedaan. daarna waagt hij zich aan ambitieuzer composities."



Wat je meteen ziet aan de schilderijen van Van Gogh is zijn uitbundige kleurgebruik vergezeld van al even uitbundige dikke verfstrepen. Je zou haast zeggen dat hij in extase schilderde. Of misschien is het beter te spreken van uitgelatenheid want Van Gogh was evenwichtig en sterk genoeg om zich te beheersen en goed na te denken over wat hij deed. Lees er zijn brieven maar op na.


Mensen die zelf schilderen, schrijven of componeren weten hoe eenzaam het is om zo bezig te zijn. De katholieke schrijver Gerard Reve noemde God zijnde schepper van het universum niet voor niks eenzaam. 


Schilderen is geen teamwork, er is geen chef die instructies geeft of aanwijzingen, er is geen begeleiding, aanmoediging of wat dan ook. Achter je doek is maar een persoon de baas en dat is de schilder. Je moet over alles zelf beslissen: thema, kleur, compositie,verf en kwasten, penseelstreken, maat van het doek of paneel enz. 


Schilderen heeft iets van een roeping. Bij Van Gogh was sprake van een roeping. Met de schilderkunst was hij op zijn bestemming aangekomen. De schilderkunst bevrijdde hem uit zijn neerslachtigheid en somberte waar hij aan leed. Na zijn moeilijke periode bij de mijnwerkers in de Borinage schreef hij aan Theo: “Ik zei tegen mezelf:ik neme de pen weer ter hand, ik ga weer verder met tekenen en vanaf dit moment schijnt alles voor mij anders.”


Hij vervolgde: “maak je om mij geen zorgen, als ik maar kan werken, kom ik er wel weer bovenop.” Later in het zuiden van Frankrijk schreef hij regelmatig aan Theo dat schilderen hem hielp om greep te houden op zijn sombere gedachten, angst en psychische worstelingen.


Hij schreef toen ook dat het pure gebruik van kleur en licht hem hielp zich geestelijk te ontspannen en zijn verbeelding te stimuleren. Schilderen als therapie. Het zou zo maar kunnen, maar dan wel een zorgvuldig opgebouwde schilderkunstige therapie tot zelfbevrijding. In zijn brieven lezen we dat voor Van Gogh schilderen een serieuze aangelegenheid was die studie, inzicht en voorbereiding vereist.


Je kunt dat ook zien in zijn schilderijen. Elk schilderij is een overwinning op zijn neerslachtigheid, somberte en depressies. Van Gogh tovert ons een wonderlijke wereld vol schoonheid voor ogen. Maar helemaal genezen kon de schilderkunst hem niet. Daarvoor was de geestelijke strijd te moeilijk en zijn eenzaamheid te groot.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten