dinsdag 8 maart 2016

STREFTE EN VERSTEDELIJKING OP CUBA IN 1914 EN NU

De lijst met sterfte cijfers zoals opgenomen  in het boek 'Cuba before the World' van 1915.

Hoe zag Cuba eruit in 1915? Het boek “Cuba before the world” verschenen ter gelegenheid van de Panama-Pacific-International Exposition in San Francisco in 1915 verschaft ons enig inzicht. 
Zie daarvoor de volgende blogs:

In 1914 stond Cuba op de tweede plaats op de lijst van landen met de minste sterfte per honderdduizend inwoners (12,69). Australië stond nummer een (12,6). Uruguay stond met 13,4 op de derde plaats. Cuba staat in de lijst van 1915 dus hoger dan de VS (15), België (15,2) en Noorwegen (15,60). Nederland staat op de negende plaats (17,4). Het vroegere koloniale moederland Spanje is van deze lijst zelfs hekkensluiter (29,7).

Vandaag de dag, honderd jaar later, staat Cuba nog altijd op de tweede plaats (7,64) en ook nu weer na Australië, dat ook vandaag nog nummer een staat (7,07), tenminste als je het wel zeer lage cijfer 5,27 van Venezuela als ongeloofwaardig beschouwd. De VS zijn dan weer een plaatsje gezakt (8,15). Ze zijn gepasseerd door Zwitserland (8,1). Noorwegen (8,19) en ook Nederland (8,5) staan daar weer onder. De cijfers zijn van 2014 en afkomstig van index mundi 

Volgens het boek had in 1914 de stad Havana vergeleken met grote steden in de VS een laag sterftecijfer: “ Comparing the death rate of Havana with that of other cities of similar and larger size in the United States, we find it much lower than that of New Orleans, Memphis, Washington etc….which cities have a death rate from 28,9 down to 19.” (blz.24) Havana had een sterftecijfer van 18,8 in die tijd.

De lijst van 70 Cubaanse steden met een inwoneraantal van meer dan 10.000
zoals opgenomen in het boek 'Cuba before the World'.

In 1914 had Cuba net geen 2,5 miljoen inwoners. Havana had toen ruim 350.000 inwoners ofwel 14% van de totale bevolking. Tegenwoordig heeft Cuba ruim 11 miljoen inwoners waarvan er ruim 2 miljoen in Havana wonen ofwel 18%. De verhouding tussen het inwoneraantal van de hoofdstad Havana tot de totale bevolking van het land is daarmee vergelijkbaar met die van steden als Mexico-Stad (17%), Sao Paulo (10%) en Bogota (19%).  Buenos Aires is een uitzondering. Daar woont ruim 30% van de totale Argentijnse bevolking. Buenos Aires zou je een stedelijk waterhoofd op een verlaten achterland, kunnen noemen. 


Ondanks het dramatisch verval kun je aan de huizen in het centrum nog de glorie
van het Havana van voor de communistische revolutie zien (1959). Hetzelfde soort verval
zag je in de steden van de landen van Midden en Oost Europa voor de val
van de Berlijnse muur in 1989. Om de een of andere reden weten communistische
stadsbestuurders geen raad met stedenbouw en onderhoud. Foto: petrus nelissen, 2008


Op Cuba woont tegenwoordig 75% van de bevolking in stedelijke gebieden. In de VS is dat ruim 82%, in Spanje 77% en in Nederland 83%. Cuba is dus een verstedelijkt land zoals veel ontwikkelde landen. Centraal Amerikaanse landen als Costa Rica (bijna 65%), Nicaragua (57,5%) en Guatemala (net geen 50%) zijn daarentegen weer minder verstedelijkt dan Cuba. De oorzaak van die verstedelijking in Cuba heeft waarschijnlijk historische wortels. De Spanjaarden dwongen immers tijdens de opstanden de plattelands bevolking naar de steden te trekken, waar ze onder erbarmelijke omstandigheden in en soort concentratiekampen terecht kwamen. Deze tactiek van het Spaanse leger was een van de redenen waarom de VS zich met Cuba begonnen te bemoeien. Daarnaast heeft het eiland vermoedelijk altijd veel kleinere steden gehad zoals je ook op de bijgaande lijst  waarop maar liefst 70 steden staan met meer dan 10.000 inwoners.


Een wijk in verval in het centrum van Havana. Foto: petrus nelissen 2008
In het boek krijgen de Cubanen veel kwaliteiten toegewezen. “The people of Cuba possess many excellent qualities. They are naturally of a friendly disposition, surpassingly hospitable, easy to please and to get along with. They are polite, a trait possessed by the colored as well as the white, are eager and quick to absorb knowledge, fond of all kinds of amusements and sports, and are generally a fun loving people, which bespeaks their genial disposition.” (blz. 27)

Wat me opviel tijdens het fotograferen was dat zodra je vraagt of je een foto mag maken, 
de meeste Cubanen bijna onmiddellijk een serieuze houding aannemen. 
In de vervallen binnenstad van Havana trof ik deze jonge honkballer aan. 
Hij was bereid zijn slag in te houden voor de camera. 
Zijn slaghout is niet meer dan een simpele stok. 
Hij staat er dapper bij, bijna als een stierenvechter. 
(foto: petrus nelissen, 2008)


Bovenstaande lof op eigen volk en land is uiteraard propagandistisch bedoeld maar intussen wijst het toch op en zeker minderwaardigheidsgevoel. De bovenstaande tekst doet me ook denken aan de commentaren van toeristen die recent naar Cuba zijn geweest. Zij lijden aan het zogenaamde niks-aan-de-hand-syndroom. Volgens hen zijn Cubanen zijn nu eenmaal heel muzikaal en geweldige dansers, ze zijn er altijd vriendelijk en vrolijk, logisch ook want de zon schijnt er altijd. Bij gebrek aan kennis van taal en cultuur ziet men alleen de glans aan de buitenkant. Toch is het mij meermalen overkomen dat ik aangesproken werd door muzikanten of obers met de vraag of ik misschien zeep over had of tandpasta of illegaal sigaren wilde kopen. Ik bedoel maar, je hoeft niet zo veel moeite te doen om te weten te komen hoe de Cubanen echt leven. 

3 opmerkingen:

  1. Wellicht dat het beter gaat worden nu de boycot is opgeheven.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ik denk dat de boycot niks te maken heeft met de economische onderontwikkeling. net als in Rusland en Midden en Oost Europa is dat het gevolg van gebrek aan privé initiatief, de onmogelijkheid om te investeren naar eigen inzicht, de loodzware onproductieve staatsbureaucratie, het ontbreken van een vrije markt voor de verkoop van producten en een arbeidsmarkt. de boycot was een politieke smoes zoals nu ook wel duidelijk zal worden.

      Verwijderen
    2. Ik moet je helaas jouw positieve toekomstverwachtingen ontnemen. Na 42 bezoeken en één huwelijk ben ik het met Petrus eens dat de boycot een politieke smoes was om het eigen falen te verbloemen. Militairen kunnen (hooguit) verdedigen, maar hebben van economie de ballen verstand. Ook elders in de wereld blijkt dat telkens weer.

      Verwijderen