Posts tonen met het label cartagena. Alle posts tonen
Posts tonen met het label cartagena. Alle posts tonen

vrijdag 21 oktober 2022

71. HET BELOOFDE LAND. AFSCHEID

 

Voor ons vertrek met de KNSM vrachtboot 'Trident Amsterdam' houden we nog een paar dagen vakantie aan zee in de havenstad Cartagena, alwaar de boot zal aanmeren.

Enfin, ons gesprek met de oom van de geheime dienst die dus helemaal niet zo geheim is als je wel zou denken, verloopt in de allerbeste sfeer. Het is een soort theekransje met een kennismakingsrondje. De opzet van het charmante niet te korte rokje van Krullenbol werkt naar verwachting. Hij is helemaal weg van haar en haar Spaans.

Maar ja, op een gegeven moment moet er een einde komen aan de ontmoeting waarschijnlijk toch ook bedoeld om ons in te schatten zodat het verantwoord is om ons langs de weg van de speciale gasten de benodigde vertrekpapieren te verstrekken. Hij telefoneert kort en begeleid ons allervriendelijkst naar de veel lager gelegen administratieve afdeling. 

Ik zou bijna zeggen de kelder maar zo diep was het ook weer niet. Daar zijn weer andere heren bezig die ons minzaam of is het behoedzaam ontvangen en begeleiden naar een kamer alwaar vingerafdrukken van ons worden genomen en een foto wordt gemaakt.

De gehele ceremonie verloopt vlot en zonder onderbreking. Er wordt ons niets gevraagd, er wordt nauwelijks gesproken behalve dan de instructies. Aan het einde van de rit krijgen we onze paspoorten terug die de oom allervriendelijkst boven op zijn kamer van ons had ingenomen. 

Daarin staan nu de benodigde stempels van de DAS. We kunnen het land verlaten zonder bang te zijn voor problemen bij de grenspolitie van Cartagena. Mijn vraag of we nog enige leges of iets van dien aard moeten betalen, wordt vriendelijk weg gewuifd. We verlaten opgelucht, bijna vrolijk de Geheime Dienst Toren. Daar zijn we dankzij Fernando goed vanaf gekomen. 

We beginnen vanaf dat moment het land anders te bekijken, met ogen die beseffen dat het afscheid nadert. We zuigen deze laatste dagen alles wat we zien, horen en ruiken extra op. Voor zover dat kan want ons hoofd zit al barstens vol indrukken. Het zal tijd kosten om dat allemaal te verwerken en te ordenen te beginnen in een scriptie politicologie.

Het land is vergeleken met Nederland nieuw en vooral jong. Het is een land van beloften vooral voor de jongeren die er de grote meerderheid vormen. Jongeren zijn uitgelaten, dynamisch en bereid van alles en nog wat te proberen. Er is nog geen levenservaring die hun waarschuwt te bezinnen alvorens te beginnen. De toekomst van Colombia ligt open, meer dan die van Nederland. Daar heeft zich in de loop der eeuwen een mal ontwikkeld van welbevinden en bezonnenheid. Het zou kunnen dat het er teveel geregeld wordt maar dat is wel comfortabel en wie wil dat niet?

Zullen we onze nieuwe Colombiaanse vrienden ooit weer zien? Zal ik Frans Rosier ooit weer spreken? Zullen we ooit weer de bus nemen in Bogotá, oplettend door de straten flaneren, de post gaan halen bij Avianca, een koffie drinken in een van de vele cafeetjes? 

We denken van niet. De overtocht is duur dus zo maar even Colombia bezoeken voor een vakantie of zo zit er niet in.  Maar zeker weten doen we het ook niet. We zijn in ieder geval vast van plan om als het even kan weer terug te komen. Is het niet naar Colombia dan toch een ander land in Zuid of Midden Amerika. Er valt nog zoveel te ontdekken. 

We hebben land en volk kort maar intens leren kennen en dat kan niemand ons meer afnemen. We hebben nieuwe vrienden opgedaan die we -wie weet - in de toekomst weer zullen ontmoeten. Ik heb geleerd mijn opgedane boekenwijsheden nog meer dan vroeger te toetsen aan de werkelijkheid.

(einde van dit deel van mijn levensverhaal)

 

vrijdag 7 oktober 2022

69. HET BELOOFDE LAND. PAZ Y SALVO

 

Het officiële bewijs van belasting betalingde ronkende benaming "Paz y Salvo' wat zoveel betekent als 'Vrede en Veilig'

Het wordt tijd om het afscheid van onze nieuwe vrienden voor te bereiden. Van de immer behulpzame Fernando horen we dat we bij het verlaten van het land een bewijs moeten hebben dat we aan onze belasting verplichtingen hebben voldaan. Hij denkt niet dat het een probleem zal zijn om het te verkrijgen behalve dan natuurlijk in de vereiste rijen voor de desbetreffende loketten staan. 

Hij heeft gelijk. Het bewijs “Paz y Salvo” (vrij vertaald ‘vrede en veilig’) is een klein bureaucratisch probleem. Het kost ons een ochtend om van het kastje naar de muur gestuurd te worden waarna we de bevrijdende verklaring op zak hebben.

Geen wonder, we zijn slechts toeristen die wat langer dan gebruikelijk in het land zijn geweest.  We hebben geen geld verdiend waarover we belastingen verschuldigd zijn. We hebben geld binnengebracht, niet veel maar toch. De verklaring van de Universidad Los Andes dat ik hier voor studie ben volstaat. Voor het bewijs zelve moeten we wat betalen.

In geval van nood kun je zo een verklaring waarschijnlijk ook kopen. Wie geld heeft, kan gemakkelijk aan zo een verklaring komen. Zoals mijn moeder zei, “de duivel schijt altijd op de grote hoop.”

Moeilijker is het verkrijgen van een vrijwaring voor vertrek van de DAS, de Colombiaanse veiligheidsdienst. We hebben zonder het te weten een probleem met de DAS. Bij terugkeer uit Venezuela met het nieuwe visum halverwege ons verblijf hadden we benevens het reguliere stempel van de grenscontrole ook een stempel moeten krijgen van de DAS. 

Waarom dat niet gebeurd is, is ons een raadsel. Bij binnenkomst in het land heeft ons niemand gewezen op deze noodzakelijke controle en  goedkeuring door de Colombiaanse veiligheidsdienst. Men heeft ons zonder veiligheidscontrole binnen gelaten! De geheime dienst is geheimer dan ze zelf beseffen.

Zonder stempel in onze passen kan de DAS ons geen vrijwaring geven voor vertrek. Die vrijwaring hebben we wel nodig als we straks in Cartagena aan boord van de Trident Amsterdam willen stappen.

Fernando vertelt ons dat we alsnog aan zo een papier kunnen komen door ons te melden op het hoofdkantoor van de DAS. Maar dan moeten we wel een flinke boete betalen. Dat komt dan weer slecht uit. We hebben nog net genoeg om de reis naar Cartagena te maken en er een paar dagen vakantie te vieren in een goedkoop hostel  totdat de boot komt.

(wordt vervolgd)
 

vrijdag 24 september 2021

15. HET BELOOFDE LAND. BOGOTA

Bogota 1971. (archief petrus nelissen)

 

Van Barranquilla gaat het naar de kleine haven van Santa Marta waar we bananen laden en meteen vertrekken naar onze laatste Colombiaanse aanlegplaats Cartagena. De dikke muren rond de oude binnenstad doen me denken aan de stripverhalen van Roodbaard en zijn zoon Erik die met hun schepen vanaf zee een ommuurde stad op een eiland overvallen om gevangenen te bevrijden. 

In plaats van piraten zien we een een kleurrijke bevolking, smalle straatjes met kleine winkeltjes en drukte. Het stadje werkt zo aanstekelijk op ons gemoed dat we ons voornemen om er een week voor ons vertrek op vakantie te gaan om op ons gemak te genieten van dit bruisende Caraïbisch tropische leven. Nu moeten we een vliegticket naar Bogotá kopen, duizend kilometer naar het zuiden, ongeveer anderhalf uur vliegen. 

We vertrekken de volgende dag al zodat we vanavond voor de laatste keer in ons drijvende hotel zullen slapen. De volgende ochtend nemen we na het ontbijt afscheid van de bemanning, met name van de steward. Hij is zo vriendelijk om het pak met uitgelezen boeken mee terug te nemen naar Nederland en aldaar op de post te doen naar mijn ouders. 

"Bogotá, 24 april 1971

Beste WSO’ers,

Hier dan het eerste bericht uit Colombia. We hebben een uitstekende overtocht gehad met veel zon en plezier. We zijn nu een week in Bogota, alwaar we ons nu definitief gevestigd hebben. Bij aankomst heb ik eerst een bezoek gebracht aan professor Rosier. Zijn gezondheid is niet zo best (hij moet van de dokter rust houden), zodat ik hem uiteraard zo min mogelijk wil belasten. Echter twee assistenten van hem hebben ons geholpen bij het zoeken naar woonruimte. De eerste nacht hebben we in een hotel doorgebracht en daarna enkele nachten in een residencia. De heer van den H., medewerker van prof. Rosier en uitgezonden door het DITH (Directoraat Internationale Technische Hulp van het Ministerie van Buitenlandse Zaken), heeft ons hier in het begin een beetje wegwijs gemaakt. Gisteren hebben we een klein gemeubileerd appartement gehuurd. Het is juist voldoende voor ons tweeën, hoewel de prijzen voor dergelijke appartementen hier schrikbarend hoog zijn.
Ook hebben we al contact gehad met Jan en Karin. Het gaat uitstekend met ze en hebben hier al vele kennissen gemaakt. Waarschijnlijk gaan we samen met hen terug naar Nederland, maar daar wachten we nog even mee.
Jullie zullen wel begrijpen dat er over het onderzoek nog niets te melden valt, aangezien we steeds druk bezig zijn geweest met het zoeken naar woonruimte. Het plan is om volgende week de eerste discussies en plannen ter tafel te brengen bij diverse personen die goed op de hoogte zijn van de mogelijkheden hier, daaronder zijn ook, de assistenten van prof. Rosier en Rosier zelf.
Hoe staan ondertussen de zaken bij het WSO, is L.P. al vertrokken en lukt het met de financiën. Is van S. al terug en hebben jullie al iets gehoord van D. ? laten jullie het een en ander weten want ik ben erg benieuwd.

Tot schrijfs en de groetjes aan allemaal."

Ik heb beloofd de achterblijvende bestuursleden van de WSO beloofd om maandelijks verslag te doen van mijn reis en verblijf in Colombia. De reis van in de brief genoemde Jan en Karin heb ik voorbereid. Als studenten van de sociale academie lopen zij stage bij een opvangcentrum voor straatkinderen. Op verzoek van de moeder van Karin hebben we een koffertje met wat kleren met veel zoute drop meegenomen. Volgens haar moeder is Karin verslaafd aan drop.

Op de boot had de steward ons verteld dat Karin zich nogal druk maakte over de arbeidsomstandigheden aan boord. Of de matrozen wel goed te eten kregen, had ze gevraagd. Een absurde vraag gezien de keuken die het hele schip elke dag van vers brood brood voorzag of had zij gedacht dat het alleen voor de passagiers en de officieren was? De steward was ook nogal verontwaardigd dat  Karin veel te kort gerokt, een wit lang heren onderhemd,  een armenwijk van Barranquilla ingetrokken was.

(wordt vervolgd)