Posts tonen met het label bananenplantage. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bananenplantage. Alle posts tonen

dinsdag 29 september 2015

PROYECTO COSTA RICA 1977-1979 33 (pulpería)

Pulperia El y Ella, Bernabela, Guanacasta, oktober 1978
Elk dorp in Costa Rica heeft een pulperia, een winkel van sinkel waar je van alles kunt kopen. Het is ook meteen een ontmoetingspunt voor de dorpelingen. Je treft ze aan voor de pulperia met of zonder biertje of frisdrank, zittend of staand. de naam van deze pulperia is "Hij en Zij".

Winkelier Pulperia, Bernabela, Guanacaste, oktober 1978
De winkel heeft een schamele inrichting gemaakt van ter plaatse gezaagd hout. De voorraad artikelen houdt ook niet over. Begrijpelijk, want de plaatselijke economie is heel erg klein. Veel inwoners hebben een heel laag geld inkomen. Ze leven van werk als dagloners en van de verkoop van groenten en of fruit langs de weg, melkproducten van hun kleine veestapel en nog wat andere toevallige karweitjes die zich voor kunnen doen.

Klanten Pulperia en Varkentje, Bernabela, Guanacaste, oktober 1978
Als buitenstaander met het opvallende uiterlijk van een vreemdeling word ik nieuwsgierig bekeken maar als ik vraag of ik ene foto mag maken, wordt er altijd vriendelijk gelachen. 

Verlegen Klant Pulperia, Bernabela, Guanacaste, oktober 1978
De jonge lezers zullen zich afvragen waarom ik een zo op het oog oninteressante foto van de voormalige president dictator Somoza van Nicaragua in deze serie heb opgenomen. De reden is eenvoudig. In die periode -oktober 1987 -begonnen de gebeurtenissen in Nicaragua wereldnieuws te worden als gevolg van een revolutionaire burgeroorlog van de zogeheten Sandinisten tegen zijn regime. De Sandinistische revolutionaire leiders waren onverschrokken, brutale en ook vaak nog eens jonge knappe mannen die ideologisch goed gebekt waren. Tegenover hen was Somoza een fantasieloze man in burgerpak met stropdas. 


Praatje op Bananenplantage, Coto Sur, 1978

Bovendien werd hij nog gesteund door de Amerikanen, die door veel al even jonge en mooie mensen in het Westen werden gezien als de ware schuilen van de ellende waarin Nicaragua verkeerde: dictatuur en armoede.  De Amerikaanse mensenrechten president Jimmy carter probeerde er het beste van te maken. Als gevolg van de successen van de Sandinisten in de gewapende strijd tegen Somoza's Nationale Garde, ooit getraind en uitgerust door de VS, zocht hij naar wegen voor een politiek koord tussen de vijanden, maar daar was Somoza met zijn hofhouding noch de Sandinisten van gediend. Het werd zoals zo vaak een alles of niets spel. Uiteindelijk zouden de Sandinisten een jaar later, juli 1979, de volledige overwinning behalen op Somoza, inmiddels met steun van de VS.

Water Halen, Guaitil, Guanacaste, 1978
Na de overwinning van de Sandinisten begon een andere oorlog in Nicaragua en het buitenland, een ideologische oorlog tussen links en rechts, tussen socialisme, communisme a la Cuba en de democraten, de Noord Amerikanen, teleurgestelde Sandinisten en de indiaanse bevolking aan de Nicaraguaanse west kust. Jimmy Carter's opvolger president Ronald Reagan, een ouderwetse communistenvreter, greep hardhandig in door de zogenaamde contra's te bewapenen. Uiteindelijk moesten de Sandinistische leiders met tegenzin eerlijke en geheime verkiezingen organiseren. Het was gedaan met hun politieke monopolie en hun socialistisch project a la Cuba. 

President Diktator Somoza van Nicaragua op TV, oktober 1978

vrijdag 7 augustus 2015

PROYECTO COSTA RICA 1977-1979 31 (vervolg Chiquita bananenplantage)

Gezin van een bananenwerker voor hun woning op de plantage, 1978


Vrouw met 2 kinderen van een bananenwerker voor haar woning op de bananenplantage, 1978


Mes sluipen op de veranda van de woning op de bananenplantage, 1978


Oudere vrouw op de veranda van haar huis op de bananenplantage, 1978


Moeder en dochter voor hun woning op de bananenplantage, 1978


Gezin voor hun huis op de bananenplantage, 1978


Oma woont ook op de bananenplantage, 1978


Portret van een bananenwerker, 1978

dinsdag 14 juli 2015

PROYECTO COSTA RICA 1977-1979 30

Eenmaal dat de bananen in dozen zijn gepakt, gaan ze de wagon in op transport naar de haven, Coto Sur 1978
Ik wilde graag eens een bezoek brengen aan een bananenplantage (bananera) in staking. Dat was niet eenvoudig want op zo'n moment wordt het bedrijf door de vakbond als het ware afgesloten van de buitenwereld. Het werk ligt niet stil, dat kan niet want dan zouden de werkers teveel schade lijden, maar wel de export. Aangezien de vakbond op de bananenplantage onder communistisch bestuur stond, moet ik toestemming zien te krijgen van de Communistische Partij en Vakbond. Dank zij voorspraak van de Christelijke Boerenbond, waar ik een goede bekende van was, kon ik zonder problemen de bananenplantage bezoeken en foto's maken waar en van wie ik maar wilde.

Een bananenwerker tussen de bananenbomen met zoon en dochter, Coto Sur 1978 
Het systeem van tewerkstelling is dat elke bananenwerker zorgt voor een aan hem toegewezen stuk van de plantage (parcela). Hij zorgt dat het onkruid gewied wordt, voegt de kunstmast toe, bestrijdt ziektes met daartoe aangewezen pesticiden enz. , kapt de dode bomen en oogst uiteindelijk zelf de bananentrossen. 

Portret van een bananenwerker en vader, Coto Sur 1978
Hij krijgt van de maatschappij voor zijn werk een vastgesteld minimumloon. De maatschappij levert hem de benodigde middelen zoals kunstmest, pesticiden enz. kortom alle zaken nodig om het stuk grond te kunnen onderhouden. Tevens woont hij eventueel met gezin op de bananenplantage in een huis van de maatschappij. 

Portret van de zoon van de bananenwerker met manchete, Coto Sur 1978
Het is niet alleen fysiek zwaar werken tussen de bananenbomen. De tropische hitte onder de bomen is drukkend. Daarbij komt ook nog eens het gebruik van chemicaliën. Ter bescherming van de werkers stelt de maatschappij maskers en brillen ter beschikking maar die worden vanwege het zware werk, de hitte en het niet aflatende zweten weinig of niet gebruikt. 

Bananenwerkers op weg naar huis, Coto Sur 1978
Zodra het enigszins kan, helpen de jonge jongens van de gezinnen van de werkers -eigenlijk nog kinderen die naar school gaan -  bij het werk in de plantage. Ze worden op die manier vroeg volwassen. Die jongens zijn er vaak trots op dat ze hun vader kunnen helpen bij het werk en zo een bijdrage leveren aan het onderhoud van het gezin. Het geeft hen al vroeg een groot gevoel van verantwoordelijkheid. 

Portret van een bananenwerker met zijn schop (palo), Coto Sur 1978