![]() |
| Toeristen op een rondvaartboot op de rivier de Douro in Porto, Portugal (foto petrus). |
In zijn “Filosofie van het Landschap” (AMBO Boek, 1970) wijdt Ton Lemaire een hoofdstuk aan het toerisme. Sinds het verschijnen van dat boek is het toerisme ontaard in massatoerisme met alle gevolgen van dien. Steden en landen worden bedolven door massatoerisme.
Sommige steden dreigen zelfs te bezwijken onder het massatoerisme. De lokale infrastructuur kan de toevloed niet aan, de lokale bevolking wordt de stad uit gejaagd door de stijgende prijzen, de overlast en de extreme drukte.
In steden als Venetië, Amsterdam, Dubrovnik en Barcelona worden maatregelen genomen die de balans tussen leefbaarheid van de stad en massatoerisme moeten herstellen of monumenten te beschermen. Er worden grenzen gesteld aan het aantal bezoekers o.a. door minder overnachtingen mogelijk te maken, met toegangskaarten of het aantal bezoekers te beperken.
Ton Lemaire onderzoekt in zijn boek naar de achtergronden, de dieper liggende oorzaak voor dit massaal op gang gekomen reizen. Er is natuurlijk de financiële oorzaak. Mensen kunnen reizen dankzij de toegenomen welvaart en de lage reiskosten.
Dat reizen financieel mogelijk is, verklaart nog niet waarom zoveel mensen willen reizen. Volgens Ton Lemaire ligt dat aan de verandering in beleving van de wereldruimte. Wat is er gebeurd dat wij de ruimte met zijn steden en landschappen als een toeristisch object zijn gaan zien en ook willen zien?
De mens heeft door de geschiedenis heen altijd al gereisd. In de Middeleeuwen maakten mensen pelgrimstochten. Een pelgrimstocht was een reis met een doel, naar een geheiligde plaats, plek of kerk. De tocht maakte deel uit van de religieuze ervaring van de pelgrim. De pelgrimage stond in dienst van dat geloof, het christelijk geloof. Het was tegelijk een mythische en een mystieke reis.
Nu nog lopen door heel Europa pelgrimswegen: naar Santiago de Compostela, Canterbury, Rome, Jeruzalem en Lourdes. Maar ook geheiligde plaatsen die dichterbij huis liggen waren pelgrimsoorden: een voettocht naar de H.Maria in Den Bosch, een fietstocht naar Kevelaer in Duitsland of naar het Vlaamse pelgrimsoord Scherpenheuvel.
De belangstelling van de pelgrim gold niet het landschap of de stad, zogezegd de wereldruimte, maar God en met hem al wat heilig is. Met de Renaissance begon dat te veranderen. God verdween uit de steden en de landschappen. Daarvoor in de plaats kreeg men belangstelling voor de ruimte zelf, de steden en landschappen in die ruimte.
De mensen beginnen te reizen om hun wereld te kennen, zich de wereldruimte toe te eigenen. Men wil weten wie er allemaal leven in de wereld, wat daar te zien is en te koop en of er wat aan te verdienen is. De wereldruimte wordt een ruimte ten dienste van onszelf.
Dat begint in de 15e eeuw met de ontdekkingsreizigers die over de wereld uitzwerven om de wereld waarin we leven te leren kennen en zoals eigen is aan mensen te veroveren. Maar met de Renaissance beginnen we ons ook los te maken uit de mythische tijdruimte. Eerst aarzelend en stapsgewijs maar allengs meer en meer.
In de negentiende eeuw maakt de techniek het ons mogelijk met de trein, de auto en het vliegtuig de wereld met eigen ogen te zien. We worden wereldreizigers om het reizen zelf.
Maar al reizend blijft de reiziger altijd en overal een vreemdeling, een buitenstaander. Dat was de vroegere reiziger ook al maar de snelheid waarmee gereisd wordt en afstanden afgelegd, maakt dat men meer dan ooit een vreemdeling blijft.
Toch willen we iets van onze reizen bewaren. We maken zoveel mogelijk herinneringen tijdens de reis. Herinneringen kunnen we mee terug nemen. Zo houden we toch nog iets over van de reis zodra we thuis zijn. Toeristen zijn verzamelaars van herinneringen waarbij ze worden geholpen door de moderne techniek.
Herinneringen kunnen worden vastgelegd op foto’s, films, video’s en vrijwel meteen gedeeld worden via het wereldwijde internet. We kunnen elke plek op de aardbol voortaan aandoen met beelden als getuigen van onze aanwezigheid aldaar. Tevens bewijzen onze reizen met herinneringen dat we van de wereld zijn, sterker nog dat we bestaan. Wie niet reist, bestaat niet.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten