IN HET RUIM VAN EEN BLIK
Causerie bij het Open Atelier van Petrus Nelissen, Oss, 31.05.2026
Marc De Kesel
Kan ik onder de schedelpan van Petrus Nelissen naar binnen glippen? Dat moet lukken, denk ik. Zo glad ben ik wel. Maar waarom zou ik zo glad willen zijn?
Waarom wil ik daar naar binnen? We zien hem hier toch aan de muur hangen? Althans, hier hangt wat hij heeft geschilderd en het laat zich, even schaamteloos als plechtig, in al zijn serene naaktheid gadeslaan. Dit is dus wat wij zien. Wat jullie zien. Wat ik zie. Wat wil ik dan nog meer zien?
Of mijn gebrek aan schaamte te vergeven is, weet ik zo niet, maar ik wil Petrus zien op het moment dat hij kwast, verf en canvas ter hand neemt. Om wat te doen? Inderdaad, om te schilderen wat hij dan ziet.
Is dit hetzelfde als wat wij hier aan de muur zien hangen? Het is in elk geval niet, zo blijkt, wat zich op dat moment voor zijn ogen in de realiteit afspeelt. Niet dat hij daar niet naar kijkt, maar hij ziet op dat moment iets anders. En het is dat ‘andere’ dat zijn schilderijen laten zien.
Het was ooit anders, vertelde hij me. Er is een tijd geweest dat hij alleen foto’s nam. Foto’s maakte. Ook dat zijn beelden, maar die beelden doen precies wat zijn schilderijen niet doen. Ze tonen wat de kijker/maker ziet op het moment dat hij die beelden maakt.
Nu begrijp je mijn vraag: wat ziet Petrus op het moment dat hij gewapend met kwast en verf op het punt staat het naakte canvas te ontmaagden? Hij heeft iets voor ogen, dat wel, maar het is niet de concrete werkelijkheid die hij rond zich ziet.
Het is iets anders. Iets helemaal anders? Ik heb Petrus op het hoofd getimmerd, denkbeeldig dat wel, maar toch. De speleoloog in mij zocht een ingang om tot het ruim van zijn schedelgrot door te dringen. Hoeft het gezegd dat het me niet gelukt is?
Ik moet het, zoals gezegd, met zijn schilderijen doen. Wat zag hij op het moment van het schilderen? Hij zag de werkelijkheid. Maar niet zoals hij ze doorgaans ziet.
Want dan zou hij ze gefotografeerd hebben. Hij zag iets dat je door de lens van een camera niet ziet. Maar, zo neem ik aan, het was wel alsof hij door een camera keek en daar de realiteit zag zoals je ze door een lens ziet. Maar hij liet de lens en de blik erdoorheen voor wat ze waren. Hij hield het bij zijn eigen donkere kamer van de eigen blik. En bij wat hij dáár zag. Wat zag hij dan als hij de lens achter zich liet?
Doen we even een stap terug. Stellen wij ons het volgende beeld voor. De schilder staat voor een leeg canvas en kijkt, als was het een model, naar een schaal met appels. Die prijkt op een tafel voor een raam dat uitgeeft op het weidse polderlandschap met een voor Nederland zo typische zeventiende-eeuws aandoende wolkenpartij. De schilder neemt zijn penseel ter hand. Hij schildert een zwarte streep, horizontaal.
Schildert hij de horizon?
Wie zal het zeggen? Hij schildert een volgende zwarte streep, dit keer verticaal.
Ziet hij die voor zich? Of ziet hij wat hij las? Wat hij las bij Mathieu Schoenmaekers bijvoorbeeld, die illustere onbekende die hij op het spoor kwam toen hij zich met Theo van Doesburg bezighield.
![]() |
| petrus, 'Nieuwe Compositie met Appel, Uitzicht op de Hemel, 2007 |
Is dit het wat de schilder ziet als hij, starend naar die strenge Hollandse horizon met daarboven die grillig sympathieke wolkenpartij, zijn verticalen en horizontalen stilstaand op het doek laat dansen? En waarom de zo ontstane rechthoek links boven roze schilderen? En de rechthoek daaronder grijs? En die ernaast vaal oker? Een kritiek op de strenge kleurenleer die Mondriaan & Cie erop nahouden?
Als dat alles inderdaad zo is als ik me hier voorstel? Dat zal wel niet. En toch. Wat de schilder ziet wanneer hij zijn blik wegdraait van de appels, de horizon en de lucht waarnaar hij staart en zich naar zijn canvas wendt, wat kan dat dan zijn?
Iets dat hij ziet ‘in’ zichzelf. Daarbinnen, daar waar ik naar binnen wil dringen. Wat hij ziet ‘in’ hem, wat kan het anders zijn dan ideeën. Ideeën die op hun beurt, en met groter succes dan ik, binnen zijn gedrongen tot onder zijn schedel en daar hun stempel hebben gedrukt?
En als het niet in zijn schedel is, dan is het in zijn blik. In het ruim van zijn blik. Een ruim als dat van een schip, volgestouwd met wat zijn ogen voorin in de schedel zagen in de buitenwereld. En ook met wat zij daar lazen. Vandaar mijn hypothese: onder de schedelpan van de schilder is Schoenmaekers doorgedrongen. Net zoals, en daar ben ik zekerder van, Van Doesburg en Mondriaan daar zijn binnengedrongen en er op hun manier hebben huisgehouden.
Wat de schilder ziet als hij kijkt naar de appels en het landschap, zijn ideeën. En het zijn die ideeën die hij op het canvas neerzet. Waarom? Niet dat ik het zeker weet, maar misschien wel om, via zijn manier van weergeven, ons een inkijk te gunnen in wat hij ziet als hij naar die appels en het landschap kijkt. En zie, precies daarom, zo lijkt wel, schildert hij geen appels en geen landschap, maar verticalen, horizontalen, vlakken, egaal gekleurd.
Schildert de schilder echt geen appels? Op het doek dat ik, zonder het te vermelden, zo net beschreven heb, staan weliswaar geen appels, meervoud, maar wel een appel, enkelvoud. Welgeteld één. Het betreft Nieuwe compositie met appel (uitzicht op de hemel), 2007. Vertikalen, horizontalen, egaal gekleurde vlakken.
Dat wisten we al. En nu dus ook een appel En die leidt onze blik richting de open hemel. Het vlak rechtsboven is dus niet egaal gekleurd, maar draagt de kleuren van een illusie. Het kleurenspel daar spiegelt ons een hemels blauw voor met daarin witte wolken. Ben ik doorgedrongen tot de het binnenruim van Petrus Nelissens blik? Zie ik wat hij ziet op het moment dat hij het doek te lijf gaat?
Hij ziet ideeën, vertikalen, horizontalen, egale kleuren. Ziet hij de hemel? De appel?Groeien er appels onder zijn schedelpan, bevat het ruim van zijn blik een blauwe, half bewolkte hemel? Staan we hier in het ruim van Petrus’ blik, in zijn oogholte? Is zijn atelier een van wanden met schilderijen voorziene oogholte? Wat doen wij hier? Staan we niet in de weg? Zijn we geen snode indringers, ongenode gasten? Bevlekken wij niet zijn retina? Vertroebelen wij niet zijn blik? Scheuren we niet zijn netvlies, het vlies dat zijn intiemste band is met wat hij ziet?
Ik druip af. Ik schaam me. Nooit glijd ik nog binnen onder iemands schedelpan. Nooit dring ik nog door tot in die holte van waaruit een medemens de wereld inkijkt om te registreren wat hij dáár ziet. Schamen jullie je? Terecht. Ik heb met jullie te doen. Maar vrees niet, ik neem ook jullie schaamte op mij. Jullie rest alleen nog om, midden in het oogruim van deze kunst hier, het glas te heffen op Petrus Nelissen.

,%20acrylverf%20op%20paneel(100x122%20cm)%202007%20%20kopie.jpg)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten