Posts tonen met het label KONINKLIJKE hypocriete excuses aan indonesië?. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KONINKLIJKE hypocriete excuses aan indonesië?. Alle posts tonen

donderdag 12 maart 2020

KONINKLIJKE HYPOCRYTE EXCUSES? DEEL II

Op een van mijn reizen trof ik in de hoofdstad Djakarta in 1994 deze brievenbus aan, een achtergebleven reliek uit de Nederlandse koloniale tijd. Natuurlijk is er meer Nederlands erfgoed, maar het is gefragmenteerd en van weinig allure.

Ik heb een uitgebreide en boeiende reactie gehad op mijn blog over de “Koninklijke hypocriete excuses aan Indonesië”. Daar wil ik in deze blog op ingaan.

De schrijver heeft dezelfde ervaringen opgedaan in Indonesië als het gaat over het Nederlandse koloniale verleden, onafhankelijkheidsstrijd en excuses.
“Ook ik ben in al die keren dat ik in Indonesië was nooit direct aangesproken op het verleden van Nederland. Alleen wanneer ik er zelf over begon kwam er soms wel wat discussie. Maar gevoelens van wrok ben ik nooit tegen gekomen. Scheelt natuurlijk dat ruim 42% van de bevolking jonger is dan 25 jaar en nog eens 42 % zit tussen de 25 en 55 jaar. Indonesiërs van 65 jaar en ouder zijn slechts met 7% stevig in de minderheid.”

Dat de jongere generatie bij gebrek aan ervaring geen belangstelling heeft voor het koloniale verleden, is plausibel maar verklaart niet genoeg. De jonge generatie in Nederland is wel bezig met de Tweede Wereldoorlog, iets wat ze toch ook niet meegemaakt hebben. Geeft de oudere generatie in Indonesië zijn ervaringen niet door of vergeten ze liever de strijd om de onafhankelijkheid om welke reden dan ook?

De schrijver vindt dat er veel Nederlands erfgoed is overgebleven. “Alleen al in Jakarta, en dan met name is de wijk Kota, wemelt het van de oude Nederlandse koloniale gebouwen.In 2014 heeft het stadsbestuur van Jakarta besloten om een onderzoek in te stellen naar het eigendom van meer dan 1200 gebouwen uit de Nederlandse koloniale periode. ..
En dan laat ik nog buiten beschouwing alle koloniale gebouwen die zijn opgeknapt en die in gebruik zijn. Wanneer je op het centrale plein van de wijk Kota loopt, dan zie je die aan alle kanten; Het oude ‘kantoor Pos’, Café Batavia, het nationaal museum en de oude residentie van de gouverneur in Jakarta. Daarnaast zijn er nog oude pakhuizen en oude herenhuizen elders in de wijk en het door jou aangehaalde ophaal bruggetje. En dan heb ik het nog helemaal niet over de andere oude delen van Jakarta, zoals de vroegere wijk ‘Meester Cornelis’ (heet tegenwoordig Jatinegara) daar staan oude Nederlandse koloniale huizen.”

De schrijver verwijst ook nog naar het geestelijk erfgoed van het Nederlands rechtstelsel: "Een heel ander mooi overblijfsel van de Nederlandse periode is het Indonesische recht stelsel. Dat is voor een belangrijk deel gestoeld op het Nederlandse recht." Het nadeel is dat de Indonesiërs er speciaal Nederlands voor moeten leren om het te kunnen bestuderen. 


Vergeleken met wat de Spanjaarden, Fransen en Engelsen hebben achtergelaten in hun koloniën is het Nederlandse erfgoed erg weinig, gefragmenteerd en van weinig allure. Dat begint al met de taal, het belangrijkste cultuurgoed van een volk. In Indonesië spreekt men geen Nederlands, in heel Latijns Amerika Spaans en Portugees. Het tweede de religie. Zo goed als heel Latijns Amerika is katholiek. Daarnaast zijn steden als Mexico-stad, Quito, Lima en Bogota koloniale architectonische pareltjes wat niet gezegd kan worden van Djakarta (het voormalige Batavia).

Ik vermoed dat Nederlanders vooral handel wilden drijven, d.w.z. geld verdienen tegen zo laag mogelijke kosten. Nederland was en is nog steeds een zakenrepubliek met een calvinistische inslag. De door de koning gemaakte excuses brengen de geest van de koopman en de dominee samen. We bekennen schuld en tegelijk hopen we beter zaken te kunnen doen.

