Posts tonen met het label ontwikkeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ontwikkeling. Alle posts tonen

woensdag 24 juni 2026

DE LOSGESLAGEN STERECONOOM PIKETTY

 

Piketty zou eens van zijn roze wolk moeten afstappen. (een fotocollage van petrus)


Piketty maakt dezelfde fout die veel economen maken. Hij verwart armoede met gebrek aan geld. Zijn redenering is dat als geld gelijk verdeeld zou worden over alle mensen in de wereld (Piketty denkt heel groot) dan zal er geen armoede meer zijn.


Iedereen die armoede van nabij heeft meegemaakt weet dat dit een veel te enge opvatting van armoede is. Armoede is veel meer en veel ingewikkelder dan een gebrek aan geld. Verdeling van geld is verdeling van consumptie (soms broodnodig) maar is geen antwoord op armoede.


Door het arme mensen mogelijk te maken deel te nemen aan de consumptie, hef je hun armoede nog niet op. Zij blijven arm omdat ze niet over de middelen beschikken - sociale vaardigheden, algemene kennis, persoonlijk ontwikkeling, fysieke capaciteiten enz. dan wel productiemiddelen om uit de armoede te komen.


Wat voor mensen geldt, geldt ook voor landen. De Nederlandse macro-econoom en Nobelprijswinnaar professor Tinbergen was een van de grondleggers van het idee om kapitaal uit het rijkere Westen over te hevelen naar arme landen. De analyse was dat de arme landen arm zijn bij gebrek aan kapitaal. Dat gebrek aan kapitaal was het gevolg van hun armoede waardoor alle geld nodig was om te voorzien in eerste levensbehoeften (basis consumptie).


In 1965 leidde dat tot een speciale minister voor Ontwikkelingssamenwerking die erop toezag dat 0,7% van het bruto nationaal inkomen werd overgeheveld naar de arme landen. Die 0,7% werd zelfs een internationaal streefdoel. De VN richtte speciale programma’s op om het beschikbare geld te besteden in de arme landen. Nederland was een van de grootste internationale donoren.


In de loop der jaren werden arme landen ontwikkelingslanden als om aan te geven dat voor bestrijding van armoede veel meer komt kijken dan het overhevelen van kapitaal. Naast de overdracht van kapitaal ontstond er een reeks van (inter)nationale instellingen (overheid en particulier) die de overdracht van kennis en vaardigheden op bijna alle denkbare terreinen van de economie organiseerden.


Hier en daar heeft het geholpen maar om nu te zeggen dat door de ontwikkelingshulp of samenwerking de armoede uit de wereld is verdwenen, is teveel van het goede. Ondanks alle internationale inspanningen leven nog miljarden mensen in armoede. Het blijkt dat het bijzonder moeilijk is om een land te ontwikkelen zelfs als er enorme inspanningen worden geleverd door derde landen. Er komt nog zoveel meer bij kijken: politieke stabiliteit, bestuurlijke capaciteit, sociale infrastructuur, sociale rechtvaardigheid en vooral productie en productiviteit. 


Neem bijvoorbeeld Suriname, een dun bevolkt land met veel economische mogelijkheden. Toch is het er tot nu toe niet in geslaagd om van een ontwikkelingsland een ontwikkeld land te worden. 


Het land hoort nog steeds tot de lage inkomenslanden (5700$ bnp per hoofd van de bevolking). Dat is net iets beter dan bijvoorbeeld de Dominicaanse Republiek en Wit Rusland. Het eerste een kapitalistisch land, het tweede een voormalig communistisch land waar nog altijd een pseudo-communistische dictatuur bestaat.


Kortom voor ontwikkeling komt veel veel meer kijken dan kapitaal overdracht. Toch houdt Piketty halsstarrig vast aan dat idee als zijnde een geloofsartikel dat hoe dan ook nageleefd moet worden. In een interview in NRC spreekt hij over de oprichting van “Internationaal Rechtvaardigheidsfonds”, een internationaal verdelingsfonds.


Piketty is een hardnekkige linkse idealist met goede bedoelingen, maar goede bedoelingen maken meer kapot dan je denkt. Hij zou er goed aan doen om mensenwerk te gaan doen in een fabriek of op een tractor, liefst ergens in Afrika. Daar zou hij veel kunnen leren over armoede.




dinsdag 17 december 2024

300.000.000.000 PER JAAR

 

Protesten op de Bakoe klimaattop. Arme landen willen natuurlijk graag klimaatgeld krijgen uit het rijke Westen.

In de hoofdstad Bakoe van het olieland Azerbeidzjan werd op de valreep besloten dat het rijke westen van 2030 jaarlijks 300.000.000.000 (300 miljard) beschikbaar zal stellen aan arme landen (waaronder ook China valt) om zich aan te passen aan klimaatverandering en CO2 uit de lucht te halen. De bedoeling is dat dit bedrag daarna gaat oplopen tot het astronomische bedrag van boven de biljoen oftewel een een met 12 nullen. 


Hoe men aan dat bedrag is gekomen weet ik niet. Wat ik wel heb gezien op TV is dat een arm land als Nigeria boos was dat in het akkoord slechts de 300 miljard zijn opgenomen, jaarlijks wel te verstaan. Nigeria heeft een inkomen per hoofd van 1.142 dollar. (Nederland 60.000). Maar ook India met een inkomen per hoofd van 2.000 dollar was boos, omdat het te weinig was.


De klimaattop is ontaard in een gevecht om geld van rijke landen door arme landen. Dat kun je de arme landen moeilijk kwalijk nemen. Wie arm is probeert zoveel mogelijk geld weg te halen bij rijken, dat is een natuurwet. Je zou wel gek zijn als je arm bent en niet probeert het maximale weg te halen bij rijken.


Vroeger werd dit gevecht tussen armen en rijken gevoerd onder de naam van ontwikkelingssamenwerking. De rijken stelden zich in de vorige eeuw tot doel om jaarlijks 1% van hun bruto nationale product ter beschikking te stellen aan arme landen om zich daarmee te ontwikkelen. Dat doel werd maar door weinig rijke landen gehaald. Nederland was er een van. 


Ondanks dit tekort schieten, was er veel geld beschikbaar dankzij allerlei andere instellingen die zich op de een of andere manier bezig houden met ontwikkeling. Ook privé kapitaal via banken en allerlei investeringen. Daar wordt in sommige kringen op neer gekeken want dat is kapitalisme maar zonder private investeringen komt er weinig terecht van ontwikkeling. Private investeringen brengen immers kapitaal én kennis het land binnen.


Misschien is het gebrek aan kennis wel een groter gemis voor de ontwikkeling van een land dan gebrek aan kapitaal. Maar geld is nu eenmaal gemakkelijker over te maken dan kennis en dus gaat de strijd altijd om geld. 


De vraag is nu, leidt de transfer van geld van arm naar rijk ook tot ontwikkeling of tot de benodigde  klimaat aanpassingen? In de praktijk zien we daar weinig van. Zo heeft China zich met een inkomen per hoofd in 1978 van 380 Yuan opgewerkt tot een inkomen van bijna 81.000 Yuan, ongeveer 20.000 dollar! Een enorme prestatie die nog nooit is vertoond behalve dan in Taiwan en Japan.


De Chinese economische groei is niet het resultaat van ontwikkelingssamenwerking met rijke landen maar te danken aan de reorganisatie van de economie door het scheppen van een vrije markt voor binnen en buitenlandse ondernemingen en op grote schaal kennisverwerving ( onderwijs maar ook spionage). 


Het tegengestelde spiegelbeeld van China is het vele malen kleinere eiland Cuba dat sinds de revolutie van 1958 elk vorm van een binnenlandse vrije markt onderdrukt en buitenlandse investeringen weigert. Het gevolg is een land dat permanent aan de bedelstaf is. Het weet te overleven door giften uit het buitenland, eerst uit de Sovjet Unie en toen dat instortte olie uit Venezuela. Een belangrijke bron van overleving zijn geld en goederen die de miljoenen Cubanen gevlucht naar het kapitalistische Amerika naar hun familie op Cuba sturen.


De meeste arme landen zitten ergens tussen China en Cuba in. Ze hebben een vrije markt en laten buitenlandse investeringen toe. Zo een land is bijvoorbeeld Nigeria. Het heeft de grootste economie van Afrika maar zo hebben we gezien, is toch een arm land. Dat komt omdat het kort gezegd een politiek instabiel land is met een zwak bestuur, omvangrijke corruptie en gebrekkige ontwikkeling van de landbouw. De arbeidsproductiviteit groeit er maar langzaam.


Kan ontwikkelingssamenwerking iets doen aan politieke instabiliteit, zwak bestuur en corruptie? Een algemeen antwoord daarop geven is moeilijk maar grofweg gezegd weinig tot niks. Een land als bijvoorbeeld Venezuela, rijk aan grondstoffen als olie, bauxiet, goud enz. bakt er economisch niks van vanwege al deze factoren. Het is zelfs achteruit geboerd als gevolg van de invoering van het Cubaanse model. 


Een ander voorbeeld is het voormalige Belgische Congo. Dat land slaagt er niet in om ook maar een paar procent per jaar economisch te groeien ondanks de enorme rijkdom aan grondstoffen. Ook hier is politieke instabiliteit de alles verstorende factor tezamen met zwak bestuur en corruptie.


Om bovengenoemde reden ben ik geneigd dat de overdracht van geld, hoeveel ook in de vorm van hulp, weinig of niets uithaalt zo lang er geen politieke stabiliteit is in een land, geen vrije binnenlandse markt, geen private of publieke investeringen, geen of weinig corruptie en als het even kan een min of meer fatsoenlijke verdeling van rijkdom en inkomen. 


Moeten wij in de rijke landen dan maar niets doen? Dat zou onrechtvaardig zijn niet vanwege een of andere historische schuld maar om doodnormale medemenselijkheid. We moeten proberen om arme landen zoveel mogelijk op te stuwen in de vaart der volkeren. Maar we moeten niet denken dat we meer kunnen doen dan hier en daar een duwtje in de goeie richting te geven. Die 300 miljard per jaar worden overigens nooit gehaald. Dat is de zoveelste vorm van VN wensdenken.