Posts tonen met het label brugge. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brugge. Alle posts tonen

vrijdag 2 februari 2018

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 24

Detail uit foto van Guido Gezelle gemaakt in Kortrijk in 1898.
Zie website: www.gezelle.be

Je kunt de priester-dichter Guido Gezelle (Brugge 1830-1899) gerust een tegenhanger noemen van de in de vorige blog besproken Franstalig-Vlaamse dichter Emile Verhaeren. Terwijl Emile Verhaeren Franse gedichten schreef, ontpopte Guido Gezelle gedichten zich als een nieuwe Vlaamse dichter die het Vlaams en het Nederlands verrijkte. Dat ontging Nederlanders niet. Ik leerde in de jaren vijftig van de vorige eeuw op de middelbare school enkele gedichten van hem kennen.

“Guido Gezelle was een Belgisch rooms-katholiek priester, lyrisch dichter en hekeldichter, taalwetenschapper en vertaler. Hij is bekend om zijn fijnzinnige gedichten over de natuur, zijn beeld taalgebruik en als virtuoos taalkunstenaar. ‘O’t ruischen van het ranke riet’ en ‘Het Schrijverke’ uit de dichtbundel ‘Vlaamsche Dichtoefeningen’ (1858) zijn slechts twee van zijn bekendste werken.” (Wikipedia: Guido Gezelle)

Gezelle was een volkspriester. Hij stond dicht bij de mensen, zijn gelovigen tevens kerkgangers. Voor de laatsten maakte hij een tijdschrift. 
“Als onderpastoor en priester zette hij ook zijn litteraire gaven in om de gelovigen christelijke deugden bij te brengen. Hij richtte het gezinsblad Rond den Heerd op, waarin hij schreef over heiligen, lithurgische onderwerpen, flora, fauna en oude volksgezegden.” 

Later richtte hij het tijdschrift ‘Biekorf’ op. “Gezelle is altijd blijven doorstuderen, voornamelijk litteratuur. Vooral de ‘Vlaamse taal’ ging hem aan het hart. In Kortrijk begon hij een nieuw blad, getiteld Loquela en met een kring getrouwen legde hij een enorme verzameling woorden aan. Na zijn dood werden 150.000 ‘papierlingskes’ met woordverklaringen gevonden.” (Wikipedia: Guido Gezelle)


Aan erkenning geen gebrek. In Vlaanderen maar ook in Nederland zijn veel straten en pleinen naar hem vernoemd. Zijn geboortehuis in Brugge is sinds 1926 als museum ingericht. Er zijn meer dan 3400 composities gemaakt op zijn teksten. Zijn gedichten verschijnen in verzamelbundels en zangboeken in zowel Nederland als België. In de verzamelbundel ‘De Nederlandse Poëzie van de Negentiende en Twintigste eeuw in Duizend en enige gedichten’ van Gerrit Komrij (1980 Bert Bakker), staan 10 gedichten van Gezelle.

(verschijnt elke vrijdag)


vrijdag 22 december 2017

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 18

Monument van twee helden van de Guldensporenslag:Jan Breydel (een Brugse slager) 
en Pieter de Koninck (een Brugse wever) op de markt in Brugge.
De inhuldiging van dit monument is een illustratie van de taalstrijd die toen in volle gang was.

"Het standbeeld werd opgericht in 1887, de periode van het historisch romantisme. 
Door de wrijvingen tussen het Vlaamsgezind Breydelcomité 
en het Franstalige stadsbestuur is het monument twee keer ingehuldigd geweest:
op 11 juli 1887 (de dag dat de slag plaatsvond) en tussen 14 en 22 augustus 1887."
(Wikipedia:Jan Breydel)

De Guldensporenslag (1302) zou je met enige verbeeldingskracht een vroege voorloper van de Franse revolutie kunnen noemen (1789-1799). Zoals de Franse revolutie een opstand was van burgers tegen de Franse aristocratie met aan het hoofd daarvan de Franse koning Lodewijk XV, zo was de Guldensporenslag een opstand van Vlaamse stedelijke burgerij tegen de Franse Koning en zijn ridders. 

In tegenstelling tot de Franse revolutie was de Guldensporen slag geen nationale maar een regionale opstand en bracht de opstand ook geen afwisseling van de wacht tussen burgers en aristocraten. De opstandige steden bleven behoren tot het graafschap Vlaanderen, een leengoed van de Franse koning. Dat de Guldensporenslag veel later alsnog verheven wordt tot de eerste slag om de Vlaamse natie, kwam door de roman “De Leeuw van Vlaanderen” van Hendrik Conscience (1853). 

Met dit boek legde Conscience ruim 500 jaar later alsnog de basis voor een geromantiseerde nationale mythe over het ontstaan van de Vlaamse natie, een mythe die Vlaanderen nodig had om de strijd te kunnen aangaan tegen de Franstalige bevoogding. De nieuwe mythe voorziet de Vlaamse beweging van de vlag “de Vlaamse leeuw”, van nationale helden, van een rechtvaardiging van de strijd om zelfbestuur, van de strijd recht en vrijheid waaronder het gebruik van de eigen Vlaamse taal als landstaal. 

Nochtans was dit niet meteen de bedoeling van Conscience. Met zijn roman “De Vlaamse Leeuw” wilde hij na de afscheiding van Nederland (1830) in de eerste plaats het Belgisch patriotisme, d.w.z. de nieuwe Belgische natie, een steun in de rug geven. Niettemin vroeg Conscience al in zijn voorwoord van het boek  om“respect voor de Nederlandse taal en voor de Vlamingen binnen de Belgische staat ‘die men niet tot Walen mag maken’. Hoewel Conscience zelf had meegestreden voor de onafhankelijkheid van België, nam hij dus geen blad voor de mond om de achterstelling van de Vlamingen aan te klagen.” (Wikipedia: Guldensporenslag). 


Zo werd de roman “De Vlaamse Leeuw”  misschien wel tot verrassing van de schrijver zelf, niet een steun in de rug van het Belgische maar van het Vlaamse patriotisme of liever de Vlaamse ontvoogding en het Vlaamse zelfbewustzijn. Dat dit Vlaams zelfbewustzijn op zijn beurt de basis werd voor een Vlaams nationalisme dat bij tijd en wijle de bijl aan de wortel van heel België dreigt te leggen, mag historisch niet voorzien zijn, het is achteraf bezien wel een logisch vervolg van het voorgaande. De 11e juli, de dag van de Guldensporenslag, is sinds 1973 een nationale feestdag in Vlaanderen dat intussen deel uitmaakt van een federaal België.


(verschijnt elke vrijdag)

vrijdag 15 december 2017

DE EENZAAMHEID VAN VLAANDEREN 17

Meer dan in Nederlandse steden zijn in de Vlaamse binnensteden
de rijk versierde gildenhuizen als bewijs van hun macht en status bewaard gebleven.
Op de foto een rij gildehuizen aan de Antwerpse markt.
Op de voorgrond het standbeeld van de "Hand Werper",
waarvan de naam Antwerpen zou zijn afgeleid.

(foto: december 2014)

De Vlamingen zijn er over het algemeen goed van doordrongen dat je zonder een moedertaal in de grote wereld verloren bent. Ze hebben daar de nodige ervaring mee opgedaan. Hun moedertaal was een tweederangstaal in het Graafschap Vlaanderen, een leengebied van de Franse Koning. De taal van de eerste rang was uiteraard het Frans van de aristocratie en de elite. Het Nederlands was de taal van de burger, de ambachtsman en de handelaar. De taal groeide mee met de welvaart in steden als Ieper, Gent en Brugge.

Die welvaart was o.a. te danken aan de wolhandel met Engeland. In een conflict tussen Engeland en Frankrijk koos het Graafschap Vlaanderen, ondanks dat het een leengebied van Frankrijk is, de zijde van de Engelsen. Om orde op zaken te stellen en de belasting inning aan zijn wensen aan te passen stuurde de Franse koning in 1302 een ridderleger naar Vlaanderen. Op 11 juli kwam het bij Kortrijk tot een veldslag tussen het Franse en het Vlaamse leger voornamelijk opgebouwd uit burgers en ambachtslieden uit Brugge, Ieper en Gent. Je zou het een burgerleger of stadsleger kunnen noemen. 

De slag ging de geschiedenis in als De Guldensporenslag. Het Vlaamse stadsleger behaalde geheel onverwacht de overwinning op het Franse ridderleger. Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een ridderleger in de pan werd gehakt door een burgerleger van piekeniers (lansdragers) en boogschutters. De overwinning van het Vlaamse stadsleger (milities volgens Wikipedia) bezegelde de groeiende macht van de burgerij, d.w.z. de gilden van de ambachtslieden en de handelaren. 

Het gevolg was dat de gilden bestuurlijke macht begonnen op te eisen waarmee de steden voortaan geduchte concurrenten werden van de bestuurlijke en militaire aristocratie. Iets soortgelijks gebeurde bivoorbeeld ook in Utrecht in 1304. In die tijd was er veel contact tussen Vlaanderen en Utrecht.

In Friesland werd 50 jaar later een soortgelijke veldslag geleverd als de Guldensporenslag. Bij Stavoren werd in 1345 de Hollandse Graaf Willem IV met zijn Hollandse - Henegouwse ridderleger waarmee hij Friesland wilde bezetten, verslagen door Friese boeren. 

Graaf Willem wilde net als de Franse Koning in Vlaanderen orde op zaken stellen bij o.a. de belastinginning en de rechtspraak. Terwijl de Friezen na hun overwinning 150 jaar lang hun onafhankelijk wisten te bewaren, moesten de Vlaamse opstandelingen na een paar jaar alsnog het hoofd buigen voor de Franse koning. Niettemin was hun stedelijke macht gevestigd en zou voortaan de rest van de geschiedenis mee gaan bepalen. De opkomst van de macht van de gilden is in veel Vlaamse steden nog te zien aan de gildehuizen rond het marktplein in Vlaamse steden als Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven, Ieper, Dendermonde, Aalst, Sint Niklaas en ook Brussel.


(verschijnt elke vrijdag)


dinsdag 10 april 2012

MOEDER EN KIND VAN MICHELANGELO

Michelangelo, Madonna met kind, Onze Lieve Vrouwe Kerk te Brugge.

 
Als ik in Brugge ben, ga ik altijd even langs bij “Madonna met kind” van Michelangelo in de Onze Lieve Vrouwe Kerk. Tegenwoordig moet je een kaartje kopen, een paar jaar geleden was de toegang tot de kerk nog gratis. Het massatoerisme jaagt blijkbaar de kosten voor het onderhoud van de kunstschatten op. Zo kon je vroeger ook kosteloos kijken naar het drieluik ‘Het Lam Gods’  van de gebroeders van Eijck in de Sint Baafskathedraal in Gent. Nu moet je een kaartje kopen.

Telkens opnieuw sta ik perplex van de krachtige intimiteit, zachte ingetogenheid en schoonheid van de Madonna en het kind. De Madonna met de ogen geloken, is naar binnen gekeerd. Als een liefdevolle en bezorgde moeder peinst ze waarschijnlijk over de toekomst van haar kind zoals elke moeder (en vader) op een gegeven moment wel doet. Onderwijl leunt haar kind vol vertrouwen tegen haar aan terwijl zijn hand teder wordt vastgehouden door zijn moeder. Het is of heel even de zon door mijn zwarte wolken van modern wantrouwen heen breekt.

Het is geen groot beeld zoals Michelangelo's David.  Dat trekt alleen al door zijn afmetingen de nodige aandacht. Natuurlijk, David is een prachtige verbeelding, een romantische illusie van de perfectie van het mannelijk lichaam. Een illusie waar we graag in geloven zoals we ondanks alles ook blijven geloven in de liefde van de moeder voor haar kind. Michelangelo heeft die liefde met trefzekere hand in marmer weten te beitelen.We zijn 500 jaar verder en ik ken geen beeld dat dit overtreft.

In Wikipedia lees ik dat het beeld het eerste buiten Italië verkochte beeld van Michelangelo was. Het was bedoeld voor het Piccolomini-altaar van de dom van Siena. Het werd gekocht door de Brugse koopman Jan van Moeskroen die het in 1514 aan de kerk schonk. In 1774 werd het beeld door de Franse bezetter weggehaald. In 1944 nam de Duitse bezetter het beeld weg. Beide keren is het beeld teruggekomen naar de kerk.