vrijdag 2 oktober 2020

80. MIJN SPROOKJESJAREN ZESTIG, LA VENEZIA

Klaar voor vertrek. In het midden met rode T-shirt Henny

Henny zorgt voor hygiënisch verantwoorde opslag van de bakken met smeerijs die in vrieskasten staan in een speciaal daarvoor gehuurde garagebox (de inspectie voedsel en waren komt wel eens langs). Hij zorgt ook voor de toelevering van wafels en hoorntjes (merk Maasstad), voor ijsstaven om er het smeerijs in de kar mee koel te houden, voor de witte jasjes en het onderhoud van de ijskarren waarmee we de wijken in Oss en de omliggende dorpen afgaan. 


Na een week op een fietskar in enkele wijken van Oss rond gevent te hebben, stelt hij me voor om op de gemotoriseerde ijskar in de omliggende dorpen ijs te venten. Mijn voorganger is er mee gestopt. Ik wil het proberen. Zo komt het dat ik dagelijks op mijn motor-ijskar met enige zwier over de polderwegen en de Maasdijk rijd naar de omliggende dorpen Megen, Macharen, Haren en Berghem. Ik voel me de ijsco koning van polder en Maas. Als ik na zo een dagtocht nog ijs over heb, vent ik het na het avondeten uit in het dorp Geffen en bij de aardbeienplukkers in de nabij gelegen velden.

  
Vergeleken met werken in de fabriek, waar ik geen hekel aan heb, is ijs venten poëzie. Ik loop niet langer 8 uur rond in een witte of blauw overall in een fabriekshal met de geur van vlees en bloed of met stampende en dreunende machines waarlangs duizenden lege blikjes rammelen, maar rijd in een wit jasje met spijkerbroek in de stilte van een prachtig onderhouden polderlandschap, tussen groene weiden met roodbonte koeien, langs velden met graan en bermen vol bloemen en bomen. Ik geniet van de frisse ochtendlucht en de zachte zomerwind in de middag en ’s avonds. Na een zomers regenbuitje ruik ik het water in de sloten, de bloemen in de bermen en de mestgeuren uit de nabij gelegen stallen.

 
Op de Maasdijk kijk ik uit op de uiterwaarden. Ik heb daar aan de oever van de Maas gezeten met mijn vader en moeder en hun vrienden. Ik heb er gezwommen, boterhammen gegeten en limonade gedronken. Ik fietste met mijn vader naar de Maas om er te gaan vissen. Helaas voor mijn vader was ik liever in de weer met aan wal gelegen roeiboten dan naar een dobber te staren.


Ik vraag me af of ik de zoon ben geweest die mijn vader graag zag. Hij is nooit opdringerig geweest en geen al te gezaghebbend hoofd van het gezin. Dat lag niet in  zijn aard ook niet als mijn moeder hem weer eens aanspoorde om eindelijk eens gezag uit te oefenen. Hij had gezag maar toch liet hij ons, mijn broers en ik, onze gang gaan. Ik vermoed dat hij graag had gezien dat ik zijn maatje was geworden bij de voetbalwedstrijden van TOP of OSS of bij het wielrennen in Oss of den Bosch. Telkens als hij me meenam, werd het een teleurstelling. Ik had geen belangstelling voor voetbal en wielrennen.  
Het moet voor hem lastig geweest zijn dat ik astmapatiënt was en te weinig buiten speelde. Hij noemde me wel eens plagend een binnenzitter die teveel achter een boek zat. Die boeken haalden we in de bibliotheek in de Monsterstraat. Maar met Sinterklaas kreeg ik dan wel weer een Meccano bouwdoos. Met zijn aanwijzingen leerde ik allerlei dingen in elkaar schroeven. Hij leerde me ook nuttige zaken als fietsonderhoud:  een fietsband plakken, een voor of achterlicht maken of het zadel verzetten.

(verschijnt elke vrijdag)

 

What do you want to do ?
New mail

2 opmerkingen:

  1. Altijd lastig te beoordelen, vader-zoon verhoudingen. Zo'n baantje als ijscoventer lijkt mij echter wel wat :-).

    BeantwoordenVerwijderen
  2. rbudde@magina.it10 oktober 2020 om 12:41

    dat was inderdaad een heel leuk werk, zeker in de pause bij de fabrieken was het een goede business. In had de tweede kar van achteren...

    BeantwoordenVerwijderen