Tijdens de laatste gemeenteraadsverkiezingen kende het consumentisme in de politiek geen grenzen meer, niet bij de kiezers, niet bij de politici en niet bij de bestuurders.
Hoe diep het consumentengedrag de politiek is binnengedrongen, blijkt uit de antwoorden van kiezers op de vraag waarom ze gaan stemmen. Jongeren antwoorden dat ze een een woning willen, anderen omdat er een zwembad, een speeltuin of een park.
Iets persé niet-willen is ook een sterk motief om te gaan stemmen. Zo scoorde bij deze gemeenteraadsverkiezingen geen asielopvang in dorp of stad hoog. Geen windmolens in de polder of elders is ook zo een niet-willen doel om te gaan stemmen.
De voor wat hoort wat mentaliteit wordt dik aangemoedigd door politici en bestuurders die zich graag populair willen maken. Zo zijn in Harlingen, Dantumadeel en Pijnacker-Nootdorp door de gemeente limousines aangeboden aan jongeren om ze naar het stembureau te brengen.
Niks burgerplicht, niks verantwoordelijkheid voor je gemeente, je bestuur en je land. De leegte van het consumentisme heeft politici en bestuurders al net zo in hun greep als de kiezers.
Nog zo een voorbeeld, de burgemeester van Rotterdam die gaat abseilen van de Euromast gevolgd door notabene onze premier als meer dan 50% gaat stemmen! Meer politieke leeghoofdigheid kun je haast niet voorstellen. Hoezo populistisch?
Politiek is een supermarkt geworden met aan de ene kant de kiezers die het voor het kiezen hebben en aan de andere kant de politici en de bestuurders die hun klanten zoveel mogelijk gratis laten winkelen. Allemaal sigaren uit eigen doos, de belastingpot.
Politici, bestuurders, media en onderwijs hebben de burger als waardig deelnemer aan maatschappij en samenleving gesloopt en daarvoor in de plaats de consument geschapen. Kiezers worden al lang niet meer aangesproken op hun burgerplicht, hun sociale en politieke verantwoordelijkheid als fundament van de democratie.
Hij wordt voortdurend opgejaagd om als consument nog meer en beter te eisen of het nu gezondheidszorg is, woningen, toeslagen, voorzieningen, openbaar vervoer enz. Aangezien uiteindelijk ondanks de enorme rijkdom de middelen van de staat beperkt zijn, kunnen niet alle wensen en eisen vervuld worden en dan gaan andere mechanismen werken.
Dan raken de kiezers teleurgesteld of vinden dat ze bedrogen worden. Het heet dan dat er niet naar hen geluisterd wordt. Ze vinden dat ze opgelicht, genegeerd of zelfs benadeeld worden door de politiek.
Eenmaal in die fase aangekomen, steekt de storm op van het grote wantrouwen. De kiezer haakt af. Allerlei deskundigen buigen zich welwillend over dit fenomeen. Er wordt naarstig gezocht naar de oorzaak van dit wantrouwen.
Ze worden daarbij gesteund door journalisten die niet doorhebben dat ook zij hun bijdrage leveren door het consumentengedrag van de keizer aan te moedigen.
En als dan nog minder dan de helft van de kiezers de moeite neemt om zijn burgerplicht te vervullen, dan zou de democratie wel eens verloren kunnen gaan. De verkiezingen verliezen dan hun legitimiteit en daarmee de gekozen politici en bestuurders.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten