Posts tonen met het label gewesten en gemeenschappen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gewesten en gemeenschappen. Alle posts tonen

vrijdag 24 augustus 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 52


Straatmuzikant op de Groenplaats, Antwerpen 1993

Nu de weg van de decentralisering eenmaal is ingeslagen, zit er niets anders op dan met vallen en opstaan de kruisweg van staatshervormingen voor te zetten zonder met zekerheid te kunnen zeggen waar die zal eindigen. De hoop van veel Vlamingen dat Vlaanderen een zelfstandig land zal worden, is tegelijkertijd de vrees van veel Franstaligen dat ze er alleen voor komen te staan. België als een soort Joegoslavië van na de val van de muur maar dan vreedzaam en zorgvuldig. Maar zover als een onafhankelijk Vlaanderen is het nog lang niet en zal misschien wel nooit komen. De regering Martens heeft eerst nog de “unionistische federale staat” in de aanbieding, een variant van eenheid in verscheidenheid.


“Premier Martens zou 3 regeringen nodig hebben voor de staatshervorming van 1980. Er kwamen twee gewestraden met eigen bevoegdheden voor plaatsgebonden gelegenheden. Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest -dat al wel erkend was in de staatshervorming van 1970 - werd pas verder uitgewerkt in de derde staatshervorming, deze heeft dus nog geen praktische bevoegdheden.
De 3 cultuurgemeenschappen -met zeer beperkte bevoegdheden- werden omgevormd tot kortweg gemeenschappen. Dit omdat ze meer bevoegdheden gekregen hadden, niet alleen op cultureel en taalkundig vlak, maar ook inzake persoonsgebonden aangelegenheden. De gemeenschappen en gewesten krijgen bij deze hervorming ook wetgevende bevoegdheden, hierdoor verkregen ze op hun niveau een eigen regering en parlement." (Wikipedia: Staatshervorming (België)



Drie regeringen voor een staatshervorming duidt op moeilijke en langdurige onderhandelingen om tot de benodigde meerderheden te komen die aan beide zijden van de taalgrens nodig zijn voor een staatshervorming. Hoewel sommigen menen dat dit gepalaver ondemocratisch is en tegen de volkswil in gaat, pleit de gang van zaken niettemin voor de Belgische politieke klasse. Immers ze brengen moeilijke politieke staatkundige hervormingen tot stand zonder dat de vrede in gevaar komt en de spanningen tussen de radicale partijen aan weerskanten van de taalgrens beheersbaar blijven. 


Elders in Europa is het er anders aan toe gegaan, bijvoorbeeld in Baskenland, Noord Ierland en dus voormalig Joegoslavië. Je moet er trouwens niet aan denken dat in het hart van Europa, want dat is België met  de Europese Hoofdstad en NAVO stad Brussel min of meer, de conflicten tussen Vlamingen en Franstaligen tot geweld zouden leiden.
(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 9 maart 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 29

Voormalige Bar langs de N183 tussen Willebroek en Mechelen.
(Foto: 1998)

Bij gebrek aan een eigen Vlaams sprekende elite raakte de Vlaamse taal na de Belgische onafhankelijkheid verder in het slop. Toen na de Eerste Wereldoorlog, waarin de Vlaamse Westhoek ongelooflijk veel heeft geleden, de Vlamingen ernst begonnen te maken met hun ontvoogding van de Franstalige elite en van de dominante Franstalige cultuur en politiek, bleek pas goed hoe de twee taalgemeenschappen verzeild waren geraakt in een in bijna onontwarbare knoop van politieke en culturele belangen.

In de loop der jaren werd duidelijk hoe groot die knoop is en hoe strak hij zit. Ondanks allerlei maatregelen zoals de taalgrens, de faciliteiten gemeenten, de tweetaligheid van Brussel enz. beheerst deze knoop nog altijd de Belgische politiek. De politieke tegenstellingen als gevolg van deze knoop vat men samen onder de noemer  “communautaire spanningen”; spanningen tussen de Nederlands en Franstalige Gemeenschappen verdeeld over de Gewesten Vlaanderen en Wallonië en het Hoofdstedelijk Gewest Brussel. Telkenmale dat de Vlamingen een poging doen om de knoop verder te ontwarren, met name langs de weg van meer autonomie voor Vlaanderen, lopen de communautaire spanningen op, soms zo hoog dat België op barsten lijkt te staan. 

Tegelijkertijd wordt het streven naar Vlaamse autonomie door de Franstaligen met groot wantrouwen bejegend. Ze vinden het een duivelse samenzwering om België te breken. Helemaal ongelijk hebben ze daarin niet. 

Er zijn Vlaamse krachten die zo ver willen gaan. Het meest radicaal  is het het Vlaams Belang met op enige (tactische) afstand gevolgd door de Vlaams nationalistische N-VA. De Christendemocratische CD&V wil wel meer autonomie voor Vlaanderen maar wel binnen een federaal België. De opheffing van België zou Wallonië in een moeilijk parket brengen. Natuurlijk zijn er die aansluiting willen bij Frankrijk maar vooralsnog zijn er weinig aanwijzingen dat men daar in Frankrijk veel voor voelt.

Dat er in het huidige België voor de Franstalige minderheid niks anders op zit dan zich te schikken als minderheid met de onder democratische bestuur normale garanties is voor veel Franstaligen al een schrikbeeld. Ze voelen zich (nog) geen minderheid, zeker cultureel niet. Ze blijven vasthouden aan de bijzondere voorzieningen die zijn getroffen om hun als minderheid extra bescherming te geven tegen meerderheidsbesluitvorming. Tevens proberen ze verdergaande federalisering van het land te blokkeren.


Deze twee tegengestelde politieke krachten - behoud van België versus splitsing van het land - bedreigen geregeld de politieke stabiliteit van België. Soms dreigt het land, zeker sinds de opkomst van de electoraal succesvolle radicaal nationalistische partij N-VA onder leiding van Bart de Wever, onbestuurbaar te worden. Het  argument van solidariteit tussen het rijk Vlaanderen, arme Wallonië en kwakkelend Brussel is als gevolg van deze tegenstellingen en spanningen aan slijtage onderhevig. Het politieke draagvlak voor een verenigd België dreigt onder Vlamingen smaller te worden.

(verschijnt elke vrijdag)