Het kabinet Schoof kan nog altijd maar weinig genade vinden in de ogen van veel `(linkse) intellectuelen. In plaats van enige bezinning en beschouwing op afstand na de val van het kabinet Schoof, notabene door toedoen van de regeringspartij PVV, wordt benadrukt dat het kabinet rechtsstatelijk gezien niet zou hebben gemogen.
NRC Columnist Folkert Jensma neemt de vechthouding van het kabinet Schoof in zijn gelijknamige column nog altijd kwalijk. Met de bundel ‘Het Experiment Schoof’ haalt hij nog maar eens uit naar de conflicten over wetgeving tussen adviesorganen als de Raad van State en de ambtenaren op de diverse departementen.
"Zo trok het kabinet zich bij twee voorstellen niets aan van de zeldzame C en D-adviezen van de Raad van State: niet doen of alleen indienen na tijdelijke wijziging. Het negeerde zo grondrechten en rechtsbescherming en nam grote juridische risico's. Macht ging hier vervangen zondering boven recht.”
Maar waarom zou een kabinet met het beoogde van de Tweede Kamer geen politiek conflict mogen hebben over een politieke strategie en rechtsstatelijkheid? Ligt het primaat van de politiek of zoals Jensma de formuleert de macht niet bij de Tweede Kamer als afspiegeling van de soevereine wil van het Nederlandse volk? Het is daar waar het kabinet Schoof tot stand kwam met veel politieke wheelen en dealen en geharrewar.
In zijn ogen prevaleert recht boven macht, maar zo simpel is het niet. De Belgische minister Anneleen van Bossuyt voor Migratie en Asiel brengt dat als volgt onder woorden in een interview in EW op 1 juni.
"Als jurist heb ik één ding geleerd. En dat is dat het rechter is ten dienste van de samenleving. Dus het recht moet mee-evolueren met de samenleving. En de samenleving van vandaag is een heel andere samenleving dan in de jaren vijftig, toen het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) is geschreven. En als je dat niet erkent, sorry, maar dan zal het niet gaan."
Recht in dienst van de samenleving betekent dat de samenleving via stemgedrag beslist wat recht is. Recht zijn geen onaantastbare, voor altijd in steen uitgehouwen wetten en regels. Recht komt politiek tot stand en moet door een meerderheid in de Tweede Kamer politiek gedragen worden.
Dat is precies wat er gebeurde in het kabinet Schoof. Het kabinet is beslissend over juridische verschillen van mening over asielwetgeving tussen de coalitiepartijen. Coalitiegenoot PVV met minister Faber wilde haar juridisch onhoudbare ‘asielnoodmaatregelenwet’ niet opgeven.
Het werd een keer duidelijk dat de noodmaatregelen niet door het kabinet Schoof werden overgenomen, waardoor de PVV het kabinet liet vallen. Jensma zou dus eigenlijk dik tevreden moeten zijn. In de Nederlandse politiek wordt een correct politiek gevecht geleverd over wat recht is en wat niet.
Waarom is Jensma niet tevreden? Is dat omdat hij vindt dat een rechts kabinet met PVV niet gemogen zou hebben? Het is duidelijk zijn goed recht om dat te vinden maar gekozen volksvertegenwoordigers in de Tweede Kamer oordelen op basis van de verkiezingsuitslag anders.
Het zou Jensma en andere critici sieren als zij zich zouden verdiepen in het waarom van de uitslag en het waarom van de politieke besluitvorming van het kabinet Schoof. Een politieke discussie die zijn grond vindt in de verschuiving naar rechts onder de Nederlandse besluiten.
De regering Schoof was een vertaling van de soevereine wil van het Nederlandse volk die naar rechts opschuift. De vraag is waarom dit gebeurt.
Een antwoord op die vraag zou een betere bijdrage zijn aan het politiek debat in Nederland dan het met de vinger blijven wijzen naar het kabinet Schoof alsof dat een oneigenlijke abberatie is in de Nederlandse politieke geschiedenis.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten