woensdag 2 december 2015

JAN SCHOONHOVEN

Een van de zalen van de tentoonstelling. Op de muur in het museum lees ik het volgende
over wat Jan Schoonhoven zelf zegt over zijn kunst:
"Zero is in de eerste plaats een nieuwe opvatting van de realiteit,
waarin de individuele rol van de artiest beperkt is tot het minimum.
De Zero-kunstenaar kiest slechts, isoleert delen van de realiteit
 en toont deze op de meest neutrale manier. Het vermijden van persoonlijke gevoelens
is fundamenteel voor zero..." Waarom persoonlijke gevoelens vermeden
moeten worden, begrijp ik niet. Uit naam van de objectiviteit?

Ik ben pas naar een tentoonstelling geweest van werken van Jan Schoonhoven (1914-1994) in het Stedelijk Museum Schiedam met als titel “de werkelijkheid van jan schoonhoven”. Ik had hier en daar al wel wat van hem gezien en over hem gelezen maar echt vat op zijn werk had ik niet gekregen. Ik wist dat hij behoorde tot de zogeheten Nul-beweging (1960-1965) waar de bekende schilder Armando ook lid van was. Ik lees er nu na de tentoonstelling Wikipedia op na. Daar wordt het een anti-schilderkunstige groep genoemd: “Traditionele materialen als verf en steen werden vervangen door veelal industriële materialen.” Je kunt ook zeggen dat het jonge honden waren die wat anders wilden dan de generaties voor hen, jeugdige rebellie die soms ook tot een blijvende vernieuwing leidt.

In de tentoonstellingsfolder staat het zo: “Jan Schoonhoven behoorde met kunstenaars als Armando en Henk Peeters in 1960 tot de oprichters van de Nul-groep. Deze beweging, geïnspireerd op de Duitse groep Zero, zette zich af tegen de emotionele en irrartionele schilderkunst van de abstracte experssionisten. Ze hadden een afkeer van het romantisch kunstenaarschap en presenteerden zich in pak en stropdas. De Nul-kunstenaars streefden ernaar moderne, afstandelijke en objectieve werken te maken. Ze wilden geen commentaar geven op de werkelijkheid, maar die zo koel en zakelijk mogelijk voor het voetlicht brengen.”


Aan het begin van zijn zoektocht in de kunsten maakt Schoonhoven nog geen
uitgesproken strakke, industriële, seriële reliëfs maar organische vormen
die volgens kenners 
geïnspireerd zijn door Paul Klee.

De tentoonstelling was een mooie gelegenheid om me meer te verdiepen in Schoonhoven. Zijn werken zijn eigenlijk grote collages van karton, papier enz. in de kleur wit of beige. Ik lees ergens op de muur in het museum dat voor Schoonhoven wit een neutrale kleur was. Wit neemt geen plaats in, laat alles nog toe of open. Of is het ook de kleur van de onschuld zoals bij witte bruidsjurken?
Er is niks te beleven of te zien op al die collages. Ze zijn allemaal witachtig uitgevoerd of moet ik schrijven kleurloos? Van een afstand bezien zie je een zich herhalend patroon van rechthoeken, vierkanten enz. gemaakt van karton, WC rolletjes, papiermaché enz. Op het eerste gezicht lijken het machinaal gemaakte patronen. Van dichtbij zie je pas onregelmatigheden in het patroon. Het zijn handgemaakte werken of zoals Schoonhoven ze noemt reliëfs.

Bij het woord reliëfs moet ik vooral denken aan landschappen en bergen waar in de loop van miljoenen jaren water, regen, wind, storm, hitte en koude reliëfs in hebben gemaakt. Ik vraag me af of Schoonhoven dat ook in zijn hoofd had toen hij zijn werken de naam reliëfs gaf of toch niet? Zoek ik er teveel achter? Maar het is toch niet vanzelfsprekend om je werken te nummeren als het derde Reliëf gemaakt in 1970 of zo? Hij moet er toch een bedoeling mee gehad hebben? Per slot van rekening werd zijn werk geïnspireerd door de werkelijkheid, door structuren die hij ergens had gezien.


Een van de zogeheten reliëfs van Schoonhoven.

Waarom maakte Jan Schoonhoven al die werken die de indruk wekken dat ze volgens een voorgeschreven patroon machinaal gemaakt zijn? Is dit het gevolg van een extreem doorgevoerde objectiviteit, het vermijden van elke emotie hoe minimaal ook? Hoe kun je nu zo extreem objectief zijn dat je geen enkele emotie toelaat in je werk? Je ontdoet het werk daardoor van je persoonlijkheid, van je ziel van je beleving. 

Tegelijkertijd kun je vaststellen dat het emotieloze werk kan leiden tot een of andere vorm van meditatie. Het werk is dan op te vatten als een soort mantra om je geest te ontdoen van allerlei veronderstelde bijzaken, om de geest leeg te maken en zo ontvankelijk voor het hoogste, wat dat ook moge zijn. Ik weet niet of Schoonhoven daar mee bezig was.Hij moet in ieder geval ergens plek hebben gehad voor zijn emoties, was niet in zijn werk dan ergens daarbuiten. Zonder emoties leven, lijkt me onmogelijk al weet je dat natuurlijk nooit zeker. 

Als ik in het midden van de zaal ga staan dan zie ik ook iets terug van een obsessie. Al die werken gebaseerd op herhaling en zonder kleur. Het enige waarin ze verschillen is hun grootte. Moest hij al dat geordende werk soms ook maken om de chaos in zijn geest in bedwang te houden of vond hij dat orde een hoger stadium van leven is? 

Schoonhoven was ondanks zijn opleiding tot tekenleraar zijn hele leven lang ambtenaar geweest. Zijn persoonlijk leven was een ordelijk leven zoals het past bij een ambtenaar. Waren orde, herhaling en patronen zijn leidraad, zijn houvast en zijn levensovertuiging?

In ieder geval hoort hij wat dat betreft helemaal bij de Nederlandse cultuur. Nederland is immers een land dat van orde en regelmaat houdt, van voorspelbaarheid ook. Dat is het Nederland van de rijtjeshuizen, de vinexwijken, de kaarsrecht door het land getrokken kanalen, dijken en wegen. Nederland is in het groot wat Schoonhoven in het klein heeft gemaakt voor aan de muur.


Beeld uit de film van de happening van de Japanse kunstenaar Yayi Kusama
in het Schiedamse museum. Dat was in 1967, het jaar dat Schoonhoven
de tweede prijs kreeg op de Biënnale van Sao Paulo. Jan Schoonhoven staat
in zijn blootje met zijn sokken nog aan terwijl Kusama klaar staat met de spuitbus verf.
Op de achtergrond is de preekstoel te zien die nog steeds de hal
van de ingang van het museum siert. 

Helemaal onverwacht zie ik in het museum een zwart/wit film uit de jaren zestig waarin we hem helemaal bloot maar wél met sokken aan zien meedoen aan een bodypainting sessie. Een gek gezicht. Waarom hield hij zijn sokken aan? Was de vloer te koud aan zijn voeten of was het uitdoen van de sokken net een stap te ver in naaktheid? We zien hem onbeschaamd in zijn blootje rond springen als een groot gelukkig kind met stippen op zijn lijf. Zo'n publieke vertoning was in die tijd nog gewaagd. De jaren zestig met zijn bevrijding van de vooroorlogse moraal was nog maar net begonnen. Ik zie toch ook nog iets van persoonlijke emotie in het filmpje. Dus het was er wel maar dan tijdens een happening van een andere kunstenaar.

Het filmpje laat tevens zien dat Schoonhoven in zijn jonge jaren een experiment als happenings niet schuwde. Hij mag dan een man van orde, patronen, herhaling en regelmaat zijn geworden, van het kleurloze of het wit neutrale, hij had toch ook genoeg openheid van geest om de wanorde te onderzoeken. Uit de verhalen die ik over hem lees is hij zijn hele leven lang zo open van geest gebleven net zoals hij ook naast het abstracte oog bleef houden voor het figuratieve. Schoonhoven had misschien zijn obsessies maar was voor alles een kunstenaar, een ordelijk kunstenaar.

De tentoonstelling in Schiedam duurt tot 14 februari 2016.
In Museum Prinsenhof Delft is tegelijkertijd de tentoonstelling
“Kijk, Jan Schoonhoven” te zien.




P

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen