woensdag 5 augustus 2026

ALS IK JOOD ZOU ZIJN GEWEEST

Gevangenen in concentratiekamp Buchenwald, bij Weimar, Duitsland, in april 1945, het jaar dat het kamp werd bevrijd. In de acht jaar dat kamp Buchenwald bestond, zaten er tussen de 239.000 en 250.000 mensen gevangen, die werden onderworpen aan medische experimenten en slopende dwangarbeid.
FOTO VAN ERIC SCHWAB, AFP/GETTY IMAGES

 

Als ik jood zou zijn geweest en de nazi kampen zou hebben overleefd, dan zou ik mijn leven lang woedend zijn over wat Duitsers en Nederlanders mijn familie en alle Joden hebben aangedaan.


Mijn familie is eenvoudigweg van de ene dag op de andere opgeslokt door het grote monster concentratiekamp. Als ik jood zou zijn geweest, zou ik daar ook hebben gezeten.


Ik zou in de buik van het nazi monster hebben gezeten en daar alles wat een mens tot mens maakt, kapot hebben zien gaan. Ook ik zou uiteindelijk opgeslokt zijn door het monster maar ik heb geluk gehad. Ik ben gered uit de buik van het monster.


Waarom nou net ik ben gered? Ik weet het niet. Niemand die het weet. God misschien? Heeft Hij me gered zodat ik kan getuigen over het monster die mijn familie en miljoenen Joden heeft vermoord?


Heeft het zin om te getuigen? Dat is maar de vraag. Zal mijn getuigenis voorkomen dat de mensheid niet in herhaling valt? Moet ik dat geloven? Er zit zoveel haat in zoveel harten dat het de vraag is of mijn getuigenis van het monster daadwerkelijk iets kan veranderen. Maar wat moet ik anders? Ik moet blijven getuigen, desnoods tegen beter weten in. 


Terwijl ik dag in dag uit getuig van de moord op mijn familie en miljoenen Joden, moet ik vertrouwen hebben in de mensen. Maar ik sta op een berg van wantrouwen. Wie in de wereld kan ik vertrouwen? Wat doen zij om mij mijn vertrouwen terug te geven? Belijden ze schuld, bieden ze excuses aan, geven ze alles terug wat is gestolen van de Joden? 


Slechts heel weinigen hebben het gedurfd om Joden te verbergen voor het monster. Zij zagen ons en reikten ons de hand maar de meesten bleven onverschillig. Uit angst denk ik. Ze waren bang om ook door het monster gegrepen te worden.


Mijn wonderbare terugkeer uit de buik van het monster herinnerde hen aan hun angsten, hun onmacht en onverschilligheid. Herinneringen die ze liever niet zouden hebben. Herinneringen die je het liefst wil vergeten omdat je geen mens durfde of wilde zijn. Ik ben een wandelend trauma voor mezelf en voor al die mensen die mij, mijn familie en de andere Joden niet zagen.


Dat is wat we delen, het trauma van het nazi monster concentratiekamp. Er was in die tijd meer lafheid dan moed, meer angst dan durf. Ik ben bang dat als  het monster in een andere gedaante terugkeert, het weer zo zal zijn, dat er ook dan weer meer angst dan durf zal zijn.


Het zal nooit anders worden. Lafheid zal de wereld blijven regeren. Zij die laf zijn weten dat en roemen daarom de dapperen. Zij zijn hun helden omdat ze het zelf niet durfden te zijn. Lafaards verschuilen zich achter de rug van helden.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten