dinsdag 13 januari 2026

HET RAADSEL VAN PIET MONDRIAAN (1872-1944)

 

Piet Mondriaan, New York City 1942 (foto Arnold Newman), Victory Boogie Woogie 1943/1944, Kunstmuseum Den Haag



In tegenstelling tot de geschriften van Kandinsky, een tijdgenoot en eveneens grondlegger van de abstracte schilderkunst, kom je in de geschriften van Mondriaan geen verwijzingen tegen naar muziek als inspiratiebron voor abstracte schilderkunst.


Nochthans was Mondriaan een fervent liefhebber van jazz muziek en vooral ook van dansen, iets wat je niet verwacht van iemand die streng in de leer is als het om zijn neoplastische schilderkunst gaat; uitsluitend horizontale en verticale lijnen, de primaire kleuren rood, blauw en geel plus zwart en wit.


Een beschrijving van de liefde van Mondriaan voor jazz muziek en dansen staat in het boek “Mondriaan” (1969) van Wijsenbeek, voormalig directeur van het toen nog geheten Haags Gemeentemuseum.


“De jazzmuziek was voor Mondriaan bij uitstek de muzikale uiting van de toekomst en tot het eind van zijn dagen heeft hij er steeds de grootste belangstelling voor gehad. Nauw verbonden hiermee was zijn liefde voor het dansen, een kunst die hij veel en graag on de Parijse boîtes beoefende.


Architect Oud vertelt daarover: “Ik heb hem meegemaakt, terwijl hij op de moderne muziekritmen van destijds (jazz vooral), waarop hij zo bijzonder gesteld was, danste met een bewegelijk meisje, terwijl hij, steeds het muziek-ritme volgend, zijn eigen ritme er tussen door scheen te produceren. Weggemijmerd, tòch in de maat, voortdurend correct, maar feitelijk een esthetische of liever een veresthetiseerde dans-figuur scheppend: een ‘abstracte’ dans-figuur, zou men willen zeggen.” (Blz. 118 in voornoemd boek)


Wat hebben de strakke lijnen en gekleurde vlakken, altijd rechthoekig en haaks op elkaar staand, van Mondriaan met zijn liefde voor dansen te maken?


Wijsenbeek, ongetwijfeld een kenner van het werk van Mondriaan, zegt daarover dat “vermoedelijk de dans voor hem al een opbouwen van spanningen betekende, zoals hij dit in zijn doeken deed door middel van lijn en kleur. Het horizontaal-verticaal van zijn schilderijen zette hij, al dansend , om in bewegingen haaks op elkaar. Met iets star-verrukt in zijn trekken, als ene tot leven gewekte automaat, schoof hij over de dansvloer voort.” (Blz 118)


Ik heb moeite met deze verklaring. Ik heb het altijd een raadsel gevonden hoe een schilder als Mondriaan met zoveel gevoel voor abstracte orde en schoonheid, bijna op het mechanische af, combineerde met zijn liefde voor jazz en dans combineerde. 


De moderne dans en jazz muziek, is geïmproviseerde of informele muziek terwijl de schilderijen van Mondriaan strak gecomponeerd zijn. Bovendien zijn jazz muziek en dans, zeker de boogie woogie,  sterke vormen van individuele lichamelijke expressie van ritme en gevoel soms zelfs zo sterk dat ze moeilijk te combineren zijn met een danspartner. Die beweeglijke zelfexpressie in de dans is dan ook moeilijk te combineren met de strakke vormgeving van Mondriaan’s schilderijen.


Daar komt nog bij dat volgens Mondriaan zijn schilderkunst universeel is zodat zich de vraag stelt hoe dat universeel beeldende te combineren met een uiterste individuele expressie als de dans? 


Misschien heeft hij de spanning tussen orde en vrije expressie pas weten te combineren aan het einde van zijn leven in New York, om precies te zijn in zijn twee laatste schilderijen, te weten Broadway Boogie Woogie en het niet afgemaakte Victory Boogie Woogie? Dat zijn schilderijen waar ritme, expressie én ordening elkaar harmonieus ontmoeten en wel zodanig dat ze de kijker blijven betoveren.


Geen opmerkingen:

Een reactie posten