Posts tonen met het label paradogma. Alle posts tonen
Posts tonen met het label paradogma. Alle posts tonen

vrijdag 2 december 2022

6. TERUG NAAR NIJMEGEN. AANKOMST IN AMSTERDAM

De Van de Havestraat in Nijmegen in 1972

 

De aankomst in Amsterdam verloopt chaotisch. We moeten onze paspoorten afgeven, onze bagage klaarzetten en tegelijk familieleden en vrienden uit Nijmegen begroeten. Teveel ineens. Wij mogen nog niet van de boot af. Het schip moet eerst worden ingeklaard. Gelukkig mogen zij er wel op. 

We gaan met z’n allen naar de salon. Het is een emotioneel maar ook nuchter weerzien. Bij de twee moeders is het op het randje van huilen. Zij hebben ons meer gemist dan wij hen. Dat is logisch. Wij zijn de hele tijd in beslag genomen door de ontdekking van een nieuwe wereld terwijl zij maar moesten afwachten of het allemaal goed zou komen. 

Door de wekelijkse luchtpost, elke week een luchtpostbrief heen en een terug, weten we gelukkig toch wel het een en ander van elkaar. We kregen wekelijks een brief van elk van de 2 moeders waar wij op onze beurt trouw elke week een antwoord schreven. Krullenbol aan haar moeder, ik aan mijn moeder. De 2 vaders lieten het af en toe bij een paar regels, snel geschreven onder een brief. Vaders zijn geen schrijvers, die hebben andere zaken aan hun hoofd. Moeders zijn bezig met het gezin.  

Hun trouwe correspondentie was een verrassing voor ons. Je verwacht het niet van moeders die maar net de lagere school hebben af gemaakte. Mijn moeder heeft de laatste klas van de lagere school zelfs nooit gehaald. Ze moest thuis helpen in het gezin van negen kinderen.

Ik verdeel mijn aandacht over de beide families en mijn broer de politicoloog die met twee vrienden van de studentenbond politicologie ons is komen afhalen. De bond is mede op ons initiatief ontstaan tijdens de democratisering van de universiteit. Studentenbonden namen de plaats in van disputen. Dat paste als vriendenclub niet langer in de tijdgeest. Feest vieren en de student uithangen was uit de tijd geraakt. Het was de tijd geworden van de "maatschappelijke relevantie" van student, wetenschap en universiteit. 

Zij hebben veel te vertellen maar ik ben er niet echt met mijn hoofd bij. Aan de ene kant is daar je familie die maar al te graag met me praat, aan de andere kant het groepje enthousiaste studenten en daar tussen zit ik met mijn eigen verhaal. 

Dat schort ik maar op. Het belangrijkste nieuws is dat een mij nog onbekende dr. Gerrit Huizer door een benoemingscommissie van studenten en hoogleraren is voorgedragen voor een lectoraat aan het Derde Wereld Centrum. Dat centrum gaat me, sinds ik politicologie studeer en de ontwikkelingsproblemen ontdekt heb, aan het hart. Ik ben vanaf het begin met het centrum bezig geweest.

Gaandeweg ben ik tot de ontdekking gekomen dat ik ontwikkelingssamenwerking als een opdracht beschouw, als een missie en een levenstaak, nu na Colombia nog meer dan daarvoor. Daar hoort het Derde Wereld Centrum bij als een manier om aan die missie concreet gestalte te geven. Maar naar ik nu hoor, dreigt er na al die jaren alsnog de klad in te komen. Het universiteitsbestuur werpt na zoveel jaren van overleg alsnog een barricade op.

De beide moeders hebben ons huis in de van de Havenstraat, een voormalige typische buurtstraat gelegen tussen twee doorgangswegen in de buurt van het centrum van Nijmegen, grondig schoon gemaakt. De onderhuurders zijn een paar weken voor onze aankomst vertrokken. Ze hebben de woning flink onder handen genomen: gordijnen gewassen, keuken, woonkamer en slaapkamer schoon gemaakt en opgeruimd. Zo schoon is het bij ons nog nooit geweest.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 3 december 2021

25. HET BELOOFDE LAND. PARADOGMA

 

Het eerste nummer van het politicologenblad 'Paradogma' verscheen in januari 1971. de eerste redactieleden waren wetenschappelijk medewerker Tom Noldus en mijn medestudenten Hans Maarse, Louis Pijnappel, Merijn van der Mee en Peter Bosman.

Waarom schrijven over het Nijmeegse politicologenblad Paradogma terwijl ik in Colombia ben? De reden is simpel. Het blad maakt deel uit van mijn wereld ook al ben ik in Colombia. Ik heb het blad mee opgericht en ik krijg per luchtpost brieven over het wel een wee van het blad. Zo verkeer ik in twee werelden. Een les geleerd. Wie reist neemt hoe dan ook zijn eigen wereld mee.

Paradogma was om verschillend redenen -inhoudelijk, financieel en bestuurlijk - geen gemakkelijke bevalling geweest. Voordien bestond er niets van dien aard dus wij moesten als redactieleden alles zelf uitvinden. Geen van ons had enige ervaring met het maken van zulk een blad. Na ongeveer een jaar van vergaderen, toezeggingen en soebatten over subsidies van de faculteit verscheen begin 1970 het eerste nummer. We hadden besloten om onze medestudenten politicologie zoveel mogelijk te betrekken bij het blad door ze bij de naamgeving te betrekken. Het eerste nummer mocht daarom geen naam hebben. 

Dat nummer bezorgde ons meteen ook enige hoofdpijn. Onze nog verse hoogleraar Politicologie H. ergerde zich aan de spotprent. Vermoedelijk had hij zijn hoogleraarschap heel anders voorgesteld. Nog maar net aan de gang wordt hij geconfronteerd met studenten die demokratisering willen en niet minder belangrijk een maatschappelijk relevante studie wat dat ook moge zijn.

De redaksie was niet uit op een konfrontatie met professor H.  Hij had nog altijd het voordeel van de twijfel maar een spotprent moet toch kunnen? Was hij te serieus daarvoor of was het een domper op zijn verwachtingen als hoogleraar? Zijn aanstelling was immers een erkenning van politicologie als een volwaardige studie en niet langer  een tak van de sociologie. Alle kansen dus voor professor H. om een stempel de drukken op het nieuwe vak. Maar de studenten wilden meer. 

“De snelle groei en uitbreiding van het instituut en de toenemende democratisering binnen het instituut vereisen een verruiming van de kommunikasie - kanalen. Vooral de democratisering vereist dat, wil men tot een juiste en rationele besluitvorming komen, elk mede - beslissende zo volledig mogelijk op de hoogte is van alle zaken die van belang zijn voor de besluitvorming. We verwachten dan ook dat het blad alle kansen van leven heeft en dat het aan belangstelling niet ontbreken zal.” (voorwoord eerste nummer)

Paradogma plaatste zich van begin af aan in het lopende debat over zin en betekenis van de studie politicologie. Nummer twee verschijnt in juni 1970 onder de naam Paradogma. Op de vaal roze kaft staat een schets van de kop van Lenin. Je zou daaruit kunnen afleiden dat het blad al meteen na de start in handen is gevallen van een of andere Marxistische Leninistische groep. Dat was niet het geval. Het nummer was bedoeld ter voorbereiding van een reis van studenten politicologie naar Leningrad en Moskou maar hoe belangrijk ook voor een groep studenten er zijn andere zaken die de aandacht vragen en wel het debat over de "heersende wetenschapsopvattingen die zich konkreet manifesteren in de studieprogramma’s en onderzoeken die ons de noodzaak deden inzien een discussie daarover op gang te brengen en initiatieven tot doelgerichte aktie te ondersteunen.”

 

De hierboven afgebeelde spotprent van Studio Rieleks, verschenen in het eerste nummer van Paradogma, geeft de sfeer aan tussen linkse studenten en de pas benoemde hoogleraar Hoogerwerf.

Actie en discussie worden de nieuwe sleutelwoorden. Het debat radicaliseert snel als gevolg van ontwikkelingen binnen en buiten de universiteit. Het kapitalisme wordt tot de grote boosdoener verklaard, samen met kolonialisme, imperialisme en racisme ( Black Power). Het socialisme moet soelaas bieden, niet het orthodoxe socialisme a la Rusland maar het tropisch socialisme op Cuba. Paradogma wordt de spreekbuis van de studentenbond en de studentenbond noemt zich voortaan socialistiese studentenbond.

Daarmee reikt het blad tot over de grenzen van het Rijk van Nijmegen zo schrijft mijn jongere broer.

“Ondertussen heeft ook DISCORSI, het blad van de Amsterdamse politicologen (Gemeente Universiteit) contact met ons gezocht. Ze zijn met twee mensen in Nijmegen geweest en we hebben een soort ‘werkovereenkomst’ opgesteld. Hun blad is echter veel meer een ‘faculteitsblad’. Bovendien heb ik de indruk dat het bewustzijn zich in Amsterdam -in doorsnee- nog niet eens zo sterk ontwikkeld heeft als bij ons. Dat laatste geldt, heb ik sterk de indruk zowel voor de redactie van DISCORSI als voor de Amsterdamse politicologen in het geheel.”  (citaat uit brief van mijn jongere broer)

De Amsterdamse GU is niet langer de maat der dingen. Nijmegen is  zijn tijd vooruit. Maar dan doemt voor de studenten die zich tot het socialisme bekennen een nieuwe kwestie op. Hoe ben je socialist? Hoe je katholiek bent, weten we als studenten aan de katholieke universiteit maar al te goed maar hoe je socialist moet zijn, weten we niet.

Ik lees in een Nijmeegse brief dat een van de afgestudeerde politicologie studenten is ontslagen als maatschappij leraar  vanwege zijn progressieve ideeën. Dat is voor hem een flinke tegenslag. Hij heeft net het huis van zijn dromen gekocht met uiteraard een fikse hypotheek. Dan komt ontslag slecht uit want het kapitalisme voorziet in een regelmatige betaling van rente en aflossingsplichten. Wat nu?  Je kunt je gezin toch niet dakloos maken vanwege je progressieve of nog radicaler socialistiese ideeën?

(wordt vervolgd)