Hoe belangrijk is dat zaken doen voor beide landen? De briefschrijver memoreert dat “Jaarlijks Nederlandse bedrijven voor ongeveer een miljard euro aan goederen exporteren naar het land, tegenover een import van zo’n 2,4 miljard euro. De afgelopen vijf jaar is de Nederlandse export naar Indonesië bijna verdubbeld.” Dat lijkt veel maar is op het totaal van de Nederlandse export relatief weinig. De 5 belangrijkste exportlanden voor Nederland zijn: Duitsland, België, Engeland, Frankrijk en de VS. Vanuit Indonesië bezien is Nederland ook geen belangrijk handelsland. “China, the United States, Japan, Singapore, India, Malaysia, South Korea and Thailand are Indonesia's principal export market and import partners,” (Wikipedia: Indonesia)

dinsdag 10 maart 2020

KONINKLIJKE HYPOCRIETE EXCUSES AAN INDONESIË?

Ome Marinus omstreeks 1950 met zijn bataljon klaar om op de boot te stappen naar wat toen nog Nederlands Indië heette om tijdens een van de politionele acties te gaan vechten tegen de opstandelingen.

Ik ben als toerist en als internationaal vakbondsman vele malen in Indonesië geweest. Ik heb met Indonesiërs uit alle rangen en standen gesproken. Ik heb stakers bezocht en werkgevers, met autoriteiten gesproken, gidsen bij me gehad, allerlei mensen gesproken terwijl ik dwars over Java reed per trein, auto of bus. Ik heb vakbondsbijeenkomsten meegemaakt op Sumatra, als toerist dagenlang op Bali doorgebracht en opnieuw met allerlei mensen gesproken.

Al die keren ben ik nooit maar dan ook nooit aangesproken als Nederlander over het Nederlandse verleden in Indonesië, niet de politionele acties, niet de koloniale tijd.  Soms gooide ik zelf een balletje op naar aanleiding van een of ander Maleisisch woord dat van Nederlandse afkomst is, zoals kantor, bromfiets en langsam, maar daar werd lachend op gereageerd. Men vond het niet nodig of misschien zelfs wel onbeleefd om over het verleden te beginnen.


Wat mij ook opviel tijdens al die bezoeken, is dat Nederland zo goed als niets heeft achtergelaten in Indonesië, zijn taal niet, zijn cultuur niet en ook zijn godsdienst niet. Vergelijk dat eens met de ex-koloniën van Engeland en Frankrijk. Geen enkel stad, ook de hoofdstad niet, heeft ook maar enig waardevolle overblijfsel van Nederlandse architectuur. Nou ja, in Djakarta zag ik een ophaalbruggetje (ook gezien bij een slavenvesting in Ghana) en een stadhuis van geringe allure. In Bogor staat nog het gouverneurspaleis. In Namibië met zijn hoofdstad Windhoek en Zuid Afrika tref je meer Nederlands erfgoed aan dan in heel Indonesië.


Blijkbaar is Nederland op dat eilandenrijk niet meer geweest dan een korte onderbreking van een paar honderd jaar. Wij Nederlanders zijn onbetekenende passanten geweest die weliswaar veel handel hebben gedreven maar nooit iets wezenlijks, iets wat de moeite waard is, hebben achtergelaten. We hebben er geld verdiend en dat was het dan. En dat beseffen de Indonesiërs en daarom vinden ze het niet nodig om er nog op terug te komen. We zijn een gepasseerd station. Nederland is terug waar het thuishoort, in zijn hoekje aan de Noordzee.

Waarom dan weer excuses? Welk Nationaal belang is hiermee gediend? Of is het puur omdat Nederlanders een schuldcultuur hebben, een calvinistische erfenis die nooit verdwijnt? Of is het onze onmetelijke menselijkheid die we graag aan de wereld tonen? Of zijn het zakenbelangen? Gewoon ouderwets een wit voetje halen zodat straks de deuren nog verder opengaan voor zaken? Is dat het? Nou dan vergeet het maar, want Indonesiërs hebben het Nederlandse zakenleven helemaal niet nodig. Wat kan Nederland Indonesië bieden wat het niet elders kan halen?


Ome Marinus (rechts) met onbekende vriend in Nederlandse Indië omstraaks de jaren vijftig van de vorige eeuw.

Ondertussen voelen deze nieuwe excuses op koninklijk niveau aan als Nationaal verraad aan al die jonge jongens die in de bloei van hun leven meteen na de Tweede Wereldoorlog in volgepakte boten als soldaten moesten gaan vechten in Indonesië tegen de opstandelingen want dat waren ze, al waren ze voor de bevolking daar strijders voor de onafhankelijkheid. Gaat de koning ook excuses aanbieden aan deze soldaten waarvan de meesten al lang dood zijn? Excuses voor het afpakken van hun jonge leven voor niks en niemendal nota bene vlak na vijf jaar Duitse bezetting? Me dunkt dat als dat niet gebeurd er sprake is van een koninklijk hypocriet excuus schouwspel ten behoeve van de Nederlandse zakenlui.