Posts tonen met het label rembrandt van rijn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label rembrandt van rijn. Alle posts tonen

dinsdag 7 juli 2020

DE ANATOMISCHE LES VAN DR. NICOLAES TULP

Bewerkte foto van "De Anatomische Les van Dr. Nicolaes Tulp" van Rembrandt van Rijn, 1632, Mauritshuis, Den Haag

De foto is als poster te zien op de expositie Kunst en Corona in de Galerie van K26, Hèt Kunstpodium van Oss.




 Op de Expositie is ook onderstaande bewerkte foto van een ets van Rembrandt te zien, andere bewerkte foto's en foto's gemaakt in Oss in Coronatijd.





vrijdag 20 april 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 35

Het schilderij 'de Nachtwacht' (1639-1642) van Rembrandt van Rijn
is een schilderkunstige snapshot van een schutterij die meer weg heeft
van een gezelligheidsvereniging dan van een bewapende stadsmacht.
Het is een toneelstuk waarin de spelers met vele bravoure poseren in hun beste kleding,

die meer getuigt van modebewustzijn dan militaire effectiviteit, 
 terwijl ze druk doende zijn met hun requisieten 
zoals geweren, vaandels en trommels. 
Enige militaire dreiging gaat er niet van uit.
Dit nationale icoon bevestigt dat Nederland van bluf en bravoure houdt

en niks heeft met echt militair machtsvertoon en zo nodig geweld.
Lees HIER meer over De Nachtwacht.

Als zeevarende mogendheid was De Republiek en zijn opvolger Het Koninkrijk der Verenigde Nederlanden wars van continentale betrokkenheid. De zee gaf  Nederland nu eenmaal meer mogelijkheden voor handel en rijkdom dan het vasteland. Om je overzeese bezittingen en vrijhandel beschermen heb je eerder een zeemacht dan een landleger nodig. Als zeemacht schuwde De Republiek zelfs piraterij niet om rivalen als Engeland en Spanje moeilijk te maken.

Het gebrek aan een traditie in de landmacht wreekte zich met de Franse bezetting van Nederland aan het eind van 18e eeuw en bij de kort daar opvolgende opstand bij de Belgen. Toen het conflict militair moest worden uitgevochten bleek Koning Willem I een politieke én militaire stuntelaar te zijn. En niet alleen hij. Veel Nederlanders hadden geen zin in oorlog met de Belgen. Dat kost geld en Nederlanders verdienen liever geld. De Belgische opstand werd een afgang voor het koninkrijk Nederland maar daar willen we als natie liever niet aan herinnerd worden. Veel Nederlanders kijken dan ook met een zeker dedain neer op België als het landje dat eigenlijk nooit had mogen bestaan.

Het weifelende en onhandige optreden van Willem I en zijn zonen leidde in september 1830 tot een definitieve breuk. Enerzijds had Willem I wel al in juni 1830 de onbeperkte taalvrijheid weer ingevoerd en het Filosofisch College voor priesters afgeschaft. Anderzijds liet hij noch persvrijheid, noch een staatshervorming toe… In Holland zorgden de onlusten in het Zuiden voor een nieuwe sympathie voor de koning en was er grote aanhang voor een stevig optreden tegen het ‘muitzieke Belgenrot’. Dit accentueerde de tegenstelling tussen noord en zuid waardoor de opstand een nationalistisch karakter kreeg…Toen het regeringsleger (waarvan 2/3 Zuid-Nederlanders) na vier dagen strijd, met honderden doden en gewonden aan beide zijden, in de nacht van 26 op 27 september opbrak, begon de scheiding pas goed. Tijdens deze gevechten kwam een revolutionaire regering tot stand: het Voorlopige Bewind. Op 4 oktober riep deze de onafhankelijkheid va België uit.” (Wikipedia: Belgische Revolutie)

De Koning wilde zich nog niet neerleggen bij zijn verlies en organiseerde in augustus 1831 toch nog een Tiendaagse Veldtocht die militair uiteindelijk weinig voorstelde. Niettemin vonden de Fransen dat het welletjes was geweest. Als geïnteresseerden in een onafhankelijk België binnen hun invloedssfeer trokken ze met een forse legermacht het nieuwe land binnen. Willem I trok zich meteen terug tot in Noord-Brabant. 

Franse troepen namen de citadel van Antwerpen wekenlang onder vuur en in 1832 viel de enige nog in Nederlandse handen zijnde stad in Franse handen. Daarmee viel het doek definitief over het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en moesten de Vlamingen het verder alleen rooien in hun nieuwe onafhankelijk land België.

Net zoals tijdens de Tachtigjarige oorlog markeerde ook nu weer de val van Antwerpen de scheiding tussen de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden.

(verschijnt elke vrijdag)


woensdag 14 januari 2015

DE SELFIES VAN REMBRANDT EN VAN GOGH

Links: Zelfportret Vincent van Gogh (1887) Hij was toen 34 jaar. Rechts: Zelfportret van Rembrandt van Rijn (1630). Hij was toen 24 jaar.

Onlangs werd een fotografisch zelfportret van mij op Facebook een selfie genoemd. Toen pas besefte ik dat voor veel mensen een zelfportret hetzelfde is als een selfie. Dat was nog niet bij me opgekomen. Selfies zijn voor mij een variant op de bekende vakantiefoto's waarop mensen poseren bij een of ander monument, bijvoorbeeld de Eiffeltoren. Dat doen ze om thuis en aan vrienden te laten zien dat ze daar geweest zijn. Van alle selfies samen kun je daarna een fotodagboek maken van je vakantiereis.

Daarnaast heb je de selfies van jezelf met een belangrijk persoon, filmster of beroemde voetballer. Ook die zijn een voortzetting van een al lang bestaande traditie. In menig kantoor, maar ook in gangen en woonkamers zie je ze wel eens hangen. De gastheer poseert samen met een bekend politicus, een beroemd voetballer, de paus of een president. Bij audiënties van bijvoorbeeld de paus of van een president staat zelfs een officiële fotograaf klaar om zo’n foto te maken. Vervolgens werd de foto dan thuis of op kantoor opgehangen. Een selfie zet je op Facebook of Instagram.

Dit is het eerste zelfportret dat van Gogh in zijn brief noemt aan zijn broer Theo in het jaar 1889. (zie erop in de blog). Van Gogh was toen 36 jaar en zat in een inrichting vanwege zijn zelfmoordpoging. "Het ging weer minder goed met Vincent en hij laat zich vrijwillig opnemen te Saint-Rémy-de-Provence, in de instelling Saint-Paul-de-Mausoleaan de voet van de Alpilles. Men richtte er zelfs een klein atelier in, waarin hij kon schilderen tijdens de steeds zeldzamer momenten zonder zenuwcrisis. In dat jaar maakte hij er ongeveer 150 schilderijen. Het was de tijd van de Irissen, de Seringen, gele korenvelden, olijfbomen en cipressen. (Vincent van Gogh in Wikipedia )
Was zulks ook het doel van de geschilderde zelfportretten van bijvoorbeeld Rembrandt  en Van Gogh? Van Gogh maakte in totaal 40 zelfportretten. Zijn eerste zelfportret maakte hij  in het Brabantse Nuenen (1885). In Antwerpen maakte hij 5 zelfportretten (1885-1886) en in Parijs maar liefst twintig (1986-1988) . Zijn laatste 4 zelfportretten schilderde hij in een instelling voor geesteszieken in het Zuid Franse stadje Saint-Rémy-de-Provence. In zijn brieven schrijft Vincent Van Gogh dat hij zelfportretten maakt omdat hij geen modellen kan betalen. Voor van Gogh is het zelfportret dus een schilderkunstige oefening, een studie in techniek, vorm en kleur. 

Van Gogh gebruikt kleuren om zijn gevoelens en gedachten uit te drukken. Zet alle zelfportretten op een rijtje en je ziet dat de uitdrukking op zijn gezicht vrijwel altijd hetzelfde is. Het is een ernstige uitdrukking die concentratie verraadt, zelfs als hij zich portretteert met een zonnehoed op. Het leven van Van Gogh was dan ook bepaald niet zonnig. Ik denk dat Van Gogh van thuis uit of vanwege zijn aard meer levensernst had dan goed is voor een mens.

Dit is het tweede zelfportret dat van Gogh in zijn brief aan Theo van begin september 1989 noemt
(zie citaat hieronder).

Van Gogh vindt dat je, om een zelfportret te kunnen maken, ook enige zelfkennis moet hebben zo blijkt o.a. uit het volgende citaat uit een van zijn laatste brieven: “People say – and I’m quite willing to believe it – that it’s difficult to know oneself – but it’s not easy to paint oneself either. Thus I’m working on two portraits of myself at the moment – for want of another model –because it’s more than time that I did a bit of figure work. One I began the first day I got up, I was thin, pale as a devil. It’s dark violet blue and the head whiteish with yellow hair, thus a colour effect. But since then I’ve started another one, three-quarter length on a light background.Then I’m retouching some studies from this summer – anyway I’m working from morning till night.” (brief 800, Saint-Rémy, 5th or 6th September 1889). 

Rembrandt maakte meer zelfportretten dan van Gogh. Hij heeft in totaal bijna 90 zelfportretten gemaakt, verdeeld over 50 schilderijen, 32 etsen en 7 tekeningen. Ze omvatten 40 jaar van zijn leven (1620-1669). Van Gogh schilderde zijn zelfportretten in ongeveer 5 jaar, meteen ook zijn 5 laatste levensjaren. Rembrandt maakte al op jonge leeftijd zelfportretten als oefeningen in gezichtsuitdrukkingen die horen bij bepaalde gevoelens of stemmingen. Hij poseerde op allerlei manieren: jong en brutaal, in gedachten verzonken, ernstig, aandachtig, nieuwsgierig enz. Op de website van het Teylersmuseum vind je een overzicht van deze zelfportretten.

Een zelfportret van Rembrandt toen hij 33 jaar was (1639). De jeugdige overmoed is verdwenen en heeft plaats gemaakt voor bezonnenheid. Hij was toen 5 jaar getrouwd met Saskia van Uylenburgh.
Op latere leeftijd worden de zelfportretten van Rembrandt bedachtzamer. Dat hangt uiteraard met leeftijd samen. Oudere mensen hebben nu eenmaal meer meegemaakt. Het leven had ook Rembrandt niet gespaard. Hij heeft hoogtepunten gekend maar ook veel dieptepunten en uiteindelijk eindigde zijn leven in eenzaamheid en armoede.  Zonder te spreken van schilderkunstig vorm gegeven zelfkennis en zelfonderzoek kunnen we toch vaststellen dat de zelfportretten van Rembrandt ook een weerspiegeling zijn van zijn levenservaringen. 

Juist Rembrandt beschikte over de schilderkunstige vaardigheden deze levenservaring schilderkunstig vast te leggen. Rembrandt kenners leggen er echter de nadruk op dat het etaleren van schilderkunstig meesterschap in de zelfportretten belangrijker is geweest dan het uitdrukken van diepste persoonlijke gevoelens.”Elk zelfportret van Rembrandt was dan ook, niet meer en niet minder, een specimen van zijn kunst oftewel een typische Rembrandt. Voorstelbaar is dus dat Rembrandt de klanten die zichzelf door de grote meester wilden laten portretteren, een actueel voorbeeld van zijn kunsten wilde laten zien en dus altijd ten minste één geschilderd zelfportret in voorraad hield. Klanten kochten dan mogelijk naast hun eigen portret ook een portret van de maker zelf. Rembrandt maakte vervolgens weer een volgend “promotie” schilderij.” (zie: Rembrandt en zijn zelfportretten

Zelfportret van Rembrandt dat hij gemaakt heeft in zijn laatste levensjaar 1669. Hij was toen 63 jaar. 

Ik denk ook niet dat 'de selfies' van van Gogh of Rembrandt een soort schilderkunstig vorm gegeven diepte psychologisch zelfonderzoeken zijn. De psychologie moest toen trouwens nog uitgevonden worden. Bovendien beschouwden beiden kunstenaars zich inderdaad op de eerste plaats als schilderkunstige ambachtslieden om den brode. Rembrandt verdiende er zelfs op een gegeven moment veel geld mee. Van Gogh kon tot zijn wanhoop, verdriet en teleurstelling nooit leven van zijn schilderkunstige vakmanschap. Het moet een drama geweest zijn dat hij financieel totaal afhankelijk was van zijn broer Theo. Hun zelfportretten zijn hoe dan ook een afspiegeling van deze complexe levenservaringen. 

maandag 1 april 2013

DE NACHTWACHT

Rembrandt van Rijn, 'De Nachtwacht (1639 - 1642), Rijksmuseum


Rembrandt's 'Nachtwacht' is onze nationale trots en onze identiteit. Dat mag ook wel want het is een schilderkunstig meesterwerk dat er mag wezen. Het Rijksmuseum in samenwerking met de media, met voorop het NOS journaal, hebben ons dat de afgelopen dagen weer eens duidelijk gemaakt met beelden van de verhuizing van het schilderij terug naar zijn vaste plek in het verbouwde Rijks. Er zijn niet veel landen die op zo'n kunstwerk kunnen bogen. Spanje heeft zijn 'Guernica' van Picasso en uiteraard 'las Meninas' van Velazquez. Ik weet niet welk van de twee de Spanjaarden als hun nationaal symbool zien. Italië heeft de Sixtijnse kapel met zijn plafondschilderingen van Michelangelo en Frankrijk natuurlijk zijn revolutionaire schilderij 'la Liberté guidant les peuple' van Eugène Delacroix. Ik meen dat voor de Engelsen 'The Hay Wain' van John Constable hun nationale trots en identiteit is. Merkwaardig genoeg een romantisch schilderij van het leven op het platteland. Zou dat te maken hebben met de Engelse hang naar verleden en traditie?

Van een hang naar het verleden hebben wij in Nederland een stuk minder last. We mogen daarom blij zijn dat we de Nachtwacht nog hebben en waarderen. Voor hetzelfde geld was het al lang geleden verkocht vanwege broodnodige bezuinigingen of de waan dat we vooral vooruit moeten en dus alles wat achter ons ligt zoveel mogelijk moeten opruimen. Plaats maken voor de moderniteit is immers het devies van onze vooruitstrevende (politieke) elite, zeker als het verleden geld kost. Soms verdenk ik onze leiders ervan dat ze uit gebrek aan kennis, inzicht en wijsheid van Nederland het liefst een land zonder geschiedenis zouden willen maken behalve natuurlijk als het over henzelf gaat.

Wat zegt de Nachtwacht nog meer over ons behalve dat een van de grootste schilders ooit in Amsterdam heeft gewerkt en gewoond? Om te beginnen is De Nachtwacht niet de echte naam van het schilderij maar een bijnaam die het ruim 100 jaar later kreeg. In de loop der jaren was de verf donkerder gekleurd waardoor het tafereel een wat nachtelijk karakter kreeg. Maar is dat de enige reden? Zou het niet kunnen zijn dat veel mensen het tafereel herkennen als een nachtelijk tafereel zien? Het tafereel heeft toch ook veel weg van een gezellig feestje, van een gezellig samen zijn? Zien we niet een wat zenuwachtige spanning van een wat uitgelaten groep met vooraan twee feestelijk uitgedoste mannen?

Volgens de overlevering heeft Rembrandt 'De compagnie van kapitein Frans Banning Cocq en Luitenant Willem van Ruytenburgh' geschilderd. Zo'n compagnie werd een schutterij genoemd, wat we tegenwoordig een burgerwacht zouden noemen. Rembrandt heeft ze niet in de gebruikelijk opstelling van het groepsportret geschilderd, tot teleurstelling van veel leden van de compagnie, maar als een groep die zich voorbereid op een optocht door de stad. Dat brengt ondanks alle voornaamheid die de mannen uitstralen een zekere spanning en uitgelatenheid met zich mee.

We zien dus een momentopname (een Rembrandtsiaanse snapshot) van een schutterij die de militaire taak had om indien nodig de stad te verdedigen. Maar er is niks militaristisch aan de groep, zelfs niet aan de twee leiders vooraan en ook zelfs niet aan de wapens. Er gaat ook geen enkele dreiging vanuit. De wapens geven veeleer de indruk attributen te zijn die nu eenmaal bij een feestelijke verkleedpartij horen. In een land met een militaire traditie zoals bijvoorbeeld onze buurlanden Engeland, Frankrijk en Duitsland zou een dergelijke schutterij zich met meer militair vertoon opstellen om daarna in marsorde met trots geheven vaandel, dreigend tromgeroffel en de geweren geschouderd door de stad te marcheren zodat de burgers zouden zien dat als het er op aan zou komen, zij hun mannetje zouden staan. Wat je hier ziet is bravoure, drukke zenuwachtigheid, wanorde (een doodzonde voor elke militaire ziel) en licht opgeblazen voornaamheid. Als je niet beter wist zou je kunnen denken aan een verkleedpartij.

De Nachtwacht laat zo zien -bewust of onbewust – dat Nederland geen land is met een militaire traditie, met gevoel voor heldendramatiek, zelfs niet voor dramatiek in het algemeen. Het enige drama wat ons bezighoudt is de voorbereiding op een parade die militair moet lijken maar het niet is. De Nachtwacht is een groot uitgevallen anti-militaristische spotprent. Hulde aan Rembrandt die dat zo te zien haarfijn heeft aangevoeld.

zaterdag 15 oktober 2011

ZONDER TITEL II (poëzie van de lijn)



 Joan Miro, Nocturno (1940)

Ik wil het nog even over lijnen hebben. Tijdens mijn bezoeken aan tentoonstellingen van werk van de Catalaanse schilder Joan Miro viel me pas goed op hoe belangrijk lijnen in een schilderwerk kunnen zijn. Miro zijn werk bestaat eigenlijk meer uit lijnen dan iets anders. Kijk maar eens naar zijn werk hierboven.

 Joan Miro, Azul II, 1961(dit schilderij vormt met Azul I en III een triptiek)


Dat Miro zich bewust is van lijnen, punten en vlekken blijkt uit het schilderij hierboven. Wiskundig gezien hebben punten trouwens geen oppervlakte, zo heb ik geleerd. Daar trekt Miro zich niks van aan. Met het hierboven staande schilderij lijkt hij een statement te willen maken over punt en lijn, zeker als je de titel van het werk er bij in aanmerking neemt. Maar een ingehouden statement. De lijn is niet strak maar onzeker, de vlekken zwerven in de blauwe ruimte/hemel op zoek naar hun plaats. Een fascinerend schilderij waar je naar kunt blijven kijken.

 Rembrandt van Rijn, Olifant omstreeks 1637


Over het algemeen zijn de lijnen van Miro meer zoekend en soms zelfs aarzelend dan trefzeker. Je treft dergelijke meer zoekende dan trefzekere lijnen aan in bijvoorbeeld het werk van Rembrandt maar ook Appel en Lucebert. Bij Lucebert zie je vaak ook nog inktvlekken. Alsof hij niet kan tekenen zonder vlekken te maken. Toen ik op school leerde schrijven met pen en inkt was een van de eerste dingen die we te horen kregen vooral geen vlekken te maken. Het lijkt erop dat Lucebert met zijn vlekken wil laten zien dat hij lak had aan dergelijke schoolse voorschriften. Bij Herman Brood zien we hetzelfde: onzekere lijnen, onzeker handschrift, vlekken. Brood wist dat het leven kwetsbaar en rommelig is vandaar wellicht zijn dagelijkse cocktails van alcohol en drugs. Leven met onzekerheden kunnen immers maar weinig mensen.

 Keith Haring, Andy Mouse IV, 1986. Stripfiguren inspireren tegenwoordig menig kunstenaar.

Trefzekere lijnen tref je vooral aan in stripboeken zoals bij Hergé (Kuifje)  en tekeningen van de Disney Studio’s. Ik hou van striptekeningen en het stripverhaal maar striptekeningen zijn en blijven plaatjes. Dat vindt ik ook van het werk van bijvoorbeeld Keith Haring. Op het eerste gezicht verrassend. Ondanks de heftige kleuren slaat na verloop van tijd toch een zekere verveling toe.  Trefzekere lijnen staan nu eenmaal niet onder spanning zoals een leven zonder zekerheden ook niet meer spannend is. Integendeel, een leven vol zekerheden is er een van verveling en saaiheid. Geef mij daarom maar de onzekere lijn en de vlekken. Die benaderen veel meer het alledaagse leven met zijn onzekerheden en dwaasheden en dat blijft net als het leven zelf boeien.