Posts tonen met het label noordbrabants museum. Alle posts tonen
Posts tonen met het label noordbrabants museum. Alle posts tonen

maandag 15 augustus 2022

GUSTAVE VAN DE WOESTYNE IN HET NOORDBRABANTS MUSEUM

Het bovenstaande schilderij van Gustave van de Woestyne "De Slechte Zaaier" heeft met zijn gouden achtergrond en het beperkte kleurenpalet veel weg van een icoon.

Gustave van de Woestyne is met zijn schilderijen van ‘boerenkoppen’ prominent aanwezig in de tentoonstelling “Symbolisme in Vlaanderen, terug naar de natuur, de oorsprong en de innerlijke rust” in het Noordbrabants museum. De uit Gent afkomstige Gustave van de Woestyne, een broer van dichter en schrijver Karel van de Woestijne, schildert portretten van boeren als zijn het religieuze iconen. Doet hij dat als kunstenaar geïnspireerd door de vroeg kerkelijke iconen, mede de basis van onze Westerse portretkunst, of als goed katholiek? Het zal van beide wat zijn. Per slot van rekening was hij religieus. Hij heeft zelfs geprobeerd monnik te worden.


Ook dit schilderij van Gustave van de Woestyne met de zaaiende boer en een 'hint' van een dorp op de achtergrond heeft veel weg van een icoon.

Van de Woestyne behoorde tot de eerste groep van de ‘Latemse school’, een groep schilders die aan het begin van de twintigste eeuw woonde in St.-Martens-Latem bij Gent. Zij wilden het realisme tegenover het impressionisme in ere herstellen. In Nederland hadden we in die tijd de Bergense school met een heel andere stijl. De Bergense school was expressionistisch en had niets met religie of geloof te maken.


Wat in dit schilderij "De Blinde" opvalt is het krachtig gebruik van diep zwart waartegen het kwestbare gezicht zich aftekent. De donkere hemel als achtergrond benadrukt het blind zijn van de geportretteerde.

 

Net als bij Van Gogh was de zaaiende boer een belangrijk thema voor zijn schilderwerk. Van Gogh is zijn hele schilderkunstige leven bezig geweest met de zaaiende boer. Niet zo gek want ook Van Gogh was in wezen een “religieus” schilder. Met het beeld van de zaaiende boer maakt Christus duidelijk dat het zaad van het geloof niet altijd in vruchtbare aarde valt (Mattheus 13). Daarnaast is het de boer die door te zaaien en te oogsten ons voorziet van ons dagelijks brood.


De houding van het hoofd van deze "Boerin" van Gustave van de Woestyne is zoals die van Maria de Moeder van Jezus Christus op veel schilderijen.


Maar terwijl Van Gogh de zaaier in al zijn glorie in een kleurig landschap schildert, de boer als deel van God’s natuur, schildert Van de Woestyne de zaaier als een icoon. De Slechte Zaaier, de boer die ’s nachts onkruid tussen het goede zaad strooit en dusdoende de hand van de duivel is, zaait tegen een gouden achtergrond zoals gebruikelijk bij de oude iconen. De diepe kleuren zwart en rood van de boer doen denken aan Brueghel. 


Ook in dit portret "De Herder" gebruikt Van de Woestyne diepzwart om het iconisch karakter te benadrukken. De zwarte wolf bij de schaapskudde verwijst naar Jezus Christus die zich beschouwde als een herder die waakt over zijn kudde zodat ze niet verloren gaan door de wolf, de verbeelding van de duivel.


Dat Van de Woestyne uitgerekend van boeren iconen maakt, zal ook zeker te maken hebben gehad met zijn religieuze overtuiging. Boeren zijn immers de nederigsten en ook de armsten, zeker in de streken rond St. Martens-Latem.  En heeft Jezus Christus zelf niet gezegd dat God de Vader de hovaardigen weerstaat en de nederigen genade geeft (Jakobus 4:6 en Petrus 5:5) ? Ik neem aan dat Van Gogh om dezelfde reden van meet af aan de boeren als thema heeft in zijn werk.

 

Het gezicht van "De Boer "zit ingeklemd tussen het diepzwart van zijn kiel en van zijn pet waardoor zijn gezicht nog nadrukkelijker naar voren komt. We zien hier niet een boer maar de boer met op de achtergrond de boerderij.

Dat de figuren steeds in het zwart zijn gehuld zal enerzijds in overeenstemming zijn met de kleding van die tijd en anderzijds dienen om de ernst van het (religieuze) leven te benadrukken. Het zijn geen vrolijke schilderijen. Het veelkleurige leven zoals van Gogh dat schildert is bij Van de Woestyne afwezig. Zijn schilderijen doen denken aan de vroegere Noord Nederlandse schilderijen of aan vroege Spaanse schilders. Ook die schilderden een zekere strengheid des levens.


De portretten van Gustave van de Woestyne zijn te zien tot 9 oktober in het Noordbrabant museum.

donderdag 21 juli 2022

PIETER STOOP IN NOORDBRABANTS MUSEUM

Pieter Stoop

 

Bij het binnenlopen van het Noordbrabants Museum stuit ik op een schilderij van Pieter Stoop. Ik herken er een somber woest landschap in met water. Een goed schilderij, groot en gewaagd. De tentoonstelling van Stoop belooft wat.

Binnen kijk ik nog even naar de eigen collectie van het museum. Mijn oog valt op een schilderij van Jan Sluijters, ‘Knotwilgen aan de Slatuinen’ (1907-1909). Nu valt  het mij op dat het schilderij van Sluijters niet zo ver weg staat van dat van Stoop.

Jan Sluijters, Knotwilgen aan de Slatuinen, 1907 - 1909


Je kunt zeggen dat Sluijters het voorportaal is op weg naar de abstrahering en expressie van het landschap a la Stoop. Bij Stoop heeft de expressie met verf het gewonnen van de vorm. Het schilderij van Sluijters is klein vergeleken met dat van Stoop. Ik bereid me voor op een interessante  tentoonstelling.

Helaas. Ik vind het vervelend om het te schrijven maar  zijn schilderijen vielen me tegen. Ik had meer verwacht gezien het schilderij bij de ingang. Zijn kleurenpalet zint me niet maar het ergste is het meer van hetzelfde. Als ik naar zijn monumentale doeken kijk, want monumentaal zijn ze,  zie ik een schilder die blijft hangen in de verf.

Niettemin is het prijzenswaardig dat het museum deze  overzichtstentoonstelling van Stoop’s grote doeken heeft samengesteld. Het is goed te weten wat er met Stoop is gebeurd na de hype van de jaren tachtig toen hij dankzij museum directeur Rudy Fuchs heel gewild was bij musea en verzamelaars. Stoop behoort volgens de canon bij 'Nieuwe Wilden'. 

"Een algemener benaming voor deze wereldwijde opleving van schilderkunst aan het begin van de jaren tachtig van de 20e eeuw was neo-expressionisme. Daartoe werden ook de Amerikaanse schilders Julian Schnabel en David Salle gerekend. Het ging om een nieuwe vorm van 'brutaal' expressionisme. Het was een kunstopvatting die met zijn spontane schildersgebaren niet beantwoordde aan de schoonheidsnormen van de gangbare conceptuele en minimalistische kunst. Op doeken van grote formaten uitten de kunstenaars hun sociaal onbehagen; hun afschuw voor alle vormen van hypocrisie en fascisme en hun woede tegenover de gevestigde structuren."  (Wikipedia: Nieuwe Wilden)

Brutaal zijn de schilderijen zeker. Je moet maar durven een vierkante meter of meer heftige verfstreken. Het is ook niet het soort schilderijen dat je boven de bank hangt, geen brave kunst voor een brave huiskamer. Eerde woede op schoonheid en braafheid of het ook doelgerichte woede is bij Stoop weet ik niet. 

Hijzelf spreekt niet over fascisme en gevestigde structuren in een interview. Stoop spreekt niet zozeer van sociaal onbehagen maar van verf, op de eerste plaats verf met in de verte het landschap als bron van inspiratie waar hij trouw aan is gebleven. Hij is niet zozeer bezig met schilderijen als wel met schilderen.

De expressieve schilderkunst leeft nog steeds ook in Nederland in bijvoorbeeld het werk van de enige tijd overleden schilder Armando. Hij heet van de Nul beweging te zijn, de heruitvinding van de (schilder)kunst na het menselijk debacle van de de Tweede Wereldoorlog.

donderdag 28 oktober 2021

DE OVERSPELIGE PICASSO (1881 - 1973)

 

Een reusachtige agressieve Minotaurus bestijgt een vrouw die hem vergeefs probeert te stoppen. Een verkrachtingsscène. De kracht en de omvang van de Minotaurus tegenover de kwetsbare vrouw weet Picasso treffend weer te geven.

Ik ben met mijn dochter, een ervaren illustrator van kinderboeken, naar de Picasso en Dali tentoonstelling geweest in het Noordbrabants museum in den Bosch. Een mooi museum, een geslaagde combinatie van oude en nieuwe architectuur. Daar is over nagedacht en het mocht waarschijnlijk wat kosten.


Hier zien we een bijna tedere Minotaurus, een zachtaardig liefdesbeest dat wordt aanvaard door de vrouw. Ook hier weet Picasso met enkele lijnen een krachtige Minotaurus neer te zetten. 

 

We zijn met Picasso begonnen. Als we daarna nog fut hebben, doen we nog even Dali. Er hangen maar liefst honderd etsen van Picasso, een serie gemaakt in het begin van de jaren dertig in de vorige eeuw in opdracht van mecenas en kunsthandelaar Vollard. De serie heet dan ook 'Picasso's Suite Vollard'


De Minotaurus en de vrouw genieten samen nog na van hun gedane zaken. Het is voor beiden een liefdesfeest geweest. De Minotaurus heft het glas, de minnares heeft een bloemenkrans om haar hoofd.

 

Picasso is een volbloed tekenaar, een kunstenaar van de lijn: “met een snelle beweging van de hand tekende of schilderde Picasso een vogel, een vrouwengezicht of welke afbeelding dan ook.”(folder tentoonstelling). Tekenkunst om jaloers op te zijn en dat ben ik dan ook. Maar hij was ook een ‘Latin Lover’, een vrouwenliefhebber. Vrouwen waren gek op hem. Picasso mocht gezien worden en was een wereldberoemd kunstenaar.


Dit lijkt op een dubbelportret als Minotaurus en man ingeklemd tussen links zijn vrouw en onder zijn minnares. de man heft het glas, de Minotaurus krabt zich  van verbazing onder zijn kin over de vrouw die haar rug naar hem heeft gekeerd en zich misschien wel afvraagt waar ze mee bezig is. Het vrouwengezicht op de achtergrond tussen Minotaurus en man in is raadselachtig en kunstzinnig teveel van het goede.

 

Met zijn etsen onderzoekt Picasso zijn liefdesrelaties in een periode dat hij nog getrouwd was met de Russische balletdanseres Olga Khoklova en de zeventienjarige Marie-Thérèse Walter als minnares had. Toen die van hem zwanger werd, hield Olga het voor gezien. 

 

Een Faun tilt het laken op waaronder een verleidelijk naakte vrouw ligt te slapen. de Faun strekt zijn handen uit naar de vrouw. Wat vertelt Picasso hier? Dat hij zijn duivelse verlangen naar de vrouw niet kan bezweren? In deze ets zien we hoe Picasso probeert het claire obscure naar voorbeeld van Rembrandt gebruikt.

 

Met de Minotaurus als zijn evenbeeld brengt hij het beest in de man en de man in het beest in beeld. We zien een ets waar de Minotaurus een vrouw tegen haar wil neemt, een verkrachting, dan een waarop de vrouw het beest accepteert en vervolgens een waar ze beiden nagenieten van de gedane zaken. Er is ook een ets waarop hij tweeledig aanwezig is met twee vrouwen, als man en beest tussen naar ik aanneem zijn wettige vrouw en zijn minnares.


Wanneer zijn vrouw hem heeft verlaten loopt hij als een (ver)blinde Minotaurus met een stok aan de hand van een meisje dat een duif (vredesduif?) bij zich draagt. De vissers op de achtergrond zijn nieuw. Ze komen op alle etsen waarop hij zich als blinde Minotaurus verbeeldt terug.  

 

Picasso is niet bang om in de spiegel te kijken door middel van zijn etsen. Dat maakt hem tot groot kunstenaar. Wat hem ook groot maakt is dat hij Rembrandt wil evenaren, misschien wel de beste etser ooit. Dat lukt hem maar ten dele. Het claire obscure van Rembrandt lukt hem maar af en toe. Het beste misschien nog met de ets waarop een Faun nieuwsgierig, begerig kijkt naar een vrouw onder de lakens. Het grote moment van het verlangen waar lust en tederheid om elkaar strijden.


Rembrandt hand in hand met een naaktmodel. Het begin van de serie etsen.

 

Wanneer zijn vrouw hem verlaat, tekent hij zichzelf als de blind geslagen minotaurus die geleid wordt door een meisje, een kind nog. Verbeeldt zij de jonge minnares waaraan hij nu zijn vrouw hem heeft verlaten, overgeleverd heeft? Dat zou betekenen dat hij zich in de liefde onder de betovering van de vrouw weerloos wordt ook al hangt hij met haar de beest uit? 

woensdag 22 augustus 2018

WELKOM IN KAMAGURKISTAN 2

Kamagurkistan, Tentoonstelling in het Noordbrabant Museum in den Bosch
tot 28 oktober 2018












 Fragment uit Museumtekst.





Fragment uit Museumtekst


zondag 24 december 2017

EEN MODEFOTOGRAAF ZIET TUIN DER LUSTEN VAN BOSCH

Over het thema van deze foto bestaat geen twijfel. We zien Eva in een spiegel afgebeeld met een slang en appels op de voorgrond. De slang staat voor het kwaad van de duivel. De appel voor de verleiding. De spiegel voor ijdelheid. Een verwijzing naar het verhaal van de eerste vrouw Eva die in het paradijs bezwijkt voor de duivel die haar belooft dat zij God zelve zal worden door van de appel te eten. 

Ik ben onlangs naar de tentoonstelling geweest in het Noordbrabants Museum van fotograaf Tim Walker met als thema “The Garden of Earthly Delights” (De Tuin der Lusten) met als (Nederlandse) ondertitel “Een modefotograaf ziet Bosch”. Walker wordt naar eigen zeggen sinds zijn jeugd geobsedeerd door dit voor veel mensen raadselachtige schilderij dus toen hij de kans kreeg, maakte hij er dankzij een beurs een bijzonder fotoproject van.

Dat Walker een modefotograaf is, kun je meteen zien aan de monumentale, groter dan levensechte foto’s. Het zijn vooral gelikte foto's. Te mooi om waar te zijn foto's. Dat hoort zo bij modefotografie. Modefotografen doen altijd  hun best om op foto’s alles zo onecht mogelijk te maken. De modellen roepen ook geen gevoel van herkenning op daarvoor zijn ze te bijzonder, te mager en te mooi.

Geen commentaar

Dat is misschien wel juist wat je nodig hebt als je foto’s wilt maken geïnspireerd op het schilderij van Bosch. Die schildert immers geen echte wereld maar een wereld van de verbeelding, een geestelijke wereld. Ik zie dat Walker dat ook probeert door zijn modellen nog onechter te maken met behulp van lens, opmaak en het gebruik van decorstukken uit de verbeeldingswereld van Bosch. 

Maar wat wil Walker met zijn foto's uitbeelden? Bosch beeldt net als als zijn tijdgenoten religieuze thema's uit. Schilderkunst was in de tijd van Bosch voor bijna honderd procent religieuze kunst. Zijn Tuin der Lusten is daarop geen uitzondering ook al menen sommige mensen van wel. 

Detail van het midden paneel van de Tuin der Lusten van Bosch.
Wat ik mis aan de foto's van Tim Walker is de zorgeloze lichtzinnigheid waarmee
de mensen op het schilderij van Bosch tezamen hun seksuele obsessies en waanzin botvieren.

Op het linker paneel van het drieluik van Bosch zien we het paradijs waarin God bezig de mens te scheppen. Op het midden paneel heeft Bosch een soort aards paradijs geschilderd vol van zorgeloos lichtzinnige mensen die bezig zijn met seksuele dwaasheden, obsessies en uitspattingen. De zondige wereld van na de zondeval in het paradijs. Op het rechterpaneel zien we de hel waar je gestraft wordt voor de zorgeloze lichtzinnigheid  waarmee je je vleselijke lusten en uitspattingen hebt uitgeleefd. 

Bij Walker zien we voornamelijk foto's die verwijzen naar  het middenpaneel. Aan het paradijs en de hel is hij niet echt toegekomen, op een enkele foto na waaronder die van Eva die boven deze blog staat afgebeeld. Ik zie wel foto’s met Bosschiaanse decorstukken uit de hel maar ik mis de angst en de schrik van de zondaars, die ik op het helse linker paneel van Bosch wel zie.

Geen zorgeloos lichtzinnig samen zijn maar ernstige onverschilligheid en irritatie.

Ondanks dat Walker gebruik maakt van buitenissige poses en modellen omgeven met fantasie attributen van Bosch, lukt het hem niet echt om de lichtzinnige zorgeloosheid die Bosch ons laat zien, in beeld te brengen. Integendeel, in plaats van lichtzinnigheid zien we ernstige, geforceerde poses van mensen met meestal lege, onverschillige blikken en hier en daar een tikkeltje arrogantie. Het zijn verloren individuen die je op het middenpaneel van Bosch niet zult vinden.

Om zulke zorgeloze lichtzinnigheid met zijn dwaasheden en vleselijke lusten in beeld te brengen had Walker er misschien beter aan gedaan foto's te maken op feestjes in het milieu van de modefotografie, de filmwereld of de kunsten. Dat zijn plaatsen waar zorgeloze lichtzinnigheid en dwaasheid elkaar ontmoeten.

De geschilderde wereld van Bosch komt me ondanks dat het een fantasiewereld is "echter" voor dan die van Walker op zijn foto’s met "levensechte" modellen. Walker heeft geen herkenbare mensen in beeld gebracht maar de wereld van de modieuze, artistieke modefotografie met zijn vervreemding, afstandelijkheid, leegheid en somtijds onverschilligheid. Een barre wereld dat wel.

Een tafereel van seksuele obsessie omringd door attributen uit het schilderij van Bosch.
Ook hier kijkt het model ernstig en een beetje arrogant of is het eerder eenzaamheid in de lens.

Terwijl je op het middenpaneel van Bosch nooit uitgekeken raakt, heb je de foto’s na verloop van tijd wel gezien. Bosch is en blijft de meester, Walker de leerling die het nog niet door heeft ook al doet hij zijn best met decorstukken van Bosch, vervormde naakte lichamen en monumentale formaten van zijn foto’s.


Tentoonstelling te zien t/m 25 februari 2018 in Noordbrabants Museum te Den Bosch..