Posts tonen met het label maatschappijleer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label maatschappijleer. Alle posts tonen

dinsdag 6 augustus 2024

11. HOE ZIT DAT IN OSS? VOLTIJDSE ACTIE



De jonge, nieuwbakken communisten in Oss besluiten om net als in Rotterdam de klassenstrijd van onderaf te beginnen. Ze trekken de wijken en de fabrieken in. Dat was niet gemakkelijk voor deze veelal studerende jongeren uit gegoede families. Sommigen van hen waren in het begin bang om aan te bellen om met de bewoners te praten over hun huurproblemen. 


Net als elders speelt ook het verzet tegen de oorlog in Vietnam een rol bij hun opstelling. Maar hoe verzet je je tegen een oorlog zo ver weg van huis? Jan Marijnissen, de man die de KEN naar eigen zeggen naar Oss heeft gehaald, geeft het antwoord: macht opbouwen. “Want het einde van de oorlog in Vietnam stond voor het einde van een tijdperk van onderdrukking en uitbuiting. Wij hadden onze aandacht verlegd van het algemene naar het bijzondere. Wij meenden dat als je een macht wil opbouwen die iets wil realiseren, dat je dan moet beginnen bij je natuurlijke bondgenoten en dan heb je een lange weg te gaan.” (Blz. 72 in ‘Het Geheim van Oss’)


Met natuurlijke bondgenoten bedoelt Jan M. de Ossenaren die beneden aan de maatschappelijke ladder staan. Die moeten uiteindelijk het karwei van de klassenstrijd klaren. Natuurlijk wel onder leiding van de partij en daar wil ook wel eens wat mis gaan.


De afdeling Oss is nog maar amper opgericht of ze worden geconfronteerd met een conflict binnen de partij over de te volgen lijn: die van het voltijdse activisme in dienst van de partij (de Nijmeegse lijn) of die van het deeltijdactivisme (de Tilburgse lijn).



Binnen de partij ontstonden twee facties, een 'intellectuele' onder leiding van Schrevel (voornamelijk gevestigd in Tilburg) en een 'proletarische' onder Monjé (voornamelijk gevestigd in Nijmegen). De Nijmeegse factie verwachtte dat alle leden (ook het studentenkader) in de industrie zouden gaan werken, om aldaar de arbeidersklasse te organiseren. De Tilburgse factie was van mening dat dit niet verplicht kon worden gesteld aan leden. Daarnaast was er discussie over de interpretatie van Mao's leer met betrekking tot de massalijn, dat wil zeggen hoe een communistische partij bestaande ideeën in de arbeidersklasse kan omzetten in concrete acties. Hierin koos de Nijmeegse factie een meer praktische (of 'proletarische') benadering, terwijl de Tilburgse factie het belang van de marxistische theorie benadrukte. (Kommunistiese Eenheidsbeweging Nederland)

Het groepje in Oss kiest voor de Nijmeegse lijn en gaat voortvarend te werk. Er wordt een Osse Huurdersbond opgericht en een Osse afdeling van Arbeidersmacht. Toon Voets gaat, zoals hij zelf zegt, ondergronds bij Unox/Zwan werken. Op die manier wil hij de arbeiders leren kennen om vervolgens hun vertrouwen te winnen. Zo wordt je een van hen. “Bovendien waren we Brabanders, we spraken hetzelfde dialect en kenden de mentaliteit van de streek.” (blz 92, ‘Het Geheim van Oss’)


In plaats dat deze jongeren uit de gegoede middenklasse gebruik maken van de mogelijkheid om te studeren, te schaven aan hun persoonlijkheidsvorming en kennis, besluiten zij de wereld van de arbeiders te delen. Heel in de verte lijkt dat een beetje op het leven van sommige katholieke heiligen die besloten om de ouderlijke rijkdom achter zich te laten en zich te wijden aan christelijke naastenliefde onder de armen en behoeftigen.  


Hun doel is het vertrouwen van de arbeiders te winnen, de ontevredenheid onder de arbeiders te mobiliseren dat als brandstof dient voor de klassenstrijd, die op zijn beurt Nederland moet bevrijden van het kapitalisme.


De  jongeren kan idealisme, moed en doorzettingsvermogen voor zo een alomvattend politiek strijdplan niet ontzegd worden. Het is nogal wat om je leven op te offeren aan een arbeidersbestaan om op basis van opvattingen van Lenin en Mao de klassenstrijd aan te gaan. 


Nederland is immers geen Rusland of China, de twee landen waar de KEN zich politiek op oriënteert. Nederland kent geen almachtige Tsaar omringt door adel waartegen Lenin indertijd ten strijde trok. Nederland was van begin af aan een burgerrepubliek. 


Nederland is ook geen achterop geraakt wereldrijk zoals China met een tijdens de Maoïstische revolutie nauwelijks ontwikkelde boerenbevolking. Ook dat land heeft nooit enige ervaring gehad met democratische partijen en democratische politieke instellingen. Merkwaardig genoeg beschikten beide landen tijdens hun revoluties niet eens over een behoorlijke arbeidersklasse wat volgens Marxistisch recept toch nodig is om de klassenstrijd te kunnen voeren. 


Nederland is daarentegen een eeuwenoude democratie van burgers, een welvarend handelsland en een industrieland dat na de Tweede Wereldoorlog met nieuwe kracht is opgebouwd en het verlies van zijn belangrijkste kolonie - Nederlands Indië - te boven wist te komen. 


Het is een politiek stabiel land dat in de loop der tijd zijn democratische politieke beginselen en instellingen heeft weten te verfijnen en uit te breiden tot alle lagen van de bevolking. De arbeidersklasse is sinds het begin van de negentiende eeuw georganiseerd in een groot aantal vakbonden die er zich op toeleggen de geestelijke en materiële belangen van hun leden te behartigen. Hoe zit dat met de vakbonden in Oss?





vrijdag 14 juli 2023

38. TERUG NAAR NIJMEGEN. MAO EN TANTE JANS

 

Paul Rosenmöller is als kind van rijke ouders misschien wel het mooiste voorbeeld van de linkse verwarring onder de generatie jongeren van de jaren zeventig met hun arbeiderisme en navolging van Mao . "Van 1976 tot 1982 was Rosenmöller lid van de maoïstische Groep Marxisten-Leninisten/Rode Morgen (GML). Tussen 1981 en 1982 was Rosenmöller bovendien bestuurslid bij de GML. De GML streefde naar een communistische staat in Nederland en sympathiseerde met diverse communistische regimes in het buitenland, zoals dat van China, Albanië en dat van de Rode Khmer in Cambodja." (Wikipedia) Hij is uiteindelijk toch nog goed terecht gekomen. Hij werd vakbondsman en in 1989 kwam hij voor Groen Links in de Tweede Kamer. Nu is hij voorzitter is van de GL fractie in de Eerste Kamer.

Ik krijg te horen dat ik uurdocent maatschappelijke en politieke oriëntatie kan worden op de Educatieve Academie de Kopse Hof voor eerstejaars studenten. Het gemeenteloket uitkeringen heeft geen bezwaar. Het verdiende loon zal worden afgetrokken van mijn uitkering. Dat snap ik en vind ik redelijk.

Ik besluit in afwachting van mijn toekomstige uitzending de baan aan te nemen. Het kan geen kwaad om ervaring op te doen onder de mensen in plaats van boekjes te lezen. Op advies van medestudenten heb ik al voor mijn afstuderen een paar colleges didactiek gevolgd van de onderwijssocioloog professor van Kemenade. De collegezaal zat vol. Veel sociologie en politicologiestudenten denken dat ze straks een baan kunnen krijgen in het nieuwe vak maatschappijleer.

Ik heb de cursus niet afgemaakt en dus geen aantekening didactiek. Ik had geen zin om me weer allerlei theorieën eigen te maken. Ik zou wel zien als het zo ver zou komen. Nu is het dan zover en vertrouw ik op mijn intuïtie, improvisatievermogen, opgedane spreekervaring en kennis. Dat moet genoeg zijn.

Om aansluiting te hebben bij de radicaal linkse tijdgeest onder studenten maak ik een lessenpakket over kolonialisme, kapitalisme en marktwerking, communisme als kritiek op het kapitalisme en nog wat van die trendy thema’s. Ik zie mijn les maatschappijleer als een les in leren kritisch denken over mens en maatschappij. Geen verkondiging van (ideologische) waarheden maar zelf leren nadenken. De meeste studenten vonden het allemaal wel best. 

Ik ontdek dat jongeren lang niet zo kritisch zijn als ze zelf nogal eens denken. Ze zijn onervaren en hebben gebrek aan denkdiscipline. Een aantal is lid van de diverse gebruikelijke linkse splintergroepen als Kommunistische Eenheid Nederland KEN of de Marxistische Leninistische Studentenbond MLS .

Het arbeiderisme waar ik als student al mee kennis gemaakt heb,  heeft zich verspreid tot onder de jongeren van de Kopse Hof. Het doel is om zich op basis van het Marxisme te identificeren met de arbeidersklasse om vervolgens met hen samen een sociale revolutie in Nederland teweeg te brengen. Het klinkt als een ver gezocht sprookje maar ze geloofden erin. 

Bijgevolg wordt aan de poorten van de fabrieken gecolporteerd met linkse krantjes. Er zijn zelfs studenten die in fabrieken gaan werken om zich op die manier nog meer te vereenzelvigen met de arbeidersklasse. Op zich geen slecht idee om, al is het maar tijdelijk, het lot van arbeiders te delen. Dat kan een ervaring zijn voor je verdere leven. Maar of die arbeiders zitten te wachten op jou en je  klassenstrijd is zeer de vraag. Tot teleurstelling van velen is dat niet het geval. Daar kijk ik helemaal niet van op.

Vanwaar dat geloof in een sociale omwenteling? Komt dat uit een gevoel voor sociale rechtvaardigheid, is het een een nieuw geloof dat het gat van het oude geloof moet opvullen of is het een vlucht uit een onbevredigend materialistisch, burgerlijk bestaan? 

Ik praat erover met een collega-docent op de Kopse Hof. We zijn beiden even verbaasd over het links radicalisme onder de leerlingen. Een doorslaggevende verklaring vinden we niet.In de lessen valt het nog wel mee al hoewel sommigen voortdurend willen debatteren over Marx, Lenin en zelfs Mao. Het Rode Boekje met citaten van Mao is populair.

Ik schaf me er een aan om een idee te hebben wat mijn leerlingen lezen of zelfs bestuderen. Veel wijzer word ik er niet van. Wat moeten Nederlandse studenten met citaten van een Chinese dictator die in de jaren zestig een Culturele Revolutie heeft ontketend die de Chinese maatschappij op zijn kop heeft gezet en duizenden Chinezen, misschien wel miljoenen het leven heeft gekost.

De eerste pagina van het boekje is veelzeggend. “Bestudeer de geschriften van voorzitter Mao, gehoorzaam de woorden van voorzitter Mau en handel volgens de aanwijzingen van voorzitter Mau.” aldus Lin Piau (Het Rode Boekje, Citaten uit het werk van Mao, A.W. Bruna & Zoon, Utrecht/ Antwerpen, 1967). Het doet me denken aan de eerste zin die we van Tante Jans, onze leraar Nederlands op de Middelbare School, in elk schrift voor Nederlands moesten schrijven. “Doe precies wat er gezegd wordt, niets meer en niets minder”.  

Aan die zin van Tante Jans had ik toen al een gloeiende hekel. Precies doen wat er gezegd wordt alleen omdat het van hogerhand komt, ligt me helemaal niet. Ik ben allergisch voor autoriteit zonder inhoud, altijd gehad, altijd geweest, altijd gebleven. Op de lagere school heb ik voor deze straffe houding vaak moeten boeten met  strafwerk